ECLI:NL:PHR:2021:142

ECLI:NL:PHR:2021:142, Parket bij de Hoge Raad, 16-02-2021, 20/01218

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 16-02-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/01218
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2021:400
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0006622 BWBR0039301

Samenvatting

Conclusie AG. Grondslag vordering tul voorwaardelijk opgelegde straf. Nu de verdachte door het hof is vrijgesproken van het tenlastegelegde in zaak A, waar de vordering betrekking op had, kon het hof de vordering niet toewijzen. De AG adviseert de HR de bestreden uitspraak te vernietigen, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, en de zaak terug te wijzen.

Uitspraak

Nummer20/01218

Zitting 16 februari 2021 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij arrest van 27 maart 2020 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vrijgesproken van de in de zaak met parketnummer 03-246369-17 onder 1 tenlastegelegde zaaksbeschadiging. In de zaak met parketnummer 03-139796-17 is de verdachte wegens ‘overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (555 microgram)’ veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof de verdachte een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 4 maanden. Het hof heeft voorts de tenuitvoerlegging gelast van een voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 16 uren subsidiair 8 dagen hechtenis. Die straf was opgelegd in de zaak met parketnummer 03-152544-16. Tot slot heeft het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken afgewezen. Die straf was opgelegd in een zaak met parketnummer 03-106726-16.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. B.H.S. Brinkman, advocaat te Heerlen, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel bevat de klacht dat het hof heeft verzuimd uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing te geven op een gevoerd verweer ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de taakstraf van 16 uren die bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 24 februari 2017 onder parketnummer 03/152544-16 voorwaardelijk was opgelegd. In de toelichting wordt aangevoerd dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 03/152544-16 in eerste aanleg en hoger beroep is ‘gekoppeld aan parketnummer 03/246369-17’. Nu het hof de verdachte heeft vrijgesproken van het feit dat onder parketnummer 03/246369-17 was tenlastegelegd, mocht het hof niet meer toekomen aan de beoordeling van de betreffende vordering tenuitvoerlegging. Het hof had het Openbaar Ministerie om die reden niet-ontvankelijk dienen te verklaren inzake de vordering tenuitvoerlegging, dan wel de vordering dienen af te wijzen.

4. De stukken van het geding houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

(i) In eerste aanleg is aan de verdachte in de zaak met parketnummer 03-246369-17 een vernieling tenlastegelegd (hierna: zaak A);

(ii) In de zaak met parketnummer 03-139796-17 is aan de verdachte tenlastegelegd 1. rijden onder invloed en 2. het achteruit rijden zonder een personenauto voor te laten gaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht (hierna: zaak B);

(iii) Tevens heeft de officier van justitie een vordering na voorwaardelijke veroordeling gedaan in de zaak met parketnummer 03-152544-16. Daarin is vermeld:

‘Overwegende, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierboven genoemde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een of meer strafbare feiten, zoals tenlastegelegd in de dagvaarding met parketnummer 03-246369-17.’;

(iv) Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 21 februari 2018 blijkt dat de politierechter in het belang van het onderzoek de voeging heeft bevolen van de zaken A en B. Uit dat proces-verbaal blijkt niet dat de officier van justitie de grondslag van de vordering heeft uitgebreid tot de in zaak B tenlastegelegde feiten;

(v) De politierechter heeft de verdachte veroordeeld wegens de hem in zaak A onder 1 en zaak B onder 1 tenlastegelegde feiten en de tenuitvoerlegging gelast van de in de zaak met parketnummer 03-152544-16 voorwaardelijk opgelegde straf. Daarbij heeft de rechter overwogen, voor zover van belang:

‘Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.’;

(vi) De verdachte heeft vervolgens op 2 maart 2018 (onbeperkt) hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis;

(vii) Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 13 maart 2020 heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof het beroepen vonnis bevestigt. Uit het proces-verbaal blijkt niet dat de advocaat-generaal de grondslag van zijn vordering tot tenuitvoerlegging heeft uitgebreid tot het in zaak B onder 1 tenlastegelegde feit;

(viii) Blijkens het proces-verbaal van de betreffende terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig een door hem overgelegde pleitnota. Deze houdt, voor zover voor beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

‘De verdediging verzoekt U EA College om het vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende verdachte vrij te spreken van de vernieling, de vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren en de tul af te wijzen.’;

(ix) Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van de in zaak A onder 1 tenlastegelegde zaaksbeschadiging en de verdachte veroordeeld wegens het in zaak B onder 1 tenlastegelegde. Het hof heeft de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 03-152544-16 toegewezen en daarbij het volgende overwogen:

‘De officier van justitie in het arrondissement Limburg heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke taakstraf voor duur van 16 uren, subsidiair 8 dagen hechtenis, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Limburg van 24 februari 2017 onder parketnummer 03-152544-16. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, de tenuitvoerlegging van de gehele voorwaardelijk opgelegde taakstraf dient te worden gelast.’

5. Voor 1 januari 2020 waren bij de beoordeling van een vordering tot tenuitvoerlegging als de onderhavige de volgende wettelijke bepalingen van belang:

Art. 14a, eerste lid, Sr:

‘In geval van veroordeling tot gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, tot taakstraf of tot geldboete, kan de rechter bepalen dat de straf of een gedeelte daarvan niet zal worden tenuitvoergelegd.’

Art. 14c, eerste lid, Sr:

‘Toepassing van artikel 14a geschiedt onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.’

Art. 14g, eerste lid, Sr:

‘Indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd kan de rechter, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie en onverminderd het bepaalde in artikel 14f,

1°. gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd;

2°. al of niet onder instandhouding of wijziging van de voorwaarden gelasten dat een gedeelte van de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.’

Art. 14i, zesde lid, Sr:

‘Gedurende het onderzoek kan het openbaar ministerie zijn ingediende vordering of conclusie en de veroordeelde zijn verzoek wijzigen.’

6. In HR 20 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0609, NJ 2001/353 heeft Uw Raad omtrent art. 14g, eerste lid, Sr (oud) het volgende overwogen:

‘4.3. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft de wetgever met de woorden "na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie" in de aanhef van het eerste lid van art. 14g Sr tot uitdrukking willen brengen dat de rechter een andere beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling kan geven dan die waartoe de vordering strekt (vgl. Kamerstukken II 1914-1915, MvA 32.1., blz. 11). Nu in het zesde lid van art. 14i Sr is bepaald dat de ingediende vordering door het openbaar ministerie kan worden gewijzigd, moet als bedoeling van de wetgever worden aangenomen dat de hiervoor bedoelde rechterlijke beoordelingsvrijheid haar begrenzing vindt in de grondslag van de vordering. Opmerking verdient dat noch art. 14i, zesde lid, Sr noch enige andere rechtsregel eraan in de weg staat dat die wijziging plaatsvindt gedurende het onderzoek in hoger beroep, terwijl deze, in aanmerking genomen dat art. 313 Sv hier niet van toepassing is verklaard, niet in schriftelijke vorm behoeft te worden gedaan.’

7. In deze zaak hadden rechtbank en hof de zaken met parketnummers 13/067246-99 (zaak A) en 13/077040-99 (zaak B) gevoegd behandeld. De officier van justitie had de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf gevorderd in verband met het tenlastegelegde in zaak A. De advocaat-generaal had in hoger beroep het volgende standpunt ingenomen: ‘Als de grondslag van de vordering tenuitvoerlegging fungeert niet slechts de in eerste aanleg gevoegde zaak A; het gaat erom of de algemene voorwaarden zijn overtreden’. Het hof sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde in zaak A en wees de vordering tot tenuitvoerlegging toe. Uw Raad overwoog dat de advocaat-generaal de grondslag van de vordering tot tenuitvoerlegging had gewijzigd in die zin dat zij ‘mede is komen te berusten op de grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten die in zaak B zijn tenlastegelegd’. Het hof kon daarvan uitgaand ‘zonder miskenning van enige rechtsregel de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen’.

8. Uit HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3348, NJ 2010/73 kan worden afgeleid dat Uw Raad niet in alle gevallen eist dat de advocaat-generaal de grondslag van de vordering expliciet uitbreidt. In deze zaak hadden rechtbank en hof de zaken met parketnummers 13/421846-06 (zaak A), 13/437106-07 (zaak B) en 15/630115-05 (zaak C) gevoegd behandeld. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf had zaak B als grondslag. De rechtbank had de verdachte veroordeeld wegens in de zaken A en C tenlastegelegde feiten en de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen hoewel – zoals de rechtbank expliciet overwoog - de verdachte was vrijgesproken van het tenlastegelegde in zaak B. De advocaat-generaal had in hoger beroep bevestiging gevorderd van het vonnis. Het hof veroordeelde de verdachte voor in de zaken A en C tenlastegelegde feiten en gelastte tevens de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke opgelegde straf. Uw Raad overwoog dat het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld ‘dat de Advocaat-Generaal bij de behandeling van de zaak in hoger beroep door bevestiging te vorderen van het vonnis van de Rechtbank (waarin de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging was gegrond op de bewezenverklaring in zaak A subsidiair en C onder 1) de grondslag van de vordering tot tenuitvoerlegging aldus heeft gewijzigd dat zij erop is komen te berusten dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten die in de zaken A en C zijn tenlastegelegd’. Dat oordeel getuigde volgens Uw Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting.

9. Met de inwerkingtreding van de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen per 1 januari 2020 zijn de artikelen 14g en 14i Sr komen te vervallen. De voorschriften die de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf betreffen zijn sindsdien te vinden in het Zesde Boek van het Wetboek van Strafvordering. Hoofdstuk 5 regelt ‘Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging’. In verband met het middel zijn in het bijzonder de volgende bepalingen van belang:

Art. 6:6:21, eerste lid onder a en derde lid, Sv:

‘1. De rechter is bevoegd tot het op vordering van het openbaar ministerie bevelen van:

a. de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf of maatregel, of een gedeelte daarvan, al of niet onder instandhouding of wijziging van de voorwaarden; (…)

3. Een vordering als bedoeld in het eerste lid, kan worden ingediend indien het openbaar ministerie oordeelt dat de veroordeelde een gestelde voorwaarde of opgelegde maatregel niet naleeft of niet heeft nageleefd, en er niet met een waarschuwing kan worden volstaan.’

Art. 6:6:4, zesde lid, Sv:

‘Het openbaar ministerie en de veroordeelde zijn bevoegd gedurende het onderzoek wijziging te brengen in de vordering of de conclusie, onderscheidenlijk het verzoek.’

10. Bij deze wijziging was niet voorzien in overgangsrecht. Dat brengt mee dat de nieuwe regeling in deze zaak is toegepast.

11. Ook uit de nieuwe regeling volgt dat de rechter slechts op vordering van het openbaar ministerie bevoegd is tot het bevelen van de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf. De formulering van art. 6:6:21, eerste lid onder a en derde lid, Sv is niet geheel gelijkluidend aan die van art. 14g, eerste lid, Sr (oud), uit de wettekst en de memorie van toelichting blijkt evenwel niet dat beoogd is wijziging te brengen in de ‘grondslagfunctie’ van de vordering. De formulering van het nieuwe art. 6:6:4, eerste lid, Sv is ook niet geheel gelijkluidend aan art. 14i, zesde lid, Sr (oud) maar ook daar blijkt uit de memorie van toelichting niet dat beoogd is wijziging te brengen in deze grondslagfunctie.

12. Ik keer terug naar de onderhavige zaak. Uit het hiervoor onder 4 weergegeven overzicht volgt dat de verdachte in de zaak met parketnummer 03-246369-17 een vernieling is tenlastegelegd (zaak A). In de zaak met parketnummer 03-106726-16 is aan de verdachte tenlastegelegd 1. rijden onder invloed en 2. het achteruit rijden zonder een personenauto voor te laten gaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht (zaak B). Daarnaast heeft de officier van justitie een vordering na voorwaardelijke veroordeling gedaan in de zaak met parketnummer 03-152544-16. De grondslag van deze vordering was de verdenking in zaak A. De politierechter heeft beide zaken gevoegd behandeld. De verdachte is veroordeeld wegens de in zaak A tenlastegelegde vernieling en wegens het in zaak B tenlastegelegde rijden onder invloed. Daarbij is in de zaak met parketnummer 03-152544-16 de gevorderde tenuitvoerlegging gelast. In hoger beroep heeft de advocaat-generaal bevestiging van het vonnis gevorderd. Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van de in zaak A tenlastegelegde vernieling en de verdachte veroordeeld wegens het in zaak B onder 1 tenlastegelegde rijden onder invloed. En het hof heeft, net als de politierechter, in de zaak met parketnummer 03-152544-16 de gevorderde tenuitvoerlegging gelast.

13. Nu de verdachte door het hof is vrijgesproken van het tenlastegelegde in zaak A, kon het hof de in de zaak met parketnummer 03-152544-16 gevorderde tenuitvoerlegging evenwel niet toewijzen. Dat zou slechts anders zijn indien het openbaar ministerie de vordering tot tenuitvoerlegging zou hebben gewijzigd, in die zin dat de vordering (mede) zou zijn komen te berusten op het tenlastegelegde in zaak B. Dat kan evenwel noch uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg, noch uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep worden afgeleid. Ik merk daarbij nog op dat een dergelijke wijziging van de grondslag van de vordering evenmin kan worden afgeleid uit de omstandigheid dat de advocaat-generaal bevestiging van het vonnis heeft gevorderd, nu de politierechter slechts de tenuitvoerlegging heeft gelast, zich daarbij niet over de grondslag van de vordering heeft uitgelaten (en het tenlastegelegde in zaak A, waar de vordering tot tenuitvoerlegging aan is gekoppeld, had bewezenverklaard).

14. Dat brengt mee dat het middel slaagt. De vraag is of dat tot terugwijzing dient te leiden of dat Uw Raad de zaak zelf kan afdoen. Ik leid uit rechtspraak van Uw Raad af dat bij het slagen van een klacht over de last tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf (in beginsel) slechts deze beslissing wordt vernietigd. Vervolgens is regel dat wordt teruggewezen als het hof na terugwijzing een keus heeft. Uw Raad doet de zaak zelf af als het hof na terugwijzing geen keus zou hebben. In de onderhavige zaak zou de advocaat-generaal na cassatie alsnog de vordering tot tenuitvoerlegging kunnen wijzigen en daaraan tevens het in zaak B tenlastegelegde ten grondslag kunnen leggen; in dat geval zou het hof alsnog de keus hebben de vordering toe te wijzen. Ik begrijp uit rechtspraak van Uw Raad in gevallen waarin in de tenlastelegging een bestanddeel ontbreekt, dat bij de beslissing in cassatie rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat de tenlastelegging na terugwijzing wordt gewijzigd. In dat licht meen ik dat terugwijzing in de rede ligt.

15. Het middel slaagt. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

16. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 03-152544-16, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?