PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/03197
Zitting 2 maart 2021 (bij vervroeging)
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij arrest van 27 juni 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 19/03291. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. R.J. Baumgardt, mr. P. van Dongen en mr. S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel bevat de klacht dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om verstek te verlenen tegen de verdachte en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien, onjuist was.
5. Uit de op de voet van artikel 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken kan, voor zover relevant voor de beoordeling van het middel, het volgende worden opgemaakt:
(i) De inhoudelijke behandeling van de strafzaak door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft plaatsgevonden op 28 juni 2018. Namens de verdachte heeft zijn gevolmachtigde advocaat op die zitting het woord tot verdediging gevoerd. De politierechter heeft op diezelfde dag mondeling vonnis gewezen en de verdachte veroordeeld voor (1) het opzettelijk telen van hennep en (2) diefstal van elektriciteit door middel van verbreking.
(ii) Namens de verdachte is op 28 juni 2018 ter griffie van de rechtbank Noord-Nederland hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.
(iii) De dagvaarding van de verdachte om op 27 juni 2019 te 14:20 uur te verschijnen ter terechtzitting van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, is op 24 mei 2019 vergeefs aangeboden op het BRP-adres van de verdachte, de [a-straat 1] , [postcode] te [plaats] . De dagvaarding is vervolgens – na niet te zijn afgehaald op de plaats genoemd in het bericht van aankomst – op 4 juni 2019 retour gezonden aan de afzender en op 5 juni 2019 ingekomen bij het ressortsparket.
(iv) De bij de betekeningsstukken aanwezige Informatiestaat SKDB dateert van 26 juni 2019, 09:08 uur. Daaruit blijkt dat de verdachte op dat moment niet was gedetineerd en dat de verdachte met ingang van 18 juni 2018 als BRP-adres de [a-straat 1] , [postcode] te [plaats] had. De informatiestaat vermeldt: vertrokken onbekend waarheen (VOW), en dit vanaf (datum ingang) 22 mei 2019. De laatst opgegeven verblijfplaats betreft een achterhaald GBA-adres uit 2015.
(v) De retour ontvangen dagvaarding is op 5 juni 2019 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Noord-Nederland, waarbij op 5 juni een afschrift van de dagvaarding is verzonden naar het laatst bekende BRP-adres van de verdachte, de [a-straat 1] , [postcode] te [plaats] .
(vi) De verdachte noch een raadsman is verschenen op de terechtzitting in hoger beroep van 27 juni 2019. De voorzitter heeft vastgesteld dat de verdachte op correcte wijze is gedagvaard voor de zitting van die dag. Vervolgens heeft het hof verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte, na de sluiting van het onderzoek onmiddellijk uitspraak gedaan en de verdachte op grond van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
6. Aan de cassatieschriftuur is een kopie gehecht van een “proces-verbaal van voorgeleiding ten behoeve van vordering bewaring”, waaruit volgt dat de verdachte op 26 juni 2019 om 21:50 uur te Leeuwarden is aangehouden op verdenking van (medeplichtigheid aan) het bereiden/aanwezig hebben/vervaardigen van harddrugs, lijst 1 Opiumwet en vervolgens op de dag van de terechtzitting in hoger beroep, namelijk 27 juni 2019, om 13:55 uur te Leeuwarden in verzekering is gesteld. Een daarop gezet stempel van het arrondissementsparket Noord-Nederland vermeldt dat dit (kopie) proces-verbaal op 28 juni 2019 is ingekomen bij voornoemd parket.
7. Uitgangspunt is dat indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP), rechtsgeldig is betekend en de verdachte noch zijn bepaaldelijk gevolmachtigde raadsman op de terechtzitting is verschenen, de rechter – behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel – kan uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. De mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen indien de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in verband met een andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit de rechter bekend was.
8. Uit het hiervoor onder 6 vermelde stuk – aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld – moet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en dat dit het aan hof niet bekend was. Hieruit volgt dat de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was en dat aldus aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan. In een dergelijk geval moet de verdachte de mogelijkheid hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan. Het middel is dus terecht voorgesteld.
9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden