ECLI:NL:PHR:2022:119

ECLI:NL:PHR:2022:119, Parket bij de Hoge Raad, 08-02-2022, 20/02826

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 08-02-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/02826
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2022:377
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Motvering tul beslissing, art. 6:6:5, eerste lid, jo. art. 6:6:21, eerste lid, Sv. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

Uitspraak

2. Advies

(…)

Meldplicht bij de reclassering(…)Ambulante behandelingBetrokkene laat zich behandelen door Antes verslavingszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.Meewerken aan middelencontroleBetrokkene werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek, ademonderzoek (blaastest) en een Alcoholmeter gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.(…)

3. Analyse delict

[verdachte] wordt verdacht van het plegen van een winkeldiefstal op 14 oktober 2019.

(…)

4. Delictverleden

Analyse van het Uittreksel Justitiële Documentatie (UJD)

[verdachte] is in 1991 voor het eerst met justitie in aanraking gekomen wegens diefstal. In 1993 werd ze voor het eerst veroordeeld. Er volgden vele veroordelingen wegens voornamelijk winkeldiefstal. In 2004 werd ze daarnaast ook veroordeeld wegens wederspannigheid en in 2005 wegens mishandeling, wederspannigheid, belediging en rijden onder invloed. In 2007, 2009, 2011 en 2013 waren er opnieuw veroordelingen wegens geweldsdelicten. Ook werd ze meermaals veroordeeld wegens verkeersdelicten, waaronder rijden onder invloed. In 2018 is betrokkene tweemaal veroordeeld wegens winkeldiefstallen en kreeg ze een werkstraf en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, met een lopende proeftijd.

Naast onderhavige zaak zijn er twee openstaande zaken betreffende winkeldiefstal, namelijk op 6 en 12 september 2019. Hiervoor is ze op 21 februari 2020 gedagvaard op een politierechterzitting.

5. Analyse risico’s en beschermende factoren(…)Middelengebruik en verslaving(…)

[verdachte] geeft aan dat ze van 2008 tot 2013 verslaafd was aan alcohol (…). Betrokkene vertelt zes jaar abstinent te zijn geweest, maar een maand geleden weer te zijn begonnen met drinken. (…) De afgelopen maand heeft ze meerdere malen gedronken en sommige keren de hele dag door. Hoewel ze zegt te zijn gaan drinken na een ontslag, blijkt uit haar verklaring in de eerder gepleegde winkeldiefstal dat ze is ontslagen omdat ze dronken op haar werk verscheen. Ze zou stress hebben gehad vanwege haar familiecontacten. Uit het dossier blijkt dat betrokkene tot en met 2015 bekend was bij de reclassering met periodiek fors alcoholgebruik. In 2013 is betrokkene drie weken klinisch behandeld geweest. (…) Tijdens de begeleiding en behandeling hield ze zich slecht aan de urinecontroles, waardoor niet duidelijk was of ze abstinent was van alcohol. Voor terugplaatsing van haar kinderen was door Jeugdzorg twee jaar abstinentie als voorwaarde gesteld. Om die reden werkte ze mee aan de training terugvalpreventie van de verslavingszorg en volgde ze vervolgens een individuele ambulante behandeling, die werd voortgezet na het einde van het toezicht.

(…)

Psychosociaal functioneren[verdachte] vertelt dat ze zich begin september 2019 bij haar huisarts heeft gemeld vanwege de terugval in alcoholgebruik. Haar huisarts heeft haar thiamine, diazepam, vitamine B en bijvoeding voorgeschreven. Verder is zij aangemeld bij de verslavingszorg, maar de wachttijd is acht weken. (…)

Uit het dossier blijkt dat betrokkene eerder niet (volledig) meewerkte aan onderzoeken. Er zijn in 2013 vermoedens van persoonlijkheids- en gedragsproblematiek omschreven. Betrokkene zou zich verder verwaarlozen, omdat ze geregeld ondergewicht heeft. Alcohol zou ze drinken wanneer ze verdrietig en somber is, met name over haar kinderen en eerder problematische relaties.

(…)

6. Reclasserings- en hulpverleningscontacten

Reclasseringscontacten

[verdachte] had in 2013-2015 een reclasseringstoezicht.

In de eindevaluatie van 14-10-2015 staat het volgende vermeld: “[verdachte] heeft sinds 2008 problemen met alcohol. Ze is sinds die tijd meerdere keren klinisch opgenomen. In de zomer van 2013 in onder toezicht gestelde (otg) drie weken opgenomen geweest in de Boumankliniek om haar gebruik te doorbreken. Na deze opname tot begin 2014 heeft [verdachte] niet meer opengestaan voor behandeling gericht op verslaving. Het Forensisch ACT-team van Bouman GGZ heeft vanwege de passief-agressieve houding van otg en het niet nakomen van haar (urinecontrole)afspraken de begeleiding per eind december 2013 stopgezet.

Begin 2014 heeft [verdachte] ons verteld dat ze zwanger is. Ze is door de reclassering en haar gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg (ze heeft drie uit huis geplaatste dochters) aangemeld bij de afdeling ‘Zwanger en Verslaafd’ van Bouman GGZ. Op 10 maart 2014 is ze gestart met het afgeven van urinecontroles (UC’s), eerst twee keer in de week, later drie keer in de week door een positieve UC op alcohol in mei 2014. Tussen 4 en 25 juni 2014 zijn er geen UC’s afgenomen (door ziekte kon ze niet naar de polikliniek, zo geeft ze aan). We weten zodoende niet of [verdachte] deze periode abstinent van alcohol is gebleven. Voordat er werd gesproken over een terugplaatsing van haar kind(eren), wil Bureau Jeugdzorg dat [verdachte] minimaal twee jaar abstinent is van alcohol en dat ze haar financiën op orde heeft. [verdachte] sinds november 2014 in behandeling bij de Polikliniek van Bouman GGZ, waar ze zich aan de (UC)afspraken houdt. Bij de start van de behandeling gaf [verdachte] aan dat ze enkel meewerkte aan behandeling om zo aan de gestelde voorwaarden van Bureau Jeugdzorg te voldoen. Ze heeft de training ‘Terugvalpreventie’ afgerond en spreekt hier, tegen haar eigen verwachting in, positief over. Momenteel volgt ze de training ‘Sociale vaardigheden’. Verder volgt ze individuele behandeling op maat bij Bouman GGZ. De behandeling wordt voortgezet in een vrijwillig kader.”

Zelf vertelt [verdachte] dat ze twee verschillende toezichthouders heeft gehad tijdens het toezicht. (…) De urinecontroles ervoer [verdachte] als erg belastend, omdat ze meermaals per week aanwezig moest zijn hiervoor.

7. Responsiviteit

[verdachte] geeft aan wel mee te willen werken aan begeleiding en behandeling en hoopt dat ze dan ook thuis bezocht kan worden, omdat dit haar reiskosten bespaart. Verder wil ze niet verplicht worden tot urinecontroles. Het toepassen van een alcoholmeter kon niet goed besproken worden, vanwege de afwijzende houding van betrokkene.’

9. Tevens bevindt zich bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken het proces-verbaal verhoor verdachte in het kader van de ‘toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring’ van 11 november 2019. Dit proces-verbaal houdt, voor zover in deze van belang, het volgende in:

‘De verdachte verklaart het volgende.U houdt mij voor waarvan ik word verdacht en u bespreekt met mij mijn strafblad en het rapport van de Reclassering. Ik blijf bij mijn verklaring die ik bij de politie heb afgelegd. Na lange tijd zonder alcohol ben ik in de problemen geraakt en ontslagen door mijn moeders en broers door toedoen omdat ook in de familie problemen ontstonden ben ik erg verdrietig geworden. In die verdrietige situatie ben ik weer gaan drinken en teruggevallen in mijn verslaving. Ik heb vorige week zelf tegen [betrokkene 1] van de reclassering gezegd dat ik heb aangeklopt bij hulpverlenende instanties, maar dat ik heb begrepen dat de wachttijd 8 weken kan duren. Met [betrokkene 1] kwamen ook twee medewerkers van Antes en van hen begreep ik dat zij gingen proberen om mij met spoed te laten opnemen. Ik zou die mensen vandaag weer spreken over een opname. U zegt mij dat u een e-mail heeft gekregen van de reclassering waarin dat ook wordt bevestigd. Ik heb zelf hulp gezocht omdat ik bang ben dat ik me dood zal drinken als ik niet snel kan worden opgenomen.(…)Standpunt van de verdediging

‘ (…)Beslissing rechter-commissaris(…)De rechter-commissaris deelt de verdachte mede dat hij de vordering tot inbewaringstelling toewijst. Het verzoek tot schorsing wijst hij af. De rechter-commissaris zegt verdachte en raadsman toe dat hij bereid is de bewaring te schorsen met ingang van het moment waarop een detox of klinische opname mogelijk is.’

10. De stellers van het middel wijzen erop dat uit het tot de stukken van het geding behorende uittreksel Justitiële Documentatie van 17 augustus 2020 onder meer blijkt dat de verdachte bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2019 is veroordeeld tot 38 dagen gevangenisstraf waarvan 35 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en dat de start- en einddatum van de proeftijd 31 oktober 2019 respectievelijk 27 november 2021 is. Als bijzondere voorwaarden zijn opgenomen: ‘Verbod alcohol/drugs’; ‘Verplichte (ambulante) behandeling’ en ‘Meldplicht’. De ‘executie’ is volgen het uittreksel aangevangen op 22 oktober 2019. Nu aan de verdachte deze bijzondere voorwaarden waren opgelegd, die ook van kracht waren ten tijde van de onderhavige zaak, is ’s hofs motivering naar hun oordeel onbegrijpelijk en de beslissing onvoldoende met redenen omkleed.

11. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd en dat de vordering tot tenuitvoerlegging derhalve gegrond is. Het hof heeft vervolgens overwogen dat de namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding vormen om te komen tot een ander oordeel, ‘mede omdat de juistheid daarvan door de verdachte noch door de raadsman op enigerlei wijze is gestaafd’.

12. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie kan worden afgeleid dat sprake is van een uitvoerig strafblad: het telt 26 bladzijden. Uit het reclasseringsadvies van 17 oktober 2019, hiervoor onder 8 deels weergeven, dat is opgesteld voor de zaak waar de stellers van het middel naar verwijzen, kan worden afgeleid dat sprake is van verslavingsproblematiek, dat de kinderen van de verdachte uit huis zijn geplaatst, dat urinecontroles hebben plaatsgevonden en dat de verdachte weer is gaan drinken. Uit het proces-verbaal van verhoor van de verdachte in het kader van de ‘toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring’ volgt dat zij heeft verklaard dat de reclassering samen met medewerkers van Antes verslavingszorg probeerden haar met spoed te laten opnemen, maar dat ‘de wachttijd 8 weken kan duren’. De verdachte geeft aan dat zij ‘die mensen vandaag’ weer zou spreken over een opname en verklaart vervolgens: ‘U zegt mij dat u een e-mail heeft gekregen van de reclassering waarin dat ook wordt bevestigd’. De rechter-commissaris heeft vervolgens bij de beslissing tot toewijzing van de vordering tot inbewaringstelling, toegezegd dat ‘hij bereid is de bewaring te schorsen met ingang van het moment waarop een detox of klinische opname mogelijk is’.

13. Deze stukken bieden steun aan hetgeen de raadsman heeft aangevoerd. Er is sprake van een uitvoerig strafblad, verslavingsproblematiek en uit huis geplaatste kinderen. In het kader van de middelencontrole hebben urinecontroles plaatsgevonden, de verdachte heeft zelf tegenover de reclassering verklaard dat zij daarvoor meerdere keren per week aanwezig moest zijn. Zij heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de reclassering haar heeft proberen te laten opnemen maar dat daar een wachttijd was en zij heeft tegenover de reclassering verklaard mee te willen werken aan begeleiding en behandeling. Uit de verklaring die de verdachte bij de rechter-commissaris heeft afgelegd kan ook worden afgeleid dat ‘zij een baan heeft gehad maar gedoe kreeg met de familie en weer is gaan drinken’. In zoverre kan aan de raadsman niet worden tegengeworpen dat de juistheid van de aangevoerde persoonlijke omstandigheden (door hem) niet is gestaafd. Dat de verdachte onder behandeling is bij Fivoor kan niet zonder meer uit de stukken blijken. Uit het uittreksel Justitie Documentatie, het reclasseringsrapport en het proces-verbaal van de voorgeleiding bij de rechter-commissaris kan evenwel worden afgeleid dat Antes verslavingszorg in het kader van een ambulante behandeling bij de verdachte betrokken is.

14. Uit het uittreksel volgt voorts dat aan de verdachte vele malen een taakstraf is opgelegd. Een taakstraf van 30 uren die op 27 juni 2018 door de politierechter in de Rechtbank Rotterdam is opgelegd, is in de periode van 10 juli 2018 tot en met 12 november 2018 voldaan. Een taakstraf van 30 uren die op 15 april 2016 is opgelegd door de politierechter in de Rechtbank Rotterdam, is in de periode van 27 januari 2017 tot en met 4 mei 2017 voldaan. Een taakstraf van 75 uren die op 29 januari 2016 door het Gerechtshof Den Haag is opgelegd, is tussen 14 juli 2016 en 8 augustus 2016 geëxecuteerd. Dat wijst erop dat drie opgelegde taakstraffen in een periode van ongeveer vijf jaren voor de zitting in hoger beroep in de onderhavige zaak van 26 augustus 2020, inderdaad zijn uitgevoerd. Dat lijkt niet van alle eerder opgelegde taakstraffen te kunnen worden gezegd. Dat doet er evenwel niet aan af dat ook in zoverre de vraag rijst of het betoog van de raadsman kan worden gepasseerd met de stelling dat de juistheid van het aangevoerde niet is gestaafd. De juistheid van de stelling dat alle taakstraffen zijn uitgevoerd die de verdachte heeft gekregen, kan aan de hand van het uittreksel worden nagegaan.

15. Dit brengt mij tot de conclusie dat vrijwel alle punten die de raadsman naar voren heeft gebracht in zijn betoog, worden gestaafd door de stukken die zich in het dossier bevinden, in het bijzonder dus door het uittreksel Justitiële Documentatie, het reclasseringsrapport dat is opgesteld voor de zitting van 17 oktober 2019 in de zaak met parketnummer 10.248143-19 en het proces-verbaal van verhoor van de verdachte in het kader van de ‘toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring’. Uit dat proces-verbaal volgt dat de rechter-commissaris een ‘reclasseringsrapport’ met de verdachte heeft besproken en in het dossier bevindt zich geen ander reclasseringsrapport dan het rapport dat ik onder 8 heb aangehaald.

16. Ik merk daar nog bij op dat ook als de raadsman een onderdeel of onderdelen van zijn betoog niet heeft ‘gestaafd’, dat niet per definitie rechtvaardigt dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet in aanmerking worden genomen. Bij een beroep op strafuitsluitingsgronden is uitgangspunt dat de last tot het aannemelijk maken van de gestelde feiten en omstandigheden niet uitsluitend op de verdachte mag worden gelegd. Een minder gelukkige formulering behoeft in cassatie niet fataal te zijn, als de last tot aannemelijk maken door de feitenrechter maar niet op de verdachte is gelegd. Deze rechtspraak staat in verband met de taak van de strafrechter, die niet lijdelijk is maar verplicht is om de feiten te onderzoeken. Die taak impliceert ook een verplichting om de feiten en omstandigheden te onderzoeken die voor de straftoemeting en de beslissing op een vordering tot tenuitvoerlegging van belang zijn. Ik wijs in dit verband ook op de benadering die Uw Raad in de context van aanhoudingsverzoeken heeft gekozen. De rechter kan ‘gevolgen verbinden aan de omstandigheid dat het verzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd en/of aan zijn verlangen tot aanvulling niet (genoegzaam) is voldaan’ ingeval ‘de rechter de omstandigheid die aan het verzoek ten grondslag is gelegd, niet zonder meer aannemelijk acht’. Het is daarbij ‘mede afhankelijk van de aard van de aangevoerde reden’ of ‘gelegenheid dient te worden geboden (…) alsnog bewijsstukken te overleggen’.

17. Het is evenwel de vraag of de tekortkoming in ‘s hofs motivering tot cassatie dient te leiden. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. Die vaststelling is in beginsel een toereikende motivering voor de last tot tenuitvoerlegging. Ook in een geval waarin de rechter een voorwaardelijke straf had opgelegd in plaats van de in beginsel passend geachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens gewijzigde persoonlijke omstandigheden, en tegelijk de tenuitvoerlegging had gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, was de rechter niet gehouden tot een nadere motivering. Illustratief is voorts een arrest van 7 oktober 2014. Daarin was namens de verdachte aangevoerd dat de reden van het ingestelde beroep gelegen was in de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Aangevoerd werd (onder meer) dat die vordering moest worden afgewezen dan wel dat de proeftijd moest worden verlengd met één jaar, omdat de verdachte contact had met de reclassering, dat de tenuitvoerlegging dat proces zou verstoren, en dat het nog lange tijd zou gaan duren voordat de verdachte weer op het goede pad zou zijn maar dat zolang de medewerker van de reclassering geduld had, het zou lukken. Het hof had de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging vervolgens gemotiveerd met de vaststelling dat de verdachte de algemene voorwaarde niet had nageleefd. Daarmee had het hof volgens Uw Raad zijn beslissing voorzien van de vereiste motivering. Tot een nadere motivering was het hof, ook gelet op hetgeen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging was aangevoerd, volgens Uw Raad niet gehouden.

18. Dat in een geval als het onderhavige naast de vaststelling dat de algemene voorwaarde niet is nageleefd geen nadere motivering vereist is, doet er niet aan af dat een nadere motivering, waarin het hof de genomen beslissing verantwoordt, begrijpelijk dient te zijn. Ik meen evenwel dat de aanvullende motivering van het hof, juist in het licht van de omstandigheid dat de feiten en omstandigheden die de raadsman blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting heeft aangevoerd (overvloedig) steun vinden in de (aan het hof bekende) stukken van het geding, verbeterd kan worden gelezen. Kern van die aanvullende motivering is het oordeel dat de namens de verdachte aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding vormen om te komen tot een ander oordeel. Met de overweging dat ‘de juistheid daarvan’ niet is gestaafd heeft het hof, zo begrijp ik, tot uitdrukking willen brengen dat niet is gestaafd waarom die persoonlijke omstandigheden tot een ander oordeel dienen te leiden. Aldus opgevat is ’s hofs overweging niet onbegrijpelijk. Zo heeft de raadsman blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting niet concreet aangevoerd wat de gevolgen zouden zijn voor de verdachte indien het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van 17 dagen hechtenis zou toewijzen. Dat de tenuitvoerlegging van die 17 dagen hechtenis de ambulante behandeling of een detox opname zou doorkruisen, kan bijvoorbeeld niet uit het betoog worden afgeleid. Die onderbouwing ligt ook niet impliciet besloten in de stukken van het geding waar de raadsman zich kennelijk op heeft gebaseerd. Ik neem voorts in aanmerking dat uit het reclasseringsrapport blijkt dat er een eerder reclasseringscontact is geweest, dat de verdachte eerder klinisch is opgenomen, dat zij eerdere afspraken in verband met urinecontrole niet altijd is nagekomen, en dat de verdachte een training ‘Terugvalpreventie’ heeft afgerond. Uit dat rapport blijkt voorts dat de verdachte niet opnieuw verplicht wil worden tot urinecontroles en afwijzend staat tegenover het toepassen van een alcoholmeter.

19. Indien ’s hofs overweging aldus wordt gelezen is de beslissing tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van, parketnummer 09-818047-18, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 17 (zeventien) dagen, toereikend met redenen omkleed.

20. Het middel faalt en leent zich voor afdoening met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende formulering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

21. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?