PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/03900
Zitting 31 mei 2022
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte
6. Overeenkomstig het bepaalde in art. 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 17 mei 2021 (tijdig) verzocht om alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van de in het middel bedoelde pleitnota. Naar aanleiding hiervan is het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij schrijven van 31 augustus 2021 verzocht om de ontbrekende pleitnota te doen toekomen aan de strafadministratie van de Hoge Raad. In reactie hierop heeft een raadsheer van het hof in een brief van 2 september 2021 bericht dat het opgevraagde document in het ongerede is geraakt. Op 7 oktober 2021 is namens de Griffier van de Hoge Raad aan de verdachte bericht dat een afschrift van het voormelde verzoek van de Hoge Raad aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vergezeld van de reactie van het hof in het digitaal dossier is geplaatst en de raadsman van de verdachte daarvan een afschrift op papier ontvangt.
7. Uit het vorenstaande volgt dat de ter terechtzitting overgelegde pleitnota zich niet (meer) bij de stukken van het geding bevindt en ook niet meer beschikbaar zal komen. Vanwege de ontbrekende pleitnota kan de Hoge Raad niet nagaan of op de terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of daar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van het hof zijn vermeld. Dat heeft nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak tot gevolg.
8. Het middel is dus terecht voorgesteld.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden