ECLI:NL:PHR:2022:561

ECLI:NL:PHR:2022:561, Parket bij de Hoge Raad, 14-06-2022, 20/04245

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 14-06-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/04245
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2022:1187
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Conclusie AG. Art. 63 Sr. Verzet toepassing van art. 63 Sr in combinatie met in samenhangende zaak opgelegde taakstraf van 200 uren zich tegen oplegging van taakstraf van 100 uren? Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 20/04115.

Uitspraak

Nummer20/04245

Zitting 14 juni 2022

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

Inleiding

1. De verdachte is bij arrest van 4 december 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens 1. subsidiair “mishandeling”, 2. “in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, meermalen gepleegd” en 4. “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Het hof heeft tevens beslist op de vordering van de benadeelde partij en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest omschreven.

2. Er bestaat samenhang met de zaak 20/04115. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Namens de verdachte heeft J. de Haan, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

4. Het middel klaagt dat het hof bij de strafoplegging heeft miskend dat art. 22c, tweede lid, Sr een beperking van de maximaal op te leggen taakstraf inhoudt tot de duur van maximaal 240 uren, nu het hof op 4 december 2020 de verdachte in de onderhavige zaak (met parketnummer 21-005318-17) heeft veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren en in de gelijktijdig, maar niet gevoegd behandelde zaak (met parketnummer 21-006616-18) tot een taakstraf van 200 uren. De steller van het middel betoogt in dit verband dat het standpunt van de Hoge Raad in zijn arrest van 28 november 2006, dat zou inhouden dat geen sprake is van een beperking op de cumulatie van taakstraffen, herijking verdient en dat deze cumulatie bij samenloop begrensd dient te worden op het in art. 22c, tweede lid, Sr opgenomen maximum van 240 uren.

5. Art. 22c, tweede lid, Sr luidt:

“De taakstraf duurt ten hoogste tweehonderdenveertig uren.”

6. Art. 57 Sr luidt:

“1. Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf opgelegd.

2. Het maximum van deze straf is het totaal van de hoogste straffen op de feiten gesteld, doch - voor zover het gevangenisstraf of hechtenis betreft - niet meer dan een derde boven het hoogste maximum.”

7. Art. 63 Sr luidt:

“Indien iemand, nadat hem een straf is opgelegd, schuldig wordt verklaard aan een misdrijf of een overtreding voor die strafoplegging gepleegd, zijn de bepalingen van deze titel voor het geval gelijktijdig straf wordt opgelegd van toepassing.”

8. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Indien, zoals in het onderhavige geval, op dezelfde dag uitspraak wordt gedaan tegen een verdachte in twee zaken die gelijktijdig, maar niet gevoegd zijn behandeld, is art. 63 Sr van toepassing in de zaak waarvan het arrest het laatste is uitgesproken. De toepasselijkheid van art. 63 Sr brengt mee dat de samenloopbepalingen van art. 55 t/m 62 Sr bij de strafoplegging in acht moeten worden genomen.

9. Uit de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken in zowel de onderhavige zaak als de samenhangende zaak blijkt niet welke van beide arresten op 4 november 2020 het laatste is uitgesproken. Ik ga ervan uit dat dit het arrest in de samenhangende zaak is, omdat die zaak een parketnummer heeft uit 2018, terwijl de onderhavige zaak een parketnummer heeft uit 2017. De veroordeling in de onderhavige zaak maakt derhalve dat art. 63 Sr van toepassing is in de samenhangende zaak, maar het omgekeerde geldt niet.

10. Het middel is gebaseerd op de veronderstelling dat de veroordeling tot een taakstraf van 200 uren in de samenhangende zaak, zich in de onderhavige zaak verzet tegen oplegging van een taakstraf van 100 uren vanwege de toepasselijkheid van de samenloopregeling via de weg van art. 63 Sr. Gelet op het voorgaande is die veronderstelling evenwel onjuist. Dat het hof ook in de onderhavige zaak art. 63 Sr heeft aangehaald, doet daaraan niet af. Gelet op het bij de stukken gevoegde uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de verdachte van 19 oktober 2020 laat die aanhaling zich verklaren door de (tussentijdse) veroordeling door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 15 november 2018. Daarmee faalt het middel.

Slotsom

11. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

12. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

13. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?