ECLI:NL:PHR:2022:721

ECLI:NL:PHR:2022:721, Parket bij de Hoge Raad, 30-08-2022, 21/00548

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 30-08-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/00548
Rechtsgebied Strafrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Conclusie AG. Art. 184.1 Sr. Bewezenverklaarde niet-voldoen aan 'krachtens de wet' gegeven bevel of vordering ontoereikend gemotiveerd. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

Nummer21/00548

Zitting 30 augustus 2022

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

Inleiding

3. Tegen het na terugwijzing gewezen arrest van het hof is cassatieberoep ingesteld. Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

4. De verdachte is veroordeeld wegens het overtreden van een door de burgemeester gegeven gebiedsverbod. Het middel bevat onder meer de klacht dat de bewezenverklaring van het niet-voldoen aan ‘een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.3.13 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Breda gedaan’ ontoereikend is gemotiveerd, omdat dat artikel geen uitdrukkelijke bevels- of vorderingsbevoegdheid bevat.

5. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

“hij op 1 augustus 2013 te Breda opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.3.13 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Breda gedaan door de Burgemeester van de gemeente Breda, als zodanig ambtenaar belast met enig toezicht, welk bevel of welke vordering op 3 mei 2013 in persoon aan hem, verdachte, werd uitgereikt, inhoudende - zakelijk weergegeven - zich in de periode van 3 mei 2013 tot en met 31 augustus 2013 verwijderd te houden uit het zogeheten VASTgebied, welk gebied is begrensd door en met inbegrip van de Belcrumweg, Van Voorst tot Voorststracit, Kievietstraat, Speelhuislaan, hel Speelhuisplein, de Terheijdenseweg, Terheijdensestraat, Delpratsingel, J.F. Kennedylaan, Catharinastraat, het Kasteelplein, de Cingelstraat, Schoolstraat, Vismarktstraat, Hoge Brug, Nieuwe Prinsenkade, Tramsingel, Smederijstraat en Slingerweg, immers heeft hij, verdachte, na uitreiking van dit bevel of deze vordering zich op 1 augustus 2013 te Breda niet verwijderd gehouden uit het VASTgebied en zich op de Slingerweg bevonden”.

6. Het hof deze bewezenverklaring gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen:

1.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 augustus 2013 (politiedossier A pg. 3-4), voor zover inhoudende als relaas verbalisant ( [verbalisant] ):

Op 1 augustus 2013 werd bij de politie gemeld dat er een vechtpartij gaande zou zijn op de locatie Slingerweg ter hoogte van perceel 90. De politie ging naar de opgegeven locatie. De Slingerweg 90 te Breda betreft een locatie voor daklozen.

De aanwezige [betrokkene 1] vertelde dat hij ruzie heeft gehad met de aanwezige [verdachte] , geboortedatum [geboortedatum] 1971. [betrokkene 1] vertelde dat hij van de vechtpartij geen aangifte wilde doen, maar dat het hem bekend was dat [verdachte] een gebiedsverbod had en niet op de Slingerweg mocht komen.

De politieambtenaren hielden [verdachte] , geboortedatum [geboortedatum] 1971, aan. Dit betrof op de locatie Slingerweg, tegenover de ingang van perceel 90 nabij het hek van de Nederlandse Spoorwegen te Breda.

Gebiedsverbod

Op 18 maart 2013 heeft de burgermeester van Breda een gebiedsverbod opgelegd aan verdachte [verdachte] zoals bedoeld in artikel 2.3.13 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Breda. Deze mededeling is op 3 mei 2013 schriftelijk aan verdachte [verdachte] in persoon uitgereikt.

Het uitgegeven bevel geldt voor het gebied VAST. Dit is het gebied dat wordt begrensd door en met inbegrip van: Belcrumweg, Van Voorst tot Voorststraat, Kievitstraat, Speelhuislaan, Speelhuisplein, Terheijdenseweg, Terheijdensestraat, Delpratsingel, J.F. Kennedylaan, Catharinastraat, Kasteelplein, Cingelstraat, Schoolstraat, Vismarktstraat, Hoge Brug, Nieuwe Prinsenkade, Tramsingel, Smederijstraat en Slingerweg.

Een verbod voor dit gebied geldt 24 uur per dag.

De locatie waar [verdachte] werd aangehouden valt binnen dit gebied, de Slingerweg ter hoogte van perceel 90 te Breda.

2.

Een in het ongenummerde politiedossier B opgenomen brief d.d. 3 mei 2013, met daarbij gevoegd een bewijs van uitreiking in persoon op 3 mei 2013, met kenmerk BRD/2013.5947 (4 pagina’s), voor zover inhoudende als mededeling van de burgemeester van Breda (P.C.A.M. van der Velden) aan verdachte [verdachte] :

Op 18 maart 2013 heb ik u een gebiedsverbod opgelegd voor het zogenaamde VAST gebied. Omdat u zich niet heeft gehouden aan het genoemde verbod zal ik dit verbod verlengen tot en met 31 augustus 2013.

Op grond van artikel 2.3.13 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Breda 2004 heb ik de bevoegdheid om aan personen die een bedreiging vormen voor de openbare orde een gebiedsverbod op te leggen.

Het gebiedsverbod geldt tot en met 31 augustus 2013 dagelijks de gehele dag. Dit betekent dat u zich in de genoemde periode niet mag begeven dan wel bevinden in het hierna beschreven gebied.

Exacte begrenzing gebied

Het gebied waarvoor ik u een gebiedsverbod opleg, betreft het gebied VAST. Dit is het gebied dat wordt begrensd door en met inbegrip van:

Belcrumweg, Van Voorst tot Voorststraat, Kievietslaan, Speelhuislaan, Speelhuisplein, Terheijdensweg, Terheijdensestraat, Delpratsingel, J.F. Kennedylaan, Catharinastraat, Kasteelplein, Cingelstraat, Schoolstraat, Vismarktstraat, Hoge Brug, Nieuwe Prinsenkade, Tramsingel, Smederijstraat en Slingerweg.

3.

Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 augustus 2013 (politiedossier A pg. 5-6), voor zover inhoudende de verklaring van verdachte ( [verdachte] ), afgelegd op 1 augustus 2013:

U vraagt of ik wist dat ik niet op de Slingerweg mocht komen. Ja, dat wist ik. Ik ben daar gewoon even langs gegaan om op bezoek te gaan bij andere mensen die daar waren.”

7. Art. 184, eerste lid, Sr luidt:

“Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast […], wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.”

8. De tenlastelegging in deze zaak is toegesneden op art. 184, eerste lid, Sr. Die bepaling vereist een ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gegeven bevel of gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het geven van een bevel of het doen van een vordering.

9. Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte zich niet heeft gehouden aan “een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.3.13 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Breda gedaan door de Burgemeester van de gemeente Breda”. Dit deel van de bewezenverklaring is kennelijk gebaseerd op bewijsmiddel 1, waarin staat dat “de burgermeester van Breda een gebiedsverbod [heeft] opgelegd aan verdachte [verdachte] zoals bedoeld in artikel 2.3.13 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Breda” en waarin dit verbod wordt omschreven als een “uitgegeven bevel”.

10. Art. 2.3.13, eerste lid, APV Breda 2004 luidde ten tijde van het bewezenverklaarde feit:

“Een ieder is verplicht op een daartoe strekkend besluit, schriftelijk genomen door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde, zich te verwijderen en verwijderd te houden uit een door de burgemeester aangewezen gebied gedurende de tijd die in dat besluit genoemd is.”

11. Deze bepaling geeft de burgemeester aldus slechts de bevoegdheid een besluit te nemen waarin een gebiedsverbod is opgenomen. De bepaling houdt niet uitdrukkelijk in dat de burgemeester bevoegd is tot het geven van een bevel of tot het doen van een vordering. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat het gebiedsverbod in bewijsmiddel 1 wordt omschreven als een bevel.

Slotsom

12. Het middel slaagt.

13. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?