ECLI:NL:PHR:2023:1182

ECLI:NL:PHR:2023:1182, Parket bij de Hoge Raad, 19-12-2023, 23/02532

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 19-12-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/02532
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2024:79
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 6 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie AG. Beklag (art. 552a en 5.1.11 Sv) over beslag op goederen die n.a.v. Amerikaanse rechtshulpverzoeken in beslag zijn genomen o.g.v. art. 94 Sv. Terechte klachten over de (relatieve) bevoegdheid van de rb (M1) en overschrijding beslistermijn a.b.i. art. 552a.9 Sv (M3) die volgens AG echter niet tot cassatie kunnen leiden. Falende klacht over verwerping verweer ontbreken van vereiste dubbele strafbaarheid (M2). Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Samenhang met de zaken 23/02495, 23/02496, 23/02497, 23/02531 en 23/02521

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/02532 Br

Zitting 19 december 2023

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de klager

1. Het cassatieberoep

De rechtbank Oost-Brabant, heeft bij beschikking van 30 mei 2023 het op grond van art. 552a Sv en art. 5.1.11 Sv ingediende klaagschrift van de klager, strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klager van de onder hem op de voet van art. 94 Sv in beslag genomen goederen, ongegrond verklaard.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. M.M. Kuyp en J.L. Baar, beiden advocaat te Laren (Noord-Holland), hebben drie middelen van cassatie voorgesteld.

Er bestaat samenhang met de zaken 23/02495, 23/02496, 23/02497, 23/02531 en 23/02521 In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

2. Aanleiding en verloop van de procedure

Op 8 november 2022 heeft er naar aanleiding van een viertal rechtshulpverzoeken van de Amerikaanse autoriteiten op basis van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken (hierna: het Rechtshulpverdrag) een doorzoeking plaatsgevonden op het woonadres van de klager in [plaats] en op het vestigingsadres van [medeklaagster] in [plaats]. Tijdens deze doorzoeking zijn er ten laste van de klager diverse goederen op de voet van art. 94 lid 1 Sv (om de waarheid aan de dag te brengen) in beslag genomen.

Voor deze rechtshulpverzoeken hebben de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika om vertrouwelijkheid/geheimhouding gevraagd. Deze rechtshulpverzoeken zijn daarom niet aan de verdediging verstrekt.

Namens de klager is op 24 november 2022 een op art. 5.1.11 Sv jo art. 552a Sv gebaseerd klaagschrift ingediend dat strekt tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klager van de onder hem in beslag genomen goederen. Het klaagschrift is op 2 mei 2023 in openbare raadkamer behandeld. De meervoudige raadkamer van de rechtbank Oost-Brabant heeft op 30 mei 2023 het beklag ongegrond verklaard.

In het eerste middel wordt geklaagd dat de rechtbank de bestreden beschikking onbevoegd heeft genomen. Het tweede middel is gericht op de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag meer in bijzonder met betrekking tot het vereiste van de dubbele strafbaarheid. Het derde middel komt op tegen het feit dat de rechtbank niet binnen de voorgeschreven termijn heeft beslist op het klaagschrift.

De beschikking

De rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard en in dat verband overwogen:

De beoordeling

Het klaagschrift is tijdig ingediend, immers binnen twee jaren na de inbeslagneming.

Niet in geschil is verder dat klager op de onderwerpelijke goederen als rechthebbende kan worden beschouwd.

Uit de overgelegde processtukken blijkt dat de beslaglegging heeft plaatsgevonden naar aanleiding van vier gedane rechtshulpverzoeken door de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika d.d. 7 augustus 2020, 23 juni 2022, 13 oktober 2022 en 2 november 2022, waarbij klager gemotiveerd is aangemerkt als één van de onderzoekssubjecten. Voor deze rechtshulpverzoeken hebben de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika om vertrouwelijkheid/ geheimhouding gevraagd, hetgeen volgens de officier van justitie op het moment van behandeling van onderhavig klaagschrift nog steeds aan de orde is. Voor de geheimhouding van deze rechtshulpverzoeken is een uitdrukkelijke grondslag aanwezig in artikel 11 van het toepasselijke Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 12 juni 1981 (hierna: het Rechtshulpverdrag).

Geheimhouding van de inhoud van de desbetreffende rechtshulpverzoeken voor klager in deze procedure is naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met enige rechtsregel, in het bijzonder niet met het rechtsbeginsel van fair / due process. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat de rechtbank wel kennis heeft genomen van de inhoud van deze rechtshulpverzoeken en de rechtmatigheid hiervan kan en zal beoordelen, alsmede dat de inhoud van de rechtshulpverzoeken niet strekt tot bewijs als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het Rechtshulpverdrag.

Het verzoek tot verstrekking van de rechtshulpverzoeken of andere nadere stukken aan klager en, daarmee samenhangend, aanhouding van de behandeling van het klaagschrift wordt, gelet op het bovenstaande, afgewezen.

Namens klager is gemotiveerd betoogd dat in dit geval niet is voldaan aan het vereiste van dubbele strafbaarheid, zoals opgenomen in artikel 6 van het Rechtshulpverdrag.

Met betrekking tot dit betoog overweegt de rechtbank als volgt.

Bij de beoordeling van dit verweer heeft (ook) in zaken als deze naar het oordeel van de rechtbank als criterium te gelden dat de materiële feiten waarvoor de rechtshulp is verzocht binnen de termen van een Nederlandse strafbaarstelling vallen en dat de relevante Amerikaanse strafbaarstellingen en de relevante Nederlandse strafbaarstellingen in de kern hetzelfde rechtsgoed beschermen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de in de rechtshulpverzoeken omschreven strafbare feiten en op de Nederlandse strafwet, in het bijzonder het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet, aan dit criterium voldaan. Voor een nadere motivering van dit oordeel ziet de rechtbank geen ruimte, gelet op de bedongen geheimhouding van de onderliggende rechtshulpverzoeken. Het betoog faalt.

Naar het oordeel van de rechtbank voldoen de vier rechtshulpverzoeken ook overigens aan de daaraan te stellen eisen. De rechtbank ziet daarom ook niet in waarom, zoals door klaagster gesteld, sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheid.

De rechtbank is voorts van oordeel dat het belang van strafvordering zich op dit moment nog verzet tegen teruggave van de in beslag genomen voorwerpen. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het in deze om voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen in het Amerikaanse onderzoek (vgl. artikel 94, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering).

Voor het geven van een opdracht aan de officier van justitie tot het, kortweg, kopiëren van in. beslag genomen gegevens en bescheiden, zoals door klager in raadkamer verzocht acht de rechtbank geen grond aanwezig. Dit laat onverlet dat klager en de officier van justitie hiervoor buiten de rechtbank om met elkaar in contact kunnen treden.

De rechtbank zal het klaagschrift ongegrond verklaren.”

3. Het eerste middel

In het eerste middel wordt geklaagd dat de art. 5.1.11 en 552a lid 3 en lid 4 Sv zijn geschonden omdat de rechtbank Oost-Brabant onbevoegd is om te beslissen op het onderhavige beklag.

Ingevolge art. 5.1.11 lid 1 Sv kan degene bij wie in het kader van een rechtshulpverzoek voorwerpen in beslag zijn genomen binnen 14 dagen na kennisgeving van dit beslag een klaagschrift indienen op grond van art. 552a Sv. Bevoegd is het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd (art. 552a lid 3 Sv). Is een vervolging (nog) niet ingesteld, dan is de rechtbank bevoegd van het arrondissement waarin het voorwerp in beslag is genomen (art. 552a lid 4 Sv). Mocht de vervolging alsnog zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift is begonnen, dan vindt de behandeling plaats bij het in het derde lid bedoelde gerecht (art. 552a lid 4 Sv).

In deze zaak doet zich de situatie van art. 552a lid 4 Sv voor. De beslaglegging heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een rechtshulpverzoek door de Amerikaanse autoriteiten: van een vervolging (in Nederland) is in deze zaak geen sprake. Dat betekent dat de rechtbank bevoegd is binnen het arrondissement waar de beslaglegging heeft plaatsgevonden. Terecht wordt in de toelichting op het middel gesteld dat nu de beslaglegging in [plaats] en [plaats] heeft plaatsgevonden, de rechtbank Midden-Nederland en niet de rechtbank Oost-Brabant bevoegd is om het onderhavige beklag te behandelen.

Tot cassatie hoeft dat naar mijn mening niet te leiden omdat bij de behandeling in de raadkamer van de rechtbank deze relatieve bevoegdheidskwestie niet aan de orde is gesteld en in de schriftuur niet is aangevoerd welk bijzonder belang de klager heeft bij de behandeling van het beklag door de rechtbank Midden-Nederland. De regeling van relatieve bevoegdheid biedt een praktische oplossing bij de verdeling van zaken over de gerechten en zorgt ervoor dat in elk geval één gerecht bevoegd is. Verder strekt de regeling tot rechtsbescherming van de verdachte, zoals het beperken van onredelijk lange reistijden om het aanwezigheidsrecht uit te oefenen, het voorkomen van forum shopping door het openbaar ministerie en het waarborgen van een behandeling van de zaak door een onpartijdige en niet vooringenomen rechter. Gesteld noch gebleken is dat in onderhavige zaak hiervan sprake is. Evenmin zijn er aanwijzingen dat de klager op andere wijze tekort is gedaan in zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechter.

Dat betekent dat het middel bij gebrek aan belang faalt.

4. Het tweede middel

Het tweede middel bevat de klacht dat de beslissing van de rechtbank tot ongegrondverklaring niet, althans onvoldoende met redenen is omkleed.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het beklag voorop gesteld dat het beklag heeft plaatsgevonden naar aanleiding van vier rechtshulpverzoeken van de Verenigde Staten van Amerika en dat de autoriteiten van dit land om vertrouwelijkheid/geheimhouding hebben gevraagd, hetgeen volgens de officier van justitie op het moment van behandeling van onderhavig klaagschrift nog steeds aan de orde was. Als grondslag voor de geheimhouding van deze rechtshulpverzoeken heeft de rechtbank gewezen op art. 11 van het Rechtshulpverdrag. Vervolgens heeft de rechtbank kort gezegd geoordeeld dat gelet op deze plicht tot geheimhouding het verzoek tot verstrekking van de rechtshulpverzoeken of andere nadere stukken aan klager moet worden afgewezen.

Over dit oordeel wordt in cassatie niet geklaagd. Evenmin wordt geklaagd over de omstandigheid dat de geheimhouding van stukken met zich mee brengt dat de rechtbank met een meer summiere motivering dan gebruikelijk zal moeten volstaan.

Volgens de stellers van het middel ontbreekt in onderhavige zaak echter “enige vorm van – toetsbare en kenbare – motivering”, meer in het bijzonder met betrekking tot de verwerping van het verweer over de dubbele strafbaarheid. In raadkamer is door de verdediging in dit verband aangevoerd dat in ieder geval van een materiële omschrijving van de feiten sprake moet zijn, of dat de rechtbank in ieder geval tot uitdrukking moet brengen daaraan te hebben getoetst. Nu de rechtbank dit heeft nagelaten is “in het geheel niet na te gaan op welke wijze de rechtbank is nagegaan of (…) aan het vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan”, aldus de stellers van het middel

Dit betoog volg ik niet. Hoewel de motivering summier is, heeft de rechtbank gelet op de inhoud van de rechtshulpverzoeken die ook aan de Hoge Raad zijn toegezonden, geoordeeld dat de materiële feiten waarvoor de rechtshulp is verzocht binnen de termen van een Nederlandse strafbaarstelling vallen, in het bijzonder het Wetboek van Strafvordering en de Opiumwet, en dat de relevante Amerikaanse strafbaarstellingen en de relevante Nederlandse strafbaarstellingen in de kern hetzelfde rechtsgoed beschermen. Deze motivering geeft blijk van toepassing van het juiste criterium en is gelet op de inhoud van de (voor de klager afgeschermde) rechtshulpverzoeken niet onbegrijpelijk. Ik heb begrip voor de frustratie aan de kant van de klager dat er geen zicht is op de aard van de feiten waarvan hij wordt verdacht. Dit is echter inherent aan de plicht tot geheimhouding bij rechtshulpverzoeken als de onderhavige.

Het middel faalt.

5. Het derde middel

In het derde middel wordt geklaagd dat art. 5.1.11 jo art. 552a lid 9 Sv is geschonden omdat de rechtbank niet binnen de voorgeschreven termijn heeft beslist op het klaagschrift, te weten binnen 30 dagen na ontvangst van het klaagschrift.

Op zichzelf hebben de stellers van het middel een punt, maar de beslistermijn zoals die is opgenomen in art. 552a lid 9 Sv is niet voorzien van een sanctie en kan om die reden niet tot nietigheid van de bestreden beschikking leiden. Evenmin is aangevoerd welke door de beginselen van een behoorlijke procesorde beschermde belangen van de beslagene zouden zijn geschonden en om die reden tot nietigheid van de bestreden beschikking zou moeten leiden.

Het middel faalt.

6. Conclusie

De middelen falen en kunnen worden afgedaan met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.

Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?