ECLI:NL:PHR:2023:1226

ECLI:NL:PHR:2023:1226, Parket bij de Hoge Raad, 05-12-2023, 21/03102

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 05-12-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/03102
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2024:117
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 21/02959, 21/02994, 21/03019, 21/03043, 21/03079 en 21/03282 en met 21/03101 en 21/03103 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 21/03102

Zitting 5 december 2023

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 12 juli 2021 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens (in de zaak met parketnummer 02-984812-10) onder 5 “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod” en (in de zaak met parketnummer 02-984839-12) “medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden.

Er bestaat samenhang met de zaken 21/03043, 21/03019, 21/02994, 21/03079, 21/02959, 21/03282, 21/03101 en 21/03103. In de laatste twee zaken is reeds arrest gewezen. In de overige zaken zal ik vandaag ook concluderen.

2. Ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is blijkens de akte van uitreiking op 3 mei 2022 uitgereikt aan een huisgenoot op het BRP-adres van de verdachte. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 4 juli 2022. Echter, naar aanleiding van een verzoek van de raadsvrouw is een nadere termijn tot het indienen van een schriftuur houdende middelen van cassatie verleend. Deze termijn liep tot en met 23 maart 2023. Gedurende deze termijn is geen cassatieschriftuur binnengekomen.

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

3. Conclusie

Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?