ECLI:NL:PHR:2023:170

ECLI:NL:PHR:2023:170, Parket bij de Hoge Raad, 14-02-2023, 21/04245

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 14-02-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/04245
Rechtsgebied Strafrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Conclusie AG. Vrijheidsberoving met dodelijke afloop door verdrinking in het Gooimeer in 2016. Het eerste middel betreft de afwijzing van een verzoek om twee getuigen te horen. Het tweede middel klaagt over het bewijs van het causaal verband tussen het gedrag en de dood. Beide middelen slagen niet en het cassatieberoep kan worden verworpen.

Uitspraak

22. Het eerste middelfaalt.

23. Het tweede middel klaagt over de motivering van het bewezenverklaarde oorzakelijk verband tussen de gedragingen en de dood.

24. Volgens het middel en de daarop in de cassatieschriftuur onder nummer 2.15 gegeven toelichting is de motivering onvoldoende en/of onbegrijpelijk wegens het ontbreken van (nadere) vaststellingen over de precieze doodsoorzaak, over de watertemperatuur en over de termijn dat het slachtoffer in het water heeft verbleven en dat verdachten op het strand naar hem hebben gezocht.

25. Voor de overwegingen van het hof inzake het oorzakelijk verband verwijs ik naar randnummer 8, in het bijzonder onder het kopje ‘Causaal verband tussen de vrijheidsberoving en het overlijden van [slachtoffer] ’.

26. Het middel klaagt niet over de door het hof bij de bepaling van het oorzakelijk verband aangelegde maatstaf. Weliswaar wordt in de toelichting op het middel (zeer) uitvoerig aandacht besteed aan uit de literatuur bekende uiteenlopende benaderingen van de strafrechtelijke causaliteit, maar dat leidt niet tot een concrete klacht over een door het hof onjuist toegepast criterium. Volgens vaste rechtspraak is het (nogal onbepaalde en voor de invulling nogal van de omstandigheden van het geval afhankelijke) criterium voor strafrechtelijke causaliteit ‘redelijke toerekening’. In de - ook door het hof geciteerde - woorden van de Hoge Raad uit 2012:

“Doorgaans is bij de beantwoording van de vraag of in strafrechtelijke zin causaal verband bestaat niet aan twijfel onderhevig dat in de keten van gebeurtenissen de gedraging van de verdachte een noodzakelijke factor is geweest voor het ingetreden gevolg - en staat dat gevolg dus in condicio sine qua non-verband tot de gedraging, welk verband in beginsel als ondergrens van het causaal verband fungeert -, maar gaat het daarbij vooral erom of het ingetreden gevolg redelijkerwijs aan (de gedraging van) de verdachte kan worden toegerekend.”

27. De eerste klacht betreft niet zo zeer de causaliteit als wel het bewijs van enige concrete oorzaak van de dood. De klacht dat het hof die doodsoorzaak in het midden heeft gelaten door te spreken van verdrinking als mogelijke doodsoorzaak berust op een onjuiste lezing van de overwegingen van het hof. Ik verwijs naar de overwegingen van het hof over de dood van [slachtoffer] , zoals hierboven geciteerd onder randnummer 8. Het hof wijst er op dat de patholoog concludeert dat gelet op de situatie bij vinding, verdrinking als mogelijke doodsoorzaak dient te worden overwogen. Belangrijk is vervolgens wat in de forensische literatuur wordt beschreven met betrekking tot verdrinking als doodsoorzaak, te weten dat verdrinking als doodsoorzaak niet kan worden vastgesteld bij sectie. Kortom de conclusie van de deskundige zal nooit zijn dat verdrinking de doodsoorzaak is, hooguit dat het als doodsoorzaak dient te worden overwogen. Nu volgens de deskundige verdrinking als doodsoorzaak dient te worden overwogen en nu een mogelijk alternatieve doodsoorzaak niet aannemelijk is geworden concludeert het hof dat de dood is ingetreden door verdrinking. De klacht mist daarmee feitelijke grondslag. Ten overvloede: in voorkomend geval behoeft enige onzekerheid over de doodsoorzaak het causaal verband nog niet uit te sluiten.

28. Dan de klacht dat door het hof uitsluitend de watertemperatuur ten tijde van het aantreffen van het stoffelijk overschot van het slachtoffer op 22 december 2016 in aanmerking is genomen en daarmee niet de (water)temperatuur ten tijde van het feit. In de onder randnummer 8 geciteerde overwegingen van het hof is onder het kopje ‘Wederrechtelijke vrijheidsbeneming’ ook een voetnoot (in het arrest genummerd 1) van het hof opgenomen en die voetnoot houdt de temperatuur in ten tijde van het bewezenverklaard feit (1 december 2016 in Lelystad, gemiddeld 7,8 graden Celsius, met een maximum temperatuur van 9,3 en een minimum temperatuur van 5,2 graden Celsius). In zoverre heeft het hof wel getracht enig inzicht in de temperatuur op de dag van het feit te geven. Die temperatuur achtte het hof relevant in het kader van de vrijheidsbeneming nu het koud was en verdachte geen jas (meer) had. Er ligt in besloten dat een mens in het algemeen dergelijke omstandigheden liever niet en zeker niet vrijwillig ondergaat.

29. De overwegingen van het hof onder randnummer 8, in het bijzonder onder het kopje ‘Causaal verband tussen de vrijheidsberoving en het overlijden van [slachtoffer] ’ houden niet in dat voor het aannemen van het causaal verband de temperatuur van het water gewicht in de schaal heeft gelegd. Het woord (water)temperatuur komt er niet in voor, evenmin als enige nadere verwijzing naar die temperatuur (bijvoorbeeld: het was koud). Ook in zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

30. In de overwegingen over het causaal verband in het arrest van het hof is niet met zoveel woorden aandacht besteed aan de omstandigheid dat verdachte naar het slachtoffer heeft gezocht en evenmin aan de omstandigheid dat het slachtoffer enige tijd in het water verbleef. Ook vaststellingen over de duur van het zoeken en de duur van het verblijf in het water ontbreken. Dergelijke nadere vaststellingen achten de stellers van het middel zo cruciaal dat het aannemen van causaal verband zonder die vaststellingen niet toereikend of onbegrijpelijk is gemotiveerd. De stellers besluiten met (cassatieschriftuur 2.15 laatste zin): “Zonder nadere feitelijke vaststellingen kan niet worden gezegd dat de in de bewijsmiddelen vastgestelde gedragingen van verdachten een redelijkerwijs voorzienbare kans op letsel, laat staan de dood, met zich mee hebben gebracht en dat het overlijden van het slachtoffer redelijkerwijze als gevolg van de wederrechtelijke vrijheidsberoving aan de verdachte en de medeverdachten kunnen worden toegerekend.”

31. Ik volg dat niet en meen dat deze klacht niet tot cassatie kan leiden. Omtrent beide feitelijke punten zou de verdediging in feitelijke aanleg een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359 lid 2, tweede lid, Sv hebben kunnen innemen en vervolgens zou er over het ontbreken van een (toereikende en begrijpelijke) beslissing van het hof naar aanleiding van dat standpunt in cassatie kunnen worden geklaagd. Nu is daarvoor geen ruimte meer. Ik wijs er bovendien nog op dat in de schriftuur terloops lijkt te worden geschakeld naar de adeguatietheorie (‘redelijk voorzienbaar’). Het hof gebruikt die woorden in de overwegingen niet, maar houdt het op de redelijke toerekening. Ook op dit punt ontbreekt een beroep op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Ten overvloede meen ik dat gelet op alle omstandigheden van het geval ook de conclusie dat de dood in redelijkheid voorzienbaar was niet onbegrijpelijk is.

32. Het oordeel van het hof dat de dood is veroorzaakt door het gedrag, is onjuist noch onbegrijpelijk.

33. Het tweede middelfaalt eveneens.

34. Beide middelen falen en het tweede middel kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

35. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?