PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/04166
Zitting 6 januari 2023
CONCLUSIE
M.L.C.C. Lückers
In de zaak
[eiser],
eiser tot cassatie,
tegen
Woningcorporatie Stichting Trivire
1. Procesverloop
De kantonrechter te Dordrecht heeft bij eindvonnis van 11 februari 2021 voor recht verklaard dat de huurovereenkomst tussen partijen voor wat betreft de twee parkeerplaatsen zijn opgezegd en eiser tot cassatie veroordeeld tot ontruiming van die parkeerplaatsen en tot betaling van de proceskosten. Het hof Den Haag heeft bij arrest van 29 maart 2022 (zaaknummer: 200.292.753/01) de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd.
Bij faxbericht van 29 juni 2022 (hierna: ‘procesinleiding’) heeft eiser tot cassatie met een door hemzelf opgestelde cassatieschriftuur met cassatiemiddelen zonder tussenkomst van een advocaat of andere gemachtigde cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het hof. In de procesinleiding wordt geen advocaat bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 9j van de Advocatenwet aangewezen die eiser tot cassatie zal vertegenwoordigen.
De waarnemend griffier bij de Hoge Raad heeft op 30 juni 2022 aan eiser tot cassatie laten weten dat het cassatieberoep niet is ingediend op de wijze zoals voorgeschreven in art. 407 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), te weten door indiening van een procesinleiding in het (elektronische) portaal van de Hoge Raad door een advocaat bij de Hoge Raad die eiser tot cassatie in het geding zal vertegenwoordigen. Aan eiser tot cassatie is een termijn van twee weken verleend om dezelfde cassatieschriftuur, maar dan op de door de wet voorgeschreven wijze, door een advocaat bij de Hoge Raad te doen indienen. Tevens is eiser tot cassatie erop gewezen dat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een partij die zonder een cassatieadvocaat een cassatieberoep instelt, in dat beroep niet ontvankelijk wordt verklaard en dat bij voortzetting van het beroep griffierecht verschuldigd wordt.
Binnen de gestelde termijn is geen door een advocaat bij de Hoge Raad ingediende en door deze (elektronisch) ondertekende procesinleiding ten behoeve van eiser tot cassatie ontvangen. Eiser tot cassatie heeft bij e-mail van 25 oktober 2022 laten weten dat hij zijn beroep handhaaft. Het griffierecht is voldaan.
2. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
De vraag die moet worden beantwoord is of eiser tot cassatie ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. Een cassatieberoep in een burgerlijke zaak kan alleen worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad. In een vorderingsprocedure, zoals deze procedure, moet het cassatieberoep op grond van art. 407 leden 1 en 3 Rv worden ingesteld door middel van een procesinleiding waarin een advocaat bij de Hoge Raad wordt aangewezen die eiser tot cassatie in het geding zal vertegenwoordigen. De procesinleiding moet op grond van art. 30c lid 1 in verbinding met art. 407 lid 1 Rv langs elektronische weg worden ingediend. Daarvoor is het webportaal van de Hoge Raad aangewezen. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad leidt het niet in acht nemen van deze voorschriften tot niet-ontvankelijkheid van eiser tot cassatie in zijn cassatieberoep. Dat is alleen anders indien de verzuimen zijn hersteld doordat dezelfde procesinleiding met inachtneming van de voorschriften opnieuw is ingediend. In dat verband hanteert de Hoge Raad een termijn van twee weken.
Herstel heeft in deze procedure niet plaatsgevonden.
Eiser tot cassatie dient op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
3. Conclusie
De conclusie strekt ertoe dat eiser tot cassatie in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G