ECLI:NL:PHR:2023:74

ECLI:NL:PHR:2023:74, Parket bij de Hoge Raad, 31-01-2023, 21/04398

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 31-01-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/04398
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2023:389
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie AG. Beklag, beslag. Inbeslagname auto met verborgen ruimte. Rechtbank heeft beklag ongegrond verklaard, maar heeft niet vastgesteld dat auto in verband staat tot begaan strafbaar feit. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 21/04398 B

Zitting 31 januari 2023

CONCLUSIE

A.E. Harteveld

In de zaak

[klaagster] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de klaagster

1. Inleiding

De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 19 oktober 2021 het beklag van de klaagster, strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen personenauto, ongegrond verklaard.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster en S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

Het middel bevat de klacht dat de rechtbank het beklag ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Daartoe wordt aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de strafrechter de inbeslaggenomen auto later kan onttrekken aan het verkeer. Voor onttrekking aan het verkeer is immers een verband vereist tussen het inbeslaggenomen voertuig en een strafbaar feit, terwijl de rechtbank heeft overwogen dat in de verborgen ruimte geen strafbare goederen zijn aangetroffen.

De rechtbank heeft in haar beschikking de inhoud van het klaagschrift als volgt weergegeven:

“Klaagster is niet als verdachte aangemerkt. Het is niet waarschijnlijk dat een rechter later oordelend de onttrekking aan het verkeer zal bevelen. Er ligt nu ook geen vordering tot onttrekking. Het is redelijk en opportuun om klaagster in de gelegenheid te stellen de verborgen ruimte te laten herstellen. Klaagster zal dan eerst een offerte laten opstellen voor de herstelkosten en naar aanleiding daarvan kunnen beslissen of tot herstel zal worden overgegaan. De rechtbank kan het klaagschrift dan voorwaardelijk gegrond verklaren onder de voorwaarde dat klaagster de auto in oorspronkelijk staat laat herstellen.”

De rechtbank heeft vervolgens overwogen:

“Op 16 april 2021 is onder [betrokkene] op de voet van artikel 94 Sv voornoemd voorwerp in beslag genomen. Uit het proces-verbaal van politie van 16 april 2021 blijkt dat in de auto een verborgen ruimte is aangetroffen onder de zitting van de achterbank.

(…)

Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, met betrekking tot het voorwerp de verbeurdverklaring zal uitspreken of onttrekking aan het verkeer zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4°, Sr in verbinding met art 552f Sv.

(…)

De rechtbank dient in dit geval te beoordelen of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal opleggen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat een dergelijke speciaal in een auto aangebrachte ruimte veelal wordt gebruikt voor criminele doeleinden zoals bijvoorbeeld het vervoer van drugs, geld en/of vuurwapens. Het feit dat er in dit geval niets in de verborgen ruimte is aangetroffen maakt dit niet anders. De auto hoort in de huidige staat niet thuis in het verkeer. De rechtbank is op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de in beslag genomen auto zal onttrekken aan het verkeer.

Het beklag dient dan ook ongegrond te worden verklaard.”

De rechtbank heeft dus geoordeeld dat de auto later door de strafrechter kan worden onttrokken aan het verkeer. In de schriftuur wordt dat oordeel betwist. De steller van het middel wijst daartoe op een conclusie van mijn ambtgenoot Spronken in een vergelijkbare zaak over een auto met een verborgen ruimte. De Hoge Raad heeft in zijn daarop volgende arrest het volgende overwogen:

De beslissing op de vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 Sv

Met het “feit” in artikel 36c en 36d Sr wordt een begaan strafbaar feit bedoeld. De rechter die bij afzonderlijke beschikking als bedoeld in artikel 36b lid 1, onder 4°, Sr de onttrekking aan het verkeer beveelt, zal moeten vaststellen dat het inbeslaggenomen voorwerp in een in artikel 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot een begaan strafbaar feit.

Gelet hierop, is het oordeel van de rechtbank dat de auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer ontoereikend gemotiveerd, nu de bestreden beschikking niets inhoudt waaruit kan worden afgeleid dat de auto in verband staat tot een begaan strafbaar feit. De door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden dat in de auto een verborgen ruimte is aangebracht en dat een feit van algemene bekendheid is dat dergelijke verborgen ruimtes veelal worden gebruikt voor criminele doeleinden, zoals het vervoer van drugs, geld en/of vuurwapens, zijn niet toereikend voor dat oordeel.

Het cassatiemiddel is in zoverre terecht voorgesteld.

(…)

De beslissing op het klaagschrift als bedoeld in artikel 552a lid 1 Sv

De rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave van de auto verzet omdat de auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer en de rechtbank de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de auto toewijst. Gelet op wat hiervoor onder 3.4.1 en 3.4.2 is overwogen, is het oordeel van de rechtbank ontoereikend gemotiveerd. Ook in zoverre is het cassatiemiddel terecht voorgesteld.”

Naar mijn oordeel is de klacht gegrond. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de onttrekking aan het verkeer van de auto zal opleggen, omdat een feit van algemene bekendheid is dat een verborgen ruimte in een auto veelal wordt gebruikt voor criminele doeleinden, en daaraan niet afdoet dat in de verborgen ruimte niets is aangetroffen. Dat oordeel is ontoereikend gemotiveerd, omdat de beschikking niets inhoudt waaruit blijkt dat de auto in verband staat tot een begaan strafbaar feit. De door de rechtbank genoemde omstandigheden zijn voor dat oordeel niet toereikend.

3. Slotsom

Het middel slaagt.

Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beslissing aanleiding behoren te geven.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?