PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04533 B
Zitting 22 oktober 2024
CONCLUSIE
A.E. Harteveld
In de zaak
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de klager
Uit namens mij ingewonnen informatie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland van 14 oktober 2024 blijkt, voor zover hier van belang, dat er voor het onderhavige horloge een zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden, welke in mindering is gebracht op het nog openstaande bedrag van het confiscatiebevel van de Duitse autoriteiten. Hieruit leid ik af dat het betreffende voorwerp door het Openbaar Ministerie aan de klager is teruggegeven (art. 118a, eerste lid, Sv).
Indien een op de voet van art. 94a Sv inbeslaggenomen voorwerp, na een zekerheidsstelling als bedoeld in art. 118a Sv, aan de klager is teruggegeven, is daarmee het beslag geëindigd, zoals volgt uit art. 134, tweede lid onder a, Sv. Dat brengt mee dat de klager niet-ontvankelijk is in het door hem ingestelde beroep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden