ECLI:NL:PHR:2024:1221

ECLI:NL:PHR:2024:1221, Parket bij de Hoge Raad, 19-11-2024, 21/03656

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 19-11-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/03656
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:328
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie AG. O.a. oplichting (frauduleuze webwinkels lijkend op o.a. Babboe en BCC), witwassen en computervredebreuk. M1: Bewijsklacht medeplegen oplichting frauduleuze webwinkels Babboe. M2: Bewijsklacht witwassen personenauto. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat vd wist dat personenauto van misdrijf afkomstig was? M3: Verzuim toepassing art. 63 Sr. M4: Inzendtermijn in cassatie. Ambtshalve: overschrijding redelijke termijn in cassatie en overschrijding maximale duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft duur gevangenisstraf en voor zover bij schadevergoedingsmaatregel duur gijzeling is bepaald op 429 dagen, tot onderscheidenlijk vermindering daarvan en tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel gijzeling kan worden toegepast voor de duur van ten hoogste een jaar, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige. Samenhang met 21/03659 en 21/03655 (peek).

Uitspraak

4. Het eerste middel

Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 7 tenlastegelegde feit onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd, aangezien niet zonder meer uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat de verdachte voldoende nauw en bewust met de [medeverdachte 1] heeft samengewerkt om te kunnen spreken van medeplegen.

Ten laste van de verdachte is onder 7 bewezenverklaard dat:

“hij op tijdstippen gelegen in de periode van 21 september 2014 tot en met 10 augustus 2015 te Enschede, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, telkens met het oogmerk om zich en een of meer anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, 3 personen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, waaronder de navolgende personen, voor de navolgende geldbedragen:

ten aanzien van de frauduleuze website www. [website 1] .com

[slachtoffer 16] tot de afgifte van EUR 782,00

[slachtoffer 17] tot de afgifte van EUR 619,00

en

ten aanzien van de frauduleuze website www. [website 2] .com

[slachtoffer 21] tot de afgifte van EUR 1.580,50

en

ten aanzien van de frauduleuze website www. [website 3] .com

[slachtoffer 32] tot de afgifte van EUR 619,00

door

- bovengenoemde websites te bouwen en online te zetten en advertenties van bovengenoemde websites op www.marktplaats.nl te plaatsen (waarin producten te koop werden aangeboden), en beheerdersrechten op die websites te hebben en

- die bovengenoemde websites betrouwbare namen te geven en er (zeer) professioneel uit te laten zien (onder meer door vermelding van BTW-nummers en/of KvK-nummers (van een bestaand legitiem bedrijf) en/of ordernummers en contactmogelijkheid (via e-mail) en de mogelijkheid om via iDEAL te betalen) en

- op die bovengenoemde websites producten aan te bieden (in het hogere marktsegment) voor aantrekkelijke prijzen en

- op die bovengenoemde websites de producten op professionele wijze te beschrijven (door uitvoerige productinformatie te vermelden) en

- met een of meer van voornoemde personen per e-mail en/of via een chatapplicatie een of meermalen contact te onderhouden en/of overleg te voeren en/of informatie te verschaffen over de wijze van en/of het tijdstip van levering en/of betaling

waardoor voornoemde personen telkens werden bewogen tot bovengenoemde afgifte.”

De bewezenverklaring van dit feit steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“Feit 7 (oplichting) – zaaksdossier 05 Babboe

Het hof merkt op dat op bladzijde 50 van het arrest staat vermeld dat [slachtoffer 16] op 25 januari 2015 aangifte heeft gedaan van oplichting. [slachtoffer 16] heeft echter op 17 november 2014 aangifte gedaan, zij het dat deze aangifte op 25 januari 2015 is ondertekend. Het hof is van oordeel dat de verdachte niet in zijn belangen wordt geschaad door deze verschrijving.

Het hof merkt voorts op dat op bladzijde 51 van het arrest het volgende is vermeld:

“Het hof acht zoals hiervoor weergegeven wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de periode van 21 september 2014 tot en met 10 augustus 2015 schuldig heeft gemaakt aan oplichting van 16 aangevers met betrekking tot de malafide webwinkels [website 2] .com, [website 1] .com en [website 3] .com.”

Het hof stelt vast dat in de bewezenverklaring vier namen zijn opgenomen van personen die zijn opgelicht.

Het hof verbetert hetgeen op bladzijde 51 van het arrest is vermeld derhalve als volgt:

“Het hof acht zoals hiervoor weergegeven wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de periode van 21 september 2014 tot en met 10 augustus 2015 schuldig heeft gemaakt aan oplichting van 4 aangevers met betrekking tot de malafide webwinkels [website 2] .com, [website 1] .com en [website 3] .com.”

Het hof is van oordeel dat de verdachte door deze verbetering niet in zijn belangen wordt geschaad. Het hof is bij de strafmaatbepaling uitgegaan van 4 aangevers, zoals ook is bewezenverklaard.

[…]

54.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 28 oktober 2015 van de politie Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche met nr. LERDC15003-723/5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 4727 e.v.):

als de op 28 oktober 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] :

Namaak webshop [website 2] .com

V50. Wat kan je ons vertellen over de url www. [website 2] .com en jouw betrokkenheid?

A: Nou ja [website 2] .com is eigenlijk een website die iedereen, [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en ik gebruiken.

V51. Ik laat je als bijlage 4 een screenshot zien van een overzicht van bestellingen van [website 2] .com in Opencart. Met wat voor inlog naam en wachtwoord logde jij in?

A: Volgens mij is het gebruikersnaam admin en wachtwoord adminn.

V52. Heb jij ook gebruik gemaakt van de [gebruikersnaam] en het [wachtwoord] ?

A: Ja, bij [website 2] .com.

0: Ik zou je een tapgesprek willen laten lezen [Sessienr 322, bijlage 5). Het gesprek is een gesprek op 08 oktober 2015, omstreeks 14:16 uur, tussen het nummer [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] ( [betrokkene 4] ).

V59. Wat bedoel je met “Nee, ik heb wel advertenties gezet (fon.) en drie mails van Babboe gehad”?

A: Dat ik advertenties heb gezet en drie mails van Babboe heb gehad.

V60. Wat voor advertenties?

A: Marktplaats advertenties voor Babboe die leiden naar [website 2] .com

V61. Waar heb je die advertenties nog meer geplaatst?

A: Tweedehands.be

V62. Wat zijn dit voor mails van Babboe ?

A: Die heb ik nog nooit gehad. Dat zijn niet bestaande- email berichten om van het gezeur af te zijn.

V72. Je gaf aan dat de bezoeker via marktplaats.nl en tweedehands.be bij de webshop [website 2] .com uitkomen. Kun je iets vertellen hoe zo’n advertentie gemaakt wordt.

A: Eh, je zet gewoon een advertentie in de bijbehorende categorie.

V73. Welk accounts gebruik je voor het plaatsen van de advertenties op Marktplaats.nl waarbij goederen worden aangeboden die na betaling niet worden geleverd?

A: Dat zijn Markplaats accounts verkregen via phishing.

V74. Weet je nog welke account namen dit waren?

A: Diverse, ik kan nu niet zeggen welke maar als je het mij laat zien dan kan ik wel zeggen of ik deze gebruikt heb.

O: Wij laten je screenshots zien van Marktplaats.nl advertenties van de Marktplaats gebruikers [account 1] , [account 2] , [account 3] , [account 4] , [account 5] en [account 6] . Dit zijn bijlagen 7 t/m 12.

V75. Heb je gebruik gemaakt van deze Marktplaats accounts?

A: Ja

V76. Hoe ben je aan deze Marktplaats accounts gekomen?

A: Via Phishing

O: Wij hebben op basis van jullie [IP-adres] gegevens gevorderd bij Marktplaats, en wat blijkt: In de periode 24-04-2015 tot en met 27-07-2015 zijn er 17974 Marktplaats aangemaakt door 15 verschillende Admarkt accounts vanaf jullie IP-adres.

V81. Wat kan je hier over vertellen?

A: Dat dit ongetwijfeld klopt. Jullie hebben deze gegevens opgevraagd.

V82. Wie heeft deze 17949 Marktplaats advertenties geplaatst?

A: Ik

V83. Wat voor goederen werden er aangeboden in deze advertenties?

A: Ehh, goederen welke niet geleverd werden. Was van alles, voornamelijk consumenten elektronica.

55.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 3 november 2015 van de politie Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche met nr. LERDC15003-723/7. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 4761 e.v.):

als de op 3 november 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] :

Namaak webshop [website 2] .com

O: In het vijfde verhoor hebben we het korte gehad over de nep website [website 2] .com. Wij verbalisanten laten de verdachte een screenshot van de website [website 2] .com met daarin te zien een bestelling van [slachtoffer 33] . (Bijlage 1)

V35. Herken je deze screenshot?

A: Ja dit is [website 2] .com.

V37. Wat kan je vertellen over de website [website 2] .com en jouw betrokkenheid?

A: [website 2] .com was een website die iedereen gebruikte. Met iedereen bedoel ik de namen die eerder zijn genoemd, [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 5] in het begin en daarna niet meer en ik.

V38. Had iedereen dan toegang gegevens voor de website [website 2] .com.

A: Ja, dit was mijn inlog. Dat was mijn [gebruikersnaam] en [wachtwoord] .

V39. Waren er nog andere gebruikersnamen?

A: Er zijn wel andere gebruikersnamen geweest maar welke dat waren weet ik niet meer.

V40. Volgens mij worden jullie dan toch gek van elkaar als jullie allemaal inloggen en handelingen uitvoeren zonder dat jullie van elkaar weten wat jullie doen?

A: Daar is dus Skype voor. Daar werden dus afspraken over gemaakt. Er werd gewoon afgesproken wie, wanneer draaide.

V41. Welke taken versta jij onder draaide?

A: Advertenties plaatsen, traffic genereren en bestellingen afhandelen

V42. Dus als ik het goed begrijp hebben ook de andere personen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 5] (enkel in het begin) naast jezelf ook advertenties geplaatst voor [website 2] .com. Klopt dit?

A: Ja dit klopt

V43. Hoelang is [website 2] .com online geweest?

A: Bijna één jaar

V44. Werden de websites niet snel geblocked?

A: Nee, ze stonden wel na een paar uur op opgeletopinternet.nl maar daar kijkt niet iedereen op. V45. Wat is jouw rol geweest op [website 2] .com?

A: Ik heb geregeld [website 2] .com gedraaid en ik heb de website online gezet.

V47. Wie heeft de template voor [website 2] .com gemaakt?

A: [betrokkene 3] , ik heb de template gestolen uit zijn hosting pakket bij Offshorehosting. Ik kreeg nog geld van hem. [betrokkene 2] was volgens mij een keer bij hem en heeft toen meegekeken met [betrokkene 3] toen hij zijn wachtwoord invulde. [betrokkene 2] heeft dit aan mij gegeven en toen heb ik al zijn wachtwoorden, email en hosting veranderd, een backup gemaakt en alles op zwart gezet, letterlijk.

V54. Wie bepaalde de prijs van de artikelen op [website 2] .com?

A: Die zijn door mij gekozen. Het is een psychologisch spelletje. Als ik er 599 ervan maak is dit niet geloofwaardig. Tijdens mijn werk bij BCC leerde ik iets over het aantrekkelijk maken van artikelen door de juiste prijzen te bepalen. De prijs is wel aanpasbaar dus degene die de website draaide kan dat aanpassen maar in de praktijk gebeurde dit niet.

V55. Had jij overleg met anderen over de te kiezen prijs?

A: Nee, ieder bepaalde zijn eigen prijs in de periode dat deze de website draaide.

56.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 27 oktober 2015 van de politie Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche met nr. LERDC15003-723/4. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 4697 e.v.):

als de op 27 oktober 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] :

V38. Wat voor diensten heb jij afgenomen bij offshoreracks?

A: Domeinnaam en hosting

V40. Hadden meerdere mensen toegang tot hetzelfde account bij offshoreracks?

A: Ja

V42. Waarom hebben er meerdere mensen toegang tot jouw account bij offshoreracks?

A: Om domeinnamen te registreren, wijzigingen door te voeren en om recente websites op mijn account om te zetten naar backups.

V43. Wie hadden er toegang?

A: [betrokkene 3] , [betrokkene 1]

O: Wanneer we bovenstaande chats samenvatten dan worden de volgende domeinnamen in de chats genoemd:

[website 2] .com

V51. Wat kan je vertellen over deze domeinnamen?

A: Ik heb de domeinnamen die net werden genoemd allemaal geregistreerd bij offshoreracks.

57.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 20 november 2015 van de politie Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche met nr. LERDC15003-932. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 4850 e.v.):

als de op 20 november 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] :

V27. Hoe logde jij in bij ABN-Amro rekeningen van derde?

A: Via mijn laptop met de identificatiecode.

V28. Van wie kreeg je deze identificatiecode?

A: Van degene die de pas had vaak [betrokkene 2] . Ook wel eens [betrokkene 1] .

V29. Wat had je financieel afgesproken met [betrokkene 1] ?

A: 20% a 25%. De enige rekening die jullie van [betrokkene 1] hebben laten zien zijn Bitcoins.

58.

Een proces-verbaal d.d. 25 november 2015 van de politie Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche met nr. LERDC15003-953. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 7181 e.v.):

als relaas van opsporingsambtenaar [verbalisant 1] :

Op maandag 26 oktober 2015 te 08:20 uur werd in de [PI] aangehouden de verdachte [medeverdachte 1] , bij de aanhouding werd het onderstaande goed inbeslaggenomen. (ibn code LD300.01)

1 iphone4S

Skype-chat conversatie

In de iPhone 4S van [medeverdachte 1] bevinden zich verschillende Skype gesprekken. Hieronder heb ik een aantal fragmenten uit Skype gesprekken tussen “ [account 7] ” (account welke gebruikt wordt op de telefoon) en “ [account 8] ” weergegeven.

De gesprekken zijn gevoerd in de periode van 7 april 2015 tot 12 oktober 2015.

Het account “ [account 7] ” heeft de naam “ [naam 1] ” Het account “ [account 8] ” heeft de naam “ [naam 2] ”

[…]

60.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 december 2015 van de politie Landelijke Eenheid, Team High Tech Crime 3 met nr. LERDC15003-738. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 7219 e.v.):

als relaas van opsporingsambtenaar [verbalisant 2] :

Chats

De in beslag genomen desktop computer met beslagcode VA02.02 van [verdachte] , is met behulp van de forensische software Internet Evidence Einder geanalyseerd, hiermee zijn onder andere de Skype-chatgesprekken veiliggesteld. Op bovenstaande computer is gebruik gemaakt van verschillende Skype accounts. In dit proces-verbaal worden een aantal chats beschreven, alle chats zijn afkomstig van de PC van [verdachte] . Bij ieder gesprek is aangegeven welk Skype-account op dat moment werd gebruikt.

In een aantal chats komt de chatidentiteit [account 7] naar voren. Uit onderzoek is gebleken dat dit account wordt gebruikt door [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] en verdachte in onderzoek 26Meiberg.

2. Chatlog met [account 9] en [account 7]

In chatlog van [account 9] en [account 7] , waarbij de gebruiker [account 9] was aangemeld op bovenstaande computer, trof ik de volgende chatregels aan:

[…]

61.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juni 2016 van de politie Landelijke Eenheid, Team High Tech Crime 3 met nr. LERDC15003-1221. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. .7319 e.v.):

als relaas van opsporingsambtenaar [verbalisant 3] :

Ik heb in onderzoek 26Meiberg, onderzoek verricht aan de ontsleutelde gegevensdrager met inbeslagname nummer RA01.03. Deze gegevensdrager is in beslag genomen tijdens de doorzoeking van de woning aan het [a-straat 1] , [postcode] [plaats] , zie proces verbaal LERDC15003-1028. Dit is de woning van de vader van de [verdachte] .

Resume aangetroffen database dumps

Op de gegevensdrager heb ik 33 database dumps aangetroffen. De exacte locatie wordt per database nader toegelicht in dit PV. Nadat ik deze dumps heb aangetroffen heb ik deze middels Forensic Toolkit geëxporteerd om verder onderzoek te verrichten. Binnen deze dumps heb ik 52 verschillende domeinen aangetroffen. Na bevraging in open bronnen blijkt dat 44 van deze 52 domeinen gelinkt zijn aan internet oplichting en of het misbruik van het Thuiswinkel waarborg logo tevens komt er 1 domein voor welke gelinkt wordt aan malware.

Ook heb ik vanuit globaal onderzoek ondervonden dat vrijwel alle aangetroffen databases gelijk zijn qua opzet.

Ook heb ik in vrijwel alle databases een gedeelte gevonden wat de algemene voorwaarden weergaf voor het bestellen bij de webshop.

Ook heb ik in vrijwel iedere database dump een adressen bestand aangetroffen.

Ook bestaat binnen vrijwel iedere database het gedeelte user.

Onderstaande een screenshot van de user informatie van de webshop [website 2] .com.

[…]

Opvallend aan bovenstaande user gegevens is het IP-adres. Dit IP-adres is namelijk in gebruik op het adres waar de verdachte [medeverdachte 1] woonachtig is.

Het bestand [bestand] _user.sql

Op de locatie //root/ [bestand] _user.sql heb ik het bovengenoemde bestand aangetroffen.

Ik heb dit bestand geopend met Notepad++ zodat ik de inhoud van dit bestand kon bekijken.

Binnen dit bestand zie ik een rekeningnummer met begunstigde genoemd dit is:

- [rekeningnummer] t.n.v. Babboe B.V

Ook kom ik in hetzelfde bestand onder de kop ‘OC_ORDER’ de volgende url’s tegen:

http://www. [website 1] .com/

http://www. [website 2] .com/

[…]

63.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 24 november 2015 van de politie Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche met nr. LERDC15003-943. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 4899 e.v.):

als de op 24 november 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] :

[website 1] .com

V5. Wat kan je vertellen over jouw rol en betrokkenheid bij [website 1] .com?

A: Ik heb de website geregistreerd en heb er ook financieel voordeel bij gehad. Ik heb de site ook geüpload.

V6. Wat was het doel van [website 1] .com?

A: Laten betalen en niet leveren.

V7. Wanneer is [website 1] .com gestart?

A: Vorige jaar zomer denk ik. Ongeveer 1,5 tot 2 maanden heeft het gedraaid.

V8. Hoe ging dat in zijn werk?

A: Zorgen voor accounts, dus accounts phishen. En advertenties plaatsen.

V9. Waarom kochten bezoekers op deze website een product en niet op de originele website van Babboe ?

A: Omdat het goedkoper is.

V10. Wie waren er nog meer betrokken bij [website 1] .com?

A: [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] .

V11. Wat was jullie rolverdeling?

A: [betrokkene 2] regelde de bankpassen. Ik en [betrokkene 3] deden de advertenties. En [betrokkene 1] regelde voornamelijk bankpassen. Met [betrokkene 1] bedoel ik [betrokkene 1] .

V12. Wie was de technisch beheerder van [website 1] .com?

A: Nou ja de back-up is gemaakt door [betrokkene 3] . Ik heb de site geüpload maar aanpassingen kan iedereen doen.

V13. Waar was de website gehost?

A: Offshoreracks in Panama.

V14. Welke emailadressen werden gebruikt bij deze webshop, bijvoorbeeld voor de correspondentie met de slachtoffer?

A: Alleen info@ [website 1] .com.

V15. Hoe kon je op de webshop betalen?

A: Alleen maar door overschrijvingen.

V16. Hoe kwam je aan deze bankrekeningnummers?

A: Door [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] .

V17. Hoeveel verkopen zijn er geweest met [website 1] .com?

A: Nee dat durf ik niet te vertellen.

V18. Hoeveel is er in totaal verdiend met [website 1] .com?

A: 10.000 euro? Misschien 15.000 euro.

V19. Hoeveel heb jij zelf verdiend met [website 1] .com?.

A: 20% daarvan.

V20. Hoe kreeg jij het geld dat verdiend was met de webshop uitbetaald?

A: 3v.

V21. Van wie kreeg jij geld dat verdiend was met de webshop uitbetaald?

A: Van degene die de bankpas had geregeld. Dat kan [betrokkene 2] , [betrokkene 1] of [betrokkene 3] zijn.

[website 3] .com

V23. Wat kan je vertellen over jouw rol en betrokkenheid bij [website 3] .com?

A: Hetzelfde als bij de vorige webshop. Uploaden en adverteren.

V24. Wat was het doel van [website 3] .com?

A: Laten betalen en niet leveren.

V25. Wanneer is [website 3] .com gestart?

A: Nee weet ik niet meer, ik denk dat je naar nog wel naar kunt kijken. Die hosting verloopt maar het domein niet.

V26. Hoe ging dat in zijn werk?

A: Domein registreren, de back-up uploaden, installeren en daarna adverteren.

V27. Waarom kochten bezoekers op deze website een product en niet op de originele website van Babboe ?

A: Goedkoper, die prijzen zijn allemaal hetzelfde gebleven in de loop der tijd. Dat is één keer ingevoerd en die prijzen bleven altijd gehanteerd bij elke kopie. Dus je bent altijd goedkoper dan bij Babboe zelf.

V28. Wie waren er nog meer betrokken bij [website 3] .com?

A: [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en ikzelf.

V29. Wat was jullie rolverdeling?

A: Idem dito. [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] regelde de bankpassen en ik zette de advertenties, [betrokkene 3] zet soms ook de advertenties.

V.30. Wie was de technisch beheerder van [website 3] .com?

A: Nogmaals dat heet niet technisch beheerder, ik heb de website geüpload maar wijziging kon iedereen aanbrengen.

V 31. Als er nou een foutje was in de website, wie regelde dat dan?

A: Oh dat gebeurde heel vaak, ja meestal regelde ik dat.

V 32. Hebben [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] de technische kennis om die aanpassingen te maken?

A: [betrokkene 3] en [betrokkene 1] wel. [betrokkene 2] niet.

V33. Waar was de website gehost?

A: Offshoreracks.com in Panama.

V34. Welke emailadressen werden gebruikt bij deze webshop, bijvoorbeeld voor de correspondentie met de slachtoffer?

A: Alleen info@ en dan de domeinnaam.

V35. Hoe kon je op de webshop betalen?

A: Overschrijven.

V36. Hoe kwam je aan deze bankrekeningnummers?

A: [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] .

V37. Hoeveel verkopen zijn er geweest met [website 3] .com?

A: Nee.

V38. Hoeveel is er in totaal verdiend met [website 3] .com?

A: Ik durf dat niet exact te zeggen, babbebv is volgens mij de eerste die we gedaan hebben. Ik weet het exacte bedrag niet. Showmodel draaide gewoon beter omdat je clickaccount en admarkts gekocht had. [website 3] was meer een pilot.

V39. Hoeveel heb jij zelf verdiend met [website 3] .com?

A: 20%, niet zo heel veel ik denk 500 tot 600 euro.

V40. Hoe kreeg jij het geld dat verdiend was met de webshop uitbetaald?

A: Via 3v.

V41. Van wie kreeg jij geld dat verdiend was met de webshop uitbetaald?

A: van degene die de bankpas geregeld had.”

Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 7 onder meer het volgende overwogen:

“3. Medeplegen - overweging van algemene aard

Het openbaar ministerie heeft ervoor gekozen om de strafbare feiten die uit het onderzoek Meiberg naar voren zijn gekomen, afgezien van de oplichting in relatie tot Marktplaats, de computervredebreuk en de verstoring van computergegevens (eveneens in relatie tot Marktplaats), per malafide webwinkel ten laste te leggen, in alle gevallen in de medeplegen-variant, en niet als één oplichtingsfeit waarin alle malafide webwinkels zijn verwerkt. In hun requisitoir hebben de advocaten-generaal de beweegredenen voor die keuze toegelicht. Die keuze brengt mee dat de tot oordelen geroepen rechter niet voor het samenstel van die strafbare feiten, maar per tenlastegelegd feit en aldus voor iedere malafide webwinkel afzonderlijk heeft te beslissen of voldaan is aan de vereisten van medeplegen. Daaraan zal hieronder uitvoering worden gegeven. Dat laat onverlet dat het hof in de beoordeling van het bewijs met betrekking tot elk tenlastegelegde feit de mogelijke overeenkomsten tussen dat feit en een of meer van de andere tenlastegelegde feiten kan betrekken. Daarnaast heeft het openbaar ministerie ervan afgezien om de verdachten te vervolgen voor deelneming aan een criminele organisatie. Aldus komt het hof niet toe aan een afzonderlijke beoordeling van de vraag of de verdachte en zijn medeverdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het plegen van strafbare feiten binnen een georganiseerd verband. Beide keuzes leiden ertoe dat in deze zaak de enkele cumulatie van malafide webwinkels niet relevant is. Daarom valt een beoordeling van het samenstel van strafbare gedragingen door de verdachte en de medeverdachten met betrekking tot die combinatie, buiten het bestek van deze zaak.

4. Is sprake van medeplegen?

Naar vaste jurisprudentie kan de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen worden bewezen verklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende verdachten.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake, zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De feiten 1 tot en met 3 vormen eigenlijk de opmaat naar de oplichting van de consumenten die slachtoffer zijn geworden van de advertenties namens malafide webwinkels die via de accounts van zakelijke en particuliere adverteerders op de website van Marktplaats B.V. (hierna: ‘Marktplaats’, waar de website van deze onderneming wordt bedoeld zal worden gesproken van ‘marktplaats.nl’) zijn geplaatst. Zonder de onder de feiten 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten had die oplichting van de consumenten niet kunnen plaatsvinden. Immers, zonder de gephishte accountgegevens, zonder gebruikmaking van met die aldus verkregen inloggegevens gehackte Admarkt-accounts en accounts van particuliere adverteerders en zonder het vervolgens vanaf die accounts plaatsen van de advertenties hadden de slachtoffers niet van het bestaan van de malafide webwinkels geweten. Het hof verstaat in dit geval onder ‘phishing’: het per e-maiIbericht bewegen van ontvangers daarvan de inloggegevens tot hun accounts bij een nagemaakte, echt lijkende webwinkel in te vullen, op zodanige wijze dat die gegevens in handen van de verdachte en de medeverdachten kwamen. Uit het perspectief van degenen die bemoeienis hebben gehad met het maken van de malafide webwinkels en het plaatsen van advertenties voor producten van die malafide webwinkels hadden zij zich zonder dit alles alle moeite kunnen besparen. Met andere woorden: elk van de feiten 1 tot en met 3 is essentieel voor het welslagen van de oplichting, zoals tenlastegelegd onder de feiten 4 en volgende. Hoewel het hof pas bij de beoordeling van de feiten 4 en volgende zal ingaan op de betrokkenheid van de verdachte bij de oplichtingen waarbij gebruik is gemaakt van advertenties voor de tenlastegelegde malafide webwinkels, overweegt het hof in dit verband dat bij die oplichtingen gebruik is gemaakt van de gedragingen die zijn tenlastegelegd onder de feiten 1 tot en met 3. Dat neemt evenwel niet weg dat het voor het medeplegen in relatie tot de feiten 1 tot en met 3 moet worden vastgesteld of sprake is geweest van samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten in de voor medeplegen vereiste zin en mate. Het hof stelt vast dat het dossier diverse aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat (i) anderen dan de [medeverdachte 1] kennis hebben gehad van en/of de beschikking hebben gehad over gegevens die hij heeft gebruikt met betrekking tot de door hem bekende feiten 1 tot en met 3 en (ii) dat de verdachte en de medeverdachten advertenties voor producten van diverse malafide webwinkels hebben geplaatst met gebruikmaking van de (resultaten van de) gedragingen zoals tenlastegelegd onder 1 en met 3.

Zo

- heeft de [medeverdachte 1] verklaard bestanden met afgevangen e-mailadressen en wachtwoorden van accounthouders en een phishing template met onder andere de verdachte te hebben gedeeld;

- zijn op gegevensdragers van de [medeverdachte 2] HTML-bestanden aangetroffen van op marktplaats.nl gelijkende websites alsmede een bestand met Admarkt- accounts;

- beschikten alle medeverdachten over het e-mailadres van een aangever uit de kring van de Admarkt- adverteerders;

- zijn op een gegevensdrager van de verdachte inloggegevens aangetroffen van twee accounts van adverteerders waarmee vanaf het IP-adres van de verdachte advertenties zijn geplaatst;

- hebben de verdachte en de [medeverdachte 1] gechat over phishing e-mailberichten en phishing-sites en

- heeft de verdachte met de [medeverdachte 2] gechat over het ‘pakken van accounts’.

Daarmee staat evenwel nog niet vast dat sprake is geweest van medeplegen. Hoewel de hiervoor genoemde aanknopingspunten een sterk vermoeden oproepen dat in de kring van de verdachte en de medeverdachten is samengewerkt vanuit verschillende rollen met het oog op een gemeenschappelijk doel, vergt het bewijs van medeplegen, mede gelet op de omstandigheid dat het contact in die kring volledig online verliep, méér dan bekendheid met en/of beschikkingsmacht over dergelijke informatie bij de medeverdachten en de gebruikmaking daarvan door hen. Dat geldt temeer, omdat niet gebleken is van een systeem van verdeling van opbrengsten die zijn gegenereerd met gedeelde inspanningen. Voor de duiding van de manier waarop te werk is gegaan biedt de inhoud van de (summiere) chat communicatie te weinig houvast. Het komt derhalve vooral aan op de verklaring van de [medeverdachte 1] , die als enige uit voornoemde kring over de werkwijze heeft verklaard. Juist op dat cruciale punt laat die verklaring ruimte bestaan voor een werkwijze die wordt gekenmerkt door een ‘ieder voor zich’-karakter, waarbij met een welbegrepen eigenbelang en in vrijblijvendheid ten opzichte van elkaar weliswaar eenzelfde, maar geen gemeenschappelijk doel werd nagestreefd. Illustratief is in zoverre de passage uit de appelmemorie van het openbaar ministerie ‘Uit het gehele dossier blijkt dat het min of meer toevallig is welke verdachte welke website voor zijn rekening neemt’. Aldus laat het dossier en het verhandelde ter zitting naar het oordeel van het hof in zijn algemeenheid zodanige twijfel bestaan dat de werkwijze van de verdachte en de medeverdachten in zijn algemeenheid medeplegen oplevert. Echter zal per feit worden beoordeeld of in die gevallen desalniettemin toch sprake is van medeplegen in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: ‘Sr’).

5. Feitenbehandeling

[…]

Feit 7 (Zaaksdossier 5: Babboe )

Het zaaksdossier Babboe betreft één feit: het medeplegen van oplichting van tenminste 24 personen met behulp van malafide webwinkels lijkend op de webwinkels van Babboe . Op 11 november 2014 heeft [aangeefster] namens Babboe aangifte gedaan van fraude in de periode vanaf augustus 2014 tot in ieder geval november 2014, bestaande uit het aanmaken van zeven malafide webwinkels waarbij misbruik is gemaakt van de merknaam van Babboe en haar internetgegevens. Ook werden er via marktplaats.nl en tweedehands.be nepadvertenties geplaatst waarbij de klanten werden doorgelinkt naar de malafide webwinkels.

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van de oplichtingen met betrekking tot de malafide webwinkels [website 4] .com, [website 4] .nl, [website 2] .com, [website 3] .com, [website 1] .com en [website 1] .com.

De advocaten-generaal hebben zich op het standpunt gesteld zich niet te kunnen verenigen met de vrijspraak ten aanzien van de malafide webwinkels [website 2] .com, [website 3] .com, [website 1] .com en [website 1] .com.

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het zaaksdossier Babboe vooral in de richting van één persoon wijst, de [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zou weliswaar hebben verklaard dat hij heeft samengewerkt met [betrokkene 2] en “ [betrokkene 1] ”, maar het dossier zou hier geen ondersteuning voor bieden. De verdachte dient dat ook te worden vrijgesproken van dit feit.

[website 4] .com en [website 4] .nl

Met de rechtbank, de advocaten-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend gebleken is van betrokkenheid van de verdachte bij de malafide webwinkels [website 4] .com en [website 4] .nl. Het hof spreekt de verdachte derhalve vrij van de betreffende onderdelen.

[website 2] .com

Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 2 april 2015 heeft [slachtoffer 34] aangifte gedaan van oplichting. Uit zijn aangifte blijkt dat hij op 29 maart 2015 voor € 643,- een bakfiets heeft besteld waarbij contact is geweest met het mailadres info@ [website 2] .com. Nadat de betaling had plaatsgevonden, kwam hij erachter dat het een frauduleuze advertentie was. Hij heeft de bakfiets nooit ontvangen.

Op 17 augustus 2015 heeft [slachtoffer 21] aangifte van oplichting gedaan. Uit haar aangifte blijkt dat zij op 10 augustus 2015 voor € 1.580,50 een bakfiets met accessoires heeft besteld bij de webwinkel ‘ [website 2] .com’. Via een buitenlandse overschrijving is dit bedrag overgemaakt. Omdat zij nog vragen had heeft zij hierna contact opgenomen met babboe .nl (officiële webwinkel). Uit dat contact bleek direct dat [website 2] .com een malafide webwinkel was.

Bij de politie heeft de [medeverdachte 1] verklaard over de samenwerking ter zake van de Babboe -webwinkels. [website 2] .com zou door iedereen worden gebruikt, waaronder “ [betrokkene 1] ” (de verdachte). Iedereen zou toegang hebben gehad tot de site [website 2] .com en via Skype spraken zij af wie welke dag de website ‘draaide’ door bijvoorbeeld advertenties te plaatsen, traffic te genereren en bestellingen af te handelen. Volgens de [medeverdachte 1] draaide [website 2] .com op een domein dat geregistreerd was via Offshoreracks. Ook de medeverdachte [betrokkene 3] en “ [betrokkene 1] ” (de verdachte) zouden hiertoe toegang hebben gehad. Het geld van de Babboe -oplichtingen kwam binnen op ABN AMRO bankrekeningen. De [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard dat hij met behulp van een identificatiecode die hij van [betrokkene 2] , maar ook wel eens van “ [betrokkene 1] ” (de verdachte) kreeg, kon inloggen op deze bankrekeningen. Met “ [betrokkene 1] ” zou hij financieel hebben afgesproken dat hij 20 a 25% kreeg.

Verder stelt het hof vast dat op de telefoon van de [medeverdachte 1] chatberichten zijn aangetroffen tussen de [medeverdachte 1] en de verdachte waaruit volgt dat de verdachte op 7 april 2015 bankrekeningnummers van ABN AMRO (NL24ABNA0577871129 en NL47ABNA0408573899) heeft doorgestuurd aan de [medeverdachte 1] .

Het hof stelt vast dat bankrekeningnummer NL47ABNA0408573899 ook daadwerkelijk is gebruikt als begunstigde bankrekening bij de webwinkel [website 2] .com. Voorts volgt uit de chatberichten dat de verdachte tegen de [medeverdachte 1] zegt “die Babboe is wel een verse he. had ik nog aan meegeholpen’.

Op de Acer Predator, in beslag genomen bij de verdachte, zijn eveneens chatberichten tussen de verdachte en de [medeverdachte 1] aangetroffen. Hieruit volgt dat in november 2014 wordt gechat over Babboe waarbij de verdachte zijn betaalpassen aanbiedt (het hof begrijpt dat hiermee bedoeld wordt: het delen van moneymules). In december 2014 stuurt de verdachte het volgende chatbericht naar de [medeverdachte 1] : ‘zou jij ook moeten doen die bakfietsen’.

Op 17 juni 2016 is er door verbalisant D.M. [verbalisant 3] onderzoek verricht aan de Lexar USB-stick van de verdachte. Op deze USB-stick zijn 33 database dumps aangetroffen. Hierin werden gegevens aangetroffen met betrekking tot diverse valse websites uit het onderzoek Meiberg, waaronder van Babboe . Van [website 2] .com is onder andere het bestand [bestand] _user.sql aangetroffen op locatie //root/ [bestand] _user.sql. Hierin was een bankrekeningnummer van een begunstigde opgenomen en URL’s van deze website en [website 1] .com. Voor [website 2] .com werd gebruikersinformatie aangetroffen met het IP-adres van de [medeverdachte 1] .

Op basis van het voorgaande is het hof van oordeel dat uit de verklaring van de [medeverdachte 1] , de chatberichten die zijn aangetroffen op de telefoon van de [medeverdachte 1] en op de laptop van de verdachte en uit de informatie die is aangetroffen op de Lexar USB-stick van de verdachte volgt dat de verdachte de malafide webwinkel [website 2] .com samen met de [medeverdachte 1] heeft beheerd en geëxploiteerd. Het hof is derhalve van oordeel dat de verdachte en de [medeverdachte 1] zodanig nauw en bewust hebben samengewerkt, dat er sprake is van medeplegen.

[website 3] .com

Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 30 oktober 2014 heeft mevrouw [slachtoffer 32] aangifte van oplichting gedaan. Uit haar aangifte blijkt dat zij op 22 oktober 2014 voor € 619,- een bakfiets heeft besteld op de website ‘ [website 3] .com’.

Na het plaatsen van de bestelling kreeg aangeefster een e-maiIbericht, waarin stond dat om de betaling van de bakfiets te voltooien het bedrag handmatig overgemaakt diende te worden. Het bedrag is op 29 oktober 2014 overgemaakt door aangeefster. De aangeefster ontdekte vervolgens dat er een andere naam in de omschrijving stond en kreeg het gevoel dat ze was opgelicht. De bakfiets heeft zij nooit ontvangen.

Bij de politie heeft de [medeverdachte 1] verklaard over de samenwerking voor de Babboe webwinkels. [betrokkene 1] (de verdachte), [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en hijzelf zouden betrokken zijn geweest bij de webwinkel [website 3] .com. Op de vraag wat de rolverdeling was voor deze webwinkel verklaarde de [medeverdachte 1] het volgende: ‘Idem dito. [betrokkene 2] , Partrick en [betrokkene 3] regelde de bankpassen en ik zette de advertenties. Iedereen kon wijzigingen aanbrengen. [betrokkene 3] en [betrokkene 1] hebben allebei de technische kennis om die aanpassingen te maken. Ik kreeg het geld dat was verdiend met de webwinkel uitbetaald in 3v kaarten van degene die de bankpas had geregeld’.

Op basis van het voorgaande is het hof van oordeel dat de verdachte de malafide webwinkel [website 3] .com samen met de [medeverdachte 1] heeft beheerd en geëxploiteerd. Het hof is derhalve van oordeel dat de verdachte en de [medeverdachte 1] zodanig nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van medeplegen.

[website 1] .com en [website 1] .com

Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 25 januari 2015 heeft [slachtoffer 16] aangifte van oplichting gedaan. Uit haar aangifte blijkt dat zij op 13 november 2014 voor € 782,- een bakfiets heeft besteld en betaald op de website ‘ babboe - showmodel.com’. De bakfiets heeft zij nooit ontvangen.

Op 1 december 2014 heeft mevrouw [slachtoffer 17] aangifte van oplichting gedaan. Uit haar aangifte blijkt dat zij op 21 november 2014 voor € 619,- een bakfiets heeft besteld en betaald op de website ‘ babboe - showmodel.com’. De bakfiets heeft zij nooit ontvangen.

Op 6 april 2015 heeft mevrouw J.C.M. Bon aangifte van oplichting gedaan. Uit haar aangifte blijkt dat zij op 3 april 2015 voor € 619,- een bakfiets heeft besteld op de website ‘ [website 1] .com’. Na het plaatsen van de bestelling kreeg aangeefster een e-mailbericht, waarin stond dat om de betaling van de bakfiets te voltooien het bedrag handmatig overgemaakt diende te worden.

Het bedrag is op 3 april 2015 overgemaakt door aangeefster. De bakfiets heeft zij nooit ontvangen.

Op 17 juni 2016 is er door verbalisant D.M. [verbalisant 3] onderzoek verricht aan de Lexar USB-stick van de verdachte. Op deze USB-stick zijn 33 database dumps aangetroffen. Hieronder werden gegevens aangetroffen met betrekking tot diverse valse websites uit dit onderzoek waaronder Babboe . Voor zowel [website 1] .com als [website 1] .com zijn domeinnamen aangetroffen.

Bij de politie heeft de [medeverdachte 1] verklaard over de samenwerking voor de babboe webwinkels. “ [betrokkene 1] ” (de verdachte), [betrokkene 2] en [betrokkene 3] zouden betrokken zijn geweest bij [website 1] .com. ‘ [betrokkene 2] en [betrokkene 1] regelden de bankpassen en [betrokkene 3] en ik deden de advertenties’.

Hoewel het dossier aanwijzingen bevat dat de verdachte betrokken is geweest bij de malafide webwinkel [website 1] .com, bevat het onvoldoende bewijs om de verdachte als (mede)pleger van oplichting met betrekking tot die malafide webwinkel te kunnen aanmerken. Dat de domeinnaam is aangetroffen op de Lexar USB-stick is onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te komen. Het hof spreekt de verdachte derhalve vrij van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Het hof is op basis van het voorgaande van oordeel dat uit de verklaring van de [medeverdachte 1] en uit de informatie die is aangetroffen op de Lexar USB-stick volgt dat de verdachte de malafide webwinkel [website 1] .com samen met de [medeverdachte 1] heeft beheerd en geëxploiteerd. Het hof is derhalve van oordeel dat de verdachte en de [medeverdachte 1] zodanig nauw en bewust hebben samengewerkt dat er sprake is van medeplegen.

Conclusie

Het hof acht zoals hiervoor weergegeven wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de periode van 21 september 2014 tot en met 10 augustus 2015 schuldig heeft gemaakt aan oplichting van 16 aangevers met betrekking tot de malafide webwinkels [website 2] .com, [website 1] .com en [website 3] .com. Van betrokkenheid bij de overige tenlastegelegde oplichtingen met betrekking tot de malafide webwinkels [website 4] .com en [website 4] .nl, [website 1] .com is naar het oordeel van het hof niet gebleken. Het hof spreekt de verdachte derhalve van deze onderdelen vrij.”

In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat uit de voor het bewijs gebruikte verklaringen van de [medeverdachte 1] niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte op een dusdanige manier heeft samengewerkt met [medeverdachte 1] dat zij samen webwinkels hebben ‘beheerd en geëxploiteerd’. Door het medeplegen in de kern te baseren op de verklaring van [medeverdachte 1] , heeft het hof het medeplegen ontoereikend gemotiveerd, aldus de steller van het middel. Voorts wordt in de toelichting betoogd dat het medeplegen ook niet kan worden afgeleid uit de gegevens aangetroffen op de Lexar USB-stick. Ter onderbouwing van dit standpunt wijst de steller van het middel op het feit dat het hof met betrekking tot de website [website 1] .com heeft overwogen: “Dat de domeinnaam is aangetroffen op de Lexar USB-stick is onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.”

Het juridisch kader met betrekking tot medeplegen veronderstel ik bekend en zal ik hier dan ook niet uiteenzetten.

Voor zover in de toelichting geklaagd wordt dat uit de verklaringen van [medeverdachte 1] niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] de betreffende webwinkels heeft ‘beheerd en geëxploiteerd’, faalt het middel. Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] volgt namelijk onder andere dat de verdachte beschikte over toegangsgegevens voor de website [website 2] .com en dat hij met betrekking tot deze site advertenties plaatste, traffic genereerde en bestellingen afhandelde (bewijsmiddel 55). Ten aanzien van babboe -bv.com en [website 1] .com heeft [medeverdachte 1] verklaard dat onder meer de verdachte wijzigingen kon aanbrengen op deze websites, evenals dat de verdachte bankrekeningnummers regelde waarop het geld werd overgeschreven dat klanten betaalden (bewijsmiddel 63). Dat ook werd samengewerkt met [betrokkene 2] , Younus en [betrokkene 5] en dat zij soms dezelfde handelingen verrichtten als de verdachte, staat niet in de weg aan het oordeel dat de verdachte de websites met [medeverdachte 1] heeft beheerd en geëxploiteerd.

Het oordeel van het hof dat de verdachte het onder 7 bewezenverklaarde feit heeft medegepleegd, acht ik ook niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij neem ik het volgende in aanmerking. Het hof heeft met betrekking tot de bijdrage van de verdachte aan de oplichting via de website [website 2] .com onder meer vastgesteld dat de verdachte, [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 5] en [medeverdachte 1] deze website gebruikten en toegangsgegevens hadden voor deze website. Via Skype werden onderling afspraken gemaakt over wie welke dag de website ‘draaide’, door advertenties te plaatsen, traffic te genereren of bestellingen af te handelen. De verdachte heeft ook advertenties geplaatst voor [website 2] .com (bewijsmiddel 55). Daarnaast verstrekte de verdachte identificatiecodes aan de [medeverdachte 1] , waarmee [medeverdachte 1] kon inloggen op de bankrekeningen van ABN AMRO waarop het geld van de oplichting binnenkwam (bewijsmiddel 57). Voorts blijkt uit chatberichten tussen [medeverdachte 1] en de verdachte die zijn aangetroffen op de laptop van de verdachte dat de verdachte aan [medeverdachte 1] heeft aangeboden om zijn ‘passen’, door het hof begrepen als geldezels, te delen. Tot slot blijkt hieruit dat de verdachte tegen [medeverdachte 1] heeft gezegd: “Zou jij ook moeten doen die bakfietsen” (bewijsmiddel 60). Ten aanzien van de website babboe -bv.com en [website 1] .com heeft het hof vastgesteld dat de rolverdeling tussen [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , de verdachte en [medeverdachte 1] inhield dat [medeverdachte 1] de advertenties zette en dat [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en de verdachte de bankpassen regelden, maar dat iedereen wijzigingen op de site kon aanbrengen (bewijsmiddel 63). Dit betreft een substantiële bijdrage aan de oplichting die meer omvat dan alleen hulpverlening. Dat het hof uit deze feiten en omstandigheden heeft afgeleid dat de verdachte het onder 7 tenlastegelegde feit heeft medegepleegd, acht ik niet daarom niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Het middel faalt.

5. Het tweede middel

Het middel heeft betrekking op de bewezenverklaring van het onder 11 tenlastegelegde feit ten aanzien van de Volkswagen Scirocco. Geklaagd wordt dat het hof opzetwitwassen in de zin van art. 420bis Sr heeft bewezenverklaard, terwijl de verdachte enkel schuldwitwassen als bedoeld in art. 420quater Sr heeft erkend en uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat het voertuig afkomstig was uit enig misdrijf. De bewezenverklaring is in zoverre dan ook ontoereikend gemotiveerd, aldus de steller van het middel.

Ten laste van de verdachte is onder 11 bewezenverklaard dat:

“hij op tijdstippen gelegen in de periode van 01 juli 2014 tot en met 10 juli 2015 te [plaats] en/of Bussum, althans (elders) in Nederland, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft hij, verdachte, voorwerpen, te weten,

- één of meerdere (contante) geldbedragen (EUR 3.820) en

- een hoeveelheid (van BTC 103,96247065) en

- een voertuig (merk: Volkswagen Scirocco, gekentekend 74-KNZ-5),

verworven en voorhanden gehad of omgezet, terwijl hij, verdachte, wist dat deze voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.”

De bewezenverklaring van dit feit steunt, voor zover het gaat om de Volkswagen Scirocco, op de volgende bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage bij het bestreden arrest:

“72.

Het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 augustus 2021 betreffende de verdachte, rolnummer 22-000129-18:

Bewezenverklaring

De volledige tekst van, de bewezenverklaring is opgenomen in bijlage II en aan dit arrest gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit arrest.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande - kort samengevat - dat:

feit 1 (Marktplaats)

in de periode van 13 maart 2014 tot en met 26 oktober 2015 schuldig heeft gemaakt aan het plegen van:

- oplichting door middel van phishing ten aanzien van Marktplaats- en Admarkt-accounts;

feit 2 (Marktplaats)

in de periode van 13 maart 2014 tot en met 26 oktober 2015 schuldig heeft gemaakt aan het plegen van:

- computervredebreuk ten aanzien van Marktplaatsen Admarkt-accounts;

feit 3 (Marktplaats)

in de periode van 13 maart 2014 tot en met 26 oktober 2015 schuldig heeft gemaakt aan het plegen van:

- manipulatie van computergegevens ten aanzien van Marktplaats- en Admarkt-accounts;

feit 4 (BCC)

op 28 en 29 september 2014 schuldig heeft gemaakt aan het plegen van:

- oplichting van personen met behulp van een malafide webwinkel die leek op de webwinkel van BCC;

feit 6 (Dixons)

in de periode van 29 maart 2015 tot en met 7 april 2015 schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van:

- oplichting van vijf personen met behulp van malafide webwinkels die leken op webwinkels van Dixons;

feit 7 ( Babboe )

in de periode van 21 september 2014 tot en met 10 augustus 2015 schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van:

- oplichting van vier personen met behulp van malafide webwinkels die leken op de webwinkel van Babboe ;

feit 8 (Prijskeurig)

in de periode van 17 mei 2015 tot en met 10 juni 2015 schuldig heeft gemaakt aan:

- computervredebreuk ten aanzien van Prijskeurig.nl;

feit 9 (Prijskeurig)

in de periode van 17 mei 2015 tot en met 9 juli 2015 schuldig heeft gemaakt aan:

- het voorhanden hebben van toegangscodes tot geautomatiseerde werken van Prijskeurig;

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, en 9 tenlastegelegde bewezenverklaarde levert op:

feit 1 (Marktplaats)

oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2 (Marktplaats)

computervredebreuk, meermalen gepleegd;

feit 3 (Marktplaats)

opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen en worden verwerkt en worden overgedragen, veranderen en andere gegevens toevoegen, meermalen gepleegd;

feit 4 (BCC)

oplichting, meermalen gepleegd;

feit 6 (Dixons)

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd en oplichting, meermalen gepleegd;

feit 7 ( Babboe )

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 8 (Prijskeurig)

computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt en opneemt, meermalen gepleegd;

feit 9 (Prijskeurig)

het, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid of derde lid Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbare gegevens - waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werd of deel daarvan -, voorhanden hebben;

73. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming van de politie Eenheid Amsterdam met nr. PL1300-2015150509-50, d.d. 16 juli 2015, opgemaakt door hulpofficier van justitie P.J.A. van den Broek. Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 4092 e.v.):

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte] Theodorus

Volgnummer 1

Goednummer : PL1300-2015150509-5010339

Voertuig : Personenauto

Merk/type : Volkswagen Scirocco

Kleur : Wit

Land : Nederland

Kenteken : 74KNZ5”

Verder bevat het bestreden arrest de volgende bewijsoverweging met betrekking tot de bewezenverklaring van feit 11 ten aanzien van de Volkswagen Scirocco:

“De verdachte wordt verweten dat hij zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een drietal voorwerpen: € 3.820,-, ongeveer BTC 104 en een Volkswagen Scirocco. In eerste aanleg is dat alles, behoudens het medeplegen, bewezenverklaard. Ten aanzien van het contante geldbedrag is de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Dit omdat sprake is geweest van inkomsten uit eigen misdrijf en uitsluitend het voorhanden hebben ervan kan worden vastgesteld, hetgeen maakt dat niet kan worden gekwalificeerd.

De verdachte erkent het feit voor zover het ziet op de Volkswagen Scirocco. Voor het overige luidt het verweer dat al het geld een legale bron heeft. Dat moet dus leiden tot partiële vrijspraak.

De advocaten-generaal sluiten zich aan bij de bewezenverklaring in eerste aanleg en stellen dat de zogenaamde kwalificatie-uitsluitingsgrond niet van toepassing is.

Het hof sluit zich wat de Volkswagen Scirocco betreft aan bij het standpunt van de advocaten-generaal en de verdediging. Het witwassen van die personenauto zal bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van het geld (contanten en bitcoin) wordt het volgende overwogen. […]”

In het bestreden arrest zijn de volgende toepasselijke wettelijke voorschriften vermeld:

“Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36f, 47, 57, 138ab, 139d, 326, 350a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden danwel golden.”

Uit het voorgaande blijkt dat het hof opzetwitwassen zoals bedoeld in art. 420bis lid 1, onder b, Sr heeft bewezenverklaard. Het hof heeft deze bewezenverklaring gemotiveerd door te overwegen dat de verdachte het feit heeft erkend. Nog daargelaten dat de verdachte volgens de steller van het middel slechts heeft erkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen, heeft het hof verzuimd te verwijzen naar het bewijsmiddel waaraan het hof heeft ontleend dat de verdachte het feit erkent. Van een opgave van de bewijsmiddelen in de zin van art. 359 lid 3 Sv is geen sprake. Uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen kan een bekentenis evenmin worden afgeleid. Nu de bewijsvoering van het hof ook geen andere feiten en omstandigheden bevat waaruit wetenschap van de verdachte ten aanzien van de criminele herkomst van de Volkswagen Scirocco kan worden afgeleid, is de bewezenverklaring in zoverre ontoereikend gemotiveerd. Daarover klaagt het middel terecht.

Tot cassatie hoeft dit naar mijn oordeel niet te leiden, in verband met het volgende. Behalve het witwassen van de Volkswagen Scirocco, is onder 11 ook bewezenverklaard dat de verdachte een of meerdere (contante) geldbedragen (€ 3.820) en Bitcoins (BTC 103,96247065) heeft witgewassen. Indien het bestreden onderdeel uit de bewezenverklaring van feit 11 wordt weggelaten, worden gelet hierop de aard en de ernst van hetgeen onder 11 is bewezenverklaard in zijn geheel beschouwd niet aangetast, terwijl ook de kwalificatie van het bewezenverklaarde gelijk blijft.

Het middel kan niet tot cassatie leiden.

6. Het derde middel

Het middel heeft betrekking op de strafoplegging. Geklaagd wordt dat het hof in strijd met art. 63 Sr niet bij de strafoplegging heeft betrokken dat de verdachte op 17 oktober 2017 door de rechtbank Midden-Nederland is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, terwijl de strafbare feiten waarvoor de verdachte in de onderhavige zaak is veroordeeld zijn gepleegd vóór 17 oktober 2017.

Bij het bestreden arrest heeft het hof de verdachte – na vermindering van de op te leggen gevangenisstraf met drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn – veroordeeld tot een gevangenisstraf van 26 maanden wegens – kort gezegd – oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr), computervredebreuk, meermalen gepleegd (art. 138ab lid 1 Sr), opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen en worden verwerkt en worden overgedragen, veranderen en andere gegevens toevoegen, meermalen gepleegd (art. 350a Sr), oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr), medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd en oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr), computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt en opneemt, meermalen gepleegd (art. 138ab lid 2 Sr), het, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid of derde lid Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbare gegevens – waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werd of deel daarvan –, voorhanden hebben (art. 139d lid 3 Sr) en witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis Sr).

Het hof heeft in het bestreden arrest het volgende overwogen met betrekking tot de strafoplegging:

“Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Standpunten

De advocaten-generaal heeft - overeenkomstig het overgelegde schriftelijk requisitoir - gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 11 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden, met aftrek van voorarrest. De advocaten-generaal hebben daarbij rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en de toepassing van artikel 63 Sr.

Namens de verdachte is overeenkomstig de overgelegde pleitnotities bepleit dat - indien het hof tot een bewezenverklaring mocht komen - bij de strafoplegging aan te sluiten bij de strafoplegging door de rechtbank.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim anderhalf jaar schuldig gemaakt aan oplichting van zakelijke en particuliere adverteerders op Marktplaats en aan computervredebreuk en manipulatie van computergegevens ten aanzien van de accounts van adverteerders op dat platform. Dat deed hij door met gephishte gegevens in te loggen op Marktplaats-accounts en via die accounts advertenties op marktplaats.nl te plaatsen. Daarop voortbouwend heeft hij zich schuldig gemaakt aan grootschalige oplichting van consumenten door middel van die juist daartoe opgezette webwinkels, waarbij door die consumenten bestelde en betaalde goederen niet werden geleverd. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het verwerven en voorhanden hebben van toegangscodes tot accounts en aan witwassen. Een deel van deze feiten is gepleegd in vereniging met een of meer andere verdachten.

Zoals ook de rechtbank heeft overwogen, is de verdachte daarbij planmatig, professioneel en geraffineerd te werk gegaan: de door de verdachte gebruikte malafide webwinkels zagen er zo goed uit dat ze niet of nauwelijks waren te onderscheiden van de echte webwinkels van gerenommeerde bedrijven als BCC, Dixons en Babboe . Consumenten hadden, nadat zij via een betrouwbaar ogende advertentie op marktplaats.nl werden doorgelinkt, dan ook niet door dat zij op een frauduleuze website waren beland. In goed vertrouwen kochten zij artikelen, betaalden op een door de verdachte opgegeven bankrekeningnummer waarna levering van de bestelde producten uitbleef. Dat resulteerde in financiële schade tot in enkele gevallen meer dan duizend euro per slachtoffer.

Door zijn handelen heeft de verdachte niet alleen misbruik gemaakt van het vertrouwen van een groot aantal slachtoffers en hen financiële schade toegebracht, maar ook in algemene zin het vertrouwen van gebruikers van een populair advertentieplatform in het doen van online aankopen via dat platform ondermijnd. Waar het aankoopgedrag van consumenten al vele jaren een meer online karakter krijgt en aldus steeds meer een integraal en substantieel onderdeel van de economie wordt, vormt dit een belemmering van de online detailhandel. Daarnaast beschadigt het daarmee het vertrouwen dat alle betrokkenen moeten kunnen stellen in het maatschappelijk en economisch verkeer via het internet.

De verdachte heeft zich bij zijn handelen enkel laten leiden door financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers of voor de maatschappij in het algemeen.

Het hof neemt de verdachte dit alles ernstig kwalijk.

Als strafverzwarend beschouwt het hof ook de planmatige en professionele werkwijze bij het plegen van de onderhavige feiten en de omstandigheid dat een deel daarvan is gepleegd in vereniging met een of meer medeverdachten.

Justitiële documentatie

Voorts heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 maart 2021, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Persoon van de verdachte

Tevens heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden zoals op de terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht.

Redelijke termijn

De advocaten-generaal en de raadsman hebben betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: ‘EVRM’) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging.

Het hof stelt voorop dat in artikel 6, lid 1, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als zodanige handeling te gelden. Wel dienen de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de inleidende dagvaarding als een zodanige handeling te worden aangemerkt.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdediging op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Met betrekking tot de redelijke termijn in hoger beroep overweegt het hof als volgt.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen twee jaar nadat hoger beroep is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Overschrijding van de redelijke termijn in de fase van eerste aanleg en in hoger beroep wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn, opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meer in het bijzonder ook de mate waarin die termijn in eerste aanleg is overschreden, kan die overschrijding ook worden gecompenseerd door een voortvarende behandeling in hoger beroep, mits de procedures in eerste aanleg en hoger beroep tezamen niet meer dan vier jaar in beslag hebben genomen.

Het hof overweegt met betrekking tot het totale procesverloop in deze zaak het volgende.

De verdachte is op 10 juli 2015 in verzekering gesteld. Het vonnis waarvan beroep is op 22 december 2017 uitgesproken. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg met 5 maanden overschreden.

Namens de verdachte is op 3 januari 2018 hoger beroep ingesteld. Het arrest wordt op 26 augustus 2021 uitgesproken. Daarmee is de redelijke termijn in hoger beroep met ongeveer 19 maanden overschreden.

Het hof is van oordeel, gelet op genoemd procesverloop, dat de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep in ernstige mate, te weten met in totaal 24 maanden is overschreden. Ondanks de ingewikkeldheid en de omvang van de zaak en gelet op het feit dat er door en namens de verdachte geen onderzoekswensen zijn gedaan, is het hof van oordeel dat deze overschrijding matiging van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

Conclusie

Voor feiten als de onderhavige kan, gezien de ernst, de duur en het grote aantal gedupeerden, en ondanks de ouderdom van de feiten, niet met een andersoortige straf dan een langdurige gevangenisstraf worden volstaan. Ook vanuit een oogpunt van generale preventie acht het hof een langdurige gevangenisstraf passend en noodzakelijk.

Het hof is dan ook - alles overwegende - van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 29 maanden een passende en geboden reactie vormt, maar zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.”

Het bestreden arrest houdt voorts in:

“Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36f, 47, 57, 138ab, 139d, 326, 350a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden danwel golden.”

Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Op grond van art. 63 Sr dient de samenloopregeling te worden toegepast, voor zover het te berechten feit vóór een eerdere veroordeling is begaan. Dit brengt mee dat bij het bepalen van het strafmaximum rekening moet worden gehouden met de eerder opgelegde straf(fen). In zijn arrest van 29 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5556, heeft de Hoge Raad de toepassing van art. 63 Sr jo. 57 Sr als volgt toegelicht:

“a. de rechter moet nagaan wat de maximaal op te leggen tijdelijke gevangenisstraf zou zijn geweest indien alle feiten gevoegd zouden zijn behandeld en dus tot één rechterlijke uitspraak zouden hebben geleid, terwijl

b. hij in ieder geval geen hogere straf zal mogen opleggen dan overeenkomt met het hiervoor onder a) bedoelde maximum verminderd met de eerder opgelegde straffen en

c. hij in geen geval hoger mag straffen dan tot het maximum van de vrijheidsstraf die is gesteld op het door hem te berechten feit.”

Bij de stukken van het geding bevindt zich een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 30 maart 2021. Uit dat uittreksel volgt dat de verdachte op 17 oktober 2017 (parketnummer 16-659148-17) door de rechtbank Midden-Nederland wegens opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd (art. 10 lid 5 Ow jo. art. 2, aanhef en onder A, Ow jo. art. 47 Sr), poging tot opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod (art. 10 lid 5 Ow jo. art. 2, aanhef en onder A, Ow), opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (art. 10 lid 3 Ow jo. art. 2, aanhef en onder C, Ow jo. art. 47 Sr), medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (art. 10 lid 3 Ow jo. art. 2, aanhef en onder C, Ow jo. 47 Sr), ten aanzien van de geldbedragen van 17.000 en 2.500 euro: witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis lid 1, aanhef en onder b, Sr) en deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in art. 10 lid 4 en 5 Ow (art. 11b lid 1 Ow), is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. Nu de strafbare feiten waarvoor de verdachte in de onderliggende zaak is veroordeeld zijn gepleegd vóór 2015, moest het hof bij de straftoemeting rekening houden met deze eerdere veroordeling.

De door de Hoge Raad geschetste regels resulteren in het volgende. Wanneer alle feiten gevoegd zouden zijn behandeld, zou – met toepassing van art. 57 Sr – de maximaal op te leggen gevangenisstraf in dit geval veranderen van acht jaren in zestien jaren. De maximale straf gesteld op art. 10 lid 5 Ow bedraagt immers twaalf jaren. Dit maximum van zestien jaren moet worden verminderd met zes jaren, zoals opgelegd door de rechtbank Midden-Nederland. Dat brengt mee dat het in verband met art. 63 Sr te hanteren strafmaximum in de onderhavige zaak tien jaren bedraagt.

Het hof heeft er ten onrechte geen blijk van gegeven art. 63 Sr te hebben toegepast. Daarover klaagt het middel terecht. Dit hoeft echter niet tot cassatie te leiden. De opgelegde gevangenisstraf van 26 maanden blijft immers ruim onder het strafmaximum van tien jaren dat op grond van art. 63 Sr geldt. Bovendien is de rechter niet verplicht om naar aanleiding van art. 63 Sr de op te leggen straf te matigen.

7. Het vierde middel

Het middel bevat de klacht dat de redelijke inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden.

Het cassatieberoep is ingesteld op 27 augustus 2021. De stukken van het geding zijn op 8 juni 2023 bij de griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dit betekent dat de in dit geval geldende inzendtermijn van 8 maanden is overschreden met ruim 13 maanden. Deze overschrijding kan niet meer worden gecompenseerd door een voortvarende afdoening. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.

Het middel slaagt.

8. Het eerste middel faalt. Nu de verdachte in eerste aanleg van het onder 7 tenlastegelegde feit integraal is vrijgesproken, ligt afdoening van het eerste middel met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering in dit geval niet in de rede. Het tweede en het derde middel kunnen niet tot cassatie leiden. Het vierde middel slaagt.

9. Ambtshalve merk ik nog op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep op 27 augustus 2021. Dit brengt mee dat ook in zoverre de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, hetgeen eveneens dient te leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.

10. Verder merk ik ambtshalve nog op dat het hof bij het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde benadeelde partijen, de duur van de gijzeling heeft bepaald op in totaal 429 dagen. Op grond van art. 36f lid 5 Sr beloopt de duur van de gijzeling echter ten hoogste een jaar. De Hoge Raad kan zelf bepalen dat ten aanzien van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel gijzeling kan worden toegepast voor de duur van een jaar.

11. Overige gronden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven, heb ik niet aangetroffen.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partijen de duur van de gijzeling is bepaald op 429 dagen, tot onderscheidenlijk vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot bepaling dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel gijzeling kan worden toegepast voor de duur van ten hoogste een jaar, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?