PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/02247 B
Zitting 6 februari 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de klaagster
1. Het cassatieberoep
De rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, heeft bij beschikking van 13 juni 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag op een snorfiets en teruggave daarvan aan klaagster, ongegrond verklaard.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Voordat ik toekom aan de bespreking van het middel, besteed ik aandacht aan de vraag of klaagster in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Op 23 maart 2022 is een snorfiets (BRC Riva met kenteken [kenteken]) in beslag genomen op grond van art. 94 Sv. De snorfiets is in beslag genomen onder [betrokkene 1] (de zoon van klaagster), op verdenking van het rijden op de snorfiets zonder geldig rijbewijs.
Op 24 maart 2022 heeft klaagster een klaagschrift ingediend, waarin zij verzoekt om opheffing van het beslag en teruggave van de snorfiets aan haar.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 13 juni 2022. Bij beschikking van 13 juni 2022 heeft de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaard.
Uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij het openbaar ministerie is gebleken dat de strafrechter in de zaak waarin het beslag is gelegd inmiddels op 24 november 2022 vonnis heeft gewezen. In dit vonnis is beslist op het beslag en is teruggave gelast van de snorfiets aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon. Het vonnis is op 9 december 2022 onherroepelijk geworden.
Deze beslissing omtrent het beslag brengt met zich dat klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarin haar beklag ongegrond is verklaard en dat zij daarom in het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door de beslissing omtrent het beslag in de strafzaak kan op het bestaande klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
3. Conclusie
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG