Brutowinst € 44.746,53
Totaal aantal BTC BTC 4.417,3224
Minus BTC met [medeverdachte 3] BTC 1.117,9424
Uitgangs BTC BTC 3.299,3799
Reiskosten per BTC (0,46) € 1.517,71
Totale kosten - € 1.517,71
Voordeel € 43.228,81
Vaststelling van de betalingsverplichting
Redelijke termijn
(…)
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden en dat deze overschrijding moet leiden tot vermindering van het vast te stellen ontnemingsbedrag, te weten met een bedrag van € 10.000,-- dan wel met 20% van de betalingsverplichting.
Beoordeling van het hof
Het hof stelt - met de advocaten-generaal en de verdediging - vast, dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof volstaat met het oordeel dat de geconstateerde verdragsschending voldoende is gecompenseerd met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid EVRM, nu de strafzaak van de betrokkene gelijktijdig met onderhavige zaak ter terechtzitting in hoger beroep is behandeld en het hof bij arrest van 1 februari 2022 in de strafzaak van de betrokkene reeds een strafvermindering heeft toegepast in verband met het verstrijken van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM (zie Hoge Raad, 17 juni 2008, r.o. 3.6.3 onder B, ECLI:NL:HR:2008:BD2578).”
14. Het middel houdt naar de kern genomen niet meer in dan de klacht dat het hof “zomaar” is afgeweken van een “relevant en onderbouwd standpunt” van de verdediging. Deze klacht mist feitelijke grondslag.
15. Het middel faalt in alle onderdelen.
Slotsom
16. Het namens het OM voorgestelde (voorwaardelijke) middel treft geen doel.
17. Het namens de betrokkene voorgestelde middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 ontleende motivering.
18. Ambtshalve wijs ik erop dat de Hoge Raad waarschijnlijk geen uitspraak zal doen binnen twee jaren na het instellen van het cassatieberoep op 15 maart 2022. Dit leidt echter niet tot cassatie in de profijtontneming, nu in de samenhangende strafzaak matiging zal worden toegepast.
19. Andere ambtshalve gronden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven heb ik niet aangetroffen.
20. Deze conclusie strekt tot verwerping van de beroepen.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG