ECLI:NL:PHR:2024:4

ECLI:NL:PHR:2024:4, Parket bij de Hoge Raad, 09-01-2024, 21/05396

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 09-01-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/05396
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2024:270
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie AG. Verstek. Middel 1: had hof dienen te motiveren waarom dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend? Middel 2: heeft hof ten onrechte geen gevolgen verbonden aan omstandigheid dat verdachte niet is opgeroepen op Roemeens adres zoals genoemd in machtiging instellen hoger beroep? Middel 3: had advocaat die hoger beroep had ingesteld, moeten zijn opgeroepen voor de terechtzitting in hoger beroep? Middelen falen. Strekt tot verwerping van het beroep (art. 81 lid 1 RO).

Uitspraak

Nummer21/05396

Zitting 9 januari 2024

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

Inleiding

Het eerste middel

3. Het eerste middel behelst de klacht dat uit het bestreden arrest noch uit het proces-verbaal ter terechtzitting blijkt waarom de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 22 december 2021 houdt – voor zover hier van belang – in:

“De advocaat-generaal legt over een formulier waaruit blijkt dat zowel op de datum van het uitreiken van de dagvaarding als twee dagen voor de zitting van heden door middel van geautomatiseerde informatiesystemen (SKDB) is gecontroleerd of de verdachte in een Nederlandse penitentiaire inrichting verbleef, hetgeen niet het geval bleek te zijn.

De raadsheer stelt vast dat de betekening van de dagvaarding correct en op juiste wijze heeft plaatsgevonden.

Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.”

5. Het middel roept de vraag op of het hof gehouden was om te motiveren waarom het de betekening van de dagvaarding in hoger beroep correct en juist acht. In dit verband is van belang dat de Hoge Raad in zijn overzichtsarrest van 12 maart 2002 ten aanzien van de motiveringsplicht in het kader van de betekening van de dagvaarding heeft overwogen:

“III. De motiveringsplicht

Dat de dagvaarding in zaken waarin verstek wordt verleend rechtsgeldig is betekend, moet rechtstreeks uit de stukken kunnen volgen. Is dat het geval dan behoeft het oordeel van de rechter dat de dagvaarding geldig is betekend, geen motivering. Motivering van dat oordeel is dus alleen vereist hetzij ter weerlegging van een door of namens de verdachte gevoerd verweer, hetzij ter ontzenuwing van het uit de stukken van het geding rijzende ernstige vermoeden dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend, […].”

6. In zaken waarin verstek wordt verleend, behoeft het oordeel van de rechter dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend daarmee in beginsel geen motivering. Motivering van dat oordeel is immers alleen vereist hetzij ter weerlegging van een door of namens de verdachte gevoerd verweer, hetzij ter ontzenuwing van het uit de stukken van het geding rijzende ernstige vermoeden dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend.

7. In deze zaak heeft het hof kennelijk geoordeeld dat rechtstreeks uit de stukken volgt dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend. De steller van het middel, die de betekeningsstukken in hoger beroep tijdig heeft opgevraagd en verkregen, voert niet aan waarom dit oordeel ontoereikend gemotiveerd zou zijn. Daarmee is het middel onvoldoende onderbouwd en faalt het derhalve.

Het tweede middel

8. Het tweede middel bevat de klacht dat de verdachte in hoger beroep ten onrechte niet is opgeroepen op het adres in Roemenië dat is genoemd in de machtiging instellen hoger beroep. Naar het oordeel van de steller van het middel had het hof daarom de dagvaarding in hoger beroep nietig moeten verklaren of de zaak moeten aanhouden om de verdachte correct op te (laten) roepen op haar adres in Roemenië.

9. De in het middel bedoelde machtiging tot het instellen van hoger beroep houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

“Namens cliënte, [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , wonende aan de [a-straat 1] te [plaats] , ben ik, P.D. Popescu, in mijn hoedanigheid van advocaat bepaaldelijk gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter van de Rechtbank Amsterdam d.d. 29 juli 2021 in de zaak met parketnummer 13/192917-21.

Ik ben door cliënte bepaaldelijk gevolmachtigd om u bepaaldelijk te volmachten om het hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de Politierechter in de zaak met parketnummer 13/192917-21. Hierbij verzoek ik u vriendelijk hoger beroep in te stellen in de voomoemde zaak.

Cliënte stemt in met het door u aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep. Een afschrift van de dagvaarding kan naar de adressen van cliënte worden gestuurd, namelijk: [b-straat 1] te [plaats] , alsmede [a-straat 1] te [plaats] , alsmede alle andere bij u bekende adressen.”

10. De stukken van het geding houden – voor zover hier van belang – verder in:

(i) een informatiestaat SKDB-persoon van 8 november 2021, waarin is opgenomen dat de verdachte niet-ingezetene is. In deze informatiestaat is verder vermeld dat de verdachte op 8 november 2021 niet is gedetineerd en dat op 18 juli 2021 is geregistreerd dat haar laatste opgegeven woon- of verblijfplaats is: [a-straat 1] , [plaats] ;

(ii) een akte van uitreiking van een oproeping in hoger beroep. Deze akte houdt in dat de oproeping om op 22 december 2021 ter terechtzitting in hoger beroep te verschijnen op 28 oktober 2021 is uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie. Op de akte is aangekruist dat de woon- of verblijfplaats van de verdachte niet bekend is;

(iii) een akte van uitreiking van een oproeping in hoger beroep. De akte houdt in dat de oproeping om op 22 december 2021 ter terechtzitting in hoger beroep te verschijnen op 2 november 2021 en 8 november 2021 tevergeefs is aangeboden op het adres [a-straat 1] , [plaats] . Op de akte is aangekruist dat de verdachte niet meer woonachtig is op dit adres.

11. Art. 36g Sv luidt, voor zover hier van belang:

“1. In de volgende gevallen wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van de verdachte om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen toegezonden aan het laatste door de verdachte opgegeven adres:

(…)

c. indien door of namens de verdachte bij het instellen van een gewoon rechtsmiddel in de betrokken zaak een adres in Nederland is opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.

(…)

3. Verzending van een afschrift als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven indien:

a. het opgegeven adres gelijk is aan het adres waaraan de dagvaarding of oproeping ingevolge artikel 36e wordt uitgereikt;

(…).”

12. Art. 450 Sv luidt, voor zover hier van belang:

“1. Het aanwenden van de rechtsmiddelen, bedoeld in artikel 449, kan ook geschieden door tussenkomst van:

a. een advocaat, indien deze verklaart daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd;

(...)

2. Indien de overeenkomstig het eerste lid gemachtigde hoger beroep tegen de einduitspraak instelt, brengt de machtiging tevens mede dat de gemachtigde de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep in ontvangst neemt.

3. Aan een schriftelijke bijzondere volmacht, verleend aan een medewerker ter griffie, tot het voor de verdachte aanwenden van het rechtsmiddel wordt slechts gevolg gegeven indien de verdachte daarbij instemt met het door deze medewerker ter griffie van het gerecht waar het rechtsmiddel wordt ingesteld voor de verdachte aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping. De verdachte geeft een adres op voor de ontvangst van een afschrift van de dagvaarding.

(...)

5. De uitreiking van de oproeping aan de gemachtigde geldt als een uitreiking in persoon aan de verdachte. Een afschrift van de dagvaarding wordt aan het door of namens de verdachte daartoe opgegeven adres toegezonden.”

13. Het in de machtiging tot instellen hoger beroep genoemde adres in Roemenië betreft een adres van de verdachte voor de ontvangst van een afschrift van de dagvaarding als bedoeld in art. 450 lid 3 Sv. De verplichting tot een opgave van zo’n adres van de verdachte houdt verband met de mogelijkheid dat direct na het instellen van het hoger beroep een oproeping aan de verdachte om tegen een bepaalde datum op de terechtzitting te verschijnen, wordt uitgereikt aan een griffiemedewerker. Die uitreiking geldt als uitreiking in persoon aan de verdachte. Een afschrift van de oproeping wordt op grond van art. 450 lid 5 Sv aan het door of namens de verdachte opgegeven adres als bedoeld in art. 450 lid 3 Sv verzonden.

14. In deze zaak heeft de betekening van de dagvaarding niet direct na het instellen van het hoger beroep plaatsgevonden, maar op een later gelegen moment. Daarmee vindt art. 450 lid 5 Sv geen toepassing, maar bestaat op grond van art. 36g lid 1, aanhef en onder c, Sv wel de verplichting – behalve in de gevallen genoemd in art. 36g lid 3 Sv – om een afschrift van de dagvaarding toe te zenden aan een door of namens de verdachte bij het instellen van het hoger beroep opgegeven adres in Nederland waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Het namens de verdachte opgegeven adres in Roemenië valt daar niet onder.

15. Gelet op het voorgaande faalt de klacht dat het hof ten onrechte geen gevolgen heeft verbonden aan de omstandigheid dat de verdachte niet is opgeroepen op het adres in Roemenië, zoals genoemd in de machtiging instellen hoger beroep.

16. Het middel faalt.

Het derde middel

17. Het derde middel bevat de klacht dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep heeft verklaard, terwijl de advocaat van de verdachte die namens de verdachte hoger beroep had ingesteld niet is opgeroepen in hoger beroep. Het hof had de behandeling van de zaak moeten aanhouden om de advocaat van de verdachte (correct) op te laten roepen, aldus de steller van het middel.

18. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. In hoger beroep en cassatie dient de raadsman zich te stellen, zelfs indien dezelfde raadsman eerder ook al voor de verdachte optrad. Uit de enkele omstandigheid dat uit de appèlakte blijkt dat het rechtsmiddel namens een verdachte door een advocaat is ingesteld, kan volgens de Hoge Raad niet worden afgeleid dat die advocaat de verdachte ook bij de daaropvolgende behandeling als raadsman zal bijstaan. Een expliciete stelbrief is volgens de Hoge Raad overigens niet vereist; voldoende is dat uit enig in het dossier aanwezig stuk aan de rechter of de andere justitiële autoriteiten kan blijken dat de verdachte voor de desbetreffende aanleg is voorzien van rechtsbijstand door een raadsman.

19. Uit de appèlakte blijkt dat de advocaat als gevolmachtigde hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2021. Uit de stukken in het dossier blijkt niet dat de advocaat zich als raadsman heeft gesteld door middel van een zogenoemde stelbrief en evenmin dat een afschrift van de dagvaarding van de verdachte aan de advocaat is verzonden. Het moet er in cassatie dan ook voor worden gehouden dat beide handelingen niet zijn verricht. Nu een expliciete stelbrief volgens de Hoge Raad niet is vereist, is de volgende vraag of uit enig in het dossier aanwezig stuk aan de rechter of de andere justitiële autoriteiten kan blijken dat de verdachte voor de desbetreffende aanleg voorzien is van rechtsbijstand door de raadsman in kwestie. Hiervan lijkt geen sprake te zijn. Zo is er bijvoorbeeld geen door de raadsman ingediende appèlschriftuur aanwezig waaruit kon blijken dat de raadsman in de zaak betrokken was.

20. Gelet op hetgeen onder 18 is vooropgesteld, gaat het argument van de steller van het middel, dat de raadsman “nota bene” hoger beroep heeft ingesteld, niet op. Het (geven van volmacht tot het) instellen van rechtsmiddelen is, zoals de Hoge Raad eerder heeft bepaald, van een andere orde dan het stellen als raadsman. Daarnaast komt geen waarde toe aan het argument dat de advocaat zich “conform de gebruikelijke handelswijze van het hof Amsterdam niet nogmaals had hoeven stellen als raadsman”, omdat dit argument door de steller van het middel in het geheel niet wordt onderbouwd.

21. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat uit de stukken van het geding niet voortvloeide dat een oproeping had behoren uit te gaan naar de advocaat in kwestie. Dat oordeel lijkt mij, gelet op het voorgaande, niet onjuist, noch onbegrijpelijk.

22. Het middel faalt.

Ambtshalve

23. Ambtshalve merk ik op dat ik geen grond heb aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven. De Hoge Raad zal weliswaar uitspraak doen meer dan 24 maanden nadat op 29 december 2021 beroep in cassatie is ingesteld, maar nu de cassatiemiddelen falen, moet ervan worden uitgegaan dat het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep en dat het vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. Het bezwaar dat de Hoge Raad niet binnen twee jaren na het aantekenen van cassatieberoep uitspraak doet, kan daarmee niet leiden tot vernietiging van het bestreden arrest en evenmin tot vermindering van de in eerste aanleg opgelegde straf.

Slotsom

24. De middelen falen. De middelen kunnen met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering worden afgedaan.

25. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

26. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?