Nummer22/04777
Zitting 25 juni 2024
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.
Inleiding
Het middel
4. Het middel klaagt over de afwijzing door het hof van een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.
5. De strafzaak van de verdachte die in cassatie samenhangt met deze zaak, is ter terechtzitting in hoger beroep gelijktijdig (maar niet gevoegd) met de onderhavige zaak behandeld. Het middel dat in deze zaak is voorgesteld, is gelijkluidend aan het middel dat is voorgesteld in de samenhangende zaak. Het heeft bovendien betrekking op een identiek aanhoudingsverzoek en komt op tegen een gelijkluidende (motivering van de) afwijzende beslissing van het hof. In mijn conclusie in de samenhangende strafzaak heb ik uiteengezet waarom het in die zaak ingediende middel slaagt. Daar voeg ik in deze zaak voor de volledigheid nog aan toe dat het hof ten onrechte in de belangenafweging heeft meegewogen dat een benadeelde partij in de zaak is betrokken. Dit komt waarschijnlijk doordat in de voornoemde samenhangende zaak van de verdachte wel een benadeelde partij is betrokken. Voor de uitkomst van het cassatieberoep, dat reeds op de gronden genoemd in mijn conclusie in die samenhangde zaak slaagt, maakt dat echter geen verschil, zodat ik in deze zaak volsta met een verwijzing naar de inhoud van die conclusie.
Slotsom
6. Het middel slaagt.
7. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG