Nummer23/02688 J
Zitting 2 juli 2024
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.
Inleiding
De verdachte is bij arrest van 12 juli 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen", veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Daarnaast heeft het hof een vordering van de benadeelde partij deels toegewezen, deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard en hiermee verbonden een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
Het middel bevat de klacht dat het hof heeft verzuimd om de duur van het aantal dagen gijzeling te bepalen dat is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
Daargelaten of de steller van het middel een terecht punt heeft, het is vaste jurisprudentie dat indien de rechterlijke machtiging daartoe ontbreekt, gijzeling niet mogelijk zal zijn. De verdachte heeft aldus geen eigen belang bij de oplegging daarvan.
Afronding
Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG