ECLI:NL:PHR:2024:741

ECLI:NL:PHR:2024:741, Parket bij de Hoge Raad, 09-07-2024, 24/01104

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 09-07-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 24/01104
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2024:1428
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie AG. Beklagzaak. Ontvankelijkheid beroep in cassatie. Geen schriftuur binnen 30 dagen na aanzegging a.b.i. art. 435 Sv. Aanzegging i.p. betekend op BRP-adres. Aanzegging is niet betekend op het als domicilieadres gekozen kantooradres van de raadsman. Dat laatste is i.c. niet vereist. Conclusie strekt tot NO-verklaring van het beroep in cassatie.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/01104 B

Zitting 9 juli 2024

CONCLUSIE

P.M. Frielink

In de zaak

[klaagster],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de klaagster

1. Het cassatieberoep

De rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, heeft bij beschikking van 29 februari 2024 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot teruggave van twee inbeslaggenomen honden, ongegrond verklaard.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. J. Biemond, advocaat in Den Haag, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.

2. De ontvankelijkheid van het beroep

De aanzegging als bedoeld in art. 447 lid 3 Sv is op 16 april 2024 in persoon aan de klaagster betekend. Art. 447 lid 5 Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een maand na betekening van de aanzegging (op grond van art. 136 Sv is dat binnen dertig dagen) door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. In de onderhavige zaak is de schriftuur binnengekomen op 17 mei 2024. Dat is een dag te laat.

De opsteller van de cassatieschriftuur heeft de termijnoverschrijding onderkend. In zijn schriftuur van 17 mei 2024 merkt hij hierover op: “Verzoeker is ontvankelijk, nu de mededeling ex art. 447 lid 3 Sv niet aan het adres van de raadsman werd betekend, zoals werd aangegeven in de cassatieakte.” In de akte instellen cassatie is opgenomen dat het beroep in cassatie is ingesteld “namens [klaagster], Domicilie kiezende ten kantore te Joseph Ledelstraat 116, 2518 KM ’s-Gravenhage”.

De opsteller van de schriftuur lijkt met het beroep op de domiciliekeuze te verwijzen naar de regeling van art. 36g Sv. Strikt genomen geldt die regeling echter niet voor aanzeggingen in cassatie. Blijkens de aanhef van art. 36g lid 1 Sv heeft de regeling immers betrekking op “het toezenden van afschriften van de dagvaarding of oproeping van de verdachte om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen”. Voor aanzeggingen in cassatie geldt – gezien art. 36c Sv jo art. 36b Sv – (enkel) de regeling van art. 36e Sv, waarin is bepaald op welke wijze de uitreiking van een gerechtelijke mededeling moet plaatsvinden.

Ambtshalve is mij bekend dat de praktijk van het betekenen van aanzeggingen in cassatie ruimhartiger is dan waartoe art. 36e Sv verplicht. Zo worden er ook afschriften van aanzeggingen aan de in art. 36g Sv bedoelde adressen verzonden, indien dat afschriftadres het kantooradres van een raadsman is. Dat gebeurt echter niet als de aanzegging overeenkomstig art. 36e lid 1, aanhef en onder b sub 1, Sv aan de betrokkene in persoon is betekend. Dat laatste ligt geheel in de lijn van hetgeen in – het strikt genomen dus niet van toepassing zijnde – art. 36g lid 3, aanhef en onder d, Sv is bepaald: “Verzending van een afschrift (…) kan achterwege blijven indien (…) de dagvaarding of oproeping [A-G: lees aanzegging] inmiddels aan de verdachte in persoon is betekend.”

Aangezien in het onderhavige geval de aanzegging aan klaagster in persoon (op haar BRP-adres) is betekend, was die betekening rechtsgeldig en voldoende. Het lag op de weg van klaagster om na ontvangst van de aanzegging contact op te nemen met haar raadsman. Dat blijkt ook uit de tekst van de aanzegging. Daarin is vermeld dat de Hoge Raad de zaak alleen in behandeling kan nemen, indien een advocaat namens klaagster binnen dertig dagen een schriftuur indient bij de Hoge Raad. Aangezien dat laatste niet is gebeurd, moet worden geconcludeerd dat de klaagster niet in haar beroep in cassatie kan worden ontvangen.

3. Slotsom

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?