ECLI:NL:PHR:2025:1106

ECLI:NL:PHR:2025:1106, Parket bij de Hoge Raad, 27-05-2025, 24/02008

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 27-05-2025
Datum publicatie 14-10-2025
Zaaknummer 24/02008
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:1558
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0031378

Samenvatting

Conclusie AG. Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen (art. 141.1 Sr). Klachten toewijzing vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel. De conclusie strekt ertoe de bestreden uitspraak te vernietigen, maar uitsluitend voor zover de vordering van de benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van € 26.374,72 en voor dat bedrag een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd, te bepalen dat het bedrag waarvoor de vordering van de benadeelde partij is toegewezen € 26.368,72 bedraagt en dat de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd voor dat bedrag, te verklaren dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en het beroep voor het overige te verwerpen.

Uitspraak

BESLISSING

Het hof:

(…)

Vordering van [slachtoffer]

wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer] , ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 26.374,72 (zesentwintigduizend driehonderdvierenzeventig euro en tweeënzeventig cent) bestaande uit € 8.874,72 (achtduizend achthonderdvierenzeventig euro en tweeënzeventig cent) aan materiële schade en € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2022 over een bedrag van € 18.746,00 en vanaf 1 januari 2023 over een bedrag van € 7.628,72, tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat de verdachte met zijn mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

veroordeelt de verdachte in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 26.374,72 (zesentwintigduizend driehonderdvierenzeventig euro en tweeënzeventig cent) bestaande uit € 8.874,72 (achtduizend achthonderdvierenzeventig euro en tweeënzeventig cent) materiële schade en € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2022 over een bedrag van € 18.746,00 en vanaf 1 januari 2023 over een bedrag van € 7.628,72, tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 166 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.’

16. Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich een ‘Verzoek tot Schadevergoeding’ van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1999, op 6 april 2023 ondertekend door mr. S.A.W. Kerkhof, dat onder meer inhoudt:

4A Materiële en/of verplaatste schade

(…)

Omschrijving materiële verplaatste schade Bedrag Bijlage

a. schade aan goederen € 1.907,25 JA

b. medische kosten € 692,06 JA

c. huishoudelijke hulp € 1.488,75 JA

d. mantelzorg € 500,- JA

e. vervoers- en parkeerkosten € 190,64 JA

f. verlies aan verdienvermogen € 4.757,27 JA

g. toekomstschade p.m. JA

Totaal materiële/verplaatste schade € 9.535,97

4B Immateriële schade (smartengeld)

(…)

Omschrijving immateriële schade Bijlage

Door de mishandeling door verdachten is hij tot op heden 100% arbeidsongeschikt. JA

De opgelopen letsels door toedoen van verdachten betreffen onder meer:

- een licht-traumatisch schedel-hersenletsel;

- een hersenkneuzing;

- een moeilijk behandelbare PTSS;

- ernstig visusverlies aan beide ogen

(waarvan het rechteroog nog maar 5% visus heeft)

- en gevoelsstoornis aan de handen, linkerbovenbeen, nek en lippen;

- aanhoudende nek- en hoofdpijn, en

- een functionele neurologische stoornis.

Totaal immateriële schade € 17.500,-

17. Bij het ‘Verzoek tot Schadevergoeding’ bevindt zich een ‘Toelichting op het voegingsformulier’. Deze toelichting houdt onder meer in (met weglating van voetnoten):

FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN

1. [slachtoffer] dacht via Instagram in contact te staan met [betrokkene 1] , de zus van [verdachte] . Op 10 mei 2022 spraken ze via Instagram af om met de scooter van [slachtoffer] te gaan touren. [betrokkene 1] zou door haar broer [verdachte] naar de afspraak worden gebracht. Toen [slachtoffer] op de afgesproken plaats in [plaats] met zijn scooter op [betrokkene 1] stond te wachten, kwamen eerst twee van bovengenoemde verdachten op hem af lopen. Eenmaal bij [slachtoffer] aangekomen sloegen ze hem direct met de vuisten op respectievelijk zijn slaap en linkerkaak.

Vervolgens werd door verdachten de sleutel(bos) van [slachtoffer] uit zijn scooter gestolen, waarna de twee andere verdachten erbij kwamen. [slachtoffer] kreeg toen nog minimaal drie klappen tegen de rechterzijde van zijn hoofd. Daarna kreeg hij nog een klap tegen de linkerzijde van zijn hoofd, waarna [slachtoffer] - met zijn scooter tussen zijn benen - op de grond viel. Op de grond liggend - in elkaar gedoken om zichzelf te beschermen - werd hij veelvuldig tegen het hoofd en de rug geschopt en geslagen door de verdachten. Zijn scooter werd door verdachten ook vernield. Tot slot werden zijn schoenen en pet door verdachten gestolen. Het geweld van verdachten tegen [slachtoffer] stopte pas toen een getuige ( [betrokkene 2] , politieagent) toevallig ter plaatse kwam. [slachtoffer] werd vanwege zijn verwondingen per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Geplankt werd hij de Spoedeisende Hulp binnen gebracht.

[BFK: foto’s]

Spoedeisende hulp

2. Op 10 mei 2022 volgde beeldvormend onderzoek op de afdeling Radiologie van het [ziekenhuis 1] . Omdat [slachtoffer] nog steeds geplankt moest blijven, werd zijn kleding daarbij deels opengeknipt. Hoewel [slachtoffer] direct na de mishandeling al last had van onder meer visusklachten (een acute visusdaling), werd op dat moment voorlopig een contusie van het aangezicht gediagnostiseerd (PRODUCTIE 1, pagina 24).

Visusklachten

3. Vanwege aanhoudende visusklachten (met het rechteroog zag hij nog slechts een schim) volgde specialistisch onderzoek bij de onder meer de Polikliniek Oogheelkunde van het [ziekenhuis 1] . In het medisch dossier van [slachtoffer] wordt op 13 mei 2022 genoteerd: "visusdaling na trauma capitis" (PRODUCTIE 1, pagina 21). Er volgen daarna nog oogheelkundige onderzoeken op (PRODUCTIE 2):

• 18 mei 2022, gezichtsveldonderzoek, oogpoli;

• 20 mei 2022, bij dr […] , oogarts;

• 9 juni 2022, bij dr […] , oogarts;

• 13 juli 2022, bij dr […] , oogarts; en

• 17 augustus 2022, bij dr […] , oogarts.

Oogarts […] heeft bij het laatste onderzoek van 17 augustus 2022 een visus vastgesteld bij [slachtoffer] van minder dan 5% van het rechteroog (/OD) en van 50% van het linkeroog (/OS) (PRODUCTIE 3). De visus van het linkeroog is nadien nog verder verslechterd. Ter nadere info: Hiermee voldoet [slachtoffer] ook niet meer aan de wettelijke eisen (Regeling eisengeschiktheid 2000, bepaling 3.2.1.) om te mogen rijden in het verkeer (PRODUCTIE 4).

Visus (de gezichtsscherpte) is een maat voor de kleinste details die iemand nog kan onderscheiden op ten minste 5 meter. Vanaf deze afstand vallen de lichtstralen, net als bij in de verte kijken, evenwijdig op het oog. De normale visus van een volwassen persoon is 1,0 of hoger. De visus is 1,0 als iemand de referentie-optotypen voor 5 meter op de Landolt-C-kaart kan lezen op 5 meter afstand (V = d/D; V = visus, d = afstand van de patiënt tot de optotypenkaart, D = afstand waarop een normaal oog de optotypen kan onderscheiden). Een visus van 0,5 betekent dat die persoon alles van 2 maal zo dichtbij moet bekijken om dezelfde details scherp te kunnen zien. Bij een visus van 0,1 moet die persoon 10 maal zo dichtbij staan (PRODUCTIE 5).

Licht-traumatisch schedel-hersenletsel

4. Daarnaast zijn er aanhoudende nek- en hoofdpijnklachten en concentratie en geheugenproblemen. Dr. […] , neuroloog, noteert op 25 mei 2022 en 15 juni 2022 mede naar aanleiding van aanvullend beeldvormend onderzoek dat er sprake is van "lichttraumatisch schedel-hersenletsel", "contusio n II" (hersenkneuzing) en "myogene hoofdpijn".

[slachtoffer] heeft op dat moment nog steeds continu hoofdpijn, slaapt daardoor slecht en is praktisch blind geworden (PRODUCTIE 1, pagina's 19 en 20).

PTSS

5. Op 17 juni 2022 wordt bij [slachtoffer] een PTSS vastgesteld. Er is dan onder meer sprake van herbelevingen, nachtmerries en [slachtoffer] durft nauwelijks nog de straat op te gaan. Hij wordt dan doorverwezen naar een psycholoog van Psychologiepraktijk […] . Door GZ-psycholoog […] is er vervolgens een start gemaakt met EMDR-therapie, ter verwerking van de traumatische ervaring. Ook werd gestart met cognitieve gedragstherapie om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop gedachten, gevoelens en gedrag met elkaar samenhangen. Vanwege de ernst en het aanhoudende karakter van de PTSS-klachten vonden er psychologische consulten plaats op (PRODUCTIE 2):

• 17 juni 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 1 juli 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 15 juli 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 26 augustus 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 9 september 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 23 september 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 26 september 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 3 oktober 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 24 oktober 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 4 november 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 8 november 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 29 november 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 9 december 2022, drs. […] , GZ-psycholoog;

• 12 december 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; en

• 19 december 2022, drs. […] , GZ-psycholoog.

Daarna is besloten het behandeltraject te beëindigen, omdat de aanhoudende lichamelijke klachten van [slachtoffer] hem belemmeren in het toepassen van meer constructieve gedachten en gedrag, aldus het eindverslag van de psycholoog na 19 december 2022 (PRODUCTIE 6).

Functionele neurologische stoornis

6. Na de mishandeling ontstonden (naast klachten van hoofd- en nekpijn, visusverlies, PTSS-klachten en concentratie- en geheugenproblemen) geleidelijk ook een gevoelsstoornis. De huid van beide handen, het linker bovenbeen, de nek en de lippen voelen doof aan. Warme koffie of een warme ovenschaal, merkt hij daardoor bijvoorbeeld niet op, met verbrandingsgevaar als gevolg. Ook is er sprake van oorsuizen. Er volgen hiervoor veel neurologische onderzoeken, te weten op (PRODUCTIE 2):

• 25 mei 2022, dr […] , neuroloog;

• 15 juni 2022, dr […] , neuroloog;

• 24 augustus 2022, dr […] , neuroloog;

• 12 oktober 2022, MRI-onderzoek hersenen

• 21 oktober 2022, dr […] , neuroloog;

• 10 november 2022, EMG-scan;

• 1 december 2022, radiologie (locatie [plaats] );

• 9 december 2022, dr […] , neuroloog;

• 20 december 2022, dr […] , neuroloog;

• 10 februari 2023, klinische Neuro Fysiologie; en

• 28 februari 2023, drs […] , neuroloog.

Aangezien de klachten niet verklaard kunnen worden met normale mri-scans van myelum, nek, en cerebrum, de gevoelsstoornissen niet met EMG zijn te verklaren, de visuele verschijnselen niet door de oogarts verklaard worden, denkt neuroloog […] van het [ziekenhuis 2] uiteindelijk aan een functionele neurologische stoornis, blijkens zijn verslag van 10 maart 2023. De neuroloog twijfelt er niet aan dat deze neurologische stoornis door het trauma is uitgelokt / getriggerd, zo blijkt uit zijn verslaglegging (PRODUCTIE 7).

Bij een functionele neurologische stoornis heeft iemand problemen met zien, horen, praten en/of bewegen. Er gaat iets mis met de signalen van de hersenen naar delen van het lichaam. De klachten hebben vaak grote invloed op iemands dagelijks leven. Deze stoornis heette eerder ook wel conversiestoornis.

Actuele doorverwijzing naar Altrecht

7. Naar aanleiding van de meest recente neurologische onderzoeken (februari 2023) werd [slachtoffer] doorverwezen voor een behandeltraject bij Altrecht te Utrecht. Het betreft specialistisch behandelcentrum in de geestelijke gezondheidszorg, met helaas een relatief lange wachtlijst. [slachtoffer] is thans nog in afwachting van een eerste intakegesprek.

Resumerend

8. Inmiddels, circa één jaar na de mishandeling door verdachten, is [slachtoffer] nog onverminderd angstig en vol van stress. Hij vertrouwt mensen niet meer en leeft sinds mei vorig jaar in isolement bij zijn ouders. Hij verloor zijn werk door de mishandeling en zit sinds 11 mei 2022 in de Ziektewet. Hij heeft 's-nachts nog altijd last van nachtmerries en herbelevingen aan de mishandeling door verdachten. Hij slaapt daardoor slecht. Iedere ochtend als hij wakker wordt, is hij bang dat er weer een functie is uitgevallen van zijn lichaam of een functie nog beperkter is geworden. Met beide ogen ziet hij nog maar heel beperkt (linkeroog 30%, rechteroog 5% zicht), waardoor hij nauwelijks meer kan lezen (alleen grote letters bij veel licht). [slachtoffer] is hierdoor afhankelijk geworden van mantelzorgers, zoals zijn ouders. Zijn moeder brengt hem naar afspraken. Alleen durft hij niet goed meer buiten te zijn. Daarnaast heeft [slachtoffer] door toedoen van verdachten licht hersenletsel opgelopen. Hij kampt onder meer met hoofdpijnen, waardoor hij veelvuldig pijnmedicatie moet nemen. Zijn concentratievermogen en geheugen zijn ook aangetast.

[slachtoffer] heeft het gevoel dat hij aan zijn lot wordt overgelaten en dat het niet meer goedkomt met hem. Hij is bang dat hij blijvend beperkt is geworden en dat hij zijn beroep nooit meer kan uitoefenen. Hij is het vertrouwen in mensen en in zijn lichaam verloren.

(…)

SCHADE

12. De Hoge Raad heeft ten aanzien van de toewijsbaarheid van de vordering van de benadeelde partij geoordeeld dat de bewijsregels voor strafzaken niet gelden, maar dat te dien aanzien de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken van toepassing zijn. Dit komt erop neer dat als een feit door de benadeelde wordt gesteld en door de verdachte(n) niet of onvoldoende gemotiveerd wordt betwist, dit feit als vaststaand heeft te gelden (artikel 149 Rv).

13. De voorlopige schade van [slachtoffer] door de mishandeling door verdachten is overzichtelijk opgesomd middels bijgevoegde schadestaat (PRODUCTIE 8). Ten gevolge van de strafbare feiten door verdachten stelt [slachtoffer] onder meer de volgende schade te hebben geleden.

a. Schade aan goederen: totaal € 1.907,25

• Schade aan scooter van [slachtoffer] , [kenteken] ad € 790,- (PRODUCTIE 9).

Na de vernieling van de scooter van verdachten werd deze gerepareerd door [B] . Conform de nota d.d. 18 mei 2022 bedraagt de schade € 790,-.

• Trui kapot geknipt in ziekenhuis: Icon dsquard2 hoodie geel, gekregen van ouders kerst 2021, aanschaf- en nieuwprijs > € 200,- (PRODUCTIE 10).

[slachtoffer] moest vanwege verdenking op ernstige fracturen met kleding aan geplankt door de scanner van het [ziekenhuis 2] d.d. 10 mei 2022. Zijn trui werd deels opengesneden ter verwijdering van metaaldeeltjes in de capuchon, omdat metaal de opnamen kan verstoren.

• Broek kapot geknipt in ziekenhuis : Icon dsquard2 jeans black, gekregen van ouders kerst 2021, aanschafprijs € 250,- en nieuwprijs > € 500,- ((PRODUCTIE 10).

[slachtoffer] moest vanwege verdenking op ernstige fracturen met kleding aan geplankt door de scanner van het [ziekenhuis 2] d.d. 10 mei 2022. Zijn broek werd eveneens deels opengeknipt ter verwijdering van metaaldeeltjes, omdat metaal de opnamen kan verstoren.

• Pet gestolen door verdachten: Icon dsquard2 zwart geel, 2 a 3 maanden oud, aanschaf- en nieuwprijs > € 100,- (PRODUCTIE 10).

Verdachten hebben de pet van [slachtoffer] na de mishandeling gestolen.

• Schoenen gestolen door verdachten: Yeezy Boost 350 V2 grijs, 2 a 3 maanden oud, aanschaf- en nieuwprijs € 300,- (PRODUCTIE 10).

Verdachten hebben de schoenen van [slachtoffer] na de mishandeling gestolen.

• Sleutel van scooterslot gestolen door verdachten (scooterslot circa € 70,-):

Verdachten hebben de sleutelbos van [slachtoffer] uit zijn scooter gestolen. Aan die sleutelbos zat ook de sleutel van het hangslot van de scooter. Indien er 1 van de 2 sleutels van het hangslot ontbreekt, is de scooter niet verzekerd tegen diefstal. Bovendien hadden verdachten dus de sleutels van de scooter, waardoor [slachtoffer] zich redelijkerwijs genoodzaakt voelde een nieuw hangslot te kopen voor zijn scooter;

schade € 70,-

• Huissleutels gestolen door verdachten (vervanging cilinders, € 191,25): Verdachten hebben de sleutelbos van [slachtoffer] uit zijn scooter gestolen. Aan die sleutelbos zat ook de huissleutels van [slachtoffer] . Vanwege het inbraakrisico en een gevoel van onveiligheid, zijn op 11 mei 2022 direct de cilinders van de woning vervangen. De nota daarvan is als bijlage te raadplegen (PRODUCTIE 9).

b. Medische kosten: voorlopig totaal € 692,06

Vanwege het visusverlies heeft [slachtoffer] een bril (ad € 49,-) aangeschaft (PRODUCTIE 11).

Helaas mocht dat niet veel baten en ziet hij nog steeds maar zeer beperkt.

Afhankelijk van de ernst van de pijnklachten gebruikt(e) [slachtoffer] op advies van zijn huisarts pijnmedicatie (respectievelijk diclofenac, temazepam of paracetamol). Niet alle bonnetjes zijn daarvan bewaard gebleven, maar enkele (ad € 27,59) zijn als bijlage bijgevoegd (PRODUCTIE 11).

Eind 2021 / begin 2022 kampte [slachtoffer] met een Vitamine D-tekort. Het duurde even voordat de medisch behandelaars daarachter kwamen. In januari 2022 heeft hij in dat verband diverse onderzoeken en apothekerskosten gemaakt, waarna dit vitaminetekort was verholpen, maar als gevolg waarvan zijn Eigen Risico van zijn zorgverzekering van CZ in 2022 al grotendeels was opgesoupeerd.

Over het jaar 2023 zal [slachtoffer] echter naar alle waarschijnlijkheid het Eigen Risico van zijn zorgverzekering geheel moeten besteden aan de lopende onderzoeken naar onder meer de Functionele neurologische stoornis en de aanhoudende PTSS-klachten. In dat verband heeft hij in februari 2023 al diverse onderzoeken gehad bij neuroloog […] van het [ziekenhuis 1] . Die medische kosten zijn dus al gemaakt, maar kennelijk nog niet ingediend bij de zorgverzekeraar. Daarna is [slachtoffer] doorverwezen voor een behandeling bij Altrecht. Om die reden is het zeer aannemelijk dat de volledige € 385,- aan kosten van eigen risico voor 2023 nog bij [slachtoffer] in rekening zullen worden gebracht, zeker gezien zijn klachten.

Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding is voldoende dat feiten worden gesteld en komen vast te staan waaruit in het algemeen het geleden zijn van schade kan worden afgeleid. Alsdan staat het de rechter vrij om, mede in aanmerking genomen de aard van de schade, zonder nader bewijs aannemelijk te achten dat schade is geleden en de omvang te schatten (HR 28 juni 1991, NJ 1991, 746).

Dit blijkt ook uit latere rechtspraak. Ten aanzien van het bestaan en de omvang van de schade gelden in beginsel de gewone civiele bewijsregels, waarbij de rechter ingevolge artikel 6:97 BW bevoegd is de schade te begroten op de wijze die met de aard van deze schade in overeenstemming is, of de schade te schatten indien deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld (Hoge Raad 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162). [slachtoffer] merkt derhalve op dat uw rechtbank – met voornoemde aanknopingspunten en onderbouwende stukken – redelijkerwijs mag schatten waar het bijvoorbeeld gaat om het te verwachten eigen risico van de zorgverzekering in 2023.

Tot slot wordt in dit onderdeel nog opgemerkt dat [slachtoffer] vanwege een ernstige vermindering van het gezichtsvermogen veel moeite heeft met lezen. Met alleen zijn linkeroog kan hij zich moeilijk focussen en ook dat oog heeft een heel beperkte visus. Met zijn rechteroog is hij praktisch blind geworden (een visus van <0,05). Hierdoor heeft hij een groot computerscherm nodig. In PRODUCTIE 12 vindt u de factuur van het door hem aangeschafte grote scherm, alsmede van de daarbij noodzakelijke displayport (samen voor een bedrag van € 230,47).

c. Huishoudelijk hulp (aandeel slachtoffer opgevangen door gezinsleden): conform Richtlijn Letselschade Raad € 1.488,75

Door alle pijnklachten, het visusverlies (links nog 30% zicht, rechts slechts 5%) en de PTSS-klachten na de mishandeling komt [slachtoffer] thuis ook niet meer vooruit. Hij woont samen met zijn ouders en twee zusjes (van respectievelijk 13 en 16 jaar oud). Vóór de mishandeling had hij een aandeel van – grof geschat – 25% in de uitoefening van de huishoudelijke werkzaamheden (waaronder stofzuigen en dweilen) binnen het gezin. Na de mishandeling hebben zijn ouders en zusjes zijn huishoudelijke taken bijna volledig overgenomen. Ook in meer algemene zin is hij erg afhankelijk geworden van anderen, omdat hij nog maar zeer beperkt ziet.

Richtlijnen met normbedragen van De Letselschade Raad:

De Letselschade Raad is een overkoepelende organisatie die bestaat uit partijen die betrokken zijn bij de behandeling van letselschadezaken, zoals: Slachtofferhulp Nederland, het Verbond van Verzekeraars en brancheverenigingen van letselschade experts. De Letselschade Raad ontwikkelt richtlijnen met als doel discussie in letselschadezaken te voorkomen en gelijke gevallen gelijk te behandelen. De richtlijnen voorzien in een standaard manier om bepaalde schadeposten vast te stellen. Hier kan in specifieke gevallen van worden afgeweken, maar daarvoor moet dan wel een goede reden zijn. In de meeste gevallen worden de richtlijnen gevolgd, omdat deze zijn gebaseerd op statistische gegevens die jaarlijks onder de loep genomen worden.

De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp:

Als een familielid of andere mantelzorger huishoudelijke activiteiten zoals schoonmaken, koken, boodschappen doen en/of kinderen verzorgen overneemt van een slachtoffer (vanwege een letsel door een ander), dan heeft men recht op een schadevergoeding. Ook als er in de onderlinge verhouding (mantelzorger – slachtoffer) niets wordt betaald voor die overgenomen taken. De Letselschade Raad heeft bijgevoegde richtlijn opgesteld om de schadevergoeding voor huishoudelijke hulp eenvoudig te berekenen naar huidige maatstaven (PRODUCTIE 13). Er wordt daarbij onderscheid gemaakt op basis van de omvang van het gezin, alsmede de mate van beperking. Voor de eerste 13 weken na een ongeval of misdrijf gelden vaste bedragen (in casu geldt een normbedrag van € 159,- per week x 25% aandeel van benadeelde in de situatie vóór het misdrijf), vervolgens geldt er een redelijk uurtarief voor mantelzorg (€ 10,- in het jaar 2022 en € 11,- in het jaar 2023). De periode van 11 mei 2022 t/m medio 2023 van mantelzorg in het huishouden brengt daarmee een minimale redelijke vergoeding van € 1.488,75 met zich (zie tevens bijgevoegde schadestaat, PRODUCTIE 8).

d. Mantelzorg door moeder: abstracte schadeberekening, redelijk voorschot van € 500,-

Volgens vaste jurisprudentie kunnen verdachten ook aansprakelijk zijn voor de kosten van de verzorging en ondersteuning van een slachtoffer – ook als die verzorging of ondersteuning wordt uitgevoerd door een familielid of vrienden die daarvoor geen kosten in rekening brengen – indien het in de betreffende situatie normaal en gebruikelijk is dat die verzorging of ondersteuning wordt gedaan door professionele, voor hun diensten gehonoreerde hulpverleners (HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9998 (Rijnstate)).

Vanwege het visusverlies van [slachtoffer] na de mishandeling heeft zijn moeder hem naar alle (medische) afspraken gebracht. Daarnaast durft [slachtoffer] vanwege zijn PTSS niet goed buiten te zijn en al helemaal niet zonder begeleiding. Verder doet zijn moeder sindsdien ook zijn administratie, omdat hij het niet meer ziet.

Was zijn moeder er niet voor hem, dan was een interne opname in een zorginstelling mogelijk nodig geweest, had hij professioneel taxivervoer moeten inschakelen, alsmede een beroep moeten doen op een maatschappelijk werker voor zijn administratie. Naar schatting heeft zijn moeder inmiddels sinds het ongeval al veel meer dan 100 uur aan mantelzorg geboden vanwege de mishandeling. Een abstracte schadevergoeding van € 500,- in dat verband is slechts een klein gebaar van erkenning, maar zal in geen verhouding staan tot de maatschappelijke kosten die er zonder haar hulp waren geweest.

Ook in deze zin wordt volledigheidshalve nog eens opgemerkt dat de rechter ingevolge artikel 6:97 BW bevoegd is de schade te begroten op de wijze die met de aard van deze schade in overeenstemming is, of de schade te schatten indien deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld (Hoge Raad 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162).

e. Vervoer- en parkeerkosten: i.v.m. medische behandelingen door mishandeling € 190,64

Reiskosten (evenals parkeerkosten) in verband met letselschade door derden komen voor vergoeding in aanmerking.

De Letselschade Richtlijn Kilometervergoeding (PRODUCTIE 14) beschrijft de gebruikelijke normbedragen in letselschadezaken. Bij de gekozen methode van normering is rekening gehouden met de uitvoeringspraktijk. Er is aansluiting gezocht bij reële kosten en gangbare normen. De richtlijn gaat over de vergoeding van de variabele kosten, dat wil zeggen de kosten die variëren per extra gereden kilometer. Deze kosten worden bepaald door de schade wegens afschrijving (voor zover die afhankelijk is van de gereden kilometers), de brandstofkosten, de kosten van technisch onderhoud (servicebeurten inclusief olie verversen en begrote bijkomende reparaties) en kosten van bandenslijtage. De gemiddelde variabele kosten zijn bepaald aan de hand van de gangbare en recente ANWB-tabellen. De richtlijn sluit aan bij deze tabellen omdat de ANWB concrete en exacte calculaties vervaardigt per merk en type auto.

Voor reizen met een personenauto bedraagt de gebruikelijke vergoeding € 0,33 per kilometer voor de eerste 2000 kilometer per jaar per claimgerechtigde. Als jaar geldt in deze: telkens een jaar na de schadedatum. Bij meer dan 2000 gereden kilometers per schadejaar adviseert De Letselschade Raad de vergoeding concreet vast te stellen. Dit kan op basis van gangbare ANWB-tabellen, waarbij zowel de vaste als variabele kosten als uitgangspunt voor de vergoeding gelden.

In bijgevoegde schadestaat (PRODUCTIE 8) is een specificatie opgenomen van de gemaakte reis- en parkeerkosten door [slachtoffer] vanwege de behandeling van zijn letsels door de mishandeling door verdachten. In totaal gaat het om een bedrag van € 190,64.

f. Verlies aan verdienvermogen: 100% arbeidsongeschikt sinds mishandeling (€ 4.757,27)

[slachtoffer] werkte in de bouw / technische branche. Hij werkte eerder onder meer als dakdekker en in de technische dienst. Op 9 mei 2022 was het net begonnen met een nieuwe fulltime functie (5 dagen, 40 u per week) bij [A] te [plaats] . Zijn contract is bijgevoegd (PRODUCTIE 15). Overuren, hetgeen in de branche vanwege krapte in personeel en een grote vraag, veelvuldig voorkomen, werden separaat uitbetaald.

[slachtoffer] had net 2 dagen voor het loodgietersbedrijf gewerkt, toen hij door verdachten werd mishandeld. Door de gevolgen van de mishandeling verloor [slachtoffer] zijn baan.

[slachtoffer] deed het werk met plezier en zijn werkgever was tevreden over hem. Later heeft zijn werkgever nog gevraagd of hij terug zou willen komen, maar [slachtoffer] is nog altijd arbeidsongeschikt door de mishandeling. Dat zijn werkgever hem graag terug wilde, blijkt bijvoorbeeld uit bijgaande WhatsApp-berichten (PRODUCTIE 16).

In de jaren vóór de mishandeling verdiende [slachtoffer] gemiddeld (wit) een bedrag € 25.814,- bruto per jaar (te weten: € 26.670,- in het jaar 2020 en € 24.958,- in het jaar 2021). Dat staat gelijk aan een netto jaarsalaris van € 22.841,-.

Sinds 11 mei 2022 maakt [slachtoffer] aanspraak op een Ziektewetuitkering (PRODUCTIE 17). Thans bedraagt die uitkering bruto € 411,05 per week (PRODUCTIE 18). De Ziektewetuitkering is vanwege de inflatie per februari 2023 ligt gestegen. Daar staat tegenover dat het hypothetisch inkomen van [slachtoffer] ook zou zijn gestegen per 2023. Het CBS stelde in dit verband in algemene zin een reële CAO-loonontwikkeling van 6% vast (PRODUCTIE 19). Dit betekent dat [slachtoffer] in 2023 naar alle waarschijnlijkheid een bruto jaarinkomen zal hebben van € 23.084,57 vanwege zijn Ziektewetuitkering. Zonder mishandeling had hij naar alle waarschijnlijkheid minimaal een bruto jaarinkomen van € 27.362.84 (6% CAO-loonstijging). Dat bedrag zou eigenlijk nog moeten worden vermeerderd met onder meer de onregelmatigheidstoeslagen, die in de branche veel voorkomen.

In bijgevoegde schadestaat zijn deze bedragen vervolgens netto gemaakt. De nettoberekening is eveneens bijgevoegd (PRODUCTIE 20). Het minimale netto verlies aan verdienvermogen bedraagt derhalve € 4.757,27 (zie schadestaat in PRODUCTIE 8).

(…)

h. Immateriële schade: een voorschot op het smartengeld van € 17.500,-

Onder de feiten en omstandigheden (onderdelen 1 t/m 8) van deze toelichting op het voegingsformulier is de impact van de mishandeling beschreven.

Door de mishandeling door verdachten is hij tot op heden 100% arbeidsongeschikt verklaard. De opgelopen letsels door toedoen van verdachten betreffen onder meer:

■ een licht-traumatisch schedel-hersenletsel;

■ een hersenkneuzing;

■ een moeilijk behandelbare PTSS;

■ ernstig visusverlies aan beide ogen (waarvan het rechteroog nog maar 5% visus heeft)

■ een gevoelsstoornis aan de handen, linker bovenbeen, nek en lippen;

■ aanhoudende nek- en hoofdpijn; en

■ een functionele neurologische stoornis.

Voornoemde letsels worden door de behandeld specialisten zonder enige twijfel aan de mishandeling toegeschreven.’

18. Bij het ‘Verzoek tot Schadevergoeding’ bevindt zich als ‘Productie 8’ een ‘Schadeoverzicht’. Dat schadeoverzicht houdt onder meer in:

SCHADESOORT BEDRAG

A. Schade aan goederen

Schade aan scooter kapot 790,00

Trui icon dsquared2 kapot 200,00

broek icon dsquared2 kapot 250,00

pet icon dsquared gestolen 100,00

schoenen yeezy's boost 350v2 gestolen 300,00

scooterhangslot gestolen 70,00

poortdruppel gestolen 6,00

huissleutel gestolen nieuwe cilinders (11-5-2022) 191,25

B. Medische kosten

Aanschaf afstandsbril Eyelove factuur d.d. 17-08-2022 49,00

Ibuprofen Kruidvat factuur d.d. 13-05-2022 7,57 Temazepam Medsen Apotheek factuur d.d. 31-05-2022 20,02

Eigen Risico 2023 zorgverzekeraar CZ reservering 385,00

(…) groot computerscherm factuur d.d. 12-10-2022 230,47

C. Huishoudelijke hulp

Benadeelde woont samen met zijn ouders en twee zusjes (respect. 13 en 16 jaar oud)

Zijn aandeel in het huishouden was ongeveer 25% van het geheel

Vanwege het opgelopen letsel werden de taken overgenomen door de andere gezinsleden

Conform De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp (respect. 2022 en 2023) wordt de schade als volgt begroot:

Periode vanaf 11 mei 2022 (weeknr. 19) t/m 31 december 2022 (weeknr. 52) (in totaal 33 weken)

- Eerste 13 weken na mishandeling x normbedrag € 159 x aandeel 25% (13x € 159,- x 0.25) 516,75

- volgende 20 weken x 2 uur extra door gezinsleden x € 10,- p/uur (20 x 2 x € 10,-) 400,00

Periode vanaf 1 januari 2023 (weeknr. 1) t/m 30 juni 2023 (weeknr. 26) (in totaal 26 weken)

- volgende 26 weken x 2 uur extra door gezinsleden x € 11,- p/uur (26 x 2 x € 11,-) 572,00

D. Mantelzorg

Ondersteuning door moeder bij en naar medische consulten, alsmede bij administratie 500,00

E. Vervoerskosten

14x parkeerkosten [ziekenhuis 1] 14,00

2x parkeerkosten [ziekenhuis 2] 3,00

1x parkeerkosten Stadkantoor (naar politiebureau) 6,00

14x kilometervergoeding [ziekenhuis 1] ( [plaats] : 18 km retour x € 0,33 p/km (…))

18 mei 2022, gezichtsveldonderzoek, oogpoli 5,94

20 mei 2022, dr […] , oogarts 5,94

25 mei 2022, dr […] , neuroloog 5,94

9 juni 2022, dr […] , oogarts 5,94

15 juni 2022, dr […] , neuroloog 5,94

13 juli 2022, dr […] , oogarts 5,94

17 augustus 2022, dr […] , oogarts 5,94

24 augustus 2022, dr […] , neuroloog 5,94

12 oktober 2022, MRI-onderzoek hersenen 5,94

21 oktober 2022, dr […] , neuroloog 5,94

10 november 2022, EMG-scan 5,94

1 december 2022, radiologie (locatie [plaats] , 27 km retour) 8,91

9 december 2022, dr […] , neuroloog 5,94

20 december 2022, dr […] , neuroloog 5,94

2x kilometervergoeding [ziekenhuis 2] ( [plaats] , 11 km retour)

10 februari 2023, klinische Neuro Fysiologie 3,63

28 februari 2023, drs […] , neuroloog 3,63

15x kilometervergoeding Psycholoog […] ( [plaats] , 15 km retour)

17 juni 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

1 juli 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

15 juli 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

26 augustus 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

9 september 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

23 september 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

26 september 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

3 oktober 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

24 oktober 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

4 november 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

8 november 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

29 november 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

9 december 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; 4,95

12 december 2022, drs. […] , GZ-psycholoog; en 4,95

19 december 2022, drs. […] , GZ-psycholoog. 4,95

F. Verlies arbeidsvermogen

Sinds misdrijf volledig arbeidsongeschikt (Ziektewet-uitkering)

Bruto inkomen in het jaar 2020: € 26.670,-

Bruto inkomen in het jaar 2021: € 24.958,-

Hypothetisch uitgangspunt: gemiddeld bruto jaarinkomen vóór misdrijf € 25.814,-

Werkelijk inkomen na misdrijf (in Ziektewet): hypothetisch zonder misdrijf:

in het jaar 2022: € 22.247,- (€ 20.697,- netto) € 25.814,- (€ 22.841,- netto ) 2.144,00 verwachting in jaar 2023: € 23.084,57 (€ 22.177,57 net) * € 27.362,84 (€ 24.790,84 net) ** 2.613,27

* Zw-uitkering per week bruto € 411,05 x 52 weken x 1,08 ( 8% vakantiegeld)

** gemiddeld bruto inkomen vóór misdrijf x 1,06 (reële CAO loonstijging 6%)

(…)

H. Immateriële schade

Door de mishandeling tot op heden 100% arbeidsongeschikt voorschot 17.500,00 Opgelopen letsels onder meer:

- licht-traumatisch schedel-hersenletsel

- hersenkneuzing

- PTSS

- ernstig visusverlies aan beide ogen

- een gevoelsstoornis aan de handen, linkerbovenbeen, nek en lippen

- aanhoudende nek- en hoofdpijn

- een functionele neurologische stoornis

Slachtoffer is in het dagelijks leven afhankelijk geworden van mantelzorgers

I. Wettelijke rente p.m.

(…)

totaal voorlopige schadeposten 27.035,97’

19. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep op 3 mei 2024 houdt onder meer het volgende in:

‘De voorzitter maakt melding van de vordering van de benadeelde partij.

De advocaat van de benadeelde partij geeft daarop het volgende te kennen.

Mijn cliënt heeft een intakegesprek bij de GGZ Oost-Brabant gehad. De intake bestaat uit meerdere gesprekken. Welke behandeling hij momenteel krijgt durf ik niet te zeggen. Hij is verwezen naar een gespecialiseerde psycholoog. Hij heeft PTSS. Hij is verwezen naar het HSK (fonetisch), maar daar is de wachtlijst lang, daar is geen plek. Bij […] kon men hem geen passende behandeling aanbieden. Hij heeft bij […] (fonetisch) een psycholoog gehad en hij heeft een EMDR-behandeling gehad.

De medische situatie voor wat betreft zijn ogen en zijn visus is onveranderd.

Ik vorder geen proceskosten in hoger beroep omdat ik werk op basis van een toevoeging.

De advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte geven te kennen dat de vordering van de benadeelde partij voldoende is besproken.

(…)

De raadsvrouw pleit overeenkomstig de inhoud van de door haar aan het hof overgelegde pleitnota, welke aan dit proces-verbaal is gehecht en als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd en voegt daar, zakelijk weergegeven, het navolgende aan toe.

(…)

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij het volgende. Het letsel is vervelend. Er is wel degelijk tussen de medeverdachten over het voorval gesproken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn thuis gekomen bij de familie van mijn cliënt. Er is besproken over hoe dit zo uit de hand heeft kunnen lopen en waarom mijn cliënt veroordeeld zou moeten worden. Ze hebben elkaar toen aangesproken op hun gedrag.

Er is een uitgebreid voegingsformulier. Mijn cliënt krijgt signalen dat de schade niet zo ernstig is als de benadeelde partij doet voorkomen. Cliënt hoort het een en ander. Dit maakt het lastig. Ik wil uw hof verzoeken om hiermee rekening te houden.

Ik ben geen medisch professional en ga dus geen verweer voeren op de opgevoerde medische kosten.

Ten aanzien van de kleding wil ik opmerken dat deze al oud waren en ik vraag me daarom af of een afschrijving van toepassing is.

Ten aanzien van de kosten die verband houden met feit 2 het volgende. De advocaat-generaal zegt dat hij een causaal verband ziet. Ik zie dat minder. De Hoge Raad is duidelijk in de jurisprudentie over groepsaansprakelijkheid. Daar heb ik moeite mee. Het is lastig uit te leggen dat mijn cliënt bij een veroordeling een aanzienlijk bedrag moet betalen voor handelingen die door anderen zijn verricht.

U, oudste raadsheer, legt mij uit dat dit zo is ten behoeve van het slachtoffer. De medeverdachten moeten onderling de draagplicht uitzoeken.

Ten aanzien van de immateriële kosten, die laat ik aan uw hof in alle wijsheid.’

Bespreking van het middel

20. Het middel bevat een aantal deelklachten met betrekking tot de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel. De eerste deelklacht houdt in dat het hof ‘ten onrechte, althans op ontoereikende en/of onbegrijpelijke gronden heeft beslist tot toewijzing van de vordering tot vergoeding van materiële schade van [slachtoffer] tot een bedrag van (in totaal) € 8.874,72, te vermeerderen met de wettelijke rente, in het bijzonder wat betreft de schadeposten 'a. schade aan goederen' en 'c. huishoudelijke hulp’. De steller van het middel voert aan dat er ogenschijnlijk een rekenfout is geslopen in de berekening van schadepost a., omdat zowel in het voegingsformulier als in het arrest wordt uitgegaan van een totaalbedrag van € 1.907,25, terwijl de afzonderlijke posten opgeteld een totaalbedrag van € 1.901,25 opleveren.

21. In de toelichting op het voegingsformulier wordt inderdaad een totaalbedrag van € 1.907,25 voor ‘a. schade aan goederen’ genoemd, terwijl de daaronder gespecificeerde posten slechts optellen tot een bedrag van € 1.901,25. In de toelichting op het voegingsformulier wordt echter ook verwezen naar de schadestaat die in Productie 8 bij het voegingsformulier is opgenomen. In die schadestaat is onder ‘A. Schade aan goederen’ ook een bedrag van € 6,- opgenomen voor een gestolen poortdruppel. Gelet hierop is het niet onbegrijpelijk dat het hof is uitgegaan van een totaalbedrag aan ‘schade aan goederen’ van € 1.907,25.

22. Desondanks is de toewijzing van het bedrag van € 1.246,- voor ‘schade aan goederen’ naar het mij voorkomt niet zonder meer begrijpelijk. Het hof heeft overwogen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering voor zover die betrekking heeft op de gestolen goederen. Daarmee ligt in de overwegingen van het hof besloten dat de vordering ook niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard voor zover het de gevorderde € 6,- voor de gestolen poortdruppel betrof. Nu van de gevorderde € 1.907,25 slechts een bedrag van € 661,25 (‘een optelsom van de kosten voor diefstal pet € 100,00, diefstal schoenen € 300,00, diefstal sleutel scooter € 70,00 en diefstal huissleutels € 191,25’) is afgetrokken, heeft het hof dat kennelijk abusievelijk nagelaten. Uw Raad zou de zaak op dit punt om doelmatigheidsredenen zelf kunnen afdoen.

23. De steller van het middel voert voorts aan dat de berekening van de post ‘c. huishoudelijke hulp’ ziet op een periode van mei 2022 tot en met medio 2023 en is onderbouwd met een berekening die is gebaseerd op de Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp, terwijl die richtlijn enkel ziet op een periode van zes maanden na het schadeveroorzakende incident en daarna niet meer van toepassing is. Daarbij is die richtlijn uitsluitend van toepassing bij een in het huishouden participerend meerderjarig kind als dat kind thuiswonend is en voltijds studerend, terwijl dat laatste in de onderhavige zaak niet het geval is.

24. Het hof heeft inzake de toewijzing van de gevorderde schade voor ‘c. huishoudelijke hulp’ slechts in zijn algemeenheid overwogen: ‘Het overige deel van de gevorderde materiële schade, groot € 8.874,72, is genoegzaam onderbouwd en door de verdediging niet gemotiveerd betwist’.

25. Uit het voegingsformulier van de benadeelde partij kan worden opgemaakt dat de benadeelde partij ten tijde van het bewezenverklaarde feit 23 jaar oud was. Uit de toelichting op dat formulier (onder f) volgt dat hij fulltime in de bouw / technische branche werkte. Inzake de gevorderde schade voor huishoudelijke hulp is (onder c) in het bijzonder aangevoerd dat de benadeelde partij samenwoont met zijn ouders en twee zusjes, dat hij voor de mishandeling een aandeel van – grof geschat – 25% in de uitoefening van de huishoudelijke werkzaamheden binnen het gezin had en dat zijn huishoudelijke taken na de mishandeling bijna volledig zijn overgenomen door zijn ouders en zusjes. Vervolgens is gewezen op de richtlijnen met normbedragen van de Letselschade Raad en is aangegeven dat de Letselschade Raad richtlijnen ontwikkelt ‘met als doel discussie in letselschadezaken te voorkomen en gelijke gevallen gelijk te behandelen’. In het bijzonder is de gevorderde vergoeding gebaseerd op de Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp, waarin – zo geeft de toelichting aan – onderscheid wordt gemaakt op basis van de omvang van het gezin alsmede de mate van beperking.

26. Uw Raad heeft in het overzichtsarrest inzake de benadeelde partij onder meer het volgende overwogen (met weglating van voetnoten):

Beoordeling en beslissing rechter

Voor de toewijsbaarheid van de vordering van de benadeelde partij gelden niet de bewijs(minimum)regels van het Wetboek van Strafvordering maar de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken. Overeenkomstig de hoofdregel van art. 150 Rv rust op de benadeelde partij die een vordering instelt in beginsel de last de feiten en omstandigheden te stellen – en in geval van betwisting daarvan bewijs bij te brengen – die tot toewijzing van de vordering kunnen leiden. (…)

In het geval de verdachte de vordering van de benadeelde partij betwist zal de rechter aan de hand van de onderbouwing van de stellingen over en weer moeten beoordelen of de feiten en omstandigheden die tot toewijzing van de vordering kunnen leiden in voldoende mate zijn komen vast te staan.

In het geval de verdachte de vordering van de benadeelde partij niet (gemotiveerd) betwist, zal de rechter uitgaan van de juistheid van de daaraan ten grondslag gelegde feiten (vgl. art. 149 Rv) en zal de vordering in de regel worden toegewezen, tenzij de vordering onrechtmatig of ongegrond voorkomt of zich het (…) geval voordoet waarin de rechter door de beperkingen van het strafproces niet verzekerd acht dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest hun stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de toewijsbaarheid genoegzaam naar voren te brengen. (…)

(…)

Met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 2.4 reeds is overwogen, begroot de rechter de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Indien de omvang van de schade zonder nader onderzoek dat een onevenredige vertraging van het strafgeding zou opleveren, niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, kan die omvang in veel gevallen worden geschat (art. 6:97 BW). De rechter dient in zijn motivering van die schatting zoveel mogelijk aan te sluiten bij de vaststaande feiten. Indien de gehele schade of een bepaalde schadepost wordt geschat op een bepaald bedrag impliceert de beslissing met betrekking tot die schade(post) de afwijzing van hetgeen meer werd gevorderd, tenzij uit die beslissing blijkt dat sprake is van een gedeeltelijke toewijzing zoals hiervoor onder 2.8.4 bedoeld.’

27. De Letselschade Raad werkt, aldus een tekst op haar website, ‘met betrokken professionele partijen aan verbetering van het schaderegelingsproces bij letselschade’. Deze ‘onafhankelijke en overkoepelende organisatie, bestaat uit alle partijen die betrokken zijn bij de behandeling van letselschadezaken’. De Permanente Commissie Normering ‘ontwikkelt en beheert richtlijnen’. De Letselschade Richtlijnen ‘zijn bindend voor partijen die de Gedragscode Behandeling Letselschade onderschrijven.’ Bij de op 6 april 2023 ingediende vordering tot schadevergoeding is uitgegaan van de ‘Letselschade Richtlijn Huishoudelijke hulp’ van 2022 en 2023 (Productie 8, ‘Schadeoverzicht’ en Productie 13).

28. Uit de informatie van de Letselschade Raad blijkt niet dat dat Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp ook bedoeld is voor de beoordeling van vorderingen van benadeelde partijen in het strafproces. Dat betekent evenwel niet dat deze richtlijn in die situatie niet als richtsnoer kan worden gebruikt bij het schatten van schade die is geleden door het overnemen van de huishoudelijke taken van de benadeelde partij. Voor zover de steller van het middel aanvoert dat niet aan de vereisten voor toepasselijkheid van de richtlijn voldaan is, merk ik op dat de richtlijn blijkens de toelichting kennelijk niet bedoeld is om te worden gehanteerd indien de gelaedeerde meerderjarige kinderen heeft die thuis wonen en niet voltijds studeren. Die uitzondering is hier niet aan de orde. Maar ook als er op andere gronden vanuit wordt gegaan dat de richtlijn niet geschreven is voor de situatie die zich in deze zaak voordoet, doet dat er niet aan af dat aan de richtlijn een richtsnoer voor de berekening van de vordering ter zake van huishoudelijke hulp kan worden ontleend.

29. Dat de richtlijn voor de eerste zes maanden na de schadeveroorzakende gebeurtenis een richtsnoer geeft, staat er voorts niet aan in de weg dat zij ook voor de schatting van schade nadien kan worden gebruikt. Ik neem daarbij in aanmerking dat de richtlijn inzake deze begrenzing het volgende inhoudt: ‘Nadat deze tweede termijn is verlopen (zes maanden na het ongeval) betaalt de verzekeraar een redelijke vergoeding’. Dat de verzekeraar een vergoeding heeft betaald, blijkt in casu niet.

30. De benadeelde partij heeft de Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp als richtsnoer gebruikt bij de vordering van schade die is geleden door het overnemen van de huishoudelijke taken van de benadeelde partij. Tegen de hoogte van het gevorderde bedrag en de berekening die daaraan ten grondslag is gelegd is door of namens de verdachte geen verweer gevoerd. Mede in dat licht is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

31. De eerste deelklacht slaagt gedeeltelijk.

32. De tweede deelklacht houdt in dat het hof ‘ten onrechte, althans op ontoereikende en/of onbegrijpelijke gronden heeft bepaald dat het toegewezen bedrag van de vordering tot vergoeding van materiële schade, te weten € 7.628,72, moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023, in het bijzonder doordat een aanzienlijk deel van de betreffende schade op dat moment nog niet was geleden’.

33. Uw Raad heeft in het overzichtsarrest inzake de benadeelde partij onder meer het volgende overwogen (met weglating van voetnoten):

Wettelijke rente

De benadeelde partij kan betaling van de – overeenkomstig de criteria van het Burgerlijk Wetboek te berekenen – wettelijke rente vorderen over het bedrag dat zij aan schade heeft geleden; dit kan op het voegingsformulier (of het bijbehorende schadeonderbouwingsformulier), bij aparte brief of mondeling ter zitting in eerste aanleg. De benadeelde partij moet uitdrukkelijk aanspraak maken op de wettelijke rente; de rechter kan deze rente niet ambtshalve toewijzen. In beginsel is de wettelijke rente ingevolge art. 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf het moment waarop de schade die het gevolg is van de onrechtmatige daad van de verdachte, is ingetreden.

Opmerking verdient dat de omstandigheid dat de benadeelde partij niet heeft gevorderd dat de wettelijke rente wordt vergoed, er niet aan in de weg staat dat de rechter bepaalt dat de op de voet van art. 36f Sr opgelegde betalingsverplichting (schadevergoedingsmaatregel) moet worden vermeerderd met de wettelijke rente.’

34. Het hof heeft vastgesteld dat de benadeelde partij materiële schade heeft geleden en overwogen dat de schade aan goederen van € 1.246,00 ‘wordt geacht te zijn geleden op de pleegdatum 10 mei 2022’ en dat de overige materiële schade ten bedrage van € 7.628,72 ‘op verschillende tijdstippen in 2022 en 2023’ is ingetreden. Het hof heeft vervolgens bepaald dat deze schade ‘is geleden op 1 januari 2023, zijnde de datum waarop ongeveer de helft van de schade was geleden’ en de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 januari 2023 toegewezen.

35. Uit het bij de vordering van de benadeelde partij opgenomen ‘Schadeoverzicht’ (productie 8) kan worden opgemaakt dat een deel van de schadeposten die onderdeel zijn van het schadebedrag van € 7.628,72 zijn ingetreden na 1 januari 2023. Dat betreft in de eerste plaats de schadepost medische kosten (b) voor zover deze betrekking heeft op het eigen risico 2023 van zorgverzekeraar CZ ter hoogte van € 385,-. Het betreft in de tweede plaats de vergoeding wegens ‘huishoudelijke hulp’ (c) voor de periode vanaf 1 januari 2023 t/m 30 juni 2023 (€ 572,-), Het gaat in de derde plaats om vervoerskosten (e) naar het [ziekenhuis 2] op 10 februari 2023 en 28 februari 2023 (totaal € 7,26) en om het bedrag ter zake van mantelzorg voor zover dat met deze twee bezoeken verband houdt (d). En het gaat om verlies van verdienvermogen (f) in 2023 (€ 2.613,27). Opgeteld gaat het (wat de gespecificeerde bedragen betreft) om een bedrag van € 3.577,53. De overige schadeposten betreffen schade die eerder, op verschillende data in 2022, is ingetreden. Opgeteld gaat het daarbij om een bedrag van € 4.051,19.

36. Uit rechtspraak van Uw Raad kan worden afgeleid dat Uw Raad bij het bepalen van de aanvangsdatum van de wettelijke rente accepteert dat niet tot op de dag nauwkeurig wordt uitgesplitst welke kosten precies wanneer zijn gemaakt, en de wettelijke rente gekoppeld aan elk van die dagen wordt bepaald. Zo oordeelde Uw Raad in een arrest van 8 april 2025 dat het oordeel van het hof dat de materiële schade die het gevolg was van de bewezenverklaarde belaging volledig was ingetreden op de aanvangsdatum van de bewezenverklaarde periode niet zonder meer begrijpelijk was. Uw Raad bepaalde de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de kosten van de psycholoog vervolgens op 17 december 2014, zijnde de dag na de laatste behandeling, en de aanvangsdatum voor de reiskosten en de ‘kosten Aware-kast’ op 31 augustus 2014, een datum ‘in het midden van de periode waarin deze kosten zijn gemaakt’. Daaraan gekoppeld mag aan een klacht in cassatie over de door het hof bepaalde aanvangsdatum van de wettelijke rente naar het mij voorkomt de eis worden gesteld dat aannemelijk wordt gemaakt dat de klagende partij daardoor nadeel (van enige betekenis) heeft geleden.

37. Nu ruwweg de helft van de overige materiële schade voor 1 januari 2023 is geleden en ruwweg de andere helft daarna, meen ik dat het hof de aanvangsdatum van de wettelijke rente over dit bedrag op 1 januari 2023 heeft kunnen bepalen. Nu het grootste van beide bedragen schade betreft die voor 1 januari 2023 is geleden, meen ik voorts dat de verdachte geen belang bij cassatie heeft, nu niet evident is dat hij door ’s hofs beslissing inzake de aanvangsdatum van de wettelijke rente in zijn belang is geschaad, en in de cassatieschriftuur niet is toegelicht waarom de verdachte toch belang bij cassatie zou hebben.

38. De tweede deelklacht faalt.

39. De derde deelklacht houdt in dat het hof ‘(daarom tevens) ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft beslist tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het [slachtoffer] tot het bedrag van in totaal € 26.374,72, te vermeerderen met de wettelijke rente’.

40. Uit de verwoording van de klacht volgt dat deze deelklacht geen separate klacht bevat, maar de klachten inzake de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tevens betrekt op de schadevergoedingsmaatregel. De gronden die meebrengen dat de deelklachten falen die de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij betreffen, brengen mee dat deze deelklacht eveneens faalt. Daarom zie ik van een nadere bespreking af.

Afronding

41. Het middel is ten dele terecht voorgesteld. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

42. Deze conclusie strekt ertoe

- de bestreden uitspraak te vernietigen, maar uitsluitend voor zover de vordering van de benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van € 26.374,72 en voor dat bedrag een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd;

- te bepalen dat het bedrag waarvoor de vordering van de benadeelde partij is toegewezen € 26.368,72 bedraagt en dat de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd voor dat bedrag;

- te verklaren dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en

- het beroep voor het overige te verwerpen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?