ECLI:NL:PHR:2025:1179

ECLI:NL:PHR:2025:1179, Parket bij de Hoge Raad, 04-11-2025, 23/03897

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 04-11-2025
Zaaknummer 23/03897
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2026:26
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

Conclusie AG. Falende klacht dat arrest hof niet het tenlastegelegde bevat. Door hof bevestigd vonnis politierechter verwijst conform Regeling aantekening mondeling vonnis naar inhoud van de dagvaarding. Strekt tot verwerping van het beroep.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/03897

Zitting 4 november 2025

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1. Het cassatieberoep

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 5 oktober 2023 het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 november 2022 bevestigd. In dat vonnis heeft de politierechter de verdachte wegens “diefstal” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van twee eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De advocaat J.J.J. van Rijsbergen heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

Het middel bevat de klacht dat het arrest van het hof – in strijd met at. 359 lid 1 Sv – niet het ten laste gelegde bevat.

De aantekening van het mondeling vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland in het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 november 2022 houdt onder meer het volgende in:

1. Tenlastelegging

Overeenkomstig de dagvaarding.”

Uit de aantekening van het mondeling arrest van het hof blijkt dat het hof heeft geoordeeld dat de politierechter op juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Het hof heeft het vonnis bevestigd, met overneming van gronden.

Volgens de steller van het middel had het hof het vonnis van de politierechter niet mogen bevestigen. Het vonnis bevat immers niet de tekst van het ten laste gelegde maar slechts een verwijzing naar de dagvaarding, terwijl de tekst van de dagvaarding niet als bijlage aan het vonnis is opgenomen.

Voor ‘gewone’, (daarmee bedoel ik: schriftelijke) vonnissen geldt dat uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat ook aan art. 359 lid 1 Sv is voldaan als een kopie van de tenlastelegging aan het vonnis wordt gehecht. Dat is hier inderdaad niet gebeurd. De steller van het middel miskent hiermee echter dat in de onderhavige zaak sprake is van een mondeling vonnis dat op grond van art. 378 lid 2 Sv is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. Voor de aantekening van mondelinge vonnissen en arresten gelden op basis van de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling van strafzaken in hoger beroep (Stcrt. 1996, 197) (hierna: de Regeling) bijzondere regels.

Uit art. 1 onder a van die Regeling volgt dat de aantekening van het mondeling vonnis de inhoud van de tenlastelegging moet bevatten, maar dat daarvoor kan worden verwezen naar de dagvaarding. Op grond van art. 3 onder c van de Regeling geldt hetzelfde voor de aantekening van het mondeling arrest als bedoeld in art. 425 lid 3 Sv.

De aantekening van het mondeling vonnis van de politierechter verwijst voor wat betreft de tenlastelegging naar de dagvaarding. Dat is in overeenstemming met art. 1 van de Regeling. Door het vonnis van de politierechter te bevestigen, heeft het hof voor wat betreft de tenlastelegging verwezen naar de dagvaarding in eerste aanleg. Dat is in overeenstemming met art. 3 van de Regeling. De klacht dat het arrest van het hof in strijd met art. 359 lid 1 Sv niet het ten laste gelegde bevat, faalt daarmee.

3. Slotsom

Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.

Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen meer dan 24 maanden nadat cassatie is ingesteld. Dat betekent dat inbreuk is gemaakt op het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van vijf weken en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, kan de Hoge Raad volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden en is er geen aanleiding om daar enig ander rechtsgevolg aan te verbinden.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?