ECLI:NL:PHR:2025:1182

ECLI:NL:PHR:2025:1182, Parket bij de Hoge Raad, 04-11-2025, 24/00163

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 06-11-2025
Zaaknummer 24/00163
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2026:42
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

Conclusie AG. Medeplegen van poging tot doodslag. Klacht over verwerping beroep op noodweer faalt volgens AG. De in pleidooi weergegeven getuigenverklaringen doen volgens AG geen afbreuk aan oordeel hof dat het verweer dat slachtoffer als eerste mes heeft gepakt geen steun vindt in het dossier. Samenhang met 24/00162 en 24/00230.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/00163

Zitting 4 november 2025

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte

1. Het cassatieberoep

De verdachte is bij arrest van 15 januari 2024 door het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , (parketnr. 21-006082-17) wegens "medeplegen van poging tot doodslag", veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden. Verder heeft het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld, waarin wordt geklaagd over de verwerping van het beroep op noodweer door het hof.

Er bestaat samenhang met de zaken 24/00162, 24/00230 en 24/00852. In de eerstgenoemde twee zaken zal ik vandaag eveneens concluderen. In de laatstgenoemde zaak heeft de Hoge Raad bij arrest van 17 juni 2025 het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard omdat geen cassatiemiddelen zijn ingediend.

2. De uitspraak van het hof

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“hij op 11 december 2015 te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met anderen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met een mes in de nek heeft gestoken en met een tondeuse en meermalen met bezems en vuisten op het hoofd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.”

Het hof heeft het volgende overwogen over de bewezenverklaring:

“Vaststelling van de feiten

Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 11 december 2015 zich met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] buiten heeft verzameld, dat zij gezamenlijk kapperszaak [A] te [plaats] zijn binnengegaan en dat zij bij binnenkomst dreigend gezamenlijk naar [slachtoffer] zijn gelopen en de kappersstoel waarin deze zich bevond, hebben omringd. Daarbij stond [medeverdachte 2] vanuit aangever gezien links, [medeverdachte 1] rechts en verdachte achter aangever. Vervolgens zijn de drie verdachten ieder vrijwel direct overgegaan tot het gelijktijdig uitoefenen van grof geweld tegen aangever, waarbij aangever onder meer met harde voorwerpen - stokken en/of bezems en een tondeuse - en met vuisten tegen zijn hoofd is geslagen en tweemaal met een mes is gestoken in zijn nek (bovenaan de rug) en nadien in zijn rechterarm. Het hof stelt op grond van de positionering van de verdachten en de locatie van de twee steek/snijverwondingen van aangever in de nek vast dat verdachte deze heeft toegebracht. [medeverdachte 1] is, onder meer blijkens zijn eigen verklaring, degene geweest die aangever met een tondeuse op zijn hoofd heeft geslagen. [medeverdachte 2] heeft aangever met een stok of bezem en met zijn vuisten op diens hoofd geslagen. Aangever is evenwel ook op andere posities op zijn lichaam gewond geraakt. In de kapperszaak heeft een worsteling tussen aangever en de verdachten plaatsgevonden die tot aan de voordeur van de kapperszaak voortduurde. [getuige 1] verklaart onder meer dat zij heeft gezien dat aangever op een gegeven moment met een mes in zijn rechterarm werd gestoken door een van de drie mannen.

Het hof leidt uit de beschrijving van camerabeelden af dat de kapperszaak om 17:41:17 uur gezamenlijk door verdachte en zijn mededaders wordt benaderd en binnengegaan en dat de zaak vervolgens om 17:42:21 uur weer wordt verlaten. Het toegepaste geweld heeft zodoende binnen een tijdsbestek van iets meer dan één minuut plaatsgevonden. In dat korte tijdsbestek vindt het hof bevestiging van hetgeen aangever, getuigen [getuige 1] en [getuige 2] verklaren over het door verdachte en zijn medeverdachten vrijwel direct na binnenkomst van de zaak toegepaste geweld.”

Het hof heeft het beroep op noodweer van de verdachte als volgt samengevat en verworpen:

“De raadsman van verdachte heeft bepleit dat verdachte heeft gehandeld vanuit noodweer. Daartoe is aangevoerd dat verdachte zich moest verdedigen tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanval door aangever, die als eerste een mes trok van onder zijn kappersschort en vervolgens met dat mes op verdachte afkwam. Ter ondersteuning van deze lezing is gewezen op een de verdachte betreffende letselrapportage, opgemaakt op 11 mei 2017 door forensisch arts [naam 1] .

Beoordeling hof.

Het verweer stuit naar het oordeel af op de feiten. Het hof volgt verdachte in het bijzonder niet in zijn verklaring dat aangever als eerste een mes, dan wel een scherp voorwerp van onder zijn kappersschort vandaan trok. Behoudens de verklaring van verdachte en beide medeverdachten, vindt deze lezing geen enkele steun in het dossier, nu aangever uitdrukkelijk heeft verklaard geen mes te hebben getrokken terwijl evenmin de overige aanwezige getuigen daarover hebben verklaard. Niet alleen verklaren deze getuigen niets over een mes in de handen van aangever, ook beschrijven zij het gedrag van aangever en beide medeverdachten zonder uitzondering als verdedigend en niet aanvallend. Het door verdachte aangevoerde scenario wordt derhalve weersproken door de bewijsmiddelen en de daarop gebaseerde feitenvaststelling die het hof hiervoor in de bewijsoverwegingen heeft opgetekend.

(…)

Het verweer van verdachte vindt daarmee zijn weerlegging in het bewijs. Het hof acht de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het verweer ten grondslag heeft gelegd zodoende niet aannemelijk geworden.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de verdachte en/of zijn medeverdachten de aan hen verweten gedragingen niet heeft of hebben verricht in een situatie waarin en op een tijdstip waarop voor (één van) hen de noodzaak bestond tot verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, dan wel het onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Het verweer wordt dan ook verworpen.”

3. Het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de overweging van het hof bij de beoordeling van het beroep op noodweer, dat de lezing van de verdachte dat de aangever als eerste een mes of ander scherp voorwerp van onder zijn kappersschort vandaan trok, geen enkele steun vindt in het dossier. Aangevoerd wordt dat de verdediging bij pleidooi heeft gewezen op de verklaringen van de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] , die hebben verklaard dat zij voorafgaand, ten tijde of direct na het feit de aangever hebben waargenomen met het mes.

Het gaat om de volgende passages uit het pleidooi dat de raadsman heeft voorgedragen op de terechtzitting in hoger beroep van 23 oktober 2023.

“In het dossier bevinden zich ook verklaringen die aan ander licht werpen op het gedrag van [slachtoffer] die bewuste dag.

(…)

RC verklaring d.d. 15 november 2016

[getuige 2]

De raadsvrouw vraagt in welke stoel [medeverdachte 1] zat op het moment dat ik hem knipte. Ik sta meestal naast [betrokkene 1] . [betrokkene 1] staat meestal bij de een na laatste stoel. Volgens mij zat er nu wel een stoel tussen. [slachtoffer] kwam de kapsalon binnen toen ik met [medeverdachte 1] bezig was. [slachtoffer] liep langs [medeverdachte 1] en zei: "als je nog een keer een grote mond hebt, gooi ik je in de gracht". [medeverdachte 1] zei tegen [slachtoffer] : “ik wil buiten wel met je praten". Toen zei [slachtoffer] nogmaals tegen [medeverdachte 1] dat hij hem in de gracht zou gooien als hij een grote mond zou hebben. [medeverdachte 1] ging vervolgens afrekenen en verliet de kapsalon, [medeverdachte 1] kwam tien minuten later met twee anderen binnen.

Direct na binnenkomst bedreigt [slachtoffer] de toen al aanwezige [medeverdachte 1] .

Dit staat haaks op de aangifte van aangever.

(…)

RC verklaring d.d. 14 november 2016

[getuige 3] ;

De raadsvrouw vraagt of [verdachte] heeft genoemd door wie hij was gestoken. [verdachte] zei dat hij door [slachtoffer] was gestoken. De raadsvrouw vraagt wat ik kan verklaren met betrekking tot [medeverdachte 1] . Ik zie heel schimmig dat [medeverdachte 1] zich in de kapsalon probeert los te rukken en probeert weg te rennen. Ik kan het mij niet precies in detail herinneren. [medeverdachte 1] probeerde zich los te wurmen van [slachtoffer] . [slachtoffer] ging achter [medeverdachte 1] aan naar buiten. Ik zag heel duidelijk dat [slachtoffer] in de aanval was met een stuk hout in zijn handen. Ik zag ook een mes.

(…)

Aangever gaat buiten verder:

[slachtoffer] is ook buiten...na het voornoemde incident in de kapsalon...bewapend met een mes.

Zelfs de officier van justitie gaat uit van deze gang van zaken en wijst [slachtoffer] tijdens diens verhoor bij de RC dat dit door een onafhankelijke getuige is waargenomen. Ook dit is een belangwekkend punt dat bevestigt dat het scenario van [slachtoffer] niet gebruikt en/of door uw hof omarmt dient te worden.

Citaat RC verklaring [slachtoffer] d.d. 4 oktober 2017:

Mr. [naam 2] houdt mij pagina 437 uit het dossier voor (de verklaring van de

[getuige 4] dat ze de bebloede man zag die een mes in zijn handen hield als een soort

trofee boven zijn hoofd) en vraagt mijn reactie. Ik vind het lachwekkend en zorgwekkend.

De officier van justitie merkt op dat het gaat om een onafhankelijke getuige die dit zou

hebben verklaard.

Blz 427 van het dossier:

We fietsen langs de kapperzaak [A] op [a-straat] . Ik zag door de glazen pui

van de kapperszaak dat in die zaak een heel erg bebloede man stond. Ik zag dat die

bebloede man een mes in zijn handen had en dit als een soort trofee boven zijn hoofd

hield. Alsof hij dit tegen jongens/mannen die buiten de kapperszaak stonden wilde laten

zien: Ik heb het mes. Daarom had ik sterk de indruk dat die man het mes zojuist van hen

had afgepakt.”

Uit geen van deze weergaven van verklaringen volgt dat de getuigen hebben gezien dat het slachtoffer als eerste een mes of scherp voorwerp onder zijn kappersschort vandaan pakte en daarmee op de verdachte afkwam. Mogelijk kan uit de verklaringen worden afgeleid dat het slachtoffer later in het gevecht een mes in handen had, maar dat doet geen afbreuk aan de overweging van het hof dat een gang van zaken waarbij het slachtoffer als eerste een mes tevoorschijn haalde (en daarmee de verdachte aanviel) geen steun vindt in het dossier.

4. Slotsom

Het cassatiemiddel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO ontleende motivering.

Ambtshalve merk ik op dat de redelijke termijn in cassatie zal worden overschreden indien de Hoge Raad uitspraak doet na 16 januari 2026. Verder heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?