ECLI:NL:PHR:2025:1197

ECLI:NL:PHR:2025:1197, Parket bij de Hoge Raad, 11-11-2025, 24/03488

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 11-11-2025
Zaaknummer 24/03488
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2026:66
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Conclusie AG. Zware mishandeling met voorbedachte raad (art. 303 Sr), door aangever tegen hoofd, schouder en been te schoppen en slaan. Middel klaagt o.a. dat het vastgestelde letsel niet kan worden aangemerkt als ‘zwaar lichamelijk letsel’. Middel slaagt volgens de AG, nu nadere vaststellingen over o.a. de noodzaak en de aard van medisch, al dan niet operatief ingrijpen en ook het uitzicht op herstel ontbreken. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/03488

Zitting 11 november 2025

CONCLUSIE

V.M.A. Sinnige

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 12 september 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch , middels gedeeltelijke bevestiging van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 30 april 2021, wegens:

- feit 1: “medeplegen van zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade”;

- feit 3: “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod” en

- feit 4: “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van de categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie”,

veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

Het middel klaagt dat het onder 1 bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Meer in het bijzonder kan – aldus de stellers van het middel – uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat het bewezenverklaarde feit is gepleegd in [plaats] . Bovendien getuigt het door het hof bevestigde oordeel van de rechtbank dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel van een onjuiste rechtsopvatting, althans is dit oordeel onvoldoende met redenen omkleed.

3. Bespreking van het middel

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat hij:

“op 6 mei 2016 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, aan [slachtoffer] opzettelijk met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten

* fracturen (o.a. de rechter kaakholte en de oogkasbodem en de neusbijholte en het rechterjukbeen en het linkerkuitbeen (ter hoogte van de knie) en

* een ontwrichting ter hoogte van het sleutelbeen

heeft toegebracht door deze meermalen met (aanzienlijke/forse) kracht tegen diens hoofd en/of in diens gelaat en tegen diens overige lichaamsdelen te schoppen/trappen en/of stompen/slaan.”

Wat betreft de pleegplaats merk ik het volgende op. Uit de bewijsmiddelen I, II en VIII kan worden afgeleid dat de aangever op een uitvaart was bij [A] in [plaats] , alwaar hij werd aangesproken door de verdachte en mee moest lopen naar een auto waarin nog drie andere personen zaten. De aangever moest instappen. Ze reden in de richting van [a-straat] . Ze reden door een bos in de omgeving van [plaats] en zijn een zandpad opgereden. Bij een slagboom zijn ze uitgestapt en verder gelopen. Daarna is de aangever mishandeld. Uit de camerabeelden van het crematorium blijkt dat de verdachte ongeveer 20 minuten niet op het parkeerterrein van het crematorium is geweest. Daaruit kan worden afgeleid dat hij maximaal 20 minuten weg is geweest. In die maximaal 20 minuten is hij naar de auto gelopen en weggereden, heeft de mishandeling plaatsgevonden en is hij weer teruggegaan naar het crematorium. In aanmerking nemende dat de plaats [plaats] niet beperkt is tot de bebouwde kom maar ook een groot buitengebied kent, is het oordeel van het hof dat de mishandeling heeft plaatsgevonden in [plaats] niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Dat de precieze locatie van de mishandeling niet bekend is geworden maakt dat niet anders.

Voor het bewijs van het zwaar lichamelijk letsel van de aangever zijn de volgende bewijsmiddelen gebruikt:

“IV. Het geschrift, te weten medische informatie/letselbeschrijving van [arts 1] , forensische arts, pagina 590 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Informatie ontvangen van chirurg [medisch centrum 1] over behandeling aldaar op de spoedeisende hulp op 06-05-2016.

Er was een bloeduitstorting rondom het rechteroog. Linker been is gezwollen door een bloeduitstorting. CT-scan van het hoofd toonde een breuk van de rechter kaakholte op 2 plekken. Breuk van de oogkasbodem. Röntgenfoto van de rechter toonde dat het sleutelbeen uit de kom was.

V. Het rapport Forensisch geneeskundig onderzoek van het NFI d.d. 25 oktober 2016, pagina’s 593-600 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Uit onderzoek door forensisch arts [medisch centrum 2] [arts 2] bleek dat er bij [slachtoffer] een dwarse breuk aan het linkerkuitbeen ter hoogte van de knie was, een verbreding van de gewrichtsspleet tussen het sleutelbeen en de schouder rechts.

Op de CT-scan van het aangezicht werden zwellingen (induraties) waargenomen aan de rechterzijde van het aangezicht, de rechteronderkaak en de rechterwang, rechts op het voorhoofd, aan de oogleden van het rechteroog en aan de linkerwang. Daarbij waren er breuken van de rechterneusbijholte aan de binnenwaartse en aan de buitenwaartse zijde (‘de

mediale begrenzing en de laterale begrenzing van de sinus maxillaris’), aan het rechterjukbeen (‘arcus zygomaticus’) en aan de rechteroogkasbodem (‘orbitabodem’), met verplaatsing van oogkasinhoud naar benedenwaarts (‘verplaatsing van orbitaal vet naar caudaal’).

De bij [slachtoffer] waargenomen breuken en weke delenzwellingen in het aangezicht en ter hoogte van de linkerknie zijn passend bij meerdere botsende geweldinwerkingen op het gelaat en tenminste één botsende geweldinwerking zijwaarts op de linkerknie.”

Het (op dit punt) bevestigde vonnis van de rechtbank houdt voorts in:

“Uit de medische informatie blijkt dat er bij aangever sprake was van een bloeduitstorting rondom zijn rechteroog, een gezwollen linkerbeen door een bloeduitstorting en dat zijn rechter kaakholte op twee plekken gebroken was. Ook was zijn oogkasbodem gebroken en zijn sleutelbeen uit de kom. De forensische arts constateerde tevens dat er sprake was van een dwarse breuk aan het linkerkuitbeen ter hoogte van de knie en een verbreding van de gewrichtsspleet tussen het sleutelbeen en de schouder rechts. De waargenomen breuken en weke delenzwellingen in het aangezicht en ter hoogte van de linkerknie zijn volgens de arts passend bij meerdere botsende geweldinwerkingen op het gelaat en tenminste één botsende geweldinwerking zijwaarts op de knie. (…)

De rechtbank concludeert dat er sprake is geweest van zodanig uitgeoefend geweld dat aangever daardoor het genoemde letsel heeft opgelopen. De rechtbank overweegt hierbij dat het letsel van aangever zwaar lichamelijk letsel is in de zin van artikel 303 Wetboek van Strafrecht.”

In zijn overzichtsarrest van 3 juli 2018 is de Hoge Raad ingegaan op het begrip ‘zwaar lichamelijk letsel’. Uit dat arrest volgt dat als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of van ‘zwaar lichamelijk letsel’ sprake is, in elk geval kunnen worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. Een veelvoorkomende categorie letsel betreft (bot)fracturen. Indien sprake is van een zodanige fractuur dat operatief ingrijpen van een zekere ernst is vereist, geldt in de regel dat die fractuur, vanwege onder meer de noodzaak en de aard van medisch ingrijpen, zwaar lichamelijk letsel vormt. Overigens kan relevant medisch ingrijpen ook bestaan uit een andere medische behandeling dan operatief ingrijpen. De beantwoording van de vraag of letsel als ‘zwaar lichamelijk letsel’ moet worden aangemerkt, is in belangrijke mate voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Zijn oordeel daarover kan in cassatie slechts in beperkte mate worden getoetst. Als echter uit de bestreden beslissing niets blijkt omtrent de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel zal dat aanleiding kunnen geven tot cassatie.

Uit de bewijsvoering blijkt dat het slachtoffer ten gevolge van het mede door de verdachte toegepaste geweld diverse bloeduitstortingen, breuken in kaakholte, oogkasbodem en het linkerkuitbeen en een gewrichtsspleet tussen sleutelbeen en schouder heeft opgelopen. Hij is in het ziekenhuis op de spoedeisende hulp door een chirurg behandeld, maar wat daar voor behandeling heeft plaatsgevonden blijkt niet uit de bewijsvoering. Het op deze omstandigheden gebaseerde oordeel van het hof dat zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in art. 303 Sr (in verbinding met art. 302 Sr) is toegebracht, is – mede gelet op wat hiervoor is vooropgesteld – niet toereikend gemotiveerd, nu ten aanzien van zowel de botbreuken in de kaakholte als de botbreuk in de oogkasbodem en het linkerkuitbeen nadere vaststellingen in het bijzonder over de noodzaak en de aard van medisch, al dan niet operatief ingrijpen en ook het uitzicht op herstel ontbreken.

Het middel is terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Het middel slaagt.

Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?