ECLI:NL:PHR:2025:1406

ECLI:NL:PHR:2025:1406, Parket bij de Hoge Raad, 19-12-2025, 25/00560

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer 25/00560
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Verbintenissenrecht; huurrecht bedrijfsruimte. Is dit onbemande tankstation een ‘gebouwde onroerende zaak’ in de zin van art. 7:230a BW en/of art. 7:290 BW? Toepassing van HR 14 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:899 (Vliegveld Valkenburg).

Uitspraak

2. Looptijd

De huurovereenkomst wordt aangegaan voor een periode van zestien (16) jaar ingaande 1 juli 2009 en eindigende 30 juni 2025. De aanvangsdatum en be[ë]indigings datum is tussen partijen schriftelijk vastgelegd. Uiterlijk 12 maanden voor het einde van de huurperiode van 16 jaar treden partijen in overleg over voortzetting van de huurovereenkomst.

Huurder is gerechtigd na afloop van de onderhavige overeenkomst al hetgeen zich in of ondergronds van het gehuurde perceel bevindt gedeeltelijk of in zijn geheel achter te laten.

(…)

5. Bestemming

Het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt als onbemand verkooppunt (met toebehoren in de ruimste zin des woords) voor motorbrandstoffen. (…)

12. Einde van de overeenkomst en oplevering

(…)

Bij het einde van deze overeenkomst verplicht Verhuurder zich om Huurder zonder enige beperkingen in de gelegenheid te stellen de haar toebehorende en op het gehuurde aanwezige eigendommen, buitenpaal, identificatie- en reclamemateriaal tot zich te nemen. De luifel van het station is eigendom van de verhuurder en valt niet onder deze afspraak.’

Verhuurder schrijft in een aangetekende brief aan Huurder van 7 december 2021 dat zij de huurovereenkomst voor de locatie in [plaats 1] opzegt en dat zij de ontruiming aanzegt, dit tegen 30 juni 2025 althans tegen de eerst mogelijke datum. In diezelfde brief heeft Verhuurder de huur voor een onbemand tankstation in [plaats 2] opgezegd (de beëindiging van de huur van het tankstation in [plaats 2] is als gezegd onderwerp van de samenhangende zaak 25/00557, waarin ik vandaag ook concludeer).

Huurder heeft in een brief van 11 augustus 2022 aan Verhuurder laten weten dat zij niet instemt met een beëindiging van de huurovereenkomst. Volgens Huurder leiden de opzegging en de aanzegging die zijn opgenomen in de brief van 7 december 2021 niet tot het eindigen van de huurovereenkomst.

2. Procesverloop

Verhuurder vordert in eerste aanleg een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst per 30 juni 2025 zal eindigen met uitvoerbaar bij voorraad verklaarde ontruiming van het gehuurde door Huurder vóór 1 juli 2025, kosten rechtens.

De kantonrechter heeft deze vordering toegewezen. De kern van dat oordeel is dat geen sprake is van huur van een ‘gebouwde onroerende zaak’ volgens art. 7:230a BW of art. 7:290 BW, zodat deze bepalingen hier niet van toepassing zijn en beëindiging van de huurovereenkomst wordt beheerst door art. 7:228 BW.

Het hof heeft het appel van Huurder afgewezen en het vonnis bekrachtigd, waartoe onder meer als volgt is overwogen:

‘(…)

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 11 april 2014 het begrip ‘gebouwde onroerende zaak’ uitgelegd in het kader van artikel 7:230a BW (overige bedrijfsruimte). Deze uitleg is ook van belang voor dit begrip in artikel 7:290 lid 2 BW, dat een definitie geeft van bedrijfsruimte. Uit genoemd arrest volgt dat in het kader van zowel artikel 7:230a BW als artikel 7:290 BW als uitgangspunt kan worden genomen dat een zaak in elk geval kan worden aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak als zich op of onder de grond een gebouw bevindt, tenzij dat gebouw als onderdeel van het gehuurde van verwaarloosbare betekenis is, en dat een gebouw een bouwwerk is dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (vgl. artikel 1, aanhef en onder c, Woningwet). De Hoge Raad overwoog dat ook een zaak die niet (geheel) aan deze omschrijving voldoet onder omstandigheden kan worden aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak, maar dat een enkele verharding of bewerking van de grond in de regel niet toereikend is om een zaak aan te merken als gebouwd in de zin van artikel 7:230a BW (en dus ook niet in de zin van artikel 7:290 BW).

Voor het antwoord op de vraag of het gehuurde voldoet aan de hiervoor vermelde maatstaf van een gebouwde onroerende zaak, is bepalend wat in de huurovereenkomst ten aanzien van het gehuurde is overeengekomen alsmede wat partijen, mede in aanmerking genomen de inrichting van het gehuurde, voor ogen heeft gestaan.

In de huurovereenkomst is bepaald dat [Huurder] van [Verhuurder] een perceel huurt inclusief het daarop gevestigde verkooppunt voor motorbrandstoffen met toebehoren en dat het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt als onbemand verkooppunt voor motorbrandstoffen. Niet in geschil is dat tot het gehuurde behoren brandstofpompen, een ondergrondse installatie met brandstoftanks en leidingen, een vloeistofdichte vloer en een luifel. De betaalpaal maakt geen onderdeel uit van het gehuurde.

Met de kantonrechter stelt het hof voorop dat het gehuurde geen gebouw is in de zin van een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (artikel 1, aanhef en onder c, Woningwet). Het geschil spitst zich dan toe op de vraag of er omstandigheden zijn die maken dat er toch sprake is van een gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a of artikel 7:290 BW, zoals [Huurder] met een beroep op het samenstel van alle gehuurde elementen betoogt. Het hof oordeelt dat dat niet het geval is.

De (reeds bij aanvang van de huurovereenkomst) aanwezige bebouwing is niet toereikend om het gehuurde toch aan te merken als gebouw, ook niet als het hof daarbij (de omvang van) de constructie en fundering van de luifel betrekt. De luifel dient als ‘paraplu’ voor de klant en bevesti[gi]ngspunt voor verlichting van de tankplaatsen en voor het aanbrengen van reclame-uitingen. Daarmee levert het gebruik van de luifel evenmin een aanwijzing op dat sprake is van een gebouwde onroerende zaak. Een onbemand tankstation met luifel zonder wanden zoals hier aan de orde, zal in het normale spraakgebruik doorgaans ook niet als een gebouw of als gebouwd worden aangemerkt. Voor zover de in- en uitritten tot het gehuurde behoren, wat volgens [Huurder] wel maar volgens [Verhuurder] niet het geval is, leidt dat niet tot een ander oordeel. Deze behoren tot de standaarduitrusting van een tankstation en niet valt in te zien waarom deze dan omstandigheden opleveren die tot de conclusie leiden dat het gehuurde toch een gebouw is.

Huurder] wijst er nog op dat het grootste deel van de elementen van het gehuurde meeweegt bij het bepalen van de WOZ-waarde en dat de bouw van een tankstation (met luifel voorzien van een fundering) gepaard gaat met hoge kosten en een uitgebreid bouwproces (met benodigde vergunningen, berekeningen, tekeningen, adviezen en keuringen). Deze omstandigheden maken afzonderlijk en ook in samenhang bezien echter niet dat het gehuurde alsnog als een gebouw in de zin van artikel 7:230a of artikel 7:290 BW kwalificeert. De WOZ-waardebepaling is niet van belang bij de juridische kwalificatievraag van een gehuurde zaak, terwijl ook zaken die geen gebouwde onroerende zaak zijn kostbaar kunnen zijn om aan te leggen, een omvangrijke constructie kunnen omvatten en een uitgebreid bouwproces kunnen vergen.

Het oordeel van het hof wordt ook niet anders als bij de beoordeling wordt betrokken dat het gehuurde is bestemd en wordt gebruikt als tankstation. Het gaat hier om een onbemand tankstation met een luifel zonder shop maar met een betaalpaal, welke paal geen deel uitmaakt van het gehuurde. Exploitatie van een dergelijk tankstation maakt op zichzelf niet dat toch sprake is van een gebouw in de zin van artikel 7:230a of artikel 7:290 BW. Een onbemand tankstation met enkel brandstofpompen en een betaalpaal zal immers in ieder geval niet een gebouwde onroerende zaak zijn. Daaruit volgt al dat de bestemming van het gehuurde van ‘onbemand verkooppunt (…) voor motorbrandstoffen’ niet bepalend is voor het antwoord op de vraag of sprake is van een gebouwde onroerende zaak.

De vraag of sprake is van een gebouwde onroerende zaak gaat vooraf aan de kwalificatie van het gehuurde als 7:230a BW of (plaatsgebonden) 7:290 BW bedrijfsruimte. En voor zover toch van belang voor de vraag of het gehuurde voldoet aan de maatstaf van een gebouwde onroerende zaak, oordeelt het hof dat [Huurder] in het licht van de betwisting door [Verhuurder] onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van plaatsgebondenheid die bijzondere huurbescherming en daarmee kwalificatie van het gehuurde als gebouw in de zin van artikel 7:230a of artikel 7:290 BW rechtvaardigt.

Huurder] heeft nog aangevoerd dat partijen hebben beoogd een huurovereenkomst voor 290-bedrijfsruimte (en dus een gebouwde onroerende zaak) te sluiten. Ter onderbouwing is door [Huurder] gewezen op de overeengekomen huurtermijn. De omstandigheid dat er een huurovereenkomst is gesloten voor zestien jaar is echter geen omstandigheid die ertoe kan leiden dat het gehuurde als gebouwde onroerende zaak moet worden gezien. Evenmin kan hieruit worden afgeleid dat partijen contractueel gekozen hebben voor het regime van artikel 7:290 BW. In de huurovereenkomst staan zowel de begindatum als de einddatum als zodanig benoemd en is bepaald dat partijen in overleg treden over voortzetting van de huurovereenkomst na het einde van de huurtermijn. Overleg over een nieuwe huurtermijn zonder automatische verlenging en het ontbreken van een opzegtermijn en opzegmogelijkheden, stroken niet met een afgesproken toepasselijkheid van het 290-huurregime. Aan dat standpunt van [Huurder] gaat het hof dan ook als onvoldoende onderbouwd voorbij.

De conclusie is dat afzonderlijk noch in samenhang bezien de door [Huurder] aangedragen omstandigheden kunnen leiden tot het oordeel dat toch sprake is van huur van een gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a BW of artikel 7:290 BW. Net als de kantonrechter oordeelt het hof daarom dat de huurovereenkomst met toepassing van artikel 7:228 BW eindigt op 30 juni 2025.

(…)’

Huurder heeft tijdig cassatieberoep ingesteld. Verhuurder heeft een verweerschrift ingediend. Beide partijen hebben hun standpunten schriftelijk laten toelichten, waarna zijdens Huurder is gerepliceerd (Verhuurder heeft afgezien van dupliek).

3. Bespreking van het cassatiemiddel

Verkorte bespreking door middel van verwijzing naar par. 3 uit de conclusie in zaaknummer 25/00557

Gelet op de feitelijke, procedurele en inhoudelijke overlap van de onderhavige zaak over het onbemande tankstation in [plaats 1] met de zaak met zaaknummer 25/00557 tussen dezelfde partijen over het onbemande tankstation in [plaats 2] , die ook heeft geleid tot een identiek partijdebat in cassatie, komt het praktisch voor in deze conclusie voor de bespreking van het cassatiemiddel integraal te verwijzen naar paragraaf 3 uit de conclusie van vandaag in de parallelle zaak 25/00557 over het tankstation in [plaats 2] . Waar in die conclusie over een duur van de huurovereenkomst van vijftien jaar wordt gesproken, moet voor deze zaak over het tankstation in [plaats 1] worden gelezen: zestien jaar. Het enige feitelijk situationele verschil is verder dat het tankstation in [plaats 2] voorheen als bemand station werd geëxploiteerd door Verhuurder, terwijl het station in [plaats 1] voorheen door Verhuurder als onbemand tankstation werd geëxploiteerd. Deze minieme verschillen hebben geen (enkele) inhoudelijke weerslag op de inhoudelijke bespreking van de cassatiemiddelen.

4. Conclusie

Ik concludeer tot verwerping van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?