PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/01748 B
Zitting 11 februari 2025
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de klager
1. Het cassatieberoep
De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen heeft bij beschikking van 13 april 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klager, strekkende tot opheffing van het beslag op een auto en teruggave daarvan aan de klager, ongegrond verklaard.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en M. van Viegen, advocaat in Utrecht, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
Voordat ik toekom aan de bespreking van het middel, besteed ik aandacht aan de vraag of klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Op 11 december 2022 is onder de klager een personenauto (Volkswagen Pheaton met kenteken [kenteken 1]) in beslag genomen op grond van art. 94 Sv.
Op 19 januari 2023 heeft de klager een klaagschrift ingediend, waarin hij verzoekt om opheffing van het beslag en teruggave van de auto.
Het klaagschrift is behandeld in openbare raadkamer op 30 maart 2023. Bij beschikking van 13 april 2023 heeft de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaard.
Uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij het openbaar ministerie is gebleken dat de strafrechter in de zaak waarin het beslag is gelegd inmiddels op 23 januari 2025 vonnis heeft gewezen. In dit vonnis is beslist op het beslag en is teruggave gelast van de auto aan de klager.
Deze beslissing omtrent het beslag brengt met zich dat de klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarin zijn beklag ongegrond is verklaard en dat hij daarom in het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door de beslissing omtrent het beslag in de strafzaak kan op het bestaande klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
3. Conclusie
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG