ECLI:NL:PHR:2025:928

ECLI:NL:PHR:2025:928, Parket bij de Hoge Raad, 20-05-2025, 23/00137

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 20-05-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/00137
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:1232
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Redelijke termijn in hoger beroep. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/00138.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/00137 P

Zitting 20 mei 2025

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de betrokkene

‘Aanvulling van de overwegingen ten aanzien van de op te leggen betalingsverplichting aan de Staat

Het hof heeft vastgesteld dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Namens de betrokkene is op 13 november 2018 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof op 12 januari 2023 – en derhalve niet binnen twee jaren na het instellen van het hoger beroep – arrest zal wijzen. De redelijke termijn in hoger beroep is hierdoor overschreden.

Gelet op de geringe mate van overschrijding volstaat het hof met de enkele constatering ervan. Het hof overweegt daarbij dat een deel van de overschrijding in hoger beroep is toe te schrijven aan de verdediging.’

6. In cassatie kan niet met vrucht worden geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn als gevolg van het tijdsverloop voor de bestreden uitspraak wanneer de zaak in laatste feitelijke aanleg in tegenwoordigheid van de verdachte en/of diens raadsman is behandeld en ter terechtzitting een dergelijk verweer niet is gevoerd. Dat geldt ook indien het hof ambtshalve heeft vastgesteld dat de redelijke termijn is overschreden.

7. Ik heb bij de stukken van het geding niet een proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep in de ontnemingszaak aangetroffen. Op grond van de stukken van het geding die wel beschikbaar zijn in de ontnemingszaak en in de samenhangende strafzaak, waarin ik vandaag eveneens concludeer, kan het volgende worden vastgesteld. Het hof overweegt in het bestreden arrest: ‘Namens betrokkene is, gelet op de bepleite vrijspraak in de onderliggende strafzaak, geen verweer gevoerd tegen de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel’. De overweging inzake de redelijke termijn in het bestreden arrest refereert niet aan een verweer dat gevoerd zou zijn. De aanhef van de pleitnota, die zich in het dossier van de strafzaak bevindt, vermeldt het parketnummer van de hoofdzaak en van de ontnemingszaak en heeft daarmee kennelijk op beide zaken betrekking. Deze pleitnota bevat geen verweer inzake de redelijke termijn en vermeldt inzake de ontnemingszaak slechts: ‘Om die reden zal ik niet toekomen aan een bespreking van de eveneens nog aanhangig zijnde vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.’ Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep in de strafzaak vermeldt niet dat in aanvulling op de pleitnota nog iets naar voren zou zijn gebracht. In de cassatieschriftuur wordt geen melding gemaakt van een gevoerd verweer. En de steller van het middel heeft niet om aanvulling van de processtukken verzocht (art. 4.3.6.3 procesreglement Hoge Raad).

8. In het licht van een en ander meen ik dat ervan kan worden uitgegaan dat in hoger beroep in de ontnemingszaak niet een verweer inzake schending van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn is gevoerd.

9. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81, eerste lid, RO ontleende formulering. Ambtshalve merk ik op dat Uw Raad meer dan twee jaren nadat het cassatieberoep is ingesteld uitspraak zal doen. Tot cassatie behoeft dat echter niet te leiden. Ook in de strafzaak met nummer 23/00138 die met deze ontnemingszaak samenhangt en waarin ik vandaag eveneens concludeer, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. In die zaak kan worden beoordeeld of deze overschrijding tot compensatie moet leiden. Ook overigens heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?