ECLI:NL:PHR:2026:168

ECLI:NL:PHR:2026:168

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer 23/04730
Rechtsgebied Strafrecht

Samenvatting

Conclusie AG. Ontvankelijkheid hoger beroep. Hof heeft verdachte n-o verklaard in h.b. omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding bij Poolse verdachte na uitreiking mededeling uitspraak middels tolk, maar zonder schriftelijke vertaling? Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/04730

Zitting 10 februari 2026

CONCLUSIE

V.M.A. Sinnige

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 28 november 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem (parketnr. 21-001142-23) niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaat Zutphen, van 26 augustus 2016 (parketnr. 05-069267-15), waarbij de verdachte bij verstek voor “diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd” is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.S. de Gram, advocaat in 's‑Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

In het middel wordt geklaagd over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in diens hoger beroep. Volgens de steller van het middel heeft het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de appeltermijn, althans heeft het hof dat oordeel niet voldoende gemotiveerd.

Het proces-verbaal van de zitting van het hof van 28 november 2023 houdt in:

“De verdachte (…) is niet verschenen.

Ter terechtzitting is aanwezig mr. J.S. de Gram, advocaat te ‘s-Gravenhage, die verklaart niet uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.

Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.

Alle hierna aangehaalde en weergegeven verklaringen zijn zakelijk weergegeven.

De raadsman vraagt het woord en deelt mee dat hij een aanhoudingsverzoek wil doen.

De voorzitter merkt op dat het vonnis waarvan beroep op 31 oktober 2018 om 21.45 uur aan verdachte in persoon is betekend, in het bijzijn van een tolk in de Poolse taal en dat het hoger beroep pas op 3 maart 2023 is ingesteld.

De raadsman deelt mee:

Namens verdachte wil ik toch een aanhoudingsverzoek doen. Verdachte is op 26 augustus 2016 door de politierechter bij verstek veroordeeld. Er is toen ten onrechte van uitgegaan dat er een adres van verdachte in Polen bekend was. Ik verwijs echter naar de ID-staat conform SKDB van 8 december 2015 waaruit blijkt dat er op dat moment geen adres van verdachte in Polen bekend was. Daarom is er sprake van een nietige dagvaarding voor de zitting van 26 augustus 2016 en is artikel 408, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering van toepassing. Gelet op het systeem van de wet doe ik primair een verzoek om terugwijzing naar de politierechter. Subsidiair doe ik een verzoek om aanhouding omdat verdachte vandaag niet ter terechtzitting is verschenen. Hierdoor is hij niet in staat om zijn aanwezigheidsrecht uit te oefenen, hetgeen hij wel wenst. Ik merk daarbij op dat er geen uitgewerkt proces-verbaal is van de politierechterzitting van 26 augustus 2016 en dat verdachte de hem tenlastegelegde feiten ontkent.

De oudste raadsheer merkt op dat de dagvaarding in hoger beroep juist is betekend.

De advocaat-generaal voert het woord:

De vraag die eerst aan de orde is, is of het hoger beroep tijdig is ingesteld. Op 31 oktober 2018 is de uitspraak aan verdachte in persoon uitgereikt, in het bijzijn van een tolk in de Poolse taal. Door verdachte is pas op 3 maart 2023 hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is tardief. Aan de voorvragen kom je dan niet meer toe. Verdachte dient niet ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.”

Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden houdt, voor zover van belang, in:

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is door de politierechter bij verstek veroordeeld tot een week gevangenisstraf. Op 31 oktober 2018 is de uitspraak aan verdachte in persoon uitgereikt, in het bijzijn van een tolk in de Poolse taal. Op dat moment was verdachte dus bekend met het vonnis. Namens verdachte is op 3 maart 2023 hoger beroep ingesteld. Volgens de wet had verdachte veertien dagen de tijd om hoger beroep in te stellen. Het hoger beroep is echter pas na het verstrijken van die termijn ingesteld. Daarom zal verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.”

Art. 3 lid 1, 2 en 7 van Richtlijn 2010/64/EU luidt:

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een verdachte of beklaagde die de taal van de strafprocedure niet verstaat, binnen een redelijke termijn een schriftelijke vertaling ontvangt van alle processtukken die essentieel zijn om te garanderen dat hij zijn recht van verdediging kan uitoefenen en om het eerlijke verloop van de procedure te waarborgen.

2. De essentiële processtukken omvatten beslissingen tot vrijheidsbeneming, de tenlastelegging of dagvaarding en vonnissen.

(...)

7. Als uitzondering op de in de leden 1, 2, (...) opgenomen algemene regels kan, in plaats van een schriftelijke vertaling, een mondelinge vertaling of mondelinge samenvatting van de essentiële processtukken worden verstrekt, op voorwaarde dat deze mondelinge vertaling of mondelinge samenvatting het eerlijke verloop van de procedure onverlet laat.

Art. 366 Sv luidt:

1. De officier van justitie doet de mededeling van het vonnis dat de beslissing van de rechtbank op grond van artikel 349, 351 of 352, tweede lid, bevat en dat buiten de aanwezigheid van de verdachte is uitgesproken, zo spoedig mogelijk aan hem betekenen.

2. Deze mededeling wordt niet gedaan

a. aan de verdachte aan wie de dagvaarding of aan wie de oproeping voor de nadere terechtzitting na schorsing van het onderzoek voor onbepaalde tijd, in persoon is betekend,

b. aan de verdachte die op de terechtzitting of op de nadere terechtzitting aanwezig is geweest,

c. indien zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting dan wel die van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.

3. De mededeling vermeldt de rechter die het vonnis heeft gewezen, de dagtekening van het vonnis, de benaming van het strafbaar feit met vermelding van de plaats en het tijdstip waarop het zou zijn begaan, en voor zoveel in het vonnis vermeld, naam en voornamen, geboortedatum en -plaats, en de woon- of verblijfplaats van de verdachte.

4. Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt hem tevens een schriftelijke vertaling van de mededeling in een voor hem begrijpelijke taal verstrekt.

Het vierde lid van art. 366 Sv is ingevoerd ter implementatie van Richtlijn 2010/64/EU. De memorie van toelichting bij het betreffende wetsvoorstel houdt onder meer het volgende in:

“Voorts heeft het EHRM artikel 6 EVRM zo uitgelegd dat het ook ziet op mondelinge of schriftelijke vertaling van bepaalde processtukken voor zover de kennisneming daarvan in een voor de verdachte begrijpelijke taal noodzakelijk is om het recht op een eerlijk proces te garanderen. Ten slotte volgt uit de rechtspraak van het EHRM dat de rechter als ultieme hoeder van een eerlijk proces een zekere verantwoordelijkheid draagt voor het nagaan of de verdachte een tolk nodig heeft en indien een tolk is ingeschakeld, of deze voldoende adequaat vertolkt. Het recht op vertolking en vertaling is dus een elementair recht, zonder welk een verdachte die de taal van het land waarin de strafzaak die tegen hem wordt gevoerd niet begrijpt of spreekt, geen aanspraak kan maken op zijn overige rechten. Het is een noodzakelijke voorwaarde voor het voorbereiden en voeren van zijn verdediging en het kunnen volgen van het proces.

(...)

Uit artikel 3, zevende lid, volgt dat als hoofdregel geldt dat stukken waarvan vertaling is vereist, schriftelijk worden vertaald. Als uitzondering daarop kan worden volstaan met een mondelinge vertaling of mondelinge samenvatting, op voorwaarde dat dit het eerlijk verloop van de procedure onverlet laat.”

Art. 366 lid 1 Sv bepaalt dat de officier van justitie, behoudens de uitzonderingen die zijn vermeld in art. 366 lid 2 Sv, de mededeling van het vonnis dat de beslissing van de rechtbank op grond van art. 349, 351 of 352 lid 2 Sv bevat en dat buiten de aanwezigheid van de verdachte is uitgesproken, zo spoedig mogelijk aan de verdachte betekent. Die mededeling bevat tevens de in artikel 366 lid 3 Sv genoemde gegevens. Het vierde lid van artikel 366 Sv bepaalt dat aan de verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, een schriftelijke vertaling van de mededeling in een voor hem begrijpelijke taal wordt verstrekt. Deze regeling beoogt te waarborgen dat ook de verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, in kennis wordt gesteld van de onderdelen van het vonnis die van belang zijn met het oog op de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep.

De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit kan geschieden. Die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de termijn voor hoger beroep door de verdachte , zoals in het onderhavige geval, betekent in de regel dat deze niet in dat hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Van zo’n geval kan sprake zijn als de verdachte in strijd met art. 366 lid 4 Sv niet een schriftelijke vertaling van de mededeling als bedoeld in art. 366 lid 1 en lid 3 Sv in een voor hem begrijpelijke taal heeft ontvangen.

In gevallen waarin de beroepstermijn enkel op grond van de betekening van de mededeling uitspraak is gaan lopen en deze anders dan vereist niet is vertaald, lijkt in de regel verontschuldigbaarheid van de termijnoverschrijding te worden aangenomen. Zo casseerde de Hoge Raad een zaak waarin het hof de termijnoverschrijding aan de verdachte had toegerekend omdat de niet-vertaalde mededeling uitspraak hetzelfde parketnummer vermeldde als de inleidende dagvaarding, die inclusief bijsluiter met toelichting op de procedure wel was vertaald en de verdachte geen andere Nederlandse strafzaken had lopen. In een andere zaak achtte de Hoge Raad de omstandigheid dat de verdachte contact had met een (Nederlandse) raadsman die in een vreemdelingenzaak zijn belangen behartigde eveneens onvoldoende om de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar te doen zijn. Tot eenzelfde oordeel kwam de Hoge Raad in een zaak waarin de uitspraak door de politie aan de verdachte was uitgereikt met de mededeling dat hij naar een advocaat moest gaan, maar de verdachte niet direct actie had ondernomen. De Hoge Raad overwoog dat daaruit niet volgt dat de verdachte in kennis is gesteld van wat voor hem van belang was met het oog op de mogelijkheid van het instellen van beroep.

De inzet van een tolk leidt niet altijd tot een andere uitkomst. In 2022 oordeelde de Hoge Raad in een zaak waarin de verdachte – evenals in de onderhavige zaak – geen schriftelijke vertaling van de mededeling uitspraak had ontvangen, maar de verdachte na betekening van de (Nederlandstalige) mededeling uitspraak wel contact had gehad met een tolk. De verdachte in die zaak verklaarde in hoger beroep dat hij op Schiphol was benaderd om in verband met een misdrijf DNA af te staan. Hij moest daarop wachten tot de volgende ochtend. Aan hem is een brief overhandigd, die de volgende ochtend weer werd ingenomen. In de nacht heeft hij telefonisch contact gehad met een tolk, die vertelde dat er de volgende ochtend DNA zou worden afgenomen en dat hij de brief binnen veertien dagen thuisgestuurd zou krijgen, hetgeen niet is gebeurd. Hij heeft met de tolk besproken wat er in de brief stond en ze hebben gesproken over de mogelijkheid om in beroep te gaan. Het hof oordeelde dat de verdachte, die meer dan veertien dagen na de uitreiking hoger beroep had ingesteld, daarmee niet verontschuldigbaar te laat was omdat “vaststaat dat er na de uitreiking contact is geweest met een tolk, die hem zei wat er in het vonnis stond”. De Hoge Raad achtte dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk. De overweging van het hof dat de tolk aan de verdachte had gezegd “wat er in het vonnis stond” volstond daartoe niet, mede omdat dit niet zonder meer volgde uit de verklaring van de verdachte op de zitting over een “brief” die vervolgens weer ingenomen zou zijn. Mede gelet op de eisen die voortvloeien uit art. 3 lid 7 van Richtlijn 2010/64/EU had het hof in de omstandigheden van het geval aanleiding moeten zien nadere vaststellingen te doen over de vraag in hoeverre de mededelingen van de tolk ertoe hadden geleid dat de verdachte op de hoogte was gekomen van wat voor hem van belang was met het oog op het instellen van hoger beroep, aldus de Hoge Raad. Vermeldenswaardig is nog dat A-G Frielink in zijn conclusie voorafgaand aan het arrest stilstaat bij onduidelijkheid rondom de inzet van de tolk. De verdachte had weliswaar verklaard dat een tolk aan hem heeft verteld wat er in de aan hem uitgereikte brief stond, maar niet duidelijk was hoe de tolk zijn werkzaamheden heeft verricht (naar het lijkt telefonisch, en mogelijk op basis van mondeling door de […] verstrekte informatie) en of de verdachte al hetgeen aan hem is verteld (hij werd ook geïnformeerd over het afstaan van DNA-materiaal; daarvoor was hij op Schiphol opgehouden) goed had begrepen en niet door elkaar had gehaald. Daar kwam bij dat onduidelijk was welke tolk de […] had ingeschakeld en of de tolk al dan niet in het tolkenregister stond. Dit betekende dat het hof bij gebrek aan informatie niets had kunnen vaststellen over de kwaliteit van de tolk en over hetgeen hij de verdachte werkelijk had verteld.

Uitgangspunt is aldus dat de mededeling vonnis zoals bedoeld in art. 366 Sv wordt vertaald in geval de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is. In plaats van een schriftelijke vertaling, kan aan dit vereiste ook worden voldaan middels een mondelinge vertaling door een tolk, zolang dit het eerlijk verloop van de procedure onverlet laat. Indien omstandigheden daartoe aanleiding geven, dient de rechter nadere vaststellingen te doen over de vraag in hoeverre de mededelingen van de tolk ertoe hadden geleid dat de verdachte op de hoogte is gekomen van wat voor hem van belang is met het oog op het instellen van hoger beroep. De onder 2.10 genoemde zaak illustreert aan welke omstandigheden daarbij moet worden gedacht.

Ik keer terug naar de onderhavige zaak. Daarin heeft het hof vastgesteld dat op 31 oktober 2018 de (mededeling) uitspraak (als bedoeld in art. 366 Sv) aan de verdachte in persoon is uitgereikt, in het bijzijn en door middel van een tolk in de Poolse taal. De akte van uitreiking houdt in dat deze betrekking heeft op parketnummer 05-069267-15, zijnde het parketnummer in eerste aanleg. Het hof heeft op grond daarvan geconcludeerd dat de verdachte op 31 oktober 2018 dus bekend was met het vonnis, zodat de appeltermijn op dat moment is aangevangen. Blijkens het arrest is het hof er van uitgegaan dat aan de verdachte geen schriftelijke Poolse vertaling is uitgereikt. Het hof heeft voorts (kennelijk) uit de handgeschreven tekst op de akte van uitreiking “middels tolk Pools” en de vermelding van een tolknummer afgeleid dat ten tijde van de uitreiking door de tolk de inhoud van de mededeling uitspraak voor de verdachte is vertaald.

Dit oordeel, en het daarop voortbouwende oordeel dat het hoger beroep door de verdachte niet verontschuldigbaar te laat is ingesteld, acht ik niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Daarbij neem ik in aanmerking dat, anders dan in de zaak uit 2022 waarin de Hoge Raad casseerde, de verdachte de mededeling uitspraak heeft ontvangen (en kunnen behouden) en dat de inhoud daarvan is vertaald door de ingeschakelde tolk, die is geregistreerd in het Register beëdigde tolken en vertalers (hetgeen een belangrijke waarborg vormt voor de kwaliteit van de tolk). Ook overigens had het hof in de omstandigheden van het geval wat mij betreft geen aanleiding moeten zien om nadere vaststellingen te doen over de vraag in hoeverre de mededelingen van de tolk ertoe hadden geleid dat de verdachte op de hoogte was gekomen van wat voor hem van belang was met het oog op het instellen van hoger beroep.

Het middel faalt.

3. Slotsom

Het middel faalt.

Ambtshalve wijs ik op de redelijke termijn in cassatie. Het cassatieberoep is ingesteld op 4 december 2023. Dit betekent dat de redelijke termijn van berechting in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden. Nu de klacht tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in het ingestelde hoger beroep mijns inziens niet leidt tot cassatie en er ook geen grond aanwezig is waarop dat oordeel ambtshalve zou moeten worden vernietigd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep, zodat het vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. Bij die stand van zaken kan de omstandigheid dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Gronden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven heb ik ambtshalve niet aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?