PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04841
Zitting 10 februari 2026
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte
1. Het cassatieberoep
De verdachte is bij arrest van 7 december 2023 (parketnummer 20-001456-20) door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor – kort gezegd – de mensensmokkel van 15 vluchtelingen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof de verdachte voor de duur van 10 jaren het recht ontzet om het beroep van beroepsmatige dienstverlening in het vreemdelingrechtelijke domein uit te oefenen. Ten slotte heeft het hof de teruggave gelast aan de verdachte en de rechthebbende van in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.
Er bestaat samenhang met de zaak 23/04842. In die zaak concludeer ik vandaag ook.
Het cassatieberoep is op 12 december 2023 ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben drie middelen van cassatie voorgesteld. In het eerste middel wordt geklaagd over de bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde feit. In het tweede middel wordt geklaagd over de bewezenverklaring van de onder 1, 4, 5, 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten. In het derde middel wordt geklaagd over het opgelegde beroepsverbod.
Deze conclusie leidt tot de slotsom dat het eerste en het tweede middel falen. Het derde middel slaagt deels, maar behoeft niet tot terugwijzing te leiden.
2. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
In deze zaak is er reden expliciet de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de orde te stellen.
Op 7 december 2023 heeft het hof uitspraak gedaan in deze zaak.
Op 12 december 2023 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof. De cassatieakte houdt in dat het cassatieberoep op 12 december 2023 is ingesteld door de in de akte genoemde griffier bij het hof en dat deze griffier “blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht ontvangen d.d. 12 december 2023” schriftelijk gemachtigd is om namens de verdachte beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van het hof van 7 december 2023.
Aan de cassatieakte is een e-mailbericht gehecht, dat op 12 december 2023 om 10:30 uur namens de raadsman van de verdachte is verzonden aan de strafgriffie van het hof. Dit e-mailbericht houdt het volgende in:
“Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand doe ik u toekomen een verzoek en machtiging tot instellen van cassatie in opgemelde zaken. Kortheidshalve verwijs ik u naar de inhoud daarvan.
Vriendelijk verzoek ik u mij de ontvangst van bijgaand schrijven schriftelijk te bevestigen.
Vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, verblijf ik,
Met vriendelijke groet,
[betrokkene 1]
Stagiaire Juridisch Medewerkster”
Aan de cassatieakte is verder gehecht een brief van de raadsman van de verdachte van 12 december 2023, waarin de griffiemedewerker wordt gemachtigd om namens de verdachte beroep in cassatie in te stellen. De brief luidt als volgt:
“Edelgrootachtbare heer, vrouwe,
Hierbij verzoek en machtig ik u cassatie in te stellen tegen de volgende uitspraak:
Uitspraak d.d. 7 december 2023 in de zaak met bovenstaand parketnummer waarvan cliënt heden in kennis werd gesteld.
Ik ben door cliënt bepaaldelijk gevolmachtigd tot het instellen van dit rechtsmiddel.
Gegevens cliënt:
De [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, voor deze zaak domicilie kiezende te [plaats] aan de [a-straat 1] ten kantore van zijn advocaat mr. [betrokkene 2] .
U wordt vriendelijk verzocht een afschrift van de akte rechtsmiddel te mailen naar [e-mailadres 1] alsmede het origineel per post aan mij te doen toekomen.
Ik dank u alvast voor de te nemen moeite.
Hoogachtend,
[betrokkene 2]
Advocaat”
De bovengenoemde brief is – vermoedelijk als gevolg van het scannen daarvan – moeilijk leesbaar. Daardoor kan ik niet met zekerheid vaststellen of de brief is voorzien van een handtekening van de raadsman.
Het juridisch kader
De volgende wettelijke bepalingen zijn van belang bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep:
- Art. 449 lid 1 Sv:
“Voor zover de wet niet anders bepaalt, wordt hoger beroep of beroep in cassatie ingesteld door een verklaring, af te leggen door degene die het rechtsmiddel aanwendt, op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven.”
- Art. 450 leden 1 en 3 Sv:
“1. Het aanwenden van de rechtsmiddelen, bedoeld in artikel 449, kan ook geschieden door tussenkomst van:
a. een advocaat, indien deze verklaart daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd;
b. een vertegenwoordiger die daartoe persoonlijk, door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bij bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd.
(…)
3. Aan een schriftelijke bijzondere volmacht, verleend aan een medewerker ter griffie, tot het voor de verdachte aanwenden van het rechtsmiddel wordt slechts gevolg gegeven indien de verdachte daarbij instemt met het door deze medewerker ter griffie van het gerecht waar het rechtsmiddel wordt ingesteld voor de verdachte aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping. De verdachte geeft een adres op voor de ontvangst van een afschrift van de dagvaarding.”
Een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat kan op de wijze als omschreven in art. 450 Sv beroep in cassatie instellen tegen een arrest van het hof door middel van het verlenen van een daartoe strekkende schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker van het hof. Een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om beroep in cassatie in te stellen moet inhouden de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatieberoep tegen het arrest van het hof en moet zijn voorzien van een handtekening van de advocaat. Een volmacht die niet is voorzien van een handtekening van de advocaat, is onvolkomen. In cassatie kan een dergelijk verzuim echter voor gedekt worden gehouden indien na het instellen van het cassatieberoep door het indienen van een rechtsgeldige cassatieschriftuur blijkt dat de verdachte het betreffende rechtsmiddel heeft willen doen instellen.
Op grond van art. 4.2.12. van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden geldt een document dat door een procesdeelnemer in het webportaal van de Hoge Raad in strafzaken is geplaatst als ondertekend door die procesdeelnemer.
De bespreking van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
De onder randnr. 2.5 weergegeven en aan de strafgriffie van het hof toegezonden volmacht van de raadsman van de verdachte houdt weliswaar in dat hij gemachtigd is om beroep in cassatie in te stellen, maar de volmacht is (mogelijk) niet voorzien van een handtekening van de raadsman. De volmacht voldoet (mogelijk) dus niet aan de onder randnr. 2.8 genoemde voorwaarden, zodat deze (mogelijk) onvolkomen is.
Uit de omstandigheden dat namens de verdachte tijdig een cassatieschriftuur is geplaatst in het webportaal van de Hoge Raad in strafzaken en die schriftuur inhoudt de verklaring van de advocaten dat zij tot indiening daarvan bepaaldelijk zijn gevolmachtigd door de verdachte, moet worden afgeleid dat aan de (mogelijk) onvolkomen volmacht bij het instellen van het cassatieberoep de wens van de verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) beroep in cassatie te doen instellen, zodat die (mogelijk) onvolkomen volmacht in het onderhavige geval niet hoeft te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
3. Het eerste middel
In het middel wordt geklaagd dat “ten aanzien van het onder feit 6 bewezenverklaarde (verkort weergegeven: [betrokkene 3] uit winstbejag gelegenheid, middelen of inlichtingen [verschaffen] tot het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van zijn beroep) uit de bewijsmiddelen niet althans niet zonder meer kan volgen dat [betrokkene 3] in strijd met de waarheid een verklaring bij de IND heeft afgelegd; verdachte [betrokkene 3] kenbaar heeft gemaakt welke vragen die [betrokkene 3] bij haar geho(o)r(en) bij IND moet beantwoorden en/of welke documenten zij (aan IND) moet verstrekken en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet geven, en ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief aan die [betrokkene 3] kenbaar heeft gemaakt en [betrokkene 3] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen (met valse informatie en/of documenten) kan doorlopen en/of omzeilen, zodat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.”
Ten laste van de verdachte is onder 6 bewezenverklaard dat hij:
“in de periode van 30 oktober 2017 tot en met 1 maart 2018 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau " [A] ") een persoon, te weten
[betrokkene 3] , geboren [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats]
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde persoon daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
immers heeft hij, verdachte, tegen betaling van een geldbedrag
aan die [betrokkene 3] , al dan niet middels tussenkomst van [betrokkene 4] en/of haar zus [betrokkene 5] en/of (een) ander(en), kenbaar gemaakt welke vragen die [betrokkene 3] bij haar geho(o)r(en) bij IND moet beantwoorden en/of welke documenten zij (aan IND) moet verstrekken en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet geven, en ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief aan die [betrokkene 3] kenbaar gemaakt, en
genoemd vluchtverhaal of asielrelaas op schrift gesteld opgenomen zodat die [betrokkene 3] dat verhaal al dan niet middels tussenkomst van [betrokkene 4] en/of haar zus [betrokkene 5] kon leren/bestuderen en
die [betrokkene 3] getraind, al dan niet middels tussenkomst van [betrokkene 4] en/of haar zus [betrokkene 5] geïnstrueerd in het presenteren van genoemd vluchtverhaal en/of asielmotief ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND en/of die [betrokkene 3] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen (met valse informatie en/of documenten) kan doorlopen en/of omzeilen,
zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was;”
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“Algemene bewijsmiddelen
1. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 maart 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
Ik heb met iedereen een intakegesprek gehad.
2. De afgelegde verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 2 november 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
U vraagt mij of het klopt dat ik een tarief van € 100,- per uur hanteerde of een contract afsloot voor € 4.000,- voor het totaal. Het was wisselend. De ene keer betaalde de klant mij per uur en de andere keer was het een contract en hielden we het contractbedrag aan. Het klopt dat de betaling een mix van contante bedragen en girale overschrijvingen was.
3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2, 15 en 30 juni 2020, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
Ik wil het een en ander over de contracten uitleggen. Als u de vertaling van het contract leest ziet u dat het gaat om een complete zaak. Ik regel alles. Het gaat niet alleen om een asielverhaal. Zolang de betrokkenen zich hadden gemeld voor asiel waren ze niet meer illegaal. Het klopt dat ik met asielzoekers heb geoefend wat zij moesten zeggen bij de IND. Ik geef ze ook allerlei informatie en papieren. Ook gaf ik ze Cloud Files, namelijk opnamen van onze gesprekken.
Als ze verklaren over allerlei dromen, dan zeg ik bijvoorbeeld dat ik denk dat de ene droom beter is om over te verklaren. Ik selecteer en ik stroomlijn de verhalen.
Ik neem iemand aan als cliënt als ik vind dat diegene een status moet krijgen.
De biografieformulieren zijn een basis. Later gaan we uren met elkaar praten over iedere vraag. Ik spreek de personen afzonderlijk.
Ik erken in alle dossiers dat ik de in de tenlastelegging genoemde asielzoekers heb bijgestaan en dat er door of namens hen verschillende bedragen zijn betaald voor mijn diensten.
4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 februari 2017 (pagina’s 90-91), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] ;
(pagina 90)
Op donderdag 2 februari 2017 heb ik onderzoek gedaan naar een melding gedaan door een persoon genaamd [betrokkene 6] . [betrokkene 6] trad binnen een ander onderzoek met een Iraanse verdachte op als tolk. Tijdens dit verhoor gaf [betrokkene 6] bij de verbalisanten aan dat hij, op basis van de verklaring van één van de gesmokkelden, iets herkende wat hem bekend voorkwam en dat hij vaker hoorde bij Iraanse vreemdelingen dan wel verdachten.
Op basis van deze melding is door de verbalisanten een mutatie gesteld, voorzien van mutatienummer: 17-009842. In deze mutatie [is], kort samengevat, te lezen dat:
- [betrokkene 6] een telefonische melding deed aangaande een persoon waarvan hij wist dat deze valse paspoorten regelde voor Iraanse asielzoekers;
- Deze persoon zich [alias verdachte] noemt;
- [alias verdachte] zich voordoet als advocaat en een groot kantoor in [plaats] heeft;
- [betrokkene 6] werd medegedeeld dat de door hem verstrekte informatie verwerkt ging worden en er mogelijk contact met hem opgenomen kon worden;
- [alias verdachte] een valse naam is welke gebruikt wordt door deze persoon;
- [alias verdachte] ook verblijfsvergunningen regelt en hier erg actief in is;
- Er veel asiel aangevraagd wordt via [alias verdachte] ;
- Deze asielaanvragen vaak nog lukken ook;
- [alias verdachte] dit tegen hoge tarieven doet;
(pagina 91)
- Je voor een klein verhaal tussen de 4000,- euro [en] 7000,- euro betaalt;
- [alias verdachte] verschillende documenten (paspoorten/ID-kaarten/geboortebewijzen/valse stempels/etc.) regelt.
5. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek melding d.d. 3 februari 2017 (pagina’s 92-94), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] ;
(pagina 92)
Op vrijdag 3 februari 2017 heb ik onderzoek gedaan naar een binnenkomende telefonische melding gedaan door een persoon genaamd [betrokkene 6] . [betrokkene 6] heeft bij de collega’s werkzaam op brigade Brabant Zuid het volgende gemeld wat is weggemuteerd onder mutatienummer: 17-009842:
Ik, [verbalisant 1] , heb op Google gezocht op de naam van [alias verdachte] in combinatie met advocaat en [plaats] .
(pagina 93)
Ik heb vervolgens in onze operationele politie-informatiesystemen gezocht naar de naam [alias verdachte] en/of [alias verdachte] al dan niet in combinatie met het bedrijf [A] . Ik zag hierbij een aantal treffers te weten:
15-099880 Hierin wordt een Iraanse asielzoeker ondervraagd waarin hij het volgende verklaart:
“Ik ben met een groep Syriërs gereisd. Ik ben gereisd via Turkije-Griekenland-Kroatië-Slovenië-Oostenrijk en Duitsland. Mijn bestemming vandaag was [plaats] . Daar zit mijn advocaat, ik ken alleen zijn voornaam en dat is [alias verdachte] . Zijn kantoor zit aan de [b-straat 1] in [plaats] . Het telefoonnummer van de advocaat is [telefoonnummer 1] . Het schijnt dat de advocaat dit vaker doet. Hij wist nog niet te vertellen of dat hij gehuisvest zou worden door de advocaat. Maar betrokkene schijnt vaker asielzoekers op deze manier te helpen.”
16-035357 Hierin wordt een MMA-melding gedaan aangaande mensensmokkel waarbij het bedrijf [A] wordt genoemd en twee personen genaamd [betrokkene 8] geboren op [geboortedatum] -1978 te [plaats] en [verdachte] geboren op [geboortedatum] -1964 te [plaats] . In de melding staat het volgende:
De medewerkers van het bedrijf Hope Immigration aan de [b-straat 1] in [plaats] smokkelen personen naar Nederland. De naam van de eigenaar van het bedrijf is [alias verdachte] en hij werkt samen met [betrokkene 8] . Ze benaderen personen in verschillende AZC's om hun verblijfsprocedure op te starten. Ze vertellen dan dat ze een 100 procent verblijfsstatus kunnen regelen voor de asielzoekers. Uiteraard moeten ze hier flink voor betalen. 5000 euro voor een procedure vanuit Nederland.
(pagina 94)
Ik zag dat deze MMA-melding reeds veredeld was door een informatierechercheur werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee. Ik zag hierbij dat door collega [betrokkene 9] is vastgesteld door middel van paspoortfoto van [verdachte] en de foto op de facebookpagina van [alias verdachte] [dat het] om dezelfde persoon gaat.
6. Het proces-verbaal van bevindingen bevraging KvK [A] d.d. 23 juni 2017 (pagina’s 99-100), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 2] ;
Op vrijdag 23-06-2017 heb ik, verbalisant, de Kamer van Koophandel (KvK)-gegevens van het bedrijf [A] op de internetsite van de KvK bevraagd. Hierop heb ik middels mail een uitdraai van het Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel ontvangen. Onderzoek KvK-gegevens
Op vrijdag 23-06-2017 heb ik onderzoek verricht naar de door de KvK verstrekte gegevens. Hieruit is onder andere het navolgende gebleken:
Onderneming:
KvK-nummer: [nummer 1]
Handelsnaam: [A]
Rechtsvorm: Eenmanszaak
Werkzame personen: 1 (één)
Activiteiten: Rechtskundige adviesbureaus Immigratie, asiel en juridisch advies
Bezoekadres: [b-straat 1] te [plaats]
Eigenaar:
Naam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] -1964
Geboorteplaats: [geboorteplaats]
Datum in functie: 14-02-2011
7. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 maart 2017 (pagina’s 146-150), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 6] ;
(pagina 147)
Het komt er op neer dat [alias verdachte] tegen forse betaling verhalen verzint, welke asielzoekers moeten helpen bij de IND om een verblijfsvergunning te krijgen. Asielzoekers moeten tweemaal een verklaring afleggen over het feit waarom zij asiel zouden moeten krijgen. Dit betreft dan een reisverhaal en verhaal waarom zij hun land van herkomst hebben moeten verlaten. [alias verdachte] maakt dit soort verhalen voor verschillende nationaliteiten.
8. Het proces-verbaal van bevindingen historische printlijsten d.d. 14 april 2017 (pagina 171-172), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 3] ;
(pagina 170)
Op [geboortedatum] 2017 zijn door de officier van justitie de historische printgegevens van onderstaand telefoonnummer gevorderd:
- [telefoonnummer 1]
Tevens is het nummer bevraagd bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT)
[telefoonnummer 1] staat op naam van:
- [A] , [c-straat 1] [plaats]
9. Het proces-verbaal [van] bevindingen identificatie en stemvergelijking d.d. 25 oktober 2017 (pagina’s 173-177), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 4] ;
(pagina 176)
[verdachte] is eigenaar van een eenmanszaak genaamd [A] ;
Het [telefoonnummer 1] staat geregistreerd op naam van het Rechtskundig adviesbureau [A] ;
Uit eerder onderzoek blijkt [verdachte] gebruik te maken van een valse naam, zijnde [alias verdachte] ;
Uit de tapgesprekken blijkt dat aan het [telefoonnummer 1] een voicemail gekoppeld is welke de naam [alias verdachte] opgeeft;
Uit de tapgesprekken blijkt dat de gebruiker van [telefoonnummer 1] zich bijna altijd voorstelt als [alias verdachte] of [alias verdachte] ;
Uit de tapgesprekken blijkt tevens dat de gebruiker van [telefoonnummer 1] zich soms ook voorstelt als [verdachte] ;
Een beëdigde tolk heeft de stem van de deelnemers van de tapgesprekken, die [alias verdachte] en die [verdachte] worden genoemd vergeleken. Hierbij kwam naar voren dat dit allemaal één en dezelfde persoon is.
(pagina 177)
Naar aanleiding van bovenstaande onderzoeksinformatie kan geconcludeerd worden dat de man die [alias verdachte] en [verdachte] genoemd wordt, de gebruiker is van het [telefoonnummer 1] .
10. Het proces-verbaal van bevindingen betreffende diverse gebruikte namen door [verdachte] d.d. 8 augustus 2018 (pagina’s 502-505), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 5] ;
(pagina 503)
Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte werd een Australisch paspoort, voorzien van [nummer 2] aangetroffen op naam van [betrokkene 10] , geboren op [geboortedatum] 1964 te [plaats] . Dit paspoort was voorzien van een goedgelijkende pasfoto van verdachte en was afgegeven te [plaats] op 03-04-1998 en geldig tot 03-04-2008.
(pagina 504)
Via het Australia Liaison Bureau bij Europol werd de informatie ontvangen dat [betrokkene 10] op 14-02-1996 in Australië is aangekomen en op 20-03-1998 de Australische nationaliteit heeft verkregen. Aan [betrokkene 10] werd een Australisch paspoort met [nummer 2] afgegeven. [betrokkene 10] heeft op 05-04-1998, door gebruikmaking van voornoemd paspoort, per vliegtuig Australië verlaten en is niet meer teruggekomen.
11. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.06.014.001 (notulen in de Farsi taal m.b.t. de islam) d.d. 13 juni 2018, met bijlagen (pagina’s 815-849), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
(pagina 815)
Op woensdag 07 maart 2018 werd de kantoorruimte van [verdachte] doorzocht. Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast, notulen in de taal Farsi, met vragen over ongelovigheid en antireligieuze activiteiten aangetroffen. De notulen zijn vertaald, door een Farsi vertaler, welke gebruik maakt van het registratienummer 1258. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.06.014.001
De notulen zijn onderverdeeld in de volgende vier onderwerpen:
Vragen over ongelovigheid en antireligieuze activiteiten betreffende islam;
Het proces van het breken met de islam;
Antireligieuze activiteiten;
De laatste gebeurtenis.
12. De volgende in het politiedossier gevoegde verslagen van telefoongesprekken (pagina’s 2097-2106), voor zover inhoudende:
(pagina 2105-2106)
Beller: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte]
Tnv: [A]
[c-straat 1]
[plaats]
Datum: 07-12-2017
13:58:09
Duur: 00:18:20
Sessienr: 12747
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 2]
Naam: [betrokkene 11]
Tnv:
[alias verdachte] […] [betrokkene 11] (NG).
[alias verdachte] : Hallo [betrokkene 11] .
[betrokkene 11] : [alias verdachte] ?
[alias verdachte] : Ja, [betrokkene 11] , ik heb een belangrijk nieuws en daarnaast heb ik een verzoek.
[betrokkene 11] : Ja.
[alias verdachte] : Belangrijk nieuws is dat Nederland als eerste land een grote stap heeft gezet in asielprocedure wat betreft mensen die zich afkeren van [de] islam. Vanaf september is er een nieuw beleid, dit is zeker voor Iraniërs van toepassing, nieuw beleid is dat mensen die zich afkeren van [de] islam, zoals christenen, zonder te moeten bewijzen dat zij achtervolgd worden, asiel krijgen.
[betrokkene 11] : Is dat zo? Dit is een belangrijk nieuws.
[alias verdachte] : Ja, laat me maar compleet vertellen; op basis van een rapport van [het] ministerie van Buitenlandse Zaken, ik heb het ook denk ik op mijn fb (A-G: ik begrijp Facebook) gezet, dit is nu een wet, mensen die zich in Iran afkeren van [de] islam lopen daar gevaar en krijgen hier een asielvergunning. Zij hoeven dus verder niet [te] zeggen dat bijvoorbeeld politie dit weet, of een inval is geweest van [de] inlichtingendienst, dat hoeft niet meer, als deze mensen kunnen bewijzen dat zij afgekeerd zijn van [de] islam is [dat] al voldoende.
[betrokkene 11] : OK.
[alias verdachte] : Deze wet geldt vanaf september en wordt toegepast. In het begin ging het goed, maar nu merk ik in de praktijk dat ze het willen beperken, zij interpreteren het anders en willen er onderuit komen. Pluspunt van deze is dat een groot aantal mensen dat voor een status richting het christendom ging hoeft dat nu niet meer te doen. Als zij hun eigen leven, dat zij niet in [de] islam geloven, zullen vertellen, krijgen zij een status. Ze hoeven niet meer naar een kerk, dit is erg goed. Dit is ook de reden dat veel mensen richting agnosticisme of atheïsme gaan.
[betrokkene 11] : OK.
[alias verdachte] : Hierin is jouw rol erg belangrijk, er zijn nu veel mensen die beweren geen geloof of geen god te hebben, IND geeft hen, om foute redenen, een negatief. Een voorbeeld: van iemand is gevraagd: heeft u een geloof? Antwoord: ik heb geen geloof. Vraag: bent u atheïst? Antwoord: Nee, ik ben geen atheïst. Deze persoon heeft een negatief omdat zij vinden dat hij/zij niet weet wat hij is. Ik ben ze juridisch aan het uitdagen zodat ik een status voor deze persoon kan krijgen. Een ander voorbeeld: iemand belde vandaag, hij was een actief lid van een vakbond in [plaats] (plaats in Iran), zijn afkeer van [de] islam is niet geloofd maar dat van zijn vrouw wel. Rechtbank heeft zijn activiteiten ook niet geloofd maar zij vond dat IND verder de afkeer van zijn vrouw van [de] islam moest onderzoeken. Er zijn veel meer mensen die een afwijzing hebben van IND, deze hebben nu uw hulp/ondersteuning en die van ex-moslims nodig. Wanneer dit op zijn plek valt/bekend wordt, kan het van groot belang zijn. Concreet heb ik nu 3/4 zaken die nog bij de rechtbank lopen. Een andere voorbeeld is iemand die erg actief is geweest en heeft anti-islamitische activiteiten verricht, had een soort anti-islambibliotheek, verspreidde boeken, op Telegram was hij/zij actief, hij/zij is afgewezen omdat zij vinden dat hij/zij theologisch gezien niet heeft kunnen uitleggen tot welke stroming hij/zij behoort, theïsme, atheïsme, agnosticisme of deïsme. Mijn vraag is of u deze mensen kan helpen. Een brief van ex-moslims kan hen goed helpen in hun procedure.
[betrokkene 11] : Sinds 2/3 dagen schrijft een vrouw mij, zij zegt: [alias verdachte] heeft u voorgesteld.
[alias verdachte] : Ja, zij heet [betrokkene 12] .
[betrokkene 11] : Klopt, ik heb haar kort geantwoord, dat wij, ex-moslims in Duitsland actief zijn en [wij] nemen geen leden in het buitenland [aan]. Ik heb haar niet gezegd dat wij een slechte ervaring hadden met iemand daar die later naar een rechtse partij is gegaan. Ik heb tegen haar gezegd dat wij daar geen kantoor/vestiging hebben en daarom geen leden kunnen aannemen. Dat wij als stichting ex-moslims geen verklaringen geven, hier in Duitsland zijn wij ook mee doende, wij hebben aan iedereen moeten uitleggen dat wij geen asielstichting zijn, maar in de praktijk zijn wij wel met vluchtelingen bezig.
[alias verdachte] : Dat zal fijn zijn, dit is ook een mogelijkheid voor een nieuwe instelling/stichting, feit is dat veel mensen echt geen christen willen worden, maar zij hebben geen andere keuze.
[betrokkene 11] : Dat weet ik.
[alias verdachte] . Zij hebben er echt een hekel aan maar zij moeten wel, want tot nu toe werden zij als een ongelovige niet geaccepteerd. Er was en is ook geen stichting of vereniging die deze mensen kon helpen. Op dit moment zijn ze ook erg streng voor christenen. Ik ben met iets nieuws begonnen en dat is dat zelfs mensen die bekeerd zijn tot het christendom, in dat proces, [er]achter komen dat dat ook onzin is en worden zij ongelovig. Zij gaan het christendom en [de] islam ontkennen en bekritiseren. Zij moeten asiel krijgen. Ik ben pas geleden hiermee begonnen. Eerste persoon/geval is al hiermee bezig, er komen meer mensen. Wij moeten de richting van de stroom die naar de kerk loopt/gaat veranderen naar atheïsme.
[betrokkene 11] : Dit is heel goed.
[alias verdachte] : Ik schrijf je ook een samenvatting van de case van een aantal mensen, ik kan zelf ook [een] brief schrijven en dat jij alleen tekent. Maar ik stuur eerst een samenvatting van hun levensverhaal.
[betrokkene 11] : OK, wij praten later weer verder.
13. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juni 2018 (pagina’s 1051-1061), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 1058)
V:Wat heb je hierop te verklaren?
A: Dit is helemaal fout. Een visum is alleen voor toegang tot het land. Ik heb hier lang voor gestudeerd dus ik weet waar ik het over heb.
V: een toeristenvisum is alleen voor kort verblijf en niet voor asiel aan te vragen?
A: Dit is mijn definitie van een visum. En waarom niet. 99% van de asielzoekers komen op deze manier Nederland binnen.
(pagina 1059)
A: Het belangrijkste is dat ze middels een visum hiernaartoe komen en dan kan ik gaan kijken wat de mogelijkheden zijn. Soms adviseer ik mensen dat ze op basis van een investering en werk een vergunning kunnen krijgen. Ik heb gezegd dat als u asiel wil aanvragen ze gegronde redenen moeten hebben om niet terug naar Iran te kunnen. Ik doe helemaal niks voor visums te regelen. Ik verleen niemand toegang tot Nederland. Ik ga pas met mensen in zee als ze rechtmatig in Nederland zijn.
(…)
Feit 6: [betrokkene 3]
77. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2, 15 en 30 juni 2020, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
Ik heb haar geholpen. Er is niks mee dat ik heb gezegd dat ze naar zo’n club (het hof begrijpt hier: een homoclub) moest gaan. Naar [betrokkene 3] heb ik gesprekken gestuurd die wij samen hebben gevoerd.
78. Het proces-verbaal van bevindingen ING bank ten aanzien van [verdachte] d.d. 31 juli 2018 (pagina's 659-673), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] ;
(pagina 659)
Op 29-11-2017 werden door de ING bank de gevorderde gegevens verstrekt naar aanleiding van een vordering historische gegevensverstrekking (126nd) ten aanzien van de [verdachte] [geboortedatum] -1964. De ontvangen gegevens betreffen de volgende gegevens:
• Uitdraai van de producten van de verdachte bij de ING Bank
• Mutatieoverzicht van [rekeningnummer 1] van 02-01-2015 tot en met 20-11-2017.
• Mutatieoverzicht van [rekeningnummer 2] van 02-01-2015 tot en met 20-11-2017.
Op 07-02-2018 werden door de ING bank de gevorderde gegevens verstrekt naar aanleiding van een vordering historische gegevensverstrekking (126nd) ten aanzien van de [verdachte] [geboortedatum] -1964. De ontvangen gegevens betreffen de volgende gegevens:
• Mutatieoverzicht van [rekeningnummer 1] van 28-11-2017 tot en met 30-01-2018.
• Mutatieoverzicht van [rekeningnummer 2] van 28-11-2017 tot en met 30-01-2018.
(pagina 661)
Mutatieoverzicht [rekeningnummer 2] (bedrijfsrekening [A]
(pagina 669)
2017
Datum
Naam
Tegenrekening
Verz.
Ontv.
Omschrijving
(pagina 671)
27-12-2017
[betrokkene 13]
[rekeningnummer 3]
€ 200,00
[betrokkene 3]
79. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juni 2018 (pagina’s 1051-1061), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 1053)
V: Wat zegt de naam [betrokkene 3] jou?
A: Dit is een mevrouw van Koerdische afkomst uit Irak. Ze spreekt ook geen Farsi, Engels of Nederlands. Een vriendin van haar heeft me benaderd om haar te helpen. Deze vriendin heet [betrokkene 4] .
V: Is dit de [betrokkene 4] (het hof begrijpt hier: [betrokkene 4]) waar wij in het 5de verhoor ook over hebben gesproken?
A. Ja.
V: Waarover hebt u contact met haar?
A: Over haar asielaanvraag.
V: Wanneer is zij klant bij jou geweest?
A: Ik weet het niet meer precies maar ik denk dat dit in het begin van het vierde kwartaal van 2017 is geweest. Ik weet niet precies meer te vertellen wanneer ik voor het eerst en voor het laatst met haar contact heb gehad. Het contact duurde ongeveer een maand en in deze maand heb ik haar ongeveer 5 of 6 keer voor een uur gezien. Het belangrijkste is dat ik geen contract met haar had afgesloten. Ik werkte op uurbasis voor haar, Ik rekende 100,- euro per uur.
V: Waaruit bestond het advies waar zij om vroeg?
A: Ze was naar Nederland gekomen maar kreeg een Dublin-procedure. Hierdoor was ze illegaal hier en zat ze in een moeilijke situatie. Na de Dublin-procedure heeft ze asiel aangevraagd en is ze in contact met mij gekomen.
(pagina 1054)
V: [betrokkene 3] heeft haar levensverhaal toch aan u verteld. En u heeft gezegd dat ze wel asiel kon krijgen toch? Maar was haar eigen verhaal dan niet genoeg om asiel te krijgen. Waarom moest ze extra dingen leren?
A: Nee haar verhaal was niet voldoende. Als een vrouw zegt dat ze asiel wil omdat ze geen hoofddoek wil dragen lukt dat nooit bij de IND. Mijn mening is dat deze mensen wel een status moeten krijgen. Het probleem is dat ze niet weten hoe ze het moeten vertellen. Ze moeten het vertellen in het kader zoals de IND het wil horen volgens het vluchtelingenverdrag van Geneve.
(pagina 1056)
V: Heeft u nadat u bovenstaande informatie heeft verstrekt aan [betrokkene 3] , nog contact met haar gehad?
A: Ik denk nog één keer. Haar gehoor was uitgesteld en heb hierna nog een keer contact met haar gehad. Dat uitstellen kwam volgens mij omdat haar identiteit ter discussie stond.
V: Wat heb je afgesproken met hun over de kosten?
A: 100 euro per uur en ze kreeg nog wat korting. Geen contract.
V: Waar zijn deze kosten op gebaseerd?
A: Mijn standaard uurtarief.
V: Hoe zijn deze kosten voldaan?
A: Contant betaald. Dit denk ik tenminste.
V: [betrokkene 3] heeft ook via de bank geld naar u overgemaakt. Weet u dat niet meer?
A: Dat is inderdaad mogelijk.
(pagina 1057)
V: Maar nu moest ze haar eigen tekst van haar interview gaan leren?
A: Ik heb een aantal dingen zoals interviews en notities van andere homoseksuelen opgestuurd naar [betrokkene 3] . Dit moest ze doornemen. Om het asielverhaal goed te kunnen vertellen is dit cruciaal. Het is heel belangrijk hoe iemand het formuleert en vertelt. Het is heel moeilijk voor zulke vrouwen om hierover te praten.
80. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.02.006.002 d.d. 28 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 1194-1196), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
(pagina 1194)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B).
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het bureau rechts, twee papieren met daarop notities met namen en bedragen aangetroffen.
Op de twee papieren, A4-formaat staan verschillende data weergegeven.
De data lopen vanaf 26 september tot en met 10 november. Achter elke datum staat een naam en een bedrag weergegeven.
In de notities staan ook namen die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen, welke hieronder zijn weergegeven.
• 07 November: [betrokkene 3] : €100,00
81. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B d.d. 28 maart 2018, met bijlagen, (pagina’s 1310-1340), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 9] ;
(pagina 1310)
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast, een agenda van 2017 aangetroffen met daarin aantekeningen in de Farsi taal.
Op betreffende data in de agenda werd een tijdstip en naam vermeld. Hierin kwamen verschillende namen uit het zaaksdossier naar voren.
Hierbij een overzicht van de vreemdelingen en het aantal keren dat zij vermeld staan in de agenda met een datum en tijdstip.
(pagina 1313)
Zaakdossier 6
[betrokkene 3] , 3 vermeldingen op de volgende data:
7-11-2017 om 14:00 uur,
29-11-2017 om 12:00 uur,
1-12-2017 14:30 uur.
82. De volgende in het politiedossier gevoegde verslagen van telefoongesprekken (pagina’s 2844-2845), voor zover inhoudende:
(pagina 2845)
Beller: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte]
Tnv: [A]
[c-straat 1]
[plaats]
Datum: 06-12-2017
15:59:57
Duur: 00:02:42
Sessienr: 12586
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 3]
Naam: 022 vrouw [betrokkene 5]
Tnv: [betrokkene 14]
[d-straat 1]
[plaats]
[alias verdachte] […] 022 vrouw [betrokkene 5]
: Hallo [alias verdachte] .
[alias verdachte] : Hallo [betrokkene 5] .
[betrokkene 5] : Ik heb een voice achtergelaten, kan jij een afspraak op vrijdag voor [betrokkene 3] maken?
[alias verdachte] : Vrijdag lukt niet.
[betrokkene 5] : Zij gaat zaterdag en ik dacht dat goed voor haar is om beetje voorbereid te zijn.
[alias verdachte] : Gaat zij zaterdag?
[betrokkene 5] : Ja, want 11e is haar interview, morgen om 2 uur heeft zij een afspraak met [betrokkene 15] , [betrokkene 4] is druk mee bezig, [betrokkene 4] zei....
[alias verdachte] : Ik kan haar in het weekend een afspraak geven, om te kunnen oefenen.
[betrokkene 5] : OK, als het kan, perfect.
[betrokkene 5] : OK, morgen gaat zij naar [betrokkene 15] , moet zij daar iets zeggen?
[alias verdachte] : Nee, in het kader van haar case blijven.
[betrokkene 5] : Dus heel kort vertellen: Ik ben homoseksueel en....
[alias verdachte] : Ja..
[betrokkene 5] : Dat zij 2 jaar geleden is afgewezen, dat was een andere case, niet daarover praten?
[alias verdachte] : Nee, maar eigenlijk is dat ook belangrijk, zij moet haar vorige dossier van [betrokkene 15] opvragen. Haar interview, dat de advocaat haar een mail stuurt.
[alias verdachte] : Ik moet eerst het dossier hebben en lezen.
83. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het rapport gehoor aanmeldfase Immigratie- en Naturalisatiedienst d.d. 22 juli 2017 (pagina’s 2855-2866), voor zover het asielverhaal van [betrokkene 3] ;
(pagina 2855)
Intake
Achternaam bij geboorte [betrokkene 3]
Voorna(a)m(en) [betrokkene 3]
Geboortedatum [geboortedatum] 1983
Geboorteplaats [plaats]
Geboorteland Irak
Bevolkingsgroep/stam Koerden
Religie islam
Datum aankomst in Nederland 10 oktober 2015
84. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het rapport eerste gehoor Immigratie- en Naturalisatiedienst d.d. 11 december 2017 (pagina’s 2867-2875), voor zover het asielverhaal van [betrokkene 3] ;
(pagina 2867)
Datum aanmelding /aanvraag Ter Apel 20 oktober 2015
(pagina 2870)
Tijdens het aanmeldgehoor is al even met u gesproken over uw verblijf in Nederland. U bent op 8 juni 2016 met onbekende bestemming vertrokken en op 17 juli 2017 heeft u zich weer aangemeld voor een asielaanvraag.
85. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het rapport nader gehoor Immigratie- en Naturalisatiedienst d.d. 21 maart 2018 (pagina’s 2879-2910), voor zover het asielverhaal van [betrokkene 3] ;
(pagina 2903)
Nee, ik bedoel in Nederland gaan stappen?
Ik ben een paar keer naar een disco gegaan.
Was het een disco speciaal voor LHBT of gemengd?
Het was in [plaats] , een disco voor LHBT.
Hoe heet die disco?
Betrokkene schrijft de naam op: [B] .
Hoe wist u dat die disco er was?
Via Google. Ik was in [plaats] . Ik heb hem gevonden en ben er heengegaan.
86. Het proces-verbaal van bevindingen vertaalde stukken [betrokkene 3] d.d. 27 juni 2018 (pagina’s 2926-2927), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 10] ;
(pagina 2926)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagname uitgevoerd in de kantoorruimte in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1964 te [plaats] .
Daarbij zijn in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag genomen, welke nader zijn onderzocht. Hieruit kwam het volgende:
PV-203
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast een notitie in de taal Farsi aangetroffen met daarop verschillende namen en daarbij informatie over deze personen. De notulen zijn vertaald door een Farsi vertaler, welke gebruikmaakt van het registratienummer
Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.06.011.001
(pagina 2927)
Uit de vertaling van deze notities blijkt dat er wordt gesproken over [betrokkene 3]
(zaaksdossier 6).
Bovenaan bij de notities staat er onder elkaar:
[betrokkene 3]
29-11-2011
Om 12:00 uur
3-5-1983 [geboorteplaats] .
Daaronder komt er een opsomming.
Achter 1 staat de naam [betrokkene 16] en daar staat achter: zus 1982 in 2004 gehuwd met een vreemde, overleden in 2013, hartinfarct, beroep was winkelier en taxichauffeur.
Bij 2 staat: [betrokkene 17] , zus 1985 in 2000 gehuwd met de broer van [betrokkene 18]
En achter 3 staat: [betrokkene 40] broer, gehuwd in 2015 met een vreemde.
Onder de opsomming staan de woorden: Vader: [betrokkene 19] 1950, overleden in 1995, het woord Gemeenteambtenaar is doorgestreept, militair.
En daaronder staat: Moeder: [betrokkene 20] 1965, vroeger naaister, nu krijgt ze pensioen van vader.
Hierna komt een stukje aantekeningen over de biografie van [betrokkene 3] .
In juli 2015 kwam ik in Ankara aan- 2 dagen Ankara - Istanbul , 15 juli van Turkije. Bulgarije: 16 juli 2015, 2015 van Bulgarije, daarna kwam ik naar Nederland. 20 oktober was ik in Nederland, ik was een jaar ondergedoken, ik was in de woning van mijn tante. Voor de tweede keer heb ik mij op 17 juli 2017 aangemeld.
Als laatste staat geschreven
[betrokkene 3] in totaal 5 uur= 500 euro + 8 uur.
500%=200
[nummer 3] = [betrokkene 21]
Woensdag 12 uur ’s middags
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast, een agenda van 2017 aangetroffen met daarin aantekeningen in de Farsi taal. Deze aantekeningen zijn vertaald door een Farsi vertaler, welke gebruikmaakt van het registratienummer 1258.
Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.06.005.002
Op betreffende data in de agenda werd een tijdstip en naam vermeld. Hierin kwamen verschillende namen uit het zaaksdossier naar voren, waaronder de naam: [betrokkene 3] . Bij [betrokkene 3] , werden de 3 onderstaande vermeldingen op de volgende data weergegeven:
7-11 -2017 om 14:00 uur;
29-1 1-2017 om 12:00 uur;
1-12-2017 om 14:30 uur.
87. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 april 2018 (pagina’s 2932-2940), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 3] ;
(pagina 2937)
V: Hoe heet de advocaat?
A: Hij heet [alias verdachte] .
(pagina 2938)
O: Gesprek 12265 op 4 december 201 7 om 13:05 uur [betrokkene 5] heeft contact met [alias verdachte] .
V: Waar gaat dit gesprek over?
A: Hij heeft mij verteld dat het vroeger strafbaar was in Nederland om homoseksueel te zijn. Ik heb gevraagd wat ik moest zeggen om niet bang te zijn. [alias verdachte] zei: je hoeft niet bang te zijn. Ik was bang bij instanties. [alias verdachte] heeft mij gerustgesteld.
V: In het gesprek wordt gesproken over notities. Wat voor notities?
A: Ik heb geen notities gezien. Ik heb het mondeling gehoord dat vroeger honderden homoseksuelen zijn vermoord. Dit was voorinformatie over homoseksuelen in Nederland. Ik heb dit van [betrokkene 5] gehoord. De notities kwamen van [alias verdachte] .
V: Je kreeg dus te horen wat je moest vertellen bij de IND met betrekking tot homoseksuelen.
A: Ja. Ik heb mijn eigen verhaal verteld en [alias verdachte] heeft het aangedikt.
88. De volgende in het politiedossier gevoegde verslagen van telefoongesprekken (pagina’s 2945-2951), voor zover inhoudende:
(pagina 2946)
Beller: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte]
Tnv: [A]
[c-straat 1]
[plaats]
Datum: 02-12-2017
11:30:02
Duur: 00:06:52
Sessienr: 12048
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 3]
Naam: 022 NN vrouw
[betrokkene 5]
Tnv: [betrokkene 14]
[d-straat 2]
[plaats]
[alias verdachte] […] 022 NN vrouw [betrokkene 5] (NG).
[betrokkene 5] : Hallo lieve [alias verdachte] .
[alias verdachte] : Hallo lieve [betrokkene 5] .
[betrokkene 5] : Vorige advocaat van [betrokkene 3] heeft haar op 4 december uitgenodigd om naar [plaats] te gaan en te praten maar [betrokkene 15] heeft haar dossier al geaccepteerd, ik vind het onzin dat zij naar de vorige advocaat moet. Wat vind jij?
[alias verdachte] : [betrokkene 3] kan gaan en kan zeggen dat zij al andere advocaat heeft omdat die advocaat helemaal niks heeft gedaan/gestuurd. Ik schrijf vandaag haar case, [betrokkene 4] moet ook hard werken omdat zij dit voor haar moet vertalen.
[betrokkene 4] komt aan de lijn.
[betrokkene 4] . Hallo meneer [alias verdachte] , Ik hoop dat [betrokkene 3] ook snel een status krijgt, zij heeft weinig tijd, waar moet zij naartoe? Wat moet hij/zij allemaal leren?
[alias verdachte] : Hallo [betrokkene 4] , jij bent nu een redder. Zij moet 1 keer naar een homoclub, om te zien hoe het eruit ziet, hoe de disco's eruit zien, hoe mannen en vrouwen zijn.
[alias verdachte] : Maak je geen zorgen, jullie gaan kijken en iets drinken en komen terug, zij moet wel de naam van die plek weten.
[betrokkene 4] : Kunnen wij in [plaats] zoiets vinden?
[alias verdachte] : Overal kunt u zoiets vinden, in alle steden, Google het maar, LGBT club, homoseksuele club.
[betrokkene 4] : Ik ga met haar mee zodat ik haar kan helpen.
[alias verdachte] . Zij moet duidelijk kunnen uitleggen hoe de bar en de dansvloer eruit ziet, welke kleur het interieur is. Deze vragen worden gesteld.
[betrokkene 4] : Kan zij tegen die vrouw zeggen dat het geen goede ervaring was en dat zij er niet over wil praten
[alias verdachte] : Ja, dat kan.
(pagina 2947)
Beller: [telefoonnummer 3]
Naam: 022 NN vrouw
[betrokkene 5]
Tnv: [betrokkene 14]
[d-straat 2]
[plaats]
Datum: 04-12-2017
13:05:13
Duur: 00:01:50
Sessienr: 12265
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte]
Tnv: [A]
[c-straat 1]
[plaats]
[alias verdachte] WGD 022 NN vrouw [betrokkene 5] ( […] ).
[betrokkene 5] : Hallo lieve [alias verdachte] , sorry ik kon toen niet praten, ik was bij de bank.
[alias verdachte] : Hallo lieve [betrokkene 5] .
[betrokkene 5] : Naar welk emailadres heb jij het gestuurd?
[alias verdachte] : Ik heb eentje gestuurd naar [e-mailadres 2] , het was een Gmail, is teruggekomen.
[betrokkene 5] : Nee, [e-mailadres 3]
[alias verdachte] : Stuur het op, dan mail ik het, kijk, er is aantal notitie 's, jullie moeten voor gaan zitten, [betrokkene 3] (FN) moet komen en jullie moeten deze een voor een voor haar lezen, zij moet het zelf opschrijven en mee aan de slag.
[betrokkene 5] : Ja, wij moeten het voor haar....
[alias verdachte] : Ja, je moet het voor haar vertalen, alles is in het Farsi.
[betrokkene 5] : Kan zij niet bij jou komen zodat jij met haar werkt?
[alias verdachte] . Nee, zij moet eerst wat ik stuur, lezen en weten en voorbereid zijn, daarna ga ik haar vragen daarover stellen. Maar zij moet het eerst weten, zij moet haar case weten, het is de tekst van haar interview, dat moet zij lezen en daarna oefen ik met haar.
(pagina 2948-2949)
Beller: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte]
Tnv: [A]
[c-straat 1]
[plaats]
Datum: 04-12-2017
16:48:42
Duur: 00:10:39
Sessienr: 12324
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 3]
Naam: 022 vrouw [betrokkene 5]
Tnv: [betrokkene 14]
[d-straat 2]
[plaats]
[alias verdachte] […] 022 vrouw [betrokkene 5] (NG).
[betrokkene 5] : Hallo [alias verdachte] .
[alias verdachte] : Hallo [betrokkene 5] .
[betrokkene 5] : Maar zij zijn goed, de uitleg, zij is ook bij de advocaat geweest en gezegd dat zij het niet wil. Het was dezelfde advocaat van 2 jaar geleden. Ik geloof dat advocaat had gezegd Farsi te zijn, maar de naam [betrokkene 22] is geen Iraanse naam.
[alias verdachte] : Ik heb ze omgezet naar pdf, zo kan je hem op je mobiel openen.
[betrokkene 5] : ik denk dat [betrokkene 15] haar een afspraak gaat geven.
[alias verdachte] : Weten jullie wanneer?
[betrokkene 5] : Nee, zij wacht op een afspraak, wanneer moet zij klaar voor zijn, 8e? 9e? 10e? Kunnen wij het niet uitstellen? Haar afspraak op 11 december? [betrokkene 15] zei dat het niet nodig is maar zij weet niet wat wij willen doen.
[alias verdachte] : Wacht even, ik stuur eerst dit op. Het is gelukt, kijk maar of je het kan openen.
(pagina 2950)
Beller: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte]
Tnv: [A]
[c-straat 1]
[plaats]
Datum 04-12-2017
17:02:53
Duur: 00:06:35
Sessienr: 12329
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 3]
Naam: 022 vrouw [betrokkene 5]
Tnv: [betrokkene 14]
[d-straat 2]
[plaats]
[alias verdachte] […] 022 vrouw [betrokkene 5] (SH).
[betrokkene 5] : Hallo [alias verdachte] .
[alias verdachte] : Hallo, ik doe het op een andere manier, ik stuur het via Telegram als tekst, kijk maar of je het kan lezen.
[betrokkene 5] : Ik heb op Telegram grote letters, wacht, ik kijk, Yes, dit is goed, perfect, reden voor asiel, perfect, helemaal goed, algemene vragen, perfect, 2013, alle jaren zijn er ook, relaties, alles wat jij op hebt geschreven.
[alias verdachte] : OK, ik stuur het dan zo door.
[betrokkene 5] : Laatste is: Wist iemand in uw omgeving en of uw familie dat u zich afkeerde van Islam? Klopt het?
[alias verdachte] : Ja, ik stuur de rest ook op deze manier op.
[betrokkene 5] : OK, ik zal het voor haar lezen en vertalen, maar wie geeft antwoord op deze vragen? Bijvoorbeeld of iemand wist dat zij geen moslim meer was?
[alias verdachte] : Ik leg het later uit, nee, niemand wist het. Jullie moeten nu de vragen met antwoorden oefenen.
[betrokkene 5] : OK, prima, zeker. Dank je.
[alias verdachte] : Ik heb de tweede ook al gestuurd. Informatie in Nederland.
[betrokkene 5] : Waar moet ik beginnen?
[alias verdachte] : Vanaf de eerste.
[betrokkene 5] : Enzovoort, de vragen zonder antwoorden hoeft nu niet?
[alias verdachte] : Klopt, ik geef later de antwoorden mee, ik stuur eentje, dat uitgebreider is via WhatsApp.
[betrokkene 5] : Waarom? Is Telegram niet veilig?
[alias verdachte] : Daar is het beter leesbaar.
[betrokkene 5] : Ik zie hier ook geen problemen, alles is goed leesbaar. Laatste heb je ook opgestuurd? Laatste gaat over: praten over het gedrag, klopt het? Is er nog meer?
[alias verdachte] : Ja.
[betrokkene 5] : Ik hoop dat [betrokkene 3] alles kan onthouden.
[alias verdachte] : Dat moet ze.
[betrokkene 5] : Is er nog meer?
[alias verdachte] : Voorlopig dit, er is nog meer maar dat doe ik later.
[betrokkene 5] : Eerst kijken hoe het er hiermee gaat, kan zij niet alsof doen dat zij ziek is om alles uit te stellen?
[alias verdachte] : Je moet met [betrokkene 15] (FN) hierover hebben.
[betrokkene 5] : Ja, ik zeg tegen haar dat zij ziek is en nu niet in staat....
[alias verdachte] : Ja.
[betrokkene 5] : 2 weken uitstellen, of volgende maand?
[alias verdachte] : Ja, zeg dat zij psychisch niet klaar voor is, het is veel beter als het in januari gepland wordt.
[betrokkene 5] : Ja, want eigenlijk maakt het niet uit he?
[alias verdachte] : Klopt.
[betrokkene 5] : Laatste zin hierin is: Volgende week praten wij over hoe wij ons onrustige geest/hoofd rustig kunnen maken d.m.v. wetenschap. Klopt het?
[alias verdachte] : Ja.
(pagina 2951)
Beller: [telefoonnummer 3]
Naam: 022 vrouw [betrokkene 5]
Tnv:
Datum: 06-12-2017
11:19:47
Duur: 00:01:19
Sessienr: 12554
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte]
Tnv: [A]
[c-straat 1]
[plaats]
[alias verdachte] WGD 022 vrouw [betrokkene 5] (SH).
[betrokkene 5] spreekt de voicemail van [alias verdachte] in: Hallo [alias verdachte] , [betrokkene 3] is aan het voorbereiden, zij is tevreden, [betrokkene 4] is met haar bezig, met oefenen. [betrokkene 3] heeft morgen om 2 uur een afspraak met mevrouw [betrokkene 15] , [betrokkene 3] wil, ik denk dat vrijdag goed is, 11e moet zij gaan, woensdag vragen zij haar case, ik denk dat goed is dat zij vrijdag bij jou komt als nodig is kan zij dan nog 1 keer komen, wij wachten jouw bericht af.
89. Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 april 2018 (pagina's 2976-2982), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 4] ;
(pagina 2980)
O: Getuige werd geconfronteerd met tapgesprek met sessienummer 12265. Dit betreft een gesprek tussen getuige [betrokkene 14] en [verdachte] . In dit gesprek wordt het sturen van notities door [verdachte] besproken. Bijlage 4
V: Wat moesten jullie aan [betrokkene 3] voorlezen?
A: Dat [alias verdachte] zei dat [betrokkene 3] naar homoclubs moest gaan. Dat ze zich niet hoefde te schamen.
O: [alias verdachte] zegt in dit gesprek dat alle notities in Farsi zijn. Hij zegt: “zij moet eerst wat ik stuur, lezen en weten en voorbereid zijn, daarna ga ik haar vragen daarover stellen. Maar zij moet het eerst weten, zij moet haar case weten, het is de tekst van haar interview, dat moet zij lezen en daarna oefen ik met haar”.
V: Wat heeft u hierop te zeggen?
A: [alias verdachte] heeft wat informatie gegeven over een aantal homoclubs in Nederland. Bijvoorbeeld in welke stad deze te vinden zijn en vanaf welke leeftijd homoseksualiteit toegestaan is.
V: Wat is haar case?
A: Dat ze lesbienne is.
O: Op dezelfde dag, om 16:48 uur vindt er wederom een telefoongesprek (sessienummer 12324) plaats tussen [alias verdachte] en uw zus [betrokkene 5] . Dit heeft weer betrekking op het versturen van notities. Het lijkt erop dat het gelukt is. Bijlage 5
V: Welke notities heeft [verdachte] gestuurd?
A: Ik denk welke locaties zij moest bezoeken enz.
V: Welke bestanden heeft je zus van [verdachte] ontvangen, die uiteindelijk voor [betrokkene 3] bestemd waren, die door jullie vertaald moesten worden
A: Welke locaties [betrokkene 3] moest bezoeken.
90. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 april 2018 (pagina’s 2991-2998), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 14] ;
(pagina 2996)
O: Op 4-12-2017 om 13:05 uur, gesprekssessienummer 12265, belt u met [verdachte] . Hierin praten jullie over teksten die via de mail zouden worden verzonden. [verdachte] vertelt u wat [betrokkene 3] moet leren en wat zij moet weten over haar case. [verdachte] geeft aan wat u en [betrokkene 4] voor [betrokkene 3] moeten vertalen.
V: Nogmaals, klopt het dat [verdachte] een case samenstelt welke niet berust op de waarheid?
A: dat is iets tussen [betrokkene 3] en [alias verdachte] . Ik hoor daar niet bij. Ik denk dat [betrokkene 3] haar verhaal heeft verteld aan [alias verdachte] en dat [alias verdachte] dit vervolgens in orde heeft gemaakt en op papier heeft gezet.
O: Op 4-12-2017 om 16:48 uur, gesprekssessienummer 12324, belt u met [verdachte] . Hierin geeft u aan dat u de e-mail(s) niet kan openen en liever via Telegram ontvangt. U geeft aan dat u bepaalde stukken niet goed kan lezen omdat het te klein is. Vervolgens heeft u het met [verdachte] erover dat u stukken toegestuurd krijgt over homoseksualiteit.
V: Wat kunt u daarover verklaren?
A: Ik ken de tekst inhoudelijk niet meer. Ik denk wel dat [betrokkene 3] een kort verhaal had welke door [alias verdachte] tot een lang verhaal is gemaakt.
O: Wij lezen u een telefoongesprek voor dat plaats heeft gevonden op 04-12-2017 om 17:02 uur, gesprekssessienummer 12329. U heeft telefonisch contact met [verdachte] . Hieruit blijkt namelijk dat u minimaal 3 stukken heeft ontvangen van [verdachte] en dat u inhoudelijk bekend bent met die stukken. Uit dit telefoongesprek stellen wij dus de conclusie dat u dondersgoed weet waar het over gaat.
V: Klopt het dat het asielverhaal van [betrokkene 3] , een verhaal is dat geschreven is door [verdachte] ?
A: Ja. Ik kan mij dit gesprek herinneren. Ik kan niet alle details herinneren maar ik ga ook niet ontkennen.”
Het hof heeft in zijn arrest met betrekking tot de in het middel bestreden bewezenverklaring de volgende bewijsoverwegingen opgenomen (met weglating van voetnoten):
“Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
(…)
Artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring ingevolge artikel 197a, eerste en tweede lid van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte een ander behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland (lid 1) en dat de verdachte uit winstbejag een ander behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is (lid 2).
Naar vaste rechtspraak dient het bestanddeel ‘behulpzaam bij’ in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht in overeenkomstige zin te worden uitgelegd als in artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht, waarin medeplichtigheid in algemene zin strafbaar is gesteld. Daarbij gaat het er onder meer om of de verdachte het verblijf van de vreemdeling in Nederland op enigerlei [wijze] heeft bevorderd of gemakkelijk gemaakt. In lijn met het doel en de strekking van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, te weten het tegengaan van mensensmokkel wordt naar algemeen spraakgebruik onder ‘het verblijven in Nederland’ bedoeld ‘het zich ophouden in Nederland’. Deze behulpzaamheid is naar bestendige jurisprudentie strafbaar zodra daardoor de mogelijkheden tot wederrechtelijk verblijf worden verruimd. Het begrip ‘wederrechtelijk’ in de delictsomschrijving van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht dient gelet op de wetsgeschiedenis uitgelegd te worden als ‘zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid’ verblijven in Nederland. In welke gevallen een vreemdeling het recht heeft om in Nederland te verblijven, is bepaald in de Vreemdelingenwet 2000.
Wederrechtelijk verblijf
Het hof staat allereerst voor de vraag of de vreemdelingen rechtmatig in Nederland verbleven. Ingevolge artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 verblijft een vreemdeling rechtmatig in Nederland indien de vreemdeling een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft verkregen, dan wel een gemeenschapsonderdaan is van de Europese Unie dan wel in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning.
Alle in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen hadden op het moment van binnenkomst in Nederland ofwel de Iraanse ofwel de Irakese nationaliteit. Uit de verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld is op te maken welke vreemdelingen voorafgaande aan het inreizen in de Europese Unie, waaronder Nederland, een visum moeten verkrijgen. Hieruit is af te leiden dat onderdanen uit Iran en Irak een visum nodig hebben om de binnengrenzen van Europa te betreden.
Uit het dossier is gebleken dat de vreemdelingen op een toeristenvisum, een ander reisvisum of zonder visum Nederland hebben betreden. Voor degenen die geen visum hebben aangevraagd geldt dat zij ten tijde van het overschrijden van de binnengrenzen wederrechtelijk in Nederland verbleven. Ten aanzien van de vreemdelingen met een visum geldt in beginsel dat zij legaal in Nederland verbleven en er dus geen sprake is van wederrechtelijk verblijf. Indien echter blijkt dat de vreemdeling voorafgaande aan de aanvraag van het visum al van plan was om asiel in Nederland aan te vragen en na het verlopen van het visum niet meer terugkeert naar het land van herkomst, maakt dit dat de inreis in en de doorreis door Nederland als wederrechtelijk moeten worden aangemerkt.
Het gaat er dus om of de verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de vreemdelingen die hij ‘geholpen’ heeft wederrechtelijk in Nederland waren. Gelet op het feit dat de verdachte als juridisch adviseur werkte en zich daarbij voorstond op zijn kennis van het migratie- en asielrecht, is het hof van oordeel dat de verdachte ten aanzien van de bij hem komende vreemdelingen een verzwaarde onderzoeksplicht had om te achterhalen of de vreemdelingen wederrechtelijk in Nederland verbleven. Daar valt naar het oordeel van het hof ook onder dat de verdachte in casu moest onderzoeken of de vreemdeling de tijdelijke verblijfstitel op oneigenlijke gronden had verkregen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in een aantal, hieronder nader te noemen gevallen, op de hoogte was van het feit dat de vreemdeling geen visum had. In andere gevallen heeft de verdachte voorafgaande aan het inreizen contact gehad met de vreemdeling waardoor hij wist dat het komende verblijf wederrechtelijk zou zijn, nu de vreemdeling geen enkele intentie had om terug te keren naar het land van herkomst en daarom het toeristenvisum op oneigenlijke gronden is verkregen. In een aantal gevallen heeft de verdachte de vreemdeling middellijk of onmiddellijk geadviseerd eerst op een toeristenvisum naar Nederland te komen en dan bij hem te komen om het asielverhaal te gaan voorbereiden. Tevens is de verdachte berekenend te werk gegaan door zich ervan te vergewissen tot wanneer het visum zou lopen en heeft de verdachte ervoor gezorgd dat de vreemdeling zich vlak voor het einde van de duur van een visum is gaan melden bij een aanmeldcentrum. De verdachte was in alle gevallen zonder meer op de hoogte van het gegeven dat de vreemdeling, met of zonder visum, geen enkele intentie had om terug te gaan naar het land van herkomst. Dienaangaande wist de verdachte of had hij ernstige redenen om te vermoeden, gelet op zijn juridische kennis, dat alle in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen om die reden wederrechtelijk in Nederland waren.
Op het punt van de wederrechtelijkheid van het verblijf heeft de verdediging tot slot het verweer gevoerd dat er geen sprake kan zijn van wederrechtelijk verblijf omdat er nog geen onherroepelijke uitspraak is over de asielstatus. Dit verweer verwerpt het hof. Het feit dat de vreemdelingen na het aanvragen van asiel in afwachting van de beslissing hierop rechtmatig in Nederland verblijven ingevolge artikel 8 van het Vreemdelingenbesluit 2000, maakt niet dat de wederrechtelijkheid van de toegang of het verblijf van vóór de aanvraag tot asiel daarmee komt te vervallen.
Onverwijld melden
Met betrekking tot het verweer dat een vreemdeling zich na aankomst in Nederland niet onverwijld hoeft te melden omdat hij of zij recht heeft op het voorbereiden van het asielgehoor, overweegt het hof als volgt.
Indien een vreemdeling asiel zoekt in Nederland dient de vreemdeling zich ingevolge artikel 3.108c van het Vreemdelingenbesluit 2000 onverwijld te melden bij een aanmeldcentrum op Schiphol (per vliegtuig of boot) of in Ter Apel (over land). Op dat moment gaat de vreemdeling naar de IND voor een voorregistratie. Binnen een aantal maanden na de aanmelding krijgt de vreemdeling een uitnodiging voor een aanmeldgehoor. Daarna krijgt de vreemdeling rust- en voorbereidingstijd (RVT) waar hij/zij zich kan voorbereiden op de Algemene Asielprocedure (AA). Gedurende die tijd krijgt de vreemdeling voorlichting over de asielprocedure en helpt een advocaat met de voorbereiding van het gesprek met de IND over het asielverhaal. Daarna zal de vreemdeling een nader gehoor krijgen bij de IND.
Het niet onverwijld melden van de vreemdeling kan afbreuk doen aan de gestelde noodzaak tot internationale bescherming. Temeer als de vreemdeling stelt dat hij bescherming nodig heeft omdat hij of zij moet vrezen voor de autoriteiten in het thuisland. Het ligt dan ook voor de hand dat de vreemdeling meteen bescherming zoekt in Nederland door zich onverwijld te melden bij een van de aanmeldcentra.
Gelet op het vorenstaande verwerpt het hof het verweer van de verdediging dat de vreemdeling zich niet onverwijld hoeft te melden. Het hof verwerpt ook het verweer van de verdediging dat de handelingen van de verdachte enkel hebben plaatsgevonden gedurende de RVT, nu ingevolge het bovenstaande de RVT pas aanvangt nadat een aanmeldgehoor heeft plaatsgevonden en de aanleiding voor de asielaanvraag ruim voor deze periode is ontstaan.
Daar komt naar het oordeel van het hof bij dat de verdachte een bijdrage heeft geleverd aan het zich niet onverwijld melden van de vreemdeling. Zo heeft de verdachte in de gevallen waarbij de vreemdeling een visum had aan hem of haar gevraagd tot wanneer het visum geldig was, zodat hij genoeg tijd had om de vreemdeling voor te bereiden. Pas na het voorbereiden heeft de verdachte de vreemdeling geadviseerd zich te melden bij een aanmeldcentrum. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte daarmee willens en wetens de vreemdeling verkeerd geadviseerd en heeft hij in strijd met het Vreemdelingbesluit 2000 gehandeld.
Advies bij het ordenen van het asielverhaal of in strijd met de waarheid (onderdelen van) een verhaal verzinnen?
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte enkel van zijn rol als adviseur gebruik heeft gemaakt. Daartoe heeft de verdediging bepleit dat het helpen van een vreemdeling met zijn verhaal niet maakt dat het asielverhaal vals is. De verdachte heeft naar het oordeel van de verdediging enkel geholpen met het op een rijtje krijgen van de gebeurtenissen en het geven van aanwijzingen, hetgeen bij de rol van een advocaat in de asielprocedure past. Het hof zal hieronder per feit vaststellen welke van de ten laste gelegde handelingen bewezen worden verklaard of niet. Daarbij weegt het hof de vraag of de asielverhalen in kwestie vanuit de vreemdelingen zelf op tafel zijn gelegd of dat deze zijn aangereikt door de verdachte met een bijbehorend pakket aan diensten dat ervoor moesten zorgen dat de verhalen goed ingeprent zouden worden en zouden leiden tot het gewenste resultaat, namelijk een verblijfsvergunning op grond van het recht op asiel. Een dergelijk asielverhaal dient, uit de aard der zaak, op waarheid te berusten. Een juridisch adviseur, zoals de verdachte zich noemde, mag de vreemdeling helpen met het structureren van het verhaal en mag helpen om de stukken ter onderbouwing van het verhaal te achterhalen.
Een juridisch adviseur mag niet het verhaal, althans onderdelen daarvan, aandikken of compleet verzinnen. Het hof deelt de conclusie van de verdediging dat onder ‘onderbouwen’ ook ‘aandikken’ mag worden verstaan, niet. Aandikken is naar het oordeel van het hof feiten erbij verzinnen of overdrijven om het verhaal kansrijker te maken en dit is per definitie niet toegestaan.
Uit het dossier leidt het hof af dat de verdachte eigenaar was van het rechtskundig adviesbureau [A] gevestigd te [plaats] . De verdachte is adviseur in het immigratierecht. Tevens volgt uit het onderzoek dat de verdachte meerdere contracten heeft afgesloten met de in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen waarbij de vreemdelingen bedragen tussen de € 2.000,- en € 7.000,- moesten betalen. Uit de contracten volgt dat de verdachte hulp en begeleiding biedt bij de ordening van de hoofdlijn van de asielaanvraag, alsmede hulp bij ordening van de chronologie en de reden van het asielverzoek. Daarbij heeft de verdachte in vele gevallen de garantie gegeven dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel zou verkrijgen.
Het hof stelt op grond van het dossier vast dat het bedrijfsmodel van de verdachte was ingericht op het tegen betaling van een bepaald bedrag (veelal duizenden euro’s) per zogenoemde ‘case', geven van een garantie dat de vreemdeling de gevraagde verblijfsvergunning asiel zou verkrijgen. De verdachte leverde deze garantie veelal op voorhand zonder daarbij op de hoogte te zijn van het feitelijke asielverhaal van de vreemdeling. Het is naar het oordeel van het hof onmogelijk om dit te bereiken zonder dat daarbij de waarheid in voorkomend geval geweld wordt aangedaan.
Dit blijkt ook uit het feit dat in alle contracten een verplichting voor de vreemdelingen is opgenomen die inhoudt dat zij alle aanwijzingen van het bedrijf moeten opvolgen en dat zij niet zomaar zonder overleg met het bedrijf anders mogen verklaren dan is besproken. Zo staat er in het contract het volgende ‘continu medewerking verlenen aan de verzoeker en het geven van alle documenten die betrekking hebben op het dossier van het asielverzoek aan het bedrijf: het uitvoeren van suggesties en begeleiding door het bedrijf is een noodzakelijke en belangrijke voorwaarde voor het succes van dit dossier’ en ‘als de verzoeker onafhankelijk en zonder overleg met ons en buiten de afgesproken kaders tijdens de asielprocedure handelt of iets zegt zonder overleg of vragen naar onze mening in zijn/haar interview wordt dit gezien als het vernietigen van de verplichtingen en het bedrijf heeft het recht om uit zelfbescherming voor de volgende diensten nieuwe kosten in rekening (te) brengen.’
Het hof is voorts gebleken dat de verdachte op zoek is gegaan naar andere mogelijkheden om een sluitend verhaal te kunnen maken, waarbij hij eraan refereert dat sommige vreemdelingen principieel niet in staat zijn te vertellen dat ze bekeerd zijn tot het christendom. Hij maakt daarbij gebruik van het feit dat het beleid van de IND is veranderd en dat er enkel geloofsafval hoeft te worden aangeleverd.
Het hof heeft vastgesteld dat er cases zijn waarbij de verdachte van het ene naar het andere verhaal overgaat, als het ene niet heeft gewerkt, wordt vervolgens het andere geprobeerd.
Tot slot stelt het hof vast dat in de meeste gevallen de vreemdelingen bij de IND vertellen dat ze eigenlijk niet van plan waren om asiel te vragen maar dat er tijdens hun verblijf in Nederland “iets” is voorgevallen in Iran waardoor ze niet meer terug konden. Deze modus operandi is kenmerkend voor de verdachte. Het zijn allemaal evenzoveel bewijsmiddelen die ondersteunen dat het de verdachte in het geheel niet om het echte vluchtelingenverhaal is te doen, maar enkel om een goede case om de begeerde verblijfstitel binnen te kunnen halen.
Uit winstbejag
Ten aanzien van alle feiten overweegt het hof voor wat betreft het bestanddeel winstbejag als volgt.
Ingevolge de wetsgeschiedenis omvat het begrip winstbejag ‘teneinde rechtstreeks of onrechtstreeks, een financieel of ander materieel voordeel te verkrijgen’. Ingevolge jurisprudentie van de Hoge Raad is van winstbejag sprake ‘indien het handelen van de dader is ingegeven door een gerichtheid op verrijking, waarbij het niet noodzakelijk hoeft te gaan om een op geld waardeerbaar voordeel en evenmin bepalend is of het beoogde voordeel daadwerkelijk is behaald’.
De verdachte had een juridisch advieskantoor in [plaats] waar hij tegen betaling de vreemdelingen ‘adviseerde’ over de asielprocedure. Veel van de vreemdelingen dachten dat de verdachte een advocaat was die hen kon helpen met de asielaanvraag. Als de verdachte de zaak van de vreemdeling aannam liet de verdachte de vreemdelingen, zoals genoemd in 8 van de 9 ten laste gelegde feiten, een contract ondertekenen. In de contracten werd een bedrag afgesproken voor de hulp van de verdachte, deze bedragen varieerden tussen de € 2.000,- en € 9.000,-. In de zaak van [betrokkene 3] (feit 6) hanteerde de verdachte een uurtarief van € 100,- per uur. Uit de administratie van de verdachte, in de vorm van kwitanties, is af te leiden dat de vreemdelingen na het afsluiten van het contract een deel contant betaalden. Een ander deel werd weer betaald via de bankrekening van de verdachte. In alle gevallen hebben de vreemdelingen de verdachte betaald voor zijn handelingen. Dit maakt naar het oordeel van het hof genoegzaam duidelijk dat de verdachte handelde uit winstbejag. Dat volgens de verdachte niet het gehele contractbedrag is betaald is hierbij niet van belang. Het handelen van de verdachte was namelijk gericht op betaling en dus op verrijking.
Start onderzoek
Op 2 februari 2017 is een melding van een tolk binnengekomen. Deze tolk was aanwezig geweest bij een verhoor van een verdachte die was aangehouden wegens het bezit van een vals document. Tijdens dit verhoor gaf de tolk te kennen dat hij, op basis van de afgelegde verklaring, iets herkende wat hem bekend voorkwam en wat hij vaker had gehoord bij Iraanse vreemdelingen. De tolk had informatie aangaande een persoon welke valse documenten regelde voor Iraanse asielzoekers. Deze persoon is volgens hem genaamd [alias verdachte] . Een internetzoekopdracht naar [alias verdachte] leidde naar het advieskantoor [A] . Vergelijkingsonderzoek naar de foto van de persoon [alias verdachte] leverde op dat deze persoon dezelfde is als de [verdachte] .
Naar aanleiding van de melding van de tolk is de verdachte bevraagd in het politie-informatiesysteem. Hieruit bleek dat op 24 november 2015 een Iraanse vreemdeling heeft verklaard over een advocaat [alias verdachte] die vaker asielzoekers helpt. Voorts is op 28 april 2016 een MMA-melding binnengekomen aangaande mensensmokkel waarbij het bedrijf [A] wordt genoemd alsmede de namen [betrokkene 8] en [verdachte] . In deze melding staat dat ze zich bezighouden met mensensmokkel en dat ze 100% garantie geven op het regelen van een verblijfsstatus voor de asielzoekers. Deze asielzoekers moeten hier flink voor betalen. Verder bleek [verdachte] voor te komen in een mensensmokkelonderzoek uit 2012 op Schiphol. Naar aanleiding van het vorenstaande is er het onderzoek Ambrose opgestart waarbij onderzoek is gedaan naar mensensmokkel door de verdachte.
(…)
Bewijsoverwegingen voor feit 6: [betrokkene 3]
is met haar eigen paspoort met daarin een vals visum Nederland ingereisd. In 2015 heeft [betrokkene 3] zich voor het eerst gemeld bij een aanmeldcentrum. Op 8 juni 2016 is haar asielaanvraag definitief afgewezen in verband met de Dublinclaim. [betrokkene 3] heeft na afwijzing van de aanvraag nooit Nederland verlaten. Op 17 juli 2017 heeft [betrokkene 3] zich voor de tweede keer gemeld bij een aanmeldcentrum in Budel en op 18 juli 2017 heeft ze voor de tweede keer een verblijfsvergunning aangevraagd. Na de afwijzing van de eerdere asielaanvraag was [betrokkene 3] aldus wederrechtelijk in Nederland.
De verdachte heeft verklaard dat hij [betrokkene 3] heeft geholpen, maar dat hij geen contract met haar heeft afgesloten. Bij [betrokkene 3] rekende de verdachte een uurtarief van € 100,- per uur. Uit de agenda van de verdachte volgt dat [betrokkene 3] vanaf 7 november 2017 afspraken heeft gehad met de verdachte. Voorts volgt uit de bankafschriften van de verdachte dat [betrokkene 3] op 27 december 2017 aan de verdachte een bedrag heeft overgemaakt van € 200,-. Gelet hierop gaat het hof er dan ook van uit dat de verdachte [betrokkene 3] tegen betaling heeft geholpen en hij zodoende geldelijk gewin heeft gehad.
De verdachte heeft verklaard dat [betrokkene 3] wederrechtelijk in Nederland was. Voorts heeft hij erkend dat hij tegen [betrokkene 3] heeft gezegd dat ze naar een homoclub moest gaan. Volgens de verdachte was het levensverhaal van [betrokkene 3] niet voldoende. De verdachte heeft daartoe een aantal dingen zoals interviews en notities van andere homoseksuelen opgestuurd naar [betrokkene 3] die ze moest doornemen.
Uit de tapgesprekken kan worden afgeleid dat [betrokkene 3] het verhaal van de verdachte moest oefenen.
[betrokkene 3] heeft zelf verklaard dat ze haar eigen verhaal heeft verteld maar dat de verdachte het verhaal heeft aangedikt. [betrokkene 14] zegt iets soortgelijks als ze verklaart dat [betrokkene 3] een kort verhaal had welke door de verdachte tot een lang verhaal is gemaakt.
Uit de tapgesprekken volgt tenslotte dat de verdachte ‘een case’ voor [betrokkene 3] gaat schrijven, dat die voor haar vertaald gaat worden, dat [betrokkene 3] één keer naar een homoclub moet gaan om te zien hoe dat eruit ziet en dat er met [betrokkene 3] moet worden geoefend op de notities. De verdachte zegt het letterlijk zo: ‘Nee. zij moet eerst wat ik stuur lezen en weten en voorbereid zijn, daarna ga ik haar vragen daarover stellen. Maar zij moet het eerst weten, zij moet haar case weten, het is de tekst van haar interview, dat moet zij lezen en daarna oefen ik met haar.’
Het hof leidt uit het samenstel van bewijsmiddelen af dat de verdachte het asielverhaal voor [betrokkene 3] minst genomen flink heeft aangedikt en daarmee in strijd met de waarheid heeft gehandeld.
Door dit alles te doen is de verdachte behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland van deze vreemdelinge door haar daartoe de gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen. Dit alles heeft de verdachte voorts gedaan uit winstbejag en uit hoofde van zijn beroep als juridisch adviseur.”
De bespreking van het eerste middel
Uit de bewijsvoering van het hof kan over het onder 6 bewezen verklaarde feit onder meer het volgende worden afgeleid. De verdachte heeft alle in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen, waaronder [betrokkene 3] , bijgestaan. De verdachte heeft met alle vreemdelingen een intakegesprek gevoerd en heeft met hen uren gesproken over de vragen die door de IND aan de vreemdelingen konden worden gesteld. De verdachte heeft met de vreemdelingen geoefend wat zij moesten zeggen bij de IND. De verdachte selecteerde en stroomlijnde de door de vreemdelingen bij de IND te vertellen verhalen.
Meer specifiek over [betrokkene 3] volgt uit de bewijsvoering dat de verdachte in een periode van ongeveer één maand vijf à zes keren ongeveer één uur lang met haar contact heeft gehad. Het levensverhaal van [betrokkene 3] was volgens de verdachte onvoldoende voor het ingewilligd krijgen van haar (tweede) asielaanvraag. De verdachte heeft de ‘case’ (het asielverhaal) van [betrokkene 3] , te weten dat zij een lesbienne is, op schrift gesteld. De verdachte heeft meerdere documenten, waaronder de case van [betrokkene 3] , haar af te nemen interview/gehoor bij de IND, notities over homoseksualiteit en homoclubs in Nederland en interviews van andere homoseksuelen, middels tussenkomst van [betrokkene 4] en haar zus [betrokkene 5] opgestuurd naar [betrokkene 3] . Die notities en interviews waren cruciaal voor het door [betrokkene 3] goed kunnen vertellen van haar asielverhaal. In de door de verdachte aangeleverde documenten zijn ook vragen opgenomen die de IND mogelijk zal stellen aan [betrokkene 3] . De verdachte zou de antwoorden op de vragen nog nasturen. [betrokkene 3] moest met de hulp van [betrokkene 4] en haar zus [betrokkene 5] de door de verdachte opgestuurde documenten, het door de verdachte opgeschreven asielverhaal van [betrokkene 3] , de vragen van de IND en de daarop door haar te geven antwoorden goed inprenten. Nadat [betrokkene 3] in opdracht van de verdachte haar verhaal had geoefend, zou de verdachte haar daarover vragen stellen en zou hij met haar het interview/gehoor bij de IND oefenen. [betrokkene 3] moest van de verdachte binnen haar ‘case’ blijven, waarbij zij heel kort moest vertellen dat zij lesbienne is. Zij moest het vooral niet hebben over de afwijzing van haar eerdere asielaanvraag. [betrokkene 3] kreeg te horen wat zij bij de IND moest vertellen met betrekking tot homoseksuelen. Zij moest ook in opdracht van de verdachte een homoclub in Nederland bezoeken. Zij moest de naam van de club onthouden en zij moest in staat zijn de binnenkant van de club te beschrijven aangezien volgens de verdachte daarover bij de IND vragen zouden worden gesteld. Volgens de verdachte zou [betrokkene 3] bij de IND ook kunnen verklaren dat het bezoeken van de club geen goede ervaring was en dat zij er verder niet over wilde praten. [betrokkene 3] heeft ook een paar keer een LBHT-disco bezocht. Het asielverhaal van [betrokkene 3] is een door de verdachte geschreven verhaal. Volgens [betrokkene 3] heeft zij haar eigen asielverhaal verteld. Dat verhaal is door de verdachte op z’n minst genomen (flink) aangedikt.
Het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, acht ik het bepaald niet onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld dat de verdachte aan [betrokkene 3] ten behoeve van haar geho(o)r(en) bij de IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief kenbaar heeft gemaakt, dat vluchtverhaal en/of asielrelaas op schrift heeft gesteld zodat [betrokkene 3] dat verhaal kon leren/bestuderen en die [betrokkene 3] heeft getraind/geïnstrueerd in het presenteren van genoemd vluchtverhaal en/of asielmotief. Evenmin acht ik het onbegrijpelijk dat het hof heeft geconcludeerd dat de verdachte aan [betrokkene 3] kenbaar heeft gemaakt welke vragen zij bij haar geho(o)r(en) bij de IND moest beantwoorden en welke antwoorden zij op de vragen bij haar geho(o)r(en) moest geven. Verder ligt in het bewezen verklaarde handelen van de verdachte besloten dat hij [betrokkene 3] informatie heeft verstrekt over de asielprocedure in Nederland en de daarbij behorende regels en richtlijnen en hoe die procedure (met valse informatie) kan worden doorlopen/omzeild. In zoverre faalt het middel.
De klacht dat uit hetgeen het hof in de bewijsmiddelen heeft vastgesteld niet (voldoende) blijkt dat [betrokkene 3] in strijd met de waarheid een verklaring bij de IND heeft afgelegd faalt reeds op de grond dat dit niet is ten laste gelegd en bewezenverklaard. Overigens meen ik dat uit de bewijsvoering van het hof wel degelijk volgt dat [betrokkene 3] in strijd met de waarheid een verklaring bij de IND heeft afgelegd. Uit de bewijsvoering volgt immers dat haar eigen levensverhaal onvoldoende was voor het ingewilligd krijgen van haar (tweede) asielaanvraag en dat zij het door de verdachte (flink) aangedikte verhaal heeft verteld bij de IND. Ook in zoverre faalt deze klacht.
De stellers van het middel wijzen er echter terecht op dat uit de bewijsvoering van het hof niet blijkt dat de verdachte aan [betrokkene 3] kenbaar heeft gemaakt welke documenten zij (aan de IND) moest verstrekken. Dat hoeft echter niet tot cassatie te leiden. Bij schrapping van de zinsnede “en/of welke documenten zij (aan IND) moet verstrekken” uit de bewezenverklaring worden de aard en de ernst van het bewezenverklaarde namelijk niet aangetast, terwijl ook de kwalificatie ongewijzigd blijft.
Het middel faalt.
4. Het tweede middel
In het middel wordt geklaagd dat “ten aanzien [van] de onder (…) 1, 4, 5, 7, 8 en 9 bewezen verklaarde feiten [het] klaarblijkelijke oordeel van het hof dat altijd het overeengekomen bedrag uit het contract volledig aan verdachte is betaald, niet kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsvoering voor deze feiten zodat de bewezenverklaring (telkens) onvoldoende met redenen is omkleed.”
Ten laste van de verdachte is onder 1, 4, 5, 7, 8 en 9 bewezenverklaard dat hij:
“1.
in de periode van 1 oktober 2017 tot en met 15 december 2017 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau “ [A] ”) personen, te weten
[betrokkene 23] , geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] (Iran) en
[betrokkene 24] , geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] (Iran)
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft
immers heeft hij, verdachte tegen betaling van geldbedragen
aan die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] kenbaar gemaakt welke vragen die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] bij zijn/haar/hun geho(o)r(en) bij IND moet(en) beantwoorden en/of welke documenten hij/zij (aan IND) moet(en) verstrekken en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet(en) geven, en
ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictie(f)ve vluchtverha(a)l(en) en/of asielmotie(f)ven aan die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] kenbaar gemaakt, en
die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van dat/die vluchtverha(a)l(en) en/of asielmotie(f)ven ten behoeve van de gehoren bij de IND en
die [betrokkene 23] en/of die [betrokkene 24] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen,
zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was;
(…)
4.
in de periode van 1 november 2017 tot en met 1 mei 2018 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau “ [A] ”), personen, te weten
[betrokkene 25] (geboren [geboortedatum] 1981) en
(zijn partner) [betrokkene 26] (geboren [geboortedatum] 1989) en
[betrokkene 27] (geboren [geboortedatum] 1978) en
(zijn partner) [betrokkene 37] (geboren [geboortedatum] 1979)
behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, en bovengenoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, en
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft
immers heeft hij, verdachte tegen betaling van een geldbedrag
die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] en/of [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] in laten reizen met een visum wetende dat zij asiel zou(den) aanvragen en
een tijdschema gemaakt en
aan die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] en/of [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] , al dan niet middels tussenkomst van (een) ander(en), kenbaar gemaakt welke vragen zij/zij bij haar/zijn/hun geho(o)r(en) bij IND moet(en) beantwoorden en/of welke documenten zij (aan IND) moet(en) verstrekken ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet(en) geven, en
ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND (geheel of gedeeltelijk) fictie(f)ve vluchtverha(a)l(en) of asielmotie(f)ven aan die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] , [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] kenbaar gemaakt, en
die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] en/of [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van dat/die vluchtverha(a)l(en) en/of asielmotie(f) ven ten behoeve van de gehoren bij IND en
die [betrokkene 25] en/of [betrokkene 26] en/of [betrokkene 27] en/of [betrokkene 37] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verschaft met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen,
zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was;
5.
in de periode van 26 december 2016 tot en met 30 oktober 2017 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau “ [A] ”), een persoon, te weten
[betrokkene 4] , geboren [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] (Iran)
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde persoon daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
immers heeft hij, verdachte tegen betaling van geldbedragen
aan die [betrokkene 4] kenbaar gemaakt wanneer zij zich moest melden bij IND (ten behoeve van een asielaanvraag) en
al dan niet middels tussenkomst van haar zus [betrokkene 5] , kenbaar gemaakt welke vragen die [betrokkene 4] bij haar geho(o)r(en) bij IND moet beantwoorden en/of welke documenten zij (aan IND) moet verstrekken en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de gehofo)r(en) bij de IND moet geven, en
ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief aan die [betrokkene 4] kenbaar gemaakt, en genoemd vluchtverhaal en/of asielmotief op schrift gesteld opgenomen zodat die [betrokkene 4] dat verhaal kon leren/bestuderen en
die [betrokkene 4] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van dat (geheel of gedeeltelijk) fictieve vluchtverhaal en/of asielmotief ten behoeve van de gehoren bij IND en
die [betrokkene 4] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen
zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was;
(…)
7.
in de periode van 6 juli 2017 tot en met 1 januari 2018 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau “ [A] ”), personen, te weten
[betrokkene 29] , geboren [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] (Iran) en
[betrokkene 30] , geboren [geboortedatum] 1996 en
[betrokkene 31] , geboren [geboortedatum] 1999
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft
immers heeft hij, verdachte tegen betaling van een geldbedrag
aan die [betrokkene 29] en/of die [betrokkene 30] en/of die [betrokkene 31] kenbaar gemaakt welke vragen zij bij haar/hun geho(o)r(en) bij IND moet(en) beantwoorden en/of welke documenten zij (aan IND) moet(en) verstrekken en/of welke antwoorden zij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet(en) geven, en
ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictie(f)ve vluchtverha(a)l(en) of asielmotie(f)ven aan die [betrokkene 29] en/of die [betrokkene 30] en/of die [betrokkene 31] kenbaar gemaakt, genoemd(e) vluchtverha(a)l(en) en/ofasielmotie(f) ven op schrift gesteld en/of op een geluidsdrager opgenomen zodat die [betrokkene 29] en/of die [betrokkene 30] en/of die [betrokkene 31] dat verhaal kon leren/bestuderen en
die [betrokkene 29] en/of [betrokkene 30] en/of [betrokkene 31] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van dat/die vluchtverha(a)l(en) en/of asielmotie(f)ven ten behoeve van de gehoren bij IND en
die [betrokkene 29] en/of [betrokkene 30] en/of [betrokkene 31] informatie verschaft over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verschaft met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen,
zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dal verblijf wederrechtelijk was;
8.
in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 november 2016 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau “ [A] ”) een persoon, te weten
[betrokkene 32] , geboren [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] (Iran)
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde persoon daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
immers heeft hij, verdachte tegen betaling van geldbedragen
aan die [betrokkene 32] kenbaar gemaakt welke vragen hij bij zijn geho(o)r(en) bij IND moet beantwoorden en/of welke documenten hij (aan IND) moet verstrekken en/of welke antwoorden hij op de vragen bij de geho(o)r(en) bij de IND moet geven, en
ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief aan die [betrokkene 32] kenbaar gemaakt en
genoemd vluchtverhaal en/of dat asielmotief op schrift gesteld en/of op een geluidsdrager opgenomen zodat die [betrokkene 32] dat verhaal kon leren/bestuderen en
die [betrokkene 32] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van voormeld fictief vluchtverhaal en/of asielmotief en
die [betrokkene 32] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen,
zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was;
9.
in de periode van 5 juli 2015 tot en met 7 oktober 2016 te [plaats] en/of elders in Nederland, in de uitoefening van zijn beroep (te weten als eigenaar en juridisch adviseur van rechtskundig adviesbureau “ [A] ”) een persoon, te weten
[betrokkene 33] , geboren [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] (Iran)
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, en genoemde persoon daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
immers heeft hij, verdachte, tegen betaling van een geldbedrag
ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND een (geheel of gedeeltelijk) fictief vluchtverhaal en/of asielmotief aan die [betrokkene 33] kenbaar gemaakt, genoemd vluchtverhaal en/of asielmotief op schrift gesteld en/of op een geluidsdrager opgenomen zodat die [betrokkene 33] dat verhaal kon leren/bestuderen en
die [betrokkene 33] getraind en/of geïnstrueerd in het presenteren van dat vluchtverhaal en/of dat asielmotief ten behoeve van het/de geho(o)r(en) bij IND en die [betrokkene 33] informatie verstrekt over procedures, regels en richtlijnen en/of informatie verstrekt met betrekking tot hoe men procedures, regels en richtlijnen kan doorlopen en/of omzeilen,
zulks terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat verblijf wederrechtelijk was.”
De bewezenverklaring van het onder 1, 4, 5, 7, 8 en 9 tenlastegelegde steunt op onder meer de “algemene bewijsmiddelen” zoals weergegeven onder randnr. 3.3. Daarnaast heeft het hof onder meer de volgende op de afzonderlijke feiten betrekking hebbende bewijsmiddelen tot het bewijs gebezigd:
“Feit 1: [betrokkene 23] en [betrokkene 24]
14. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 maart 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
Het klopt dat ik een contract heb afgesloten met [betrokkene 23] (het hof begrijpt hier: [betrokkene 23]) en zijn vrouw (het hof begrijpt hier: [betrokkene 24]). In het dossier zitten tapgesprekken tussen mij en [betrokkene 23] . Het klopt dat ik telefonisch contact heb gehad met [betrokkene 23] .
(…)
16. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 maart 2018 (pagina’s 1014-1022), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 1016)
V: Wat zegt de naam [betrokkene 23] jou?
A: Dat is een gezin dat bij mij is gekomen. [betrokkene 23] heeft zich bekeerd. Dat is [betrokkene 23] (het hof begrijpt hier: [betrokkene 23]). Ik heb hen voorbereid op hun verhoor.
V: Wanneer zijn zij als klanten bij jou geweest?
A: Ik denk het laatste kwartaal van 2017. Rond oktober, november denk ik.
V: Waarvoor kwamen zij bij jou?
A: Over een asielverzoek. Ze wilden weten of en hoe ze dat moesten doen.
V: Wanneer was het eerste contact met de familie [betrokkene 23] ?
A: Dat weet ik niet meer.
V: Weet u wel hoe vaak u contact heeft gehad?
A: Misschien 5 of 6 keer.
(pagina 1017)
V: Wat heb je afgesproken met [betrokkene 23] over de kosten?
A: Ik denk dat het een contract van 7000 euro was. Ze hadden ongeveer 4 of 5000 al betaald. Dit ging om [betrokkene 23] (het hof begrijpt hier: [betrokkene 23]) en zijn vrouw (het hof begrijpt hier: [betrokkene 24]). En hun twee kinderen.
V: Waar zijn deze kosten op gebaseerd?
A: Dat is op basis van mijn werkzaamheden. Ik vraag nooit geld voor kinderen vandaar dat het maar 7000 voor 4 personen was.
V: Hoe zijn deze kosten voldaan?
A: Ik weet dat niet meer precies. Ik weet nog wel dat ze een deel contant hebben betaald.
(…)
17. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.04.001.008 d.d. 19 april 2018, met bijlagen (pagina’s 1170-1180), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 9]
(pagina 1170)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] .
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast een contract aangetroffen. Dit contract was opgesteld in de taal Farsi en betreft het contract van [betrokkene 23] en [betrokkene 24] (het hof begrijpt hier steeds: [betrokkene 24]). Dit contract is vertaald, door een Farsi vertaler, welke gebruik maakt van het registratienummer 1258.
(pagina 1176)
De vertaalde pagina's van de in het Farsi opgestelde en getekend contract
Contract voor juridisch advies met betrekking tot het asielverzoek van [betrokkene 23] en [betrokkene 24]
Op basis van dit contract werkt ons bureau, als uw juridisch adviseur, gedurende de gehele procedure tot aan het verkrijgen van de verblijfstatus door u, de verzoeker.
Dit contract is gemaakt tussen het bedrijf Juridisch adviesbureau met betrekking tot immigratie en asielzaken ( [A] ) met registratienummer [nummer 1] en heeft toestemming voor activiteiten op het gebied van juridisch advies inzake immigratie, visa en asielzaken op het adres van: ( [b-straat 1] [plaats] , Nederland), met als directie [alias verdachte] . In dit contract wordt hij verder als “het bedrijf” genoemd, dit is de ene partij.
Dhr/mevr.: [betrokkene 23] en [betrokkene 24]
Het land van verzoek: Nederland
In dit contract wordt hij/zij “de verzoeker” genoemd, dit is de andere partij
Artikel 1: De inhoud van dit contract:
1-Bieden van dienstverlening m.b.t. begeleiding en ordening van het interview van het asielverzoek en verdedigen van de case (vertaler: de “asiel” zaak). Na het sluiten van het contract, neemt het bedrijf zo spoedig mogelijk contact met de verzoeker op. Ook de verzoeker zal op de hoogte worden gehouden van alle handelingen gaande zijn/haar zaak.
(…)
Artikel 3: Het bedrag, stappen en voorwaarden van betalingen.
3-1- De totale kosten van het contract bedragen 7000 euro. Inclusief de BTW van 21% (1470 euro), wordt het totaal te betalen bedrag 8470 euro.
Noot: Het bedrag van 1470 euro van de BTW is een speciale korting, die het bedrijf op zich neemt, daarom is het totale te betalen bedrag 7000 euro.
(pagina 1177)
3-2- Het bedrag van 6000 euro wordt betaald bij het sluiten van het contract.
3- 3- Het bedrag van 1000 euro wordt na het verkrijgen van de verblijfstatus betaald.
(…)
De directeur
Handtekening
(getekend)
02-10-2017
De verzoeker
(getekend, tweemaal)
(…)
20. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.02.006.001 (kwitanties) d.d. 27 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 1181-1193), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
(pagina 1181)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] .
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het bureau rechts, kwitantieboeken aangetroffen.
Hieruit kwam het volgende:
• 11 kwitanties welke betrekking hebben op de zaakdossiers:
Kwitantie: [betrokkene 23] , bedrag: € 4000,-, datum: 02-10-2017
Kwitantie: [betrokkene 23] , bedrag: € 2000,-, datum: 06-10-2017
21. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.02.006.0.02 d.d. 28 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 1194-1196), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
(pagina 1194)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B).
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het bureau rechts, twee papieren met daarop notities met namen en bedragen aangetroffen,
Op de twee papieren, A4-formaat staan verschillende data weergegeven.
De data lopen vanaf 26 september tot en met 10 november. Achter elke datum staat een naam en een bedrag weergegeven.
In de notities staan ook namen die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen, welke hieronder zijn weergegeven.
• 06 Oktober: [betrokkene 23] : €2000,00
(…)
26. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.01.011.001 (tijdschema voorbereiding ZD01) d.d. 4 april 2018, met bijlagen (pagina’s 1341-1348), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het bureau links, drie papieren met daarop notities met namen en bedragen aangetroffen.
Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.01.011.001
Hieruit kwam het volgende:
Het betreft een tijdschema van [betrokkene 23] en [betrokkene 24] , waarin het volgende staat weergegeven
- Tekenen van het contract
- Betalingen van € 4000,- en € 2000,-
- Interview over Islam en Christendom
- Onderzoeken en vinden van reële feiten in Iran als ondersteunende feiten voor de case
- Ordenen redenen asielverzoek
- Interview over de redenen asielverzoek
- Eerste en tweede interview breken Islam en bekering Christendom
- Interview voorbereiding aanmelden
(…)
(pagina 1342)
Tijdschema [betrokkene 23] en [betrokkene 24]
Dag
Uur
Uitleg werkzaamheden
1
Maandag, 2 okt 2017
11 ochtend
Tekenen contract en aanbetalen 4000 euro
(…)
Feit 4: [betrokkene 25] , [betrokkene 26] , [betrokkene 27] en [betrokkene 37]
(…)
55. De volgende in het politiedossier gevoegde verslag van het telefoongesprek van 25 oktober 2017 met sessienummer 5889 (pagina's 383-384), voor zover inhoudende:
(pagina 383)
Beller: [telefoonnummer 4]
Naam: […] man [betrokkene 34]
Tnv: [betrokkene 34] [e-straat 1]
[plaats]
Datum: 25-10-2017
17:49:54
Duur: 00:08:19
Sessienr: 5889
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte]
Samenvatting:
WGD […] man [betrokkene 34] (NG).
[betrokkene 34] : Iets anders; mijn broer en zus komen woensdagochtend met een KLM-vlucht aan. Ik wil dat zij heel snel gaan. Zoals [betrokkene 35] , zich snel gaan melden en dat het voor het nieuwjaar is afgerond.
[alias verdachte] : Woensdag? Tot wanneer hebben zij een visum?
[betrokkene 34] : Zij hebben allemaal een multi voor 2 jaar.
[alias verdachte] Maar nu willen zij blijven?
[betrokkene 34] : Ja, allemaal, mijn zus en haar man, mijn broer en zijn vrouw.
[alias verdachte] : Alle vier?
[betrokkene 34] : Ja, alle vier.
[alias verdachte] : OK. Ik moet hen spreken, ik denk dat we veel tijd nodig hebben. Vier personen voorbereiden kost veel tijd.
(pagina 384)
[alias verdachte] : We kunnen hen ook in groepen sturen. In 2 groepen.
[betrokkene 34] : Ja, dat kan ook. Wat jij wilt. Ik wil woensdag gelijk met hen langskomen, zodat jij de afspraken plant, hen het programma geeft, dat zij ook weten wat zij moeten doen.
[alias verdachte] : Is goed.
[betrokkene 34] : Maar de afrekening mag niet voor 4 personen zijn.
[alias verdachte] : Hoe dan?
[betrokkene 34] : Het gaat eigenlijk om 2.
[betrokkene 34] : [betrokkene 36] en [betrokkene 37] , mijn broer en zus, moet je tellen voor 1 persoon. Zij komen met hun partners.
[alias verdachte] : We moeten het nu goed afspreken, ik vraag voor 4 persoon: 9.
[betrokkene 34] : Doe maar 8, ik heb zoveel mensen naar je doorgestuurd.
[alias verdachte] : Nee, 8 is voor 2 personen.
[betrokkene 34] : Het zijn [er] ook maar 2.
[alias verdachte] : Nee, zij betalen 8, en 1000 nadat zij een status hebben.
56. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 16 augustus 2018 (pagina’s 1870-1880), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 1872)
V: Wat kun je ons dus vertellen over [betrokkene 27] en [betrokkene 37] ?
A: [betrokkene 37] was volgens mij een actrice en een atheïst. Hier was ze ook wel actief in. [betrokkene 27] was meer onder invloed van zijn vrouw. [betrokkene 27] is een agnost volgens mij.
V: Wanneer zijn zij klant bij jou geweest?
A: Ik weet het niet precies maar dit was ergens in de laatste 3 maanden van 2017.
(pagina 1873)
V: Wat voor advies heeft u hen gegeven?
A: Ik heb [een] paar keer met hen gesproken. Hebben het gehad over hun levensverhaal. Ik heb hen verteld over eventuele vragen die ze kunnen krijgen bij de IND. Ik heb met hen deze vragen beoefend zodat er geen misverstanden zouden kunnen ontstaan.
V: Heeft u nog informatie aan hen meegegeven en/of verteld wat ze moesten gaan doen?
A: Ik heb hen eerdergenoemd document gegeven met die voorbeeldvragen en antwoorden.
V: Wat kun je ons dus vertellen over [betrokkene 26] en [betrokkene 25] ?
A: Ik weet nog dat [betrokkene 26] christen was maar [betrokkene 25] had geen geloof. De problemen waren volgens mij vooral rondom [betrokkene 31] .
V: Wanneer zijn zij klant bij jou geweest?
A. Hetzelfde. Laatste 3 maanden van 2017. Ze waren alle vier samen.
(pagina 1874)
V: Wat heb je afgesproken met deze vier personen over de kosten?
A: Ik heb van hen vier, 2000,- euro per persoon gevraagd.
V: Waarom maar 2000,- aangezien je eerder verklaard hebt dat je normaal 4000,- [euro] vraagt per persoon?
A: Ik heb ook al verteld dat ik meestal niet daadwerkelijk 4000,- krijg maar alleen de aanbetaling van bijvoorbeeld 2 of 3000,- euro. Als ze een status hadden zou ik meestal de rest krijgen maar dat gebeurde vaak niet. In het contract met deze vier personen stond volgens mij 8000,- euro of 9000 - euro. Ze hebben volgens mij al 8000,- euro betaald.
V: Hoe zijn deze kosten voldaan?
A: Contant.
57. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.02.006.001 (kwitanties) d.d. 27 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 1181-1193), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6]
(pagina 1181)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] .
Tijdens de doorzoeking werden in de kantoorruimte, in het bureau rechts, kwitantieboeken aangetroffen. Hieruit kwam het volgende:
• 11 kwitanties welke betrekking hebben op de zaakdossiers:
Kwitantie: [betrokkene 38] , bedrag: € 8000,-, datum: 01-11-2017
(…)
59. De volgende in het politiedossier gevoegde verslagen van telefoongesprekken (pagina’s 2030-2056), voor zover inhoudende:
(pagina 2038-2039)
Beller: [telefoonnummer 4]
Naam: […] man [betrokkene 34]
Tnv: [betrokkene 34] [e-straat 1]
[plaats]
Datum: 31-10-2017
13:57:34
Duur: 00:03:35
Sessienr: 6938
Aard: Spraak
Gebelde: [telefoonnummer 1]
Naam: [alias verdachte] Tnv:
[alias verdachte] WGD […] man [betrokkene 34] (NG).
[betrokkene 34] : Hallo [alias verdachte] .
[alias verdachte] : Hallo [betrokkene 34] .
[betrokkene 34] : Even heel kort, morgenochtend komen de jongens/mensen aan. Ik dacht gelijk vanuit [plaats] naar jou te komen, zodat zij/wij een aanbetaling kunnen doen, een contract kunnen krijgen en dat jij alles voor hen regelt. Zo besparen we tijd.
[alias verdachte] : OK. Morgen.... Hoe laat is...?
[betrokkene 34] : Zij komen om 7 uur aan in [plaats] . Jij moet precies om 11 uur op kantoor zijn? Kan dat niet eerder?
[alias verdachte] : Het kan ook om 10 uur.
[betrokkene 34] : OK, om 7 uur....zodra ik vertrek bel ik je, is dat goed?
[alias verdachte] Ja.
[betrokkene 34] : 7 uur, ik denk dat zij om 8 uur eruit komen, het is ongeveer 2 uur afstand vanuit [plaats] , ik ben er om 10 uur. Jij kan hen dan hun schema geven zodat zij weten wanneer ze moeten komen.
[alias verdachte] : Ik zie jullie morgen om 10 uur.
[betrokkene 34] : Ja, ik kom met hen. Ik heb hen al gezegd dat zij alvast 8 moeten geven, 1 blijft over (…) nadat zij een status hebben. Heb jij mijn mail ontvangen over [betrokkene 7] ?
[betrokkene 34] : [alias verdachte] wil je morgen a.u.b. de zaken voor deze mensen snel regelen? Ik moet naar Iran voor zaken en kan niet de hele tijd bij hen blijven.
[alias verdachte] : OK.
60. Het proces-verbaal onderzoek beslag B.01.04.001.004 Familie [betrokkene 34] (zaakdossier 4) d.d. 13 april 2018, met bijlagen (pagina’s 2070-2080), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 9] ;
(pagina 2070)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] .
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast een contract aangetroffen in de taal Farsi, van de familie [betrokkene 38] (…). Dit contract is vertaald, door een Farsi vertaler, welke gebruik maakt van het registratienummer 1258. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.04.001.004
Hieruit kwam het volgende:
• Contract van de familie [betrokkene 38]
(pagina 2076)
Vertaling contract
Contract voor juridisch advies met betrekking tot het asielverzoek van familie [betrokkene 38] Dit contract is voor Farsisprekenden opgemaakt zodat er geen onduidelijkheden en dubbelzinnigheden voor het begrijpen en accepteren van dit contract en het nakomen van de verplichtingen met betrekking tot de inhoud voor beide partijen ontstaan. Op basis van dit contract werkt ons bureau gedurende de gehele procedure tot aan het verkrijgen van de verblijfstatus van de aanvrager en geeft het u juridisch advies. Dit contract is gemaakt tussen het bedrijf Juridisch adviesbureau met betrekking tot immigratie en asielzaken ( [A] ) met registratienummer [nummer 1] en heeft toestemming voor activiteiten op het gebied van juridisch advies inzake immigratie, visa en asielzaken op het adres van: ( [b-straat 1] [plaats] , Nederland), met als directie [alias verdachte] . In dit contract wordt hij verder (…) “het bedrijf” genoemd, dit is de ene partij.
Dhr/mevr.: Familie [betrokkene 38] bestaande uit:
[betrokkene 25] , [betrokkene 26] , [betrokkene 37] en [betrokkene 27]
Het land van verzoek: Nederland
In dit contract worden zij "de verzoeker" genoemd, dit is de andere partij.
Artikel 1: De inhoud van dit contract:
1-Geven van dienstverlening m.b.t. begeleiding en ordening van het interview van het asielverzoek en verdedigen van de case (vertaler: de “asiel-”zaak). Na het sluiten van het contract, neemt het bedrijf zo spoedig mogelijk contact met de verzoeker op. Ook de verzoeker zal op de hoogte worden gehouden van alle handelingen gaande zijn/haar zaak.
Artikel 3: Het bedrag, stappen en voorwaarden van betalingen.
3-1- De totale kosten van het contract bedragen 9.000 euro. Inclusief btw van 21% (1.890 euro), wordt het totaal te betalen bedrag 10.890 euro.
Noot: Het bedrag van 1.890 euro van de btw is een speciale korting van het bedrijf, die het bedrijf op zich neemt, daarom is het [totaal te betalen] bedrag 9.000 euro. Er moet wel vermeld worden dat als u het contract voortijdig beëindigt, het btw-bedrag door het bedrijf wordt ingehouden.
3-2- Het bedrag van 8.000 euro wordt betaald bij het sluiten van het contract.
(pagina 2077)
3-3- Het bedrag van 1.000 euro wordt na het verkrijgen van de verblijfstatus betaald.
(…)
(pagina 2080)
Artikel 10: De exemplaren van het contract
Dit contract, bestaande uit 10 artikelen, is in twee exemplaren opgesteld, getekend door beide partijen, ieder heeft een exemplaar en alle exemplaren hebben dezelfde waarde.
De directeur,
Handtekening
(getekend)
01-11-2017
De verzoeker
[betrokkene 25]
(getekend)
[betrokkene 27]
(getekend)
[betrokkene 37]
(getekend)
[betrokkene 26]
(getekend)
(…)
62. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag B.01.02.018/2018-067.02 d.d. 24 september 2018, met bijlagen (pagina’s 2107-2112), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
(pagina 2107)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van de [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] waarbij (…) in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag [zijn] genomen.
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, bureau rechts, een router aangetroffen. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.02.018
Onderzoek digitaal beslag
Door collega's werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, Afdelinq Specialistische Opsporing, Sectie Forensische Techniek is de router onderzocht en veiliggesteld door het maken van een image. De image heeft het zaaknummer: 2018-067
Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan aan de router. Op de router stonden documenten in de taal Farsi, welke zijn vertaald door een beëdigde tolk. Uit één van de documenten kwam het volgende: - Een tijdschema voor [betrokkene 25] en [betrokkene 26] (ZD04), met daarin tekenen contract, betalen bedrag,
primaire informatie en primaire materialen, verzamelen van de informatie en casematerialen, de interviews en evaluatie en updaten van de case.
(pagina 2111)
Vertaling tijdschema [betrokkene 25] en [betrokkene 26]
Dag
Uur
Uitleg werkzaamheden
1
1 november 2017
Tekenen van het contract en betalen van de eerste 4.000 euro
(…)
63. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek digitaal beslag B.01.02.018/2018-067.01 d.d. 24 september 2018, met bijlagen (pagina’s 2113-2118), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
(pagina 2113)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van de [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] waarbij (…) in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag [zijn] genomen.
Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, bureau rechts, een router aangetroffen. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.02.018
Onderzoek digitaal beslag
Door collega’s werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, Afdelinq Specialistische Opsporing, Sectie Forensische Techniek is de router onderzocht en veiliggesteld door het maken van een image. De image heeft het zaaknummer: 2018-067
Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan aan de router. Op de router stonden documenten in de taal Farsi, welke zijn vertaald door een beëdigde tolk.
Uit één van de documenten kwam het volgende:
- Een tijdschema voor [betrokkene 37] en [betrokkene 27] met daarin tekenen contract, betalen bedrag, primaire informatie en primaire materialen verzamelen van de informatie en casematerialen, de interviews en evaluatie en updaten van de case.
(pagina 2117)
Vertaling tijdschema [betrokkene 27] en [betrokkene 37]
Dag
Uur
Uitleg werkzaamheden
1
1 oktober 2017
Tekenen van het contract en betalen van de eerste 4.000 euro
(…)
Feit 5: [betrokkene 4]
(…)
69. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 maart 2018 (pagina’s 996 — 1006), voor zover inhoudende ais verklaring van de verdachte
(pagina 1002)
V: [betrokkene 14] ?
A: Die ken ik wel. Die kwam bij mij voornamelijk voor haar zus [betrokkene 4] .
V: Wat kun je allemaal over [betrokkene 4] vertellen?
A: [betrokkene 4] is een vrouw die heel veel problemen heeft gehad van jongs af aan. Vanwege haar problemen is ze afgekeerd van de islam en is christen geworden. Ik ben van mening dat ze een status moet krijgen.
V: Waarom kwam [betrokkene 4] bij u?
A: Ik heb met haar gesproken over haar levensloop. Ze vroeg hoe ze zich moest voorbereiden op haar asielverzoek. Ik heb haar, op basis van haar verhaal, hierop voorbereid.
V: Wanneer is ze voor het eerst bij u gekomen?
A: In 2017 maar ik heb geen idee meer welke maand.
V: Wat kun je verder over haar vertellen, over haar problemen bijvoorbeeld vroeger?
A: Ze had haar levensverhaal verteld en ik heb haar geadviseerd wat ze moest doen.
(pagina 1003)
V:Wat heb je afgesproken met [betrokkene 4] over de kosten?
A: Ik denk dat we een contract hebben afgesloten van 3500 of 4000 euro? Ik weet niet precies of ze al 3000 of 3 00 euro heeft betaald.
V: Kan het zijn dat [betrokkene 4] met u contact heeft opgenomen in het begin van 2017?
A: Dat zou kunnen.
70. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.02.006.001 (kwitanties) d.d. 27 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 1181-1193), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
(pagina 1181)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] .
Tijdens de doorzoeking werden in de kantoorruimte, in het bureau rechts, kwitantieboeken aangetroffen. Hieruit kwam het volgende:
• 11 kwitanties welke betrekking hebben op de zaakdossiers:
Kwitantie: [betrokkene 4] , bedrag: € 2500,-, datum: 01-03-2017
Kwitantie: [betrokkene 4] . bedrag: € 1000.-, datum: 26-04-2017
(…)
73. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 april 2018 (pagina’s 2646-2649), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 4] ;
(pagina 2648)
A: Ik heb een contract afgesloten.
(…)
75. Het proces-verbaal [van] bevindingen vertaalde stukken [betrokkene 4] d.d. 10 oktober 2018, met bijlagen (pagina’s 2724-2797), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 8] ;
(pagina 2724)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in het kantoor van verdachte [verdachte] gelegen aan de [b-straat 1] te [plaats] . Tijdens deze doorzoeking zijn er diverse goederen in beslag genomen welke nader zijn onderzocht. Hieruit kwamen de onderstaande goederen welke betrekking hebben op zaakdossier 5 van [betrokkene 4] .
(pagina 2725)
B.01.02.006.001:
Dit betreft een kwitantieboek. In dit kwitantieboek zaten twee kwitanties met de naam [betrokkene 4] . Op de eerste kwitantie is de datum 01-03-2017 te zien met de naam van [betrokkene 4] , handtekening en een bedrag van € 2.500,-. Op de tweede kwitantie is de datum 26-04-2017 te zien met de naam van [betrokkene 4] , handtekening en een bedrag van € 1.000,-.
(…)
B.01.03.003/2018-068.01:
Dit document betreft een contract tussen het bedrijf [A] en [betrokkene 4] . Hierbij is er een bedrag afgesproken van 4000 euro wat in 3 termijnen moet worden voldaan. 2500 euro bij het tekenen van het contract, 1000 euro voor de aanmelding en 500 euro bij verkrijgen status in Nederland. Het betreffende document is niet ondertekend daar het een digitaal bestand is.
(…)
Feit 7: [betrokkene 29] , [betrokkene 30] en [betrokkene 31]
(…)
93. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 mei 2018 (pagina’s 1028-1038), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 1033)
V: We willen het nu even over iets anders gaan hebben. Wat zegt de naam [betrokkene 29] jou? A. Ze was één van mijn klanten. Ze was christen. Ze is bij mij gekomen en we hebben haar voorbereid voor haar asielverzoek.
V:Hoe is u contact met haar?
A: lk heb al lang geen contact met haar maar vroeger had ik wel contact en dat was toen wel goed. Dit contact was denk ik de laatste 3 maanden van 2017.
V: Wat zeggen de namen [betrokkene 30] en [betrokkene 31] jou?
A: [betrokkene 30] en [betrokkene 31] zijn dochters van [betrokkene 29] . Ze zijn slimme meisjes en geloofde diep in het christendom.
V: Wanneer heb je voor het laatst contact met hen gehad?
A: Ik denk december.
V: Waarvoor kwamen zij bij jou?
A: Om voorbereiding te krijgen voor hun asielprocedure.
(pagina 1034)
V: Heeft u hen nog iets meegegeven toen ze bij u weggingen?
A: Ik geef iedereen stukken mee. Bijvoorbeeld de standaardvragen die tijdens het aanmeldproces worden gesteld.
V: Dus u heeft niets toegevoegd aan hun verhaal?
A: Misschien kleine dingen en onderdelen.
V:Wat heb je afgesproken met hen over de kosten?
A:lk denk dat ik al 5000,- euro heb gekregen van hen.
V: Moeten ze nu nog iets betalen?
A: Het contract moest in delen betaald worden. Ik weet het niet precies maar ik denk dat ze in totaal 7 of 8000 euro moeten betalen.
(…)
94. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.02.006.001 (kwitanties) d.d. 27 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 1181-1193), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
(pagina 1181)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] .
Tijdens de doorzoeking werden in de kantoorruimte, in het bureau rechts, kwitantieboeken aangetroffen.
Hieruit kwam het volgende:
• 11 kwitanties welke betrekking hebben op de zaakdossiers:
Kwitantie: [betrokkene 29] , bedrag € 6.000,-, datum: 24-07-2017
(…)
97. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.04.001.003 d.d. 30 maart 2018, met bijlagen (pagina’s 3129-3139), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 9] ;
(pagina 3129)
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelogen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] . Daarbij zijn in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag genomen. Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast een contract aangetroffen in de taal Farsi. Dit contract is vertaald, door een Farsi vertaler, welke gebruik maakt van het registratienummer 1258.
Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.04.001,003
Uit de vertaling van dit contract blijkt onder andere het volgende:
• Contract op naam van [betrokkene 29] , [betrokkene 30] en [betrokkene 31]
• Ondertekend door de directeur en [betrokkene 29] op 24/07/2017.
(pagina 3135)
Vertaling contract
Contract voor juridisch advies met betrekking tot het asielverzoek van [betrokkene 29] , [betrokkene 30] en [betrokkene 31] .
Dit contract is voor Farsisprekenden opgemaakt zodat er geen onduidelijkheden en dubbelzinnigheden voor het begrijpen en accepteren van dit contract en het nakomen van de verplichtingen voor de inhoud voor beide partijen ontstaan.
Op basis van dit contract werkt ons bureau gedurende uw procedure tot het krijgen van de verblijfstatus van de aanvrager aan en geeft u de juridisch advies.
Dit contract is gemaakt tussen het bedrijf Juridisch adviesbureau met betrekking tot immigratie en asielzaken ( [A] ) met registratienummer [nummer 1] en heeft toestemming voor activiteiten op het gebied van juridisch advies inzake immigratie, visa en asielzaken op het adres van: ( [b-straat 1] [plaats] , Nederland), met als directie [alias verdachte] . In dit contract wordt hij verder (…) “het bedrijf” genoemd, dit is de ene partij.
Dhr/mevr.: [betrokkene 29]
Het land van verzoek: Nederland
In dit contract wordt deze “de verzoeker en/of aanvrager” genoemd en dit is de andere partij. Middels onderstaande voorwaarden wordt dit vastgesteld.
Artikel 3: Het bedrag, stappen en voorwaarden van betalingen.
3-1 - De totale kosten bedragen 9.000 euro. Inclusief btw van 21% (1.890 euro), wordt het totaalbedrag 10.890 euro.
Noot: het bedrag van 1.890 euro van de btw is een speciale korting van het bedrijf, die het bedrijf op zich neemt, daarom is het [totaalbedrag] 9000 euro. Er moet wel vermeld worden dat als u het contract voortijdig beëindigt, het btw-bedrag van de aanvrager door het bedrijf wordt ingehouden.
3-2- Het bedrag van 6000 euro is als voorschot en wordt betaald bij het tekenen van het contract.
3-3- Het bedrag van 1.000 euro wordt uiterlijk een maand na het tekenen van het contract betaald.
(pagina 3136)
3- 4- Het bedrag van 2.000 euro wordt na het verkrijgen van de verblijfstatus betaald.
(…)
98. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 maart 2018 (pagina's 3143-3154), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 29] ;
(…)
(pagina 3149)
V: Wat heeft u betaald voor de hulp van [alias verdachte] ?
A: €.6000.-
V: Heeft u een ondertekend contract met [alias verdachte] ?
A: Ja.
V: U vraagt pas later asiel aan na het ondertekenen van het contract?
A: Ik ben eerst naar [alias verdachte] toe gegaan voor hulp en toen is het contract gesloten. Hij heeft daarna gezegd dat ik asiel moest aanvragen.
(…)
100. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 maart 2018 (pagina’s 3176-3184), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 30] ;
(…)
(pagina 3181)
O: Tijdens dit telefoongesprek krijgen jullie extra uitleg van [verdachte] over het ontstaan van de islam en vertelt [verdachte] jullie dat door het lezen van het boek Ebne Bagha jullie erachter zijn gekomen dat Mohammed geen profeet kon zijn. Het is toch vreemd dat [verdachte] jullie uit moet leggen hoe jullie achter bepaalde ontwikkelingen zijn gekomen, het is toch ook jouw ontdekking geweest.
V: Wat bedoelde [alias verdachte] met het feit dat [betrokkene 30] op die datum is bekeerd?
A: [alias verdachte] vertelde dat de IND de precieze datum van bekering wilde weten.
V: Wat bedoelde [alias verdachte] met “wij”?
A: Die datum heeft hij allemaal precies voor ons vastgesteld. Hij heeft dat antwoord voor ons verzonnen om ons te helpen en omdat wij betaald hadden.
(…)
(pagina 3182)
O: Uit de opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken is gebleken dat jullie vaker telefonisch contact hebben gehad met [verdachte] , kort voor en direct na gesprekken van jullie met IND.
V: Waarom is [verdachte] jullie behulpzaam bij jullie asielprocedure?
A: We hebben hem betaald, zodat we een verblijfsstatus zouden krijgen.
(…)
V: Heb jij of heeft je moeder een contract met [alias verdachte] afgesloten en daarvoor € 6.000 betaald?
A: Ja, mijn moeder.
(…)
101. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 maart 2018 (pagina’s 3190-3196), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 31] ;
(…)
V: Weet jij wat jouw moeder betaald heeft voor de hulp van [alias verdachte] ?
A: Nee.
V: Wist je wel dat ervoor betaald moest worden?
A: Ja. Ik denk dat mijn moeder iets van € 6.000,- euro heeft betaald. Ik weet het niet zeker.
(…)
Feit 8: [betrokkene 28]
105. Het proces-verbaal van bevindingen ING bank ten aanzien van [verdachte] d.d. 31 juli 2018 (pagina’s 659 - 673), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] ;
(pagina 659)
Op 29-11-2017 werden door de ING bank de gevorderde gegevens verstrekt naar aanleiding van een vordering historische gegevensverstrekking (126nd) ten aanzien van de [verdachte] [geboortedatum] -1964. De ontvangen gegevens betreffen de volgende gegevens:
• Uitdraai van de producten van de verdachte bij de ING Bank
• Mutatieoverzicht van [rekeningnummer 1] van 02-01-2015 tot en met 20-11-2017.
• Mutatieoverzicht van [rekeningnummer 2] van 02-01-2015 tot en met 20-11-2017.
Op 07-02-2018 werden door de ING bank de gevorderde gegevens verstrekt naar aanleiding van een vordering historische gegevensverstrekking (126nd) ten aanzien van de [verdachte] [geboortedatum] -1964. De ontvangen gegevens betreffen de volgende gegevens:
• Mutatieoverzicht van [rekeningnummer 1] van 28-11-2017 tot en met 30-01-2018.
• Mutatieoverzicht van [rekeningnummer 2] van 28-11 -2017 tot en met 30-01-2018.
(pagina 661)
Mutatieoverzicht [rekeningnummer 2] (bedrijfsrekening [A] 2015)
Datum
Naam
Tegenrekening
Verz.
Ontv.
Omschrijving
(pagina 663)
14-09-2015
[betrokkene 39]
[rekeningnummer 4]
€ 300,00
[betrokkene 32]
22-10-2015
[betrokkene 39]
[rekeningnummer 4]
€ 300,00
Voor [betrokkene 32]
26-10-2015
[C]
[rekeningnummer 5]
€ 200,00
Voor [betrokkene 32]
(…)
107. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 oktober 2018 (pagina’s 1109-1122), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 1118)
V: Wat kun jij ons vertellen over [betrokkene 32] ?
A. Ik denk dat ik ongeveer 2 of 3 [naam] 's heb gehad. Wanneer u misschien iets meer over [betrokkene 32] vertelt kan ik mij herinneren over wie het gaat.
O: We laten de verdachte een foto van [betrokkene 32] zien, (bijlage 1)
V: Ken jij hem?
A: Misschien. Ik heb meerdere personen gehad met de naam [naam] . Wanneer ik zo de foto bekijk dan heb ik misschien 2 of 3 keer iets met hem besproken.
O: U heeft een contract met hem afgesloten voor € 3.500,-. In 2015 en zijn asielverhaal gaat over afvalligheid.
A: Christen denk ik.
V: Waarom kwam hij bij u?
A. Het moet wel in 2015 zijn geweest en hij is bij mij geweest voor zijn probleem.
(pagina 1119)
V: Wat is er afgesproken omtrent de kosten?
A: €3.500,- maar ik weet niet meer hoe het betaald zou worden.
(…)
109. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag B.01.04.003.002 (contract [betrokkene 32] ) d.d. 30 mei 2018, met bijlagen (pagina’s 3702-3712), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] . Daarbij zijn in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag genomen. Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in het hoge kastje, een map met contracten in de taal Farsi aangetroffen. In de map zat een contract op naam van [betrokkene 32] en is vertaald, door een Farsi vertaler, welke gebruik maakt van het registratienummer 49. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.04.003.002 Uit de vertaling van deze notities blijkt onder andere het volgende:
- Contract voor juridisch advies met betrekking tot het asielverzoek van dhr. [betrokkene 32] .
(pagina 3708)
Vertaling contract
Contract voor juridisch advies met betrekking tot het asielverzoek van [betrokkene 32] Dit contract is voor Farsisprekenden opgemaakt zodat er geen onduidelijkheden en dubbelzinnigheden voor het begrijpen en accepteren van dit contract en het nakomen van de verplichtingen met betrekking tot de inhoud voor beide partijen ontstaan. Op basis van dit contract werkt ons bureau gedurende de gehele procedure tot aan het verkrijgen van de verblijfstatus van de aanvrager en geeft het u juridisch advies. Dit contract is gemaakt tussen het bedrijf Juridisch adviesbureau met betrekking tot immigratie en asielzaken ( [A] ) met registratienummer [nummer 1] en heeft toestemming voor activiteiten op het gebied van juridisch advies inzake immigratie, visa en asielzaken op het adres van: ( [b-straat 1] [plaats] , Nederland), met als directie [alias verdachte] . In dit contract wordt hij verder (…) “het bedrijf” genoemd, dit is de ene partij.
Dhr/mevr.: [betrokkene 32]
Het land van verzoek: Nederland
In dit contract wordt deze “de verzoeker en/of aanvrager” genoemd en dit is de andere partij. Middels onderstaande voorwaarden wordt dit vastgesteld.
Artikel 3: Het bedrag, stappen en voorwaarden van betalingen.
3-1- De totale kosten bedragen 3500 euro. Inclusief btw van 21% (735 euro), wordt het totaalbedrag 4235 euro.
(pagina 3709)
Noot: Het bedrag van 735 euro van de btw is een speciale korting van het bedrijf, die het bedrijf op zich neemt, daarom is het [totaalbedrag] 3500 euro. Er moet wel vermeld worden dat als u het contract voortijdig beëindigt, het door het bedrijf betaalde btw-bedrag van de aanvrager terug wordt gevraagd.
3-2- Het bedrag van 2.000 euro wordt betaald bij de ondertekening van het contract.
3-3- Het bedrag van 1.500 euro wordt geleidelijk gedurende het werkproces betaald.
(…)
(pagina 3712)
Artikel 10: onderdelen van het contract
Dit contract, bestaande uit 10 artikelen, is in twee exemplaren gemaakt en geordend, en beide partijen hebben getekend, en ieder heeft een exemplaar en alle exemplaren hebben dezelfde waarde.
Getekend door de directeur
Op 10-09-2015
En getekend door de verzoeker
[betrokkene 32]
(…)
Feit 9: [betrokkene 33]
(…)
115. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 oktober 2018 (pagina’s 1109-1122), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 1110)
V: Wat kunt u ons vertellen over deze vrouw genaamd [betrokkene 33] ?
A: Zij heeft zich aangemeld en een procedure opgestart. Toen zijn een negatieve beschikking had heeft zij zich bij mij gemeld. Zij wilde weten of ik haar kon helpen bij haar procedure.
(pagina 1111)
V: Wat zijn haar volledige naamgegevens?
A: Haar volledige naam is [betrokkene 33] […] jaar oud.
V: Hoe hebt u allemaal contact met haar gehad? (feitelijk ontmoet?)
A: Zij heeft telefonisch contact opgenomen en een afspraak gemaakt. Zij had haar dossier meegenomen. Hierna hebben we meerdere afspraken gemaakt, telefonisch of in persoon op kantoor. Ik heb ongeveer in een periode van een jaar met haar gewerkt en contact gehad.
V: Wanneer is zij bij jou voor het laatst op kantoor geweest?
A: Ik geloof in 2016, in het begin van dat jaar.
V: Wat hebt u met haar afgesproken over de kosten?
A. In het begin was het € 100,- per uur. Daarna hadden we afgesproken dat wanneer zij een nieuwe procedure op zou starten, zij een contract zou aangaan en dit in termijnen zou betalen. Van het contract is niets gekomen, want zij is het land uit gegaan. Er was wel een contract, in haar contract stond opgenomen dat wanneer zij een status zou krijgen zij een bedrag in termijn kon betalen. Zij heeft geloof ik € 300,- betaald.
V: Op welke manier heeft zij deze kosten betaald?
A: Zij heeft dit contant betaald.
(…)
117. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek beslag d.d. 20 juni 2018, met bijlagen (pagina’s 3950-3960), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] ;
Op woensdag 07 maart 2018 werd een doorzoeking ter inbeslagneming uitgevoerd in de kantoorruimte gelegen in het pand aan de [b-straat 1] te [plaats] (locatie B). Dit is de kantoorruimte van [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1964 in [plaats] . Daarbij zijn in het kader van waarheidsvinding, ingevolge artikel 94 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, goederen in beslag genomen. Tijdens de doorzoeking werd in de kantoorruimte, in de archiefkast een map met contracten aangetroffen. De map met contracten was opgesteld in de taal Farsi en één van die contracten betreft het contract van [betrokkene 33] . Dit contract is vertaald, door een Farsi vertaler, welke gebruik maakt van het registratienummer 1258. Het goed is opgeslagen onder de vindplaatscode: B.01.04.001.009
Hieruit kwam het volgende:
- Contract van [betrokkene 33] .
(pagina 3956)
Vertaling contract
Contract voor juridisch advies met betrekking tot het asielverzoek van mevr. [betrokkene 33] . Dit contract is voor Farsisprekenden opgemaakt zodat er geen onduidelijkheden en dubbelzinnigheden voor het begrijpen en accepteren van dit contract en het nakomen van de verplichtingen met betrekking tot de inhoud voor beide partijen ontstaan. Op basis van dit contract werkt ons bureau gedurende de gehele procedure tot aan het verkrijgen van de verblijfstatus van de aanvrager en geeft het u juridisch advies. Dit contract is gemaakt tussen het bedrijf Juridisch adviesbureau met betrekking tot immigratie en asielzaken ( [A] ) met registratienummer [nummer 1] en heeft toestemming voor activiteiten het gebied van juridisch advies inzake immigratie, visa en asielzaken op het adres van: ( [b-straat 1] [plaats] , Nederland), met als directie [alias verdachte] . In dit contract wordt hij verder (…) “het bedrijf” genoemd, dit is de ene partij.
[betrokkene 33]
Het land van verzoek: Nederland
In dit contract wordt deze “de verzoeker en/of aanvrager” genoemd en dit is de andere partij. Middels onderstaande voorwaarden wordt dit vastgesteld.
Artikel 3: Het bedrag, stappen en voorwaarden van betalingen.
(pagina 3957)
3-1- De totale kosten bedragen 2000 euro. Inclusief btw van 21% (210 euro), wordt het totaalbedrag 2210 euro.
Noot: Het bedrag van 210 euro van de btw is een speciale korting van het bedrijf, die het bedrijf op zich neemt, daarom is het [totaalbedrag] 2000 euro. Er moet wel vermeld worden dat als u het contract voortijdig beëindigt, het door het bedrijf betaalde btw-bedrag van de aanvrager terug wordt gevraagd.
3-2- Het bedrag van 1000 euro wordt gedurende [de] procedure maximum binnen een jaar na de ondertekening van het contract betaald. En het bedrag van 1000 euro wordt gedurende procedure en maximum binnen anderhalf jaar na de ondertekening betaald.
(…)
(pagina 3960)
Artikel 10: onderdelen van het contract
Dit contract, bestaande uit 10 artikelen, is in twee exemplaren gemaakt en geordend, en beide partijen hebben getekend, en ieder heeft een exemplaar en alle exemplaren hebben dezelfde waarde.
Getekend door de directeur
Op 05-07-2015
En getekend door de verzoeker
[betrokkene 33] ”
Het hof heeft in zijn arrest over de in het middel bestreden bewezenverklaringen onder meer de volgende bewijsoverwegingen opgenomen (met weglating van voetnoten):
“Uit winstbejag
Ten aanzien van alle feiten overweegt het hof voor wat betreft het bestanddeel winstbejag als volgt.
Ingevolge de wetsgeschiedenis omvat het begrip winstbejag ‘teneinde rechtstreeks of onrechtstreeks, een financieel of ander materieel voordeel te verkrijgen’. Ingevolge jurisprudentie van de Hoge Raad is van winstbejag sprake ‘indien het handelen van de dader is ingegeven door een gerichtheid op verrijking, waarbij het niet noodzakelijk hoeft te gaan om een op geld waardeerbaar voordeel en evenmin bepalend is of het beoogde voordeel daadwerkelijk is behaald’.
De verdachte had een juridisch advieskantoor in [plaats] waar hij tegen betaling de vreemdelingen ‘adviseerde’ over de asielprocedure. Veel van de vreemdelingen dachten dat de verdachte een advocaat was die hen kon helpen met de asielaanvraag. Als de verdachte de zaak van de vreemdeling aannam liet de verdachte de vreemdelingen, zoals genoemd in 8 van de 9 ten laste gelegde feiten, een contract ondertekenen. In de contracten werd een bedrag afgesproken voor de hulp van de verdachte, deze bedragen varieerden tussen de € 2.000,- en € 9.000,-. In de zaak van [betrokkene 3] (feit 6) hanteerde de verdachte een uurtarief van € 100,- per uur. Uit de administratie van de verdachte, in de vorm van kwitanties, is af te leiden dat de vreemdelingen na het afsluiten van het contract een deel contant betaalden. Een ander deel werd weer betaald via de bankrekening van de verdachte. In alle gevallen hebben de vreemdelingen de verdachte betaald voor zijn handelingen. Dit maakt naar het oordeel van het hof genoegzaam duidelijk dat de verdachte handelde uit winstbejag. Dat volgens de verdachte niet het gehele contractbedrag is betaald is hierbij niet van belang. Het handelen van de verdachte was namelijk gericht op betaling en dus op verrijking.
(…)
Bewijsoverwegingen voor feit 1: [betrokkene 23] en [betrokkene 24]
(…)
Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat het getekende contract ten uitvoer is gelegd. Zo zijn er bij de verdachte op kantoor kwitanties gevonden ten bedrage van € 4.000,- en € 2.000,- hetgeen maakt dat de verdachte zich geldelijk heeft verrijkt.
(…)
Bewijsoverwegingen voor feit 4: [betrokkene 25] , [betrokkene 26] , [betrokkene 27] en [betrokkene 37]
Op 1 november 2017 zijn [betrokkene 25] , [betrokkene 26] , [betrokkene 27] en [betrokkene 37] op Schiphol aangekomen. Voor hun binnenkomst in Nederland hebben zij een toeristenvisum aangevraagd. Uiteindelijk hebben zij zich op 14 december 2017 aangemeld bij het aanmeldcentrum.
Contactpersoon in deze zaak voor de verdachte was [betrokkene 34] . Hij is de broer van twee van de vreemdelingen die beiden met hun partner naar Nederland willen komen en daar, zo blijkt uit de tapgesprekken, willen blijven. De verdachte bespreekt de bedragen die voor het toekennen van de status en na het toekennen van de status moeten worden betaald. Uit deze gesprekken leidt het hof af dat de verdachte voorafgaande aan de aankomst in Nederland wist dat voornoemde vreemdelingen asiel wilden aanvragen. De verdachte heeft ze alle vier laten inreizen op een visum terwijl hij wist dat het visum op oneigenlijke gronden was verkregen nu het doel van het verblijf anders was dan het doel van het verkregen visum. De verdachte moest dan ook weten dat wanneer zij in Nederland aankwamen zij ondanks een visum wederrechtelijk in Nederland waren. In plaats van te adviseren om zich direct bij aankomst op Schiphol te melden dat ze asiel wilden aanvragen heeft de verdachte ervoor gezorgd dat ze direct bij hem op kantoor kwamen waar zij het contract hebben getekend, alsmede direct hebben betaald. (…)
Bewijsoverwegingen voor feit 5: [betrokkene 4]
(…)
[betrokkene 4] heeft met de verdachte een contract afgesloten voor een bedrag van € 4.000,-. Uit de op het kantoor van de verdachte aangetroffen kwitanties volgt dat [betrokkene 4] op 1 maart 2017 een bedrag van € 2.500,- en op 26 april 2017 een bedrag van € 1.000,- heeft betaald. Het contract is dan ook (nagenoeg) geheel betaald en de verdachte heeft dus hier geldelijk gewin van gehad. (…)
Bewijsoverwegingen voor feit 7: [betrokkene 29] , [betrokkene 30] en [betrokkene 31]
(…)
Uit de bewijsmiddelen is af te leiden dat [betrokkene 29] mede namens haar dochters op 24 juli 2017 een contract met de verdachte heeft afgesloten voor € 9.000,-. Dat dit contract ten uitvoer is gelegd volgt genoegzaam uit het contact tussen de verdachte en de vreemdelingen, uit de verklaringen van de vreemdelingen alsmede uit de gevonden kwitantie van 24 juli 2017 ten bedrage van € 6.000,-. (…)
Bewijsoverwegingen voor feit 8: [betrokkene 32]
heeft verklaard dat hij op 25 of 26 oktober 2015 in Turkije in een vrachtwagen is gesprongen welke hem rechtstreeks naar Nederland heeft gebracht. Daartoe heeft [betrokkene 32] geen gebruik gemaakt van een visum. Hij heeft zich uiteindelijk op 2 november 2015 gemeld bij een aanmeldcentrum.
Het hof acht het niet aannemelijk geworden dat [betrokkene 32] op 25 of 26 oktober 2015 met een vrachtwagen naar Nederland is gekomen nu het contract tussen de verdachte en [betrokkene 32] op 10 september 2015 is getekend alsmede dat op 14 september 2015 een eerste betaling ten behoeve van [betrokkene 32] op de rekening van de verdachte is bijgeschreven. (…)
Dat het contract ten uitvoer is gelegd volgt naar het oordeel van het hof uit de bewijsmiddelen zoals de opgenomen gesprekken tussen de verdachte en [betrokkene 32] alsmede uit de diverse betalingen die als kenmerk [betrokkene 32] hebben. Het staat dan ook vast dat de verdachte geldelijk gewin heeft gehad uit de aangeboden hulp.
(…)
Bewijsoverwegingen voor feit 9: [betrokkene 33]
(…)
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte met [betrokkene 33] op 5 juli 2015 een contract heeft afgesloten voor een bedrag van € 2.000,-. Dat dit contract ten uitvoer is gelegd volgt naar het hof uit de in het dossier aangetroffen gesprekken tussen de verdachte en [betrokkene 33] .”
De bespreking van het tweede middel
In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat hoewel in de bewezenverklaring van het onder 1, 4, 5, 7, 8 en 9 tenlastegelegde telkens geen geldbedrag wordt genoemd, uit de bewijsoverwegingen van het hof kan volgen dat het hof ervan is uitgegaan dat de in de contracten door de verdachte en de in de bewezenverklaring genoemde vreemdelingen afgesproken geldbedragen telkens volledig zijn betaald. Het (klaarblijkelijke) oordeel van het hof dat die geldbedragen altijd volledig zijn betaald, kan echter niet uit de bewijsvoering van het hof worden afgeleid, aldus de stellers van het middel.
De stelling dat het hof blijkens zijn bewijsoverwegingen ervan is uitgegaan dat de in de contracten afgesproken geldbedragen telkens volledig zijn betaald, berust op een verkeerde lezing van het bestreden arrest en mist daarmee feitelijke grondslag. Het hof heeft blijkens zijn bewijsoverwegingen juist onder ogen gezien dat niet altijd het afgesproken geldbedrag volledig is betaald. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de bewijsoverwegingen met betrekking tot het onder 5 bewezenverklaarde. Daarin overweegt het hof onder meer dat de verdachte met de betreffende vreemdeling een contract heeft afgesloten voor een bedrag van € 4.000,-, waarvan (in totaal) € 3.500,- is betaald en “het contract (…) dan ook (nagenoeg) geheel [is] betaald”.
Overigens kan het middel hoe dan ook niet tot cassatie leiden. Onder 1, 4, 5, 7, 8 en 9 is namelijk (telkens) bewezenverklaard dat de verdachte uit winstbejag heeft gehandeld. Een concreet bedrag is, zoals de stellers van het middel terecht opmerken, in die bewezenverklaring niet opgenomen. Dat is voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “uit winstbejag” ook niet noodzakelijk. Uit de bewijsvoering van het hof blijkt dat de verdachte de vreemdelingen tegen betaling ‘adviseerde’ over de asielprocedure in Nederland. Hij liet de vreemdelingen een contract ondertekenen waarin een bedrag werd afgesproken voor zijn hulp. In alle gevallen hebben de vreemdelingen de verdachte betaald voor zijn diensten. Daaruit volgt, zoals het hof heeft overwogen, genoegzaam dat de verdachte handelde uit winstbejag, zodat de bewezenverklaring (ook) op dit punt hoe dan ook toereikend is gemotiveerd.
Aan het voorgaande doet niet af dat volgens de stellers van het middel het hof in de ontnemingszaak tegen de verdachte bij de berekening van het door de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel ervan is uitgegaan dat de verdachte telkens het in de contracten afgesproken geldbedrag volledig heeft ontvangen. In de onderhavige cassatieprocedure kunnen nu eenmaal alleen de handelingen en beslissingen van het hof in de strafzaak tegen de verdachte op hun juistheid en houdbaarheid worden onderzocht en niet (ook) die in de ontnemingszaak.
In de toelichting op het middel wordt tot slot nog aangevoerd dat niet begrijpelijk is dat het voorbereiden van vreemdelingen op een gesprek met de IND door middel van het geven van een training en het verstrekken van informatie over procedures, regels en richtlijnen en/of het doorlopen daarvan, strafbaar is. Hierover kan ik kort zijn. Deze klacht mist feitelijke grondslag. Uit de bewijsvoering van het hof blijkt dat de verdachte veel meer heeft gedaan dan het (neutraal) voorbereiden van vreemdelingen op een gesprek met de IND en het geven van (algemene) informatie over (het doorlopen van) procedures, regels en richtlijnen.
Het middel faalt.
5. Het derde middel
In het middel wordt geklaagd dat “de ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van beroepsmatige dienstverlening in het vreemdelingrechtelijke domein voor de duur van 10 jaren a.) van te lange duur is nu verdachte veroordeeld is tot een gevangenisstraf van 4 jaren en b.) te ruim is geformuleerd.”
Het hof heeft de verdachte veroordeeld wegens “een ander uit winstbejag gelegenheid, middelen of inlichtingen [verschaffen] tot het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van zijn beroep, meermalen gepleegd” (feiten 1 en 7), “een ander uit winstbejag gelegenheid, middelen of inlichtingen [verschaffen] tot het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van zijn beroep” (feiten 2, 3, 5, 6, 8 en 9) en “een ander behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland” en “een ander uit winstbejag gelegenheid, middelen of inlichtingen [verschaffen] tot het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van zijn beroep, meermalen gepleegd” (feit 4; cursivering telkens door mij, A-G).
Het hof heeft de strafoplegging als volgt gemotiveerd:
“Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – mensensmokkel van 14 Iraanse vluchtelingen en 1 Irakese vluchteling door hen behulpzaam te zijn bij hun illegale verblijf in Nederland. De verdachte heeft zich voorgedaan als juridisch adviseur op het gebied van asielrecht. In dat kader heeft hij 14 vreemdelingen een contract laten tekenen waarbij ze instemmen met het opvolgen van alle instructies die de verdachte hen geeft en het conform zijn instructie vertellen van het asielrelaas. Tegen betaling zou de verdachte deze vreemdelingen helpen bij het verkrijgen van een asielstatus. Bij een aantal van deze vreemdelingen heeft de verdachte voorafgaande aan de kennis van het asielverhaal de garantie gegeven dat de vreemdeling een asielstatus zou krijgen. Om deze garantie te kunnen leveren, heeft de verdachte de vreemdelingen onwaarheden voorgeschoteld en laten instuderen met als doel om overeenkomstig deze onwaarheden te verklaren bij de IND en zo de kans op een verblijfsvergunning enorm te verhogen. Zo heeft de verdachte op onderdelen of integraal asielverhalen verzonnen voor de vreemdelingen waarbij ze konden kiezen tussen een christendom case (later ook een kaal afvalligheid van de islam case) dan wel een homoseksualiteit case. Het is hierbij goed mogelijk dat in sommige gevallen een deel van het verhaal door de vreemdeling naar waarheid is verklaard, maar zo de verdachte niet het hele verhaal heeft verzonnen, dan heeft hij in alle gevallen de verhalen aangedikt, data aangepast dan wel gebeurtenissen toegevoegd die maken dat het verhaal van de vreemdeling bij de IND geloofwaardiger overkwam.
(…)
Verdachtes motieven zijn wellicht aanvankelijk nobel geweest, maar zeker is dat allengs enkel nog het financiële voordeel voor de verdachte een rol speelde in zijn gedragingen. De verdachte heeft zich immers gedurende zeer lange tijd beziggehouden met het verkopen van asielverhalen aan mensen die bereid waren daarvoor fors te betalen. Daarbij is de verdachte zeer berekenend te werk gegaan nu hij heeft verklaard dat hij alleen werkte met mensen die een visum hadden gekregen. Mede gelet op de houding van de verdachte ter terechtzitting en de verklaringen in het dossier is het hof van oordeel dat hij zich boven de rechtstaat en het rechtssysteem heeft geplaatst en tot de dag van vandaag vindt dat hij niks verkeerds heeft gedaan. [Het] hof is echter van oordeel dat de verdachte misbruik heeft gemaakt van de positie van de vreemdelingen door hen duizenden euro’s te laten betalen voor een verzonnen verhaal. Al die tijd heeft de verdachte zich op de achtergrond beziggehouden met het om de tuin leiden van de IND, terwijl de vreemdelingen daarbij risico liepen te worden ontdekt.
Dit alles rekent het hof de verdachte aan.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS, waarin het gebruikelijke rechtelijk straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Uit deze oriëntatiepunten volgt dat per gesmokkelde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan worden opgelegd voor de duur van 3 maanden. Bij meerdere gesmokkelden volgt er in beginsel een lineaire verhoging waardoor het oriëntatiepunt wordt vermenigvuldigd met het aantal gesmokkelde personen. Het hof neemt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden als uitgangspunt. Het hof weegt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte zich jarenlang heeft beziggehouden met het verkopen van asielverhalen en hij dit al die tijd als verdienmodel heeft gehad. Door het beroepsmatige karakter van het bewezenverklaarde acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden in beginsel passend en geboden.
(…)
Beroepsverbod
Nu het bewezen verklaarde handelen door de verdachte is begaan in de uitoefening van zijn beroep is het mogelijk om op grond van 197a, derde lid juncto artikel 28, eerste lid onder 5 en 9, eerste lid onder b van het Wetboek van Strafrecht als bijkomende straf een ontzetting van de uitoefening van dat beroep op te leggen. Het hof ziet redenen om een dergelijk beroepsverbod op te leggen als vergelding en ter voorkoming dat de verdachte opnieuw in de uitoefening van zijn beroep dergelijke feiten zal plegen. Voorts ziet het hof redenen om voor dit soort feiten een beroepsverbod op te leggen in het kader van de generale preventie.
Het hof ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van beroepsmatige dienstverlening in het vreemdelingrechtelijke domein voor de duur van 10 jaren.”
Het juridisch kader
De volgende wettelijke bepalingen zijn van belang bij de bespreking van het middel:
- Art. 28 lid 1, aanhef en onder 5°, Sr:
“1. De rechten waarvan de schuldige, in de bij de wet bepaalde gevallen, bij rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn:
(…)
5° de uitoefening van bepaalde beroepen.”
- Art. 31 lid 1, aanhef en onder 2°, Sr:
“1. Wanneer ontzetting van rechten wordt uitgesproken, bepaalt de rechter de duur als volgt:
(…)
2° bij veroordeling tot tijdelijke gevangenisstraf of tot hechtenis, voor een tijd de duur van de hoofdstraf ten minste twee en ten hoogste vijf jaren te boven gaande;”
- Art. 197a leden 1 tot en met 3 Sr zoals deze bepalingen luidden van 10 oktober 2010 tot 1 juli 2016:
“1. Hij die een ander behulpzaam is bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is, wordt als schuldig aan mensensmokkel gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Hij die een ander uit winstbejag behulpzaam is bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het in het eerste lid genoemde protocol, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd en kan ontzetting worden uitgesproken van de uitoefening van het recht het ambt te bekleden of het beroep uit te oefenen en kan de rechter openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten.”
- Art. 197a leden 1 tot en met 3 Sr zoals deze bepalingen luiden vanaf 1 juli 2016:
“1. Hij die een ander behulpzaam is bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is, wordt als schuldig aan mensensmokkel gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Hij die een ander uit winstbejag behulpzaam is bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het in het eerste lid genoemde protocol, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep, wordt gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd en kan ontzetting worden uitgesproken van de uitoefening van het recht het ambt te bekleden of het beroep uit te oefenen en kan de rechter openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten.”
Op grond van art. 28 lid 1, aanhef en onder 5°, Sr kan een verdachte worden ontzet uit het recht bepaalde beroepen uit te oefenen. Die mogelijkheid bestaat in de bij de wet bepaalde gevallen en indien het strafbare feit is begaan in de uitoefening van dat beroep. Deze ontzetting dient betrekking te hebben op het recht op uitoefening van een beroep dat in voldoende verband staat met het beroep waarin het strafbaar feit is begaan.Art. 31 lid 1, aanhef en onder 2°, Sr houdt in dat bij veroordeling tot een tijdelijke gevangenisstraf de duur van de ontzetting van een recht de duur van de hoofdstraf ten minste twee en ten hoogste vijf jaren te boven gaat. Op grond van art. 197a lid 3 Sr kan bij overtreding van art. 197a leden 1 en 2 Sr, indien de overtreding wordt begaan in de uitoefening van een beroep, ontzetting worden uitgesproken van de uitoefening van het recht het beroep uit te oefenen.
De bespreking van het derde middel
Het hof heeft de verdachte voor het – kort gezegd – meermalen in de uitoefening van zijn beroep overtreden van art. 197a leden 1 en 2 Sr veroordeeld tot een tijdelijke gevangenisstraf van vier jaren. Daarnaast heeft het hof – zoals het op grond van art. 28 lid 1, aanhef en onder 5°, Sr in verbinding met art. 197a lid 3 Sr ook kon doen – de verdachte een beroepsverbod opgelegd.
Op grond van art. 31 lid 1, aanhef en onder 2°, Sr moet de duur van het door het hof opgelegde beroepsverbod ten minste twee en ten hoogste vijf jaren de duur van de opgelegde tijdelijke gevangenisstraf van vier jaren te boven gaan. In dit geval kan de duur van het opgelegde beroepsverbod dus ten hoogste negen jaren bedragen. De door het hof bepaalde duur van het beroepsverbod van tien jaren is dus in strijd met art. 31 lid 1, aanhef en onder 2°, Sr. Daarover wordt in het middel terecht geklaagd. De Hoge Raad kan het bestreden arrest met verbetering van deze misslag lezen met dien verstande dat de Hoge Raad het arrest zo verstaat dat het hof de duur van de ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van beroepsmatige dienstverlening in het vreemdelingrechtelijke domein heeft bepaald op negen jaren.
De klacht dat de frase “het beroep van beroepsmatige dienstverlening in het vreemdelingenrechtelijke domein” onduidelijk en te ruim geformuleerd is, waardoor deze onbegrijpelijk is, faalt mijns inziens. Ik meen dat het (kennelijke) oordeel van het hof dat het beroepsverbod in voldoende verband staat met het beroep waarin de strafbare feiten zijn begaan, niet onbegrijpelijk is. Daarbij neem ik in aanmerking i) dat de verdachte zich in zijn hoedanigheid als juridisch adviseur (een beroepsmatige dienstverlener) op het gebied van het asielrecht (in het vreemdelingenrechtelijke domein) schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel door de betreffende vreemdelingen behulpzaam te zijn bij hun illegale verblijf in Nederland en ii) dat het hof blijkens zijn strafmotivering met het beroepsverbod heeft beoogd te voorkomen dat de verdachte zich gedurende dat verbod (wederom) als beroepsmatige dienstverlener zal inzetten in het vreemdelingenrechtelijke domein.
Voor zover in de schriftuur een vergelijking wordt gemaakt met de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1767, gaat die vergelijking mank. In die zaak was de verdachte veroordeeld voor het in zijn hoedanigheid van medewerker bij een notariskantoor (mede)plegen van valsheid in geschrift. De verdachte was door het hof ontzet uit het recht in enige hoedanigheid werkzaam te zijn in het notariaat. Het beroepsverbod hield ook in dat hij niet “anderszins werkzaamheden [mocht] verrichten op een notariskantoor/in de notariële praktijk”. In cassatie werd geklaagd dat het beroepsverbod zo ruim geformuleerd was dat daaronder alle werkzaamheden op een notariskantoor vielen, ook werkzaamheden die op geen enkele manier verband hielden met het strafbare feit. In dat kader werd in de schriftuur gewezen op de functie van telefonist, receptionist, IT-specialist en schoonmaker op een notariskantoor of in de notariële adviespraktijk. De Hoge Raad overwoog dat terecht werd geklaagd dat de formulering van het beroepsverbod, voor zover dat betrekking had op “het anderszins verrichten van werkzaamheden op een notariskantoor”, niet voldeed aan het vereiste dat het beroepsverbod betrekking moet hebben op het recht op uitoefening van een beroep dat in voldoende verband staat met het beroep waarin het strafbare feit is begaan. Aangezien uit de overwegingen van het hof echter volgde dat het hof met het beroepsverbod niet het oog had gehad op werkzaamheden op een notariskantoor die geen verband hielden met de notariële (advies)praktijk, deed de Hoge Raad de zaak zelf af door de formulering “het anderszins verrichten op een notariskantoor of in de notariële (advies)praktijk” te verstaan als “enig ander beroep dat inhoudt dat met de notariële (advies)praktijk verbonden werkzaamheden worden verricht”. Gelet op hetgeen ik hiervoor onder randnr. 5.8 in aanmerking heb genomen, meen ik dat een dergelijke situatie zich in het onderhavige geval niet voordoet.
Voor het geval de Hoge Raad oordeelt dat het beroepsverbod niet in voldoende verband staat met het beroep waarin de strafbare feiten zijn begaan, merk ik het volgende op. Uit de strafmotivering blijkt dat het hof met het beroepsverbod niet het oog heeft gehad op werkzaamheden die geen verband houden met een (advies)praktijk in het vreemdelingenrechtelijke domein. Gelet daarop zal de Hoge Raad de zaak op dit punt zelf kunnen afdoen door de formulering “het beroep van beroepsmatige dienstverlening in het vreemdelingrechtelijke domein” te verstaan als “enig beroep dat inhoudt dat met een (advies)praktijk in het vreemdelingenrechtelijke domein verbonden werkzaamheden worden verricht”.
Het middel slaagt enkel wat betreft de duur van het opgelegde beroepsverbod.
6. Slotsom
Het eerste middel is tevergeefs voorgesteld. Nu de verdachte door de rechtbank is vrijgesproken van het onder 6 tenlastegelegde en in cassatie tevergeefs is geklaagd over de bewijsvoering en de bewezenverklaring daarvan, ligt afdoening met een op art. 81 lid 1 RO gebaseerde overweging ten aanzien van het eerste middel niet in de rede. Het tweede middel faalt en kan worden afgedaan met een op art. 81 lid 1 RO gebaseerde overweging. Het derde middel slaagt deels, maar kan door de Hoge Raad zelf worden hersteld.
Ambtshalve merk ik nog op dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep op 12 december 2023. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM in cassatie is overschreden. Deze overschrijding van de redelijke termijn zal moeten leiden tot strafvermindering in een mate die de Hoge Raad gepast voorkomt.
Ambtshalve heb ik geen andere gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt
tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft:
- de duur van het opgelegde beroepsverbod en tot bepaling van die duur op negen jaren,
- de aangehaalde toepasselijke wettelijke voorschriften en tot vermelding van art. 28 Sr en art. 31 Sr als wettelijke voorschriften waarop de strafoplegging mede berust,
- de duur van de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase en tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf,
en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G