ECLI:NL:PHR:2026:34

ECLI:NL:PHR:2026:34, Parket bij de Hoge Raad, 13-01-2026, 23/03931

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 13-01-2026
Datum publicatie 15-01-2026
Zaaknummer 23/03931
Rechtsgebied Strafrecht

Samenvatting

Conclusie AG. Vrijspraak in eerste aanleg (Jaddoe). Diefstal in vereniging d.m.v. braak. Het middel keert zich tegen (de motivering van) de bewezenverklaring. De AG meent dat het middel faalt. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 23/03972.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/03931

Zitting 13 januari 2026

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte

1. Het cassatieberoep

Het gerechtshof Amsterdam (23-002667-22) heeft de verdachte wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest.

Er bestaat samenhang met de zaak 23/03972. In die zaak zal ik vandaag eveneens concluderen.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. M.J. Lamers, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

Het middel keert zich tegen (de motivering van) de bewezenverklaring.

Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

“hij op 16 juni 2022 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, onderdelen van het dashboard van een Volkswagen met [kenteken 1] , die aan [benadeelde] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.”

De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. Een proces-verbaal van aangifte van 16 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (dossierpagina’s 8 en 9).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de verklaring van [benadeelde] :

Ik heb 14 juni 2022 de auto (het hof begrijpt: een Volkswagen met [kenteken 1] ) rond 16.00 uur geparkeerd op de parkeerplaats van het vakantiepark waar ik verblijf. Op 16 juni 2022 omstreeks 08.30 uur wilde ik naar mijn auto toen ik twee agenten zag staan. Een agent vertelde mij dat er in mijn auto was ingebroken. Ik heb van de agent begrepen dat het slot aan de bestuurders kant verwijderd is en dat het dashboard is verwijderd. Ik heb de auto zonder schade en braaksporen neergezet.

2. Een proces-verbaal van bevindingen van 16 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door bevoegde opsporingsambtenaren (dossierpagina’s 11 tot en met 15).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op 16 juni 2022 reden wij over de [a-straat 1] te [plaats] . Aldaar is gevestigd [vakantiepark A] (het hof begrijpt: een vakantiepark). Ter hoogte van genoemde vestiging van [vakantiepark A] zagen wij een zwartgekleurde bus geparkeerd staan voor het pand/receptie [vakantiepark A] .

Deze bus was voorzien van het [kenteken 2] , merk Mercedes-Benz. Wij zagen geen personen in de directe omgeving van de bus.

Omstreeks 04:05 uur hoorden wij het geluid van de motor van een personenauto/bus en zagen dat in de bus voorzien van het [kenteken 2] nu twee personen zaten. Wij besloten de bestuurder te onderwerpen aan een algemene verkeerscontrole. Wij gaven hem een stopteken met ons transparant. Hier gaf de bestuurder van de bus geen gevolg aan. Wij zagen dat de bus met de rechterzijde in de berm raakte. Wij zagen dat hij weer terugstuurde de [b-straat] op. Opeens zagen wij dat er twee zwartgekleurde voorwerpen uit het raam werden gegooid richting de berm. Deze werden uit het raam gegooid van de bijrijder. Wij zagen beide voorwerpen terecht komen op het asfalt. Ik, [verbalisant] , heb de voorwerpen ontweken door er om heen te sturen. Het transparant brandde al enige minuten, maar de bestuurder gaf geen gevolg aan het stopteken.

Wij zagen na een aantal korte heftige stuurbewegingen links-rechts dat de bestuurder besloot te stoppen.

Bijrijder: [medeverdachte] geboren [geboortedatum] /1993 [geboorteplaats]

Bestuurder: [verdachte] geboren [geboortedatum] /1994 [geboorteplaats]

Met de onderdelen (het hof begrijpt: de voorwerpen die uit het raam van de bijrijder waren gegooid) zijn wij vervolgens opnieuw gereden naar [vakantiepark A] . Wij zijn gelopen naar een Volkswagen Multivan voorzien van het [kenteken 1] . Wij keken via de bijrijders zijde naar binnen. Wij zagen dat er onderdelen mistten uit het dashboard welke overeen kwamen met de onderdelen die uit de bus waren gegooid. Wij zagen diverse braak/breeksporen in het slot van de bestuurderszijde.

3. Een proces-verbaal van bevindingen van 18 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar (dossierpagina 26).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Ik heb de twee voorwerpen bekeken die aangetroffen en in beslag genomen zijn door de politiecollega's. De voorwerpen betreffen onderdelen die thuishoren in het dashboard van een volkswagenbusje. Ik zie dat de onderdelen precies passen in het gedeelte van het dashboard van de auto (het hof begrijpt: de Volkswagen met [kenteken 1] ) waar de onderdelen uit zijn weggenomen.

4. Een proces-verbaal van bevindingen van 18 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar (dossierpagina’s 34 tot en met 38).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Ik heb de beelden bekeken die wij hebben ontvangen van de manager van [vakantiepark A] .

Op de beelden staat geen tijd en datum weergegeven maar dit is wel te zien in het originele programma. De beelden die zijn geleverd zijn opgenomen op 16 juni 2022. De beelden lopen van 03.55 uur tot 05.00 uur. Als er dus onderin 10.00 minuten staat is de daadwerkelijke tijd 04.05 uur.

Camera 2 (slagbomen)

Op 09.46 minuut (werkelijke tijd dus 04:04 uur) zie ik dat er vanaf de parkeerplaats twee personen aan komen lopen. Deze komen vanaf de parkeerplaats en lopen richting de slagbomen. Ik zie dat de persoon die, voor mij gezien, links loopt een lichtkleurige broek aan heeft en daarboven een donkergekleurd kledingstuk draagt. De persoon rechts is volledig in het donker gekleed. Ik zie dat de personen vervolgens ter hoogte van de slagboom een klein hekje over klimmen om zo in de speeltuin terecht te komen voor de receptie. Dit hekje bestaat uit een aantal houten palen. Als 1 persoon over het hekje is geklommen, zie ik dat de andere persoon een voorwerp aan hem geeft zodat hij er vervolgens zelf overheen kan klimmen. Ik kan niet zien wat het is. Ik zie dat de tweede persoon vervolgens ook over het hekje klimt. Ik zie dat de personen vervolgens vlak langs het hek van houten palen lopen om vervolgens om 04:05 uur rechts uit het beeld te verdwijnen.

Camera 3 (ingang voor)

Op minuut 06:39 zie ik uit noordelijke richting een voertuig komen rijden over de [a-straat] . Ik zie dat deze in zuidelijke richting rijdt. Ik zie dat dit een opvallende politieauto betreft.

Op minuut 08:50 hoor ik een persoon praten. Ik herken deze stem als de stem van een van de politiecollega's.

Op minuut 11:46 (04:06 uur) zie ik rechts in beeld twee personen het beeld in komen rennen. Ik zie dat een persoon volledig in het zwart gekleed is. Ik zie dat de andere persoon een grijze broek aan heeft met daarboven een zwarte bovenstuk. Ik zie dat ze achter elkaar rennen in de richting van de duinen, boven in beeld. Ik zie dat ze het trappetje tegenover de ingang van de receptie op rennen en zo boven in het beeld verdwijnen.

Ik zie ondertussen af en toe het licht van een zaklamp in beeld komen. Dit licht komt uit zuidelijke richting en is vermoedelijk het licht van de zaklamp van een van de politiecollega's.

Op minuut 32:13 (04:27 uur) zie ik uit noordelijke richting een persoon over de [a-straat] komen lopen. Ik zie dat deze persoon in zuidelijke richting komt lopen. Ik zie dat deze persoon gekleed is in een grijze broek en een donker gekleurde trui. Ik zie dat er over de linkerarm van deze persoon een grijze streep in zijn trui zit. Ik zie dat de persoon links onder het beeld uit loopt.

Op minuut 38:16 (04:33 uur) zie ik boven in beeld twee personen het beeld in komen lopen. Ik zie dat zij uit noordelijke richting komen en lopen in zuidelijke richting over de [a-straat] . Ik zie dat de ene persoon een grijze broek aan heeft. Ik zie dat de andere persoon door de berm loopt, aan de zijde van het vakantiepark. Ik zie dat deze persoon volledig in het donker gekleed is. Ik zie dat hij een zwart voorwerp in zijn linkerhand houdt.

Ik hoor op minuut 39.06 autodeuren open en dicht gaan. Op minuut 39:22 hoor ik vervolgens een brommend geluid en hoor ik dat er een auto wordt gestart. Op minuut 39:27 hoor ik dat er gas wordt gegeven en hoor ik dat er een auto wegrijdt.

Camera 4 (terras)

Op minuut 10:40 zie ik boven in het beeld dat er twee personen over het hekje de zandspeelplaats in klimmen. De personen lopen langs het hek van houten palen en verdwijnen rechts het beeld uit. Doordat er verlichting aan de zijkant van het pand hangt, is te zien dat de eerste persoon volledig in het zwart gekleed is. Op minuut 10:54 zie ik dat de tweede persoon door het licht heen loopt en ik zie dat deze een grijze broek aan heeft met aan de bovenkant een donkergekleurde trui met op zijn arm een lichte streep.

Op minuut 11:06 zie ik dat rechts in beeld de twee personen weer terug komen en in een hoekje blijven staan kijken. Het lijkt alsof ze aan het wachten zijn. Ik zie dat de persoon met de grijze broek een donkergekleurde capuchon op heeft.

Op minuut 11.29 (04:06 uur) zie ik kort twee keer een lichtbundel het beeld in komen. Dit lijkt op het licht van een zaklamp. Ik zie dat de personen om de hoek kijken, zich vervolgens omdraaien en beginnen te rennen. Ik zie dat ze over het terras heen rennen en links het beeld uit verdwijnen.

Op minuut 18:37 zie ik twee politiecollega's in uniform rechts het beeld in lopen. Ik zie dat ze vervolgens een ronde maken op het terrein en links in beeld verdwijnen.

5. Een proces-verbaal van bevindingen van 18 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar (dossierpagina 71).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op zaterdag 18 juni 2022 heb ik de kleding van de beide verdachten bekeken. Volgens de dienstdoende arrestantenwachtmedewerker zijn ze sinds hun aanhouding niet van kleding gewisseld dan wel is er kleding voor ze aan het politiebureau afgeleverd.

Ik zie dat de kleding in de fouillering van [verdachte] bestaat uit:

- zware (het hof begrijpt: zwarte) Adidas sweater met capuchon met over beide mouwen, van schouder tot pols, de drie witte Adidas merkstrepen.

Ik zie dat [verdachte] op de luchtplaats staat van het cellencomplex [plaats] . Ik zie dat hij gekleed is in een wit t-shirt met korte mouwen en een lichtgrijze joggingbroek.

Ik hoorde de dienstdoende AAT medewerker verklaren, dat [verdachte] gekleed was in die grijze broek toen hij werd binnengebracht vanuit het cellencomplex [geboorteplaats] .

Ik zie dat de kleding in de fouillering van [medeverdachte] bestaat uit:

- geheel zwarte kleding; zwarte sweater en zwarte broek.”

Het bestreden arrest bevat onder meer de volgende overwegingen:

“De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft zij ten aanzien van het primair ten laste gelegde aangevoerd dat niet buiten redelijke twijfel is vast te stellen dat de dashboardonderdelen door de verdachte zijn gestolen, en dat er geen aanknopingspunten zijn dat er sprake was van een gezamenlijk plan of een gezamenlijke uitvoering. De verdachte was naar het vakantiepark gegaan om [medeverdachte] op te halen van een feestje. De tijdspanne van de omschreven beelden is beperkt, waardoor niet is vast te stellen of er andere mensen aanwezig waren die de diefstal hebben gepleegd. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat [medeverdachte] weliswaar op enig moment over de gestolen onderdelen beschikt, dat hij deze onderdelen draagt en deze uit het bijrijdersraam gooit, maar dat dit onvoldoende is om ook de verdachte, die de rol van chauffeur had, schuldig te achten aan het medeplegen van heling.

Het hof verwerpt dit verweer. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte en zijn medeverdachte in een Mercedes bus in het holst van de nacht wegrijden van [vakantiepark A] te [plaats] . Nadat de Mercedes bus van de politie een stopteken krijgt worden daaruit onderdelen van een dashboard gegooid. Deze onderdelen zijn afkomstig van een Volkswagen die enkele dagen daarvoor is geparkeerd op de parkeerplaats van voornoemd vakantiepark en waarin daarna is ingebroken. Deze feiten en omstandigheden zijn redengevend voor het oordeel dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan de inbraak in deze Volkswagen. Dat is anders indien de verdachte een verifieerbare, de redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft voor deze belastende omstandigheden.

De verdachte heeft bij de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg bijna geen vragen willen beantwoorden en enkel verklaard dat hij waarschijnlijk op het vakantiepark was om de medeverdachte op te halen en dat hij het stopteken van de politie niet heeft gezien. Het hof hecht geen geloof aan deze verklaring en schuift deze terzijde. Hierbij is van belang dat op de camerabeelden van het vakantiepark is te zien dat twee mannen gedurende ongeveer een half uur op het vakantiepark rond lopen en dat zij wegrennen op het moment dat zij zaklampen van de politie zien. De kleding van de personen op de beelden komt overeen met de kleding die de verdachte en de medeverdachte droegen ten tijde van hun aanhouding en het hof gaat er dan ook van uit dat de verdachte en de medeverdachte op de beelden zijn te zien. Deze beelden verhouden zich niet met de verklaring van de verdachte dat hij enkel op het terrein was om de medeverdachte op te halen, maar sterken het hof in zijn overtuiging dat de verdachte en zijn mededader zich toen en daar schuldig hebben gemaakt aan diefstal met braak.”

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2024 heeft de raadsvrouw van de verdachte het woord gevoerd overeenkomstig overgelegde pleitnotities. Deze pleitnotities houden het volgende in:

“Op 29 september vorig jaar heeft de Politierechter client vrijgesproken van diefstal met braak dan wel heling omdat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat client het oogmerk had om zich het dashboard toe te eigenen, dan wel moest vermoeden dat dit van diefstal afkomstig was.

Heel veel meer kan niet uit het proces-verbaal van de terechtzitting volgen, anders dan dat client ter zitting nogmaals heeft bevestigd dat hij [medeverdachte] die bewuste nacht heeft opgehaald.

Door het Openbaar Ministerie is een uitgebreide appelmemorie ingediend, waarvan de inhoud op een aantal belangrijke punten niet strookt met de inhoud van het dossier.

Zo wordt uw Hof voorgehouden dat de aangetroffen dashboardonderdelen "door [medeverdachte] en [verdachte] uit het raam waren gegooid". Dat is echt onjuist.

Uit de stukken kan blijken dat client de chauffeur was en men verbaliseert dat de "twee zwartgekleurde voorwerpen uit het raam aan de passagierszijde van de bus werden gegooid". Het lijkt mij stug dat de chauffeur dergelijke relatief grote voorwerpen óver zijn passagier heen uit het passagiersraam gooit, al rijdende nota bene.

Desondanks worden de heren door het OM met elkaar vereenzelvigd, terwijl er geen woord vuil wordt gemaakt aan enige vorm van samenwerking in het licht van medeplegen.

En dat zien we vaker.

Zo staat ook in de appelmemorie vermeld dat tijdens de zitting in september vorig jaar "beide heren {hebben; opm. rv} (...) verklaard dat zij de dashboardonderdelen hebben gevonden in de berm". De verklaring die client ter zitting heeft afgelegd is opgenomen in het proces-verbaal van die zitting - en dat proces-verbaal is leidend - en daaruit volgt in het geheel niet dat cliënt een dergelijke verklaring heeft afgelegd.

Wederom die onjuiste vereenzelviging.

In de appelmemorie wordt voorts veel waarde gehecht aan het feit dat op de diverse camerabeelden geen andere personen zijn te zien en het dùs welhaast niet anders kan dan dat beide heren verantwoordelijk zijn voor de diefstal. De tijdspanne van de bekeken beelden is een uur, namelijk van 03.55 uur tot 05.00 uur.

[benadeelde] heeft de auto op dinsdag 14 juni om 16.00 uur geparkeerd (pg. 8). Wat is er gebeurd vanaf dat moment tot aan donderdag 16 juni om 03.55 uur? Zolang dat niet inzichtelijk is en we het precieze tijdstip van de diefstal ook niet kunnen vaststellen, is de opmerking dat binnen dat enkele uur - tussen 03.55 uur en 05.00 uur - geen andere personen op beeld zijn te zien, volstrekt irrelevant.

Tot slot wordt in de appelmemorie gewezen op het feit dat [medeverdachte] en client het vakantiepark opkomen door over een hek te klimmen, hetgeen niet zou zijn te rijmen met het relaas van beide heren dat client [medeverdachte] daar heeft opgehaald.

Dit lijkt me wat te kort door de bocht.

Allereerst impliceert dit dat men echt het vakantiepark op zou willen komen, terwijl op de camerabeelden is te zien dat zij via een hekje bij de slagbomen in de speeltuin voor de receptie terechtkomen. Het is juist daar - bij de receptie - waar client de auto heeft geparkeerd, dus het is niet zo verwonderlijk dat die route wordt gekozen. Men hoefde niet meer het vakantiepark op, men wilde naar de auto.

Dat je normaliter niet de auto voor de receptie hoort neer te zetten, maar keurig op het parkeerterrein hoort te plaatsen, laat dat onverlet.

Op camera 13 valt voorts te zien dat de persoon met de grijze broek alleen loopt, met de handen in de zakken en in een rustig tempo (pg. 35). Later ziet men hem pas samen met de andere persoon die volledig in het donker is gekleed. Dat duidt, aannemende dat dit client en [medeverdachte] zouden moeten zijn, op het ophalen van [medeverdachte] .

En dat ophalen was nodig ook. [medeverdachte] was behoorlijk onder invloed en sprak met dubbele tong bij zijn staande- en later aanhouding. Client heeft ook een blaastest ondergaan en bleek niet onder invloed. Dat lijkt een aanwijzing dat zij niet gezamenlijk die avond en nacht hebben opgetrokken; de een in de olie en de ander broodnuchter en dat sterkt het oordeel dat client hem inderdaad heeft opgehaald.

Ik meen dan ook dat onder deze omstandigheden inderdaad niet buiten redelijke twijfel is dat het dashboard toen is gestolen, laat staan dat client daar als medepleger een bijdrage aan heeft geleverd. Er is geen enkel aanknopingspunt te vinden voor een gezamenlijk plan en/of een gezamenlijke uitvoering.

Wat wèl vaststaat is dat [medeverdachte] op enig moment over de onderdelen heeft beschikt, dat hij deze onderdelen draagt en dat hij deze onderdelen uit het bijrijdersraam gooit. Dat is nog altijd onvoldoende om ook client, die de rol van chauffeur had, het medeplegen van heling in de schoenen te schuiven.

Ik verzoek uw Hof dan ook client integraal vrij te spreken.”

De bespreking van het middel

Het middel bevat in de eerste plaats de klacht dat de bewezenverklaring niet uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, waardoor de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.

Het hof heeft aan de bewezenverklaring in het bijzonder ten grondslag gelegd 1) dat de verdachte en de medeverdachte midden in de nacht in een Mercedes bus zijn weggereden van [vakantiepark A] te [plaats] , 2) dat uit deze Mercedes bus onderdelen van een dashboard werden gegooid nadat de bus een stopteken kreeg van de politie, 3) dat deze onderdelen afkomstig bleken uit een Volkswagen die sinds enkele dagen geparkeerd stond op de parkeerplaats van het vakantiepark en waarin daarna is ingebroken.

Het hof heeft overwogen dat bovengenoemde feiten en omstandigheden redengevend zijn voor het oordeel dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een dashboard uit een Volkswagen. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat dat anders kan zijn indien de verdachte een verifieerbare, de redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft voor deze belastende omstandigheden.

Het hof heeft de verklaring van de verdachte dat hij ‘waarschijnlijk op het vakantiepark was om de medeverdachte op te halen’ als ongeloofwaardig terzijde geschoven, nu op de camerabeelden van het vakantiepark te zien is dat twee mannen gedurende een half uur over het vakantiepark lopen en dat zij wegrennen wanneer zij zaklampen van de politie zien. Dat het op de camerabeelden gaat om de verdachte en [medeverdachte] heeft het hof ontleend aan de omstandigheid dat de kleding van de personen op de beelden overeenkomt met de kleding die zij droegen bij hun aanhouding.

De steller van het middel betoogt dat uit de bewijsmiddelen niet valt af te leiden dat de verdachte in de buurt van de Volkswagen is geweest en dat zijn betrokkenheid bij de diefstal evenmin uit de overige feiten en omstandigheden kan worden afgeleid. Uit de bewijsvoering van het hof blijkt echter dat de verdachte en medeverdachte in de nacht van 16 juni 2022 een half uur op het vakantiepark waar de Volkswagen geparkeerd stond, hebben rondgelopen. Ook blijkt uit de bewijsvoering dat onderdelen van het uit de Volkswagen weggenomen dashboard even later uit de bus waarin de verdachte en medeverdachte van het vakantiepark weggereden worden gegooid, namelijk nadat de bus een stopteken krijgt van de politie. Daarmee faalt de klacht.

In de tweede plaats wordt geklaagd dat het hof het standpunt van de verdachte dat hij enkel op het vakantiepark was om [medeverdachte] daar op te halen, ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen. In het bijzonder maken de tot het bewijs gebezigde camerabeelden en de overwegingen van het hof niet duidelijk waarom de verklaring van verdachte niet juist kan zijn, terwijl de raadsvrouw van verdachte in hoger beroep erop heeft gewezen dat er ook camerabeelden zijn waarop te zien is dat de verdachte alleen het terrein van het vakantiepark is opgelopen.

Ik lees de overwegingen van het hof zo dat de verklaring van de verdachte dat hij ‘waarschijnlijk op het vakantiepark was om de medeverdachte op te halen’ als ongeloofwaardig terzijde wordt geschoven, omdat op de camerabeelden te zien is dat de twee mannen gedurende een half uur op het vakantiepark rondlopen én dat zij wegrennen op het moment dat ze de zaklampen van de politie zien. Het hof heeft daarmee gemotiveerd uiteengezet waarom de verklaring van de verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Ten overvloede merk ik nog op dat een blik achter de papieren muur leert dat op de camerabeelden waar de steller van het middel (in navolging van de raadsvrouw in hoger beroep) op wijst weliswaar te zien is dat op minuut 32:17 een persoon met grijze broek en donkergekleurde trui over de [a-straat] komt aangelopen, maar uit bewijsmiddel 4 blijkt echter dat vóór dat moment al door meerdere camera’s is vastgelegd dat de twee mannen over het terrein van het vakantiepark lopen.

Het middel faalt.

3. Slotsom

Het middel faalt. Aangezien het middel betrekking heeft op een feit waarvoor de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken, ligt een afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO niet voor de hand.

Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Daarmee wordt de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM overschreden, hetgeen tot vermindering van de door het hof opgelegde gevangenisstraf zal moeten leiden.

Overige gronden die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven, heb ik niet aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?