ECLI:NL:PHR:2026:425

ECLI:NL:PHR:2026:425

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 24/02898
Rechtsgebied Strafrecht

Samenvatting

Conclusie AG. Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, meermalen gepleegd (art. 282.1 Sr) en medeplegen diefstal met geweld (art. 312 Sr). Falende bewijsklacht medeplegen en (dubbel) opzet. Slagende klacht m.b.t. overschrijding inzendtermijn in cassatie. Conclusie strekt tot vermindering van de duur van de opgelegde jeugddetentie wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het beroep voor het overige.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/02898 J

Zitting 21 april 2026

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

hierna: de verdachte.

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 18 juli 2024 door het gerechtshof Den Haag wegens 1 “medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd”, 3 ”poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, 4 “diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, 6 “in het openbaar, bij geschrift tot enig strafbaar feit/gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruien”, 7 “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie”, 8 “handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” en 9 “handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie” veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 270 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslist over de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.

Namens de verdachte heeft S.W.M. Stevens, advocaat in Den Haag, twee middelen van cassatie voorgesteld. Namens de [benadeelde] heeft A.M. Wolf, advocaat te Haarlem, een schriftuur ingediend die evenwel geen middel van cassatie bevat als in de wet bedoeld, zodat deze verder buiten bespreking moet blijven.

2. Het eerste middel

Het eerste middel richt zich tegen het oordeel van het hof dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde “in vereniging” en “opzettelijk” heeft gepleegd en zich met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt aan diefstal “met geweld”. Voordat ik overga tot een bespreking van het middel, geef ik – voor zover relevant – de bewezenverklaring, de bewijsoverweging van het hof en de door het hof gebezigde bewijsmiddelen weer.

Het hof heeft ten laste van de verdachte onder 1 en 4 bewezenverklaard dat:

“1.

hij in de periode van 1 december 2020 tot en met 6 december 2020 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden,

- door (dreigend) op korte afstand van die [slachtoffer 1] te blijven staan en met stokken te slaan, waardoor die [slachtoffer 1] (gedurende enige tijd) niet kon wegkomen en/of durfde weg te komen, althans niet uit een sloot kon komen en/of durfde te komen;

en

- door die [slachtoffer 2] (op de openbare weg en in een woning) vast te pakken en vast te binden met tie-wraps, en te vervoeren en (gedurende enige tijd, met geweld) vast te houden en te bewaken;

4.

hij in de periode van 5 december 2020 tot en met 6 december 2020 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen een portemonnee met pasjes en een auto ( [kenteken] ) en (auto- en huis-)sleutels en een Apple Watch en een telefoon en een geldbedrag, die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- door die [slachtoffer 2] vast te pakken en vast te binden met tie-wraps en (gedurende enige tijd) gevangen te houden en te bewaken en tegen zijn lichaam te stompen en te slaan en te trappen en een metalen voorwerp tegen de rug van die [slachtoffer 2] te houden en te duwen, en (vervolgens) zijn ( [slachtoffer 2] ) kleding te doorzoeken en (vervolgens) die portemonnee met pasjes en (auto- en/of huis-) sleutels en Apple Watch en telefoon af te pakken en die [slachtoffer 2] door middel van dit geweld te dwingen zijn duim op zijn telefoon te leggen (om deze te ontgrendelen) en zijn codes van zijn telefoon en zijn bankierenapp en zijn pinpas te noemen en geld over te maken van zijn spaarrekeningen naar zijn betaalrekening;”

Het hof heeft met betrekking tot deze bewezenverklaring het volgende overwogen:

“Bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij niet bij de tenlastegelegde feiten aanwezig is geweest. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij zijn telefoon aan (een) ander(en) heeft uitgeleend. Hij wist dat die ander(en) ‘iets met pedo’s gingen doen’. Hij zou geld krijgen voor het gebruik van zijn telefoon en is niet degene geweest die de chat-berichten aan [medeverdachte] heeft verstuurd.

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

Uit onderzoek van de politie naar de data op de telefoon die tot de inbeslagname op 28 januari 2021 in gebruik was bij de verdachte komt naar voren dat daarmee chatgesprekken zijn gevoerd met [medeverdachte] over het afspreken met mannen. In die chats wordt onder meer een foto van aangever [slachtoffer 1] gedeeld en wordt met voornoemde telefoon een bericht gestuurd waarin staat: ‘we gaan kkr hard bossen’.

Op grond van het proces-verbaal van bevindingen met procesverbaaInummer 95 op pagina 93 e.v. stelt het hof vast dat met voornoemde telefoon ook persoonlijke WhatsApp-berichten zijn verstuurd naar het telefoonnummer van de moeder van de verdachte. Tijdens het WhatsApp chatgesprek met dit nummer noemt de gebruiker van de telefoon van de verdachte het contact ‘mama’, of ‘mam’. Het hof stelt vast dat de gesprekken met het contact ‘ [voornaam medeverdachte] ’ ( [medeverdachte] ), en de gesprekken met ‘mama’ elkaar afwisselen/kruisen, in die zin dat sommige berichten naar enerzijds ‘mama’ en anderzijds ‘ [voornaam medeverdachte] ’ zeer kort na elkaar worden verzonden. Het hof heeft in het bijzonder acht geslagen op de tijdstippen van enerzijds een bericht aan moeder op 1 december 2020 om 14:01 en anderzijds een bericht aan [voornaam medeverdachte] op 1 december 2020 om 14:02. Uit de inhoud van de berichten aan zowel moeder als [medeverdachte] komt naar voren dat de verzender van die berichten op die dag aan het eind van de middag een afspraak heeft op ‘scorro’ (school) in [plaats] voor een gesprek met een docent. Verdachte volgde op dat moment een opleiding aan [school] in [plaats] .

Het voorgaande leidt het hof tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die de chatgesprekken met [medeverdachte] heeft gevoerd. Het hof schuift de verklaring van de verdachte dat de berichten via zijn telefoon door een ander zijn verstuurd - gelet op zowel de volgtijdelijkheid, als de inhoud van die berichten - dan ook als ongeloofwaardig ter zijde. Het hof overweegt met betrekking tot de feiten die betrekking hebben op het [slachtoffer 1] voorts dat de verdachte de gesprekken met [medeverdachte] niet alleen heeft gevoerd, maar dat hij, gelet op de inhoud daarvan kennelijk ook ten tijde van de wederechtelijke vrijheidsberoving/gekwalificeerde diefstal van [slachtoffer 1] ter plaatse is geweest. Het hof leidt dit af uit een bericht van de telefoon van verdachte aan [medeverdachte] , inhoudende de tekst, dat hij “de man liet zwemmen gister jonge". Dit slachtoffer is immers te water geraakt.

Gelet op het voorgaande in samenhang met de overige bewijsmiddelen bezien acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 4 tenlastegelegde zoals bewezen verklaard heeft begaan.”

Blijkens de aan het arrest gehechte bijlage steunen de onder 1 en 4 bewezenverklaarde feiten op de volgende bewijsmiddelen:

“1.

Een proces-verbaal van aangifte van de politie eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020408656-2 d.d. 16 december 2020. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 338 e.v.):

als de op 16 december 2020 afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] , wonende te [plaats] :

Op dinsdag 1 december 2020 heb ik via de internet site: " Planeet Romeo ” een afspraak gemaakt met een man met als profielnaam; " [accountnaam] "

Ik kreeg een adres van hem waar hij met mij af wilde spreken, de [a-straat] in [plaats] .

Rond 22:00 uur die avond kwam ik aan. Ik stuurde een chatbericht en daar kwam een jongeman. We hebben een meter of 20 verder gelopen en met elkaar gepraat.

We liepen weer terug. Ik voelde en zag dat ik een harde stomp op mijn oog kreeg. Toen ik opkeek, zag ik dat ik omsingeld was door ongeveer 15 man.

Ik verstijfde helemaal en uit het niets begonnen deze mannen op mij in te slaan en beukten tegen mijn lijf. Toen liepen we verder weg en ik hoorde ik die leider zeggen dat ik er op een manier onderuit kon komen door mijn autosleutels en mijn pinpas af te geven. Ik heb dit niet gedaan. Toen vroegen ze om mijn ID kaart. Ook heb ik dat niet afgegeven.

Tijdens het duw en trekwerk gleed ik uit en ben ik in het water terecht gekomen.

De personen bleven wel staan daar en hebben met stokken op mijn hoofd geslagen.

Toen ze uiteindelijk, ik denk ongeveer 1,5 uur later weggingen durfde ik het water uit te gaan,

Door deze mishandeling had ik twee grote bulten op mijn hoofd, dit omdat ze met grote takken op mijn hoofd hebben geslagen, mijn rechteroog was helemaal blauw. De linkerzijde van mijn lichaam was gekneusd, mijn nek, schouders en ribbenkast waren gekneusd. Min rechteronderarm was verdikt.

2.

Een proces-verbaal van aangifte van de politie eenheid Den Haag met nr. PL1500-2020368436-13 d.d. 8 december 2020 Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 240 e.v.):

als de op 8 december 2020 afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] :

Tussen zaterdag 5 december 2020, 23:10 uur en zondag 6 december 2020, 09:45 uur ben ik slachtoffer geweest van vrijheidsbeneming. Tijdens deze vrijheidsbeneming ben ik ook mishandeld en bedreigd. Tevens zijn onderstaande goederen van mij ontvreemd.

- portemonnee met bankpas, tevens meerdere andere pasjes zoals creditcard, rijbewijs, identiteitskaart, zorgpas, diverse klantenkaarten.

- autosleutels

- personenauto met [kenteken]

- sleutelbos met onder meer huissleutels

- Apple watch

- Telefoon

- Ongeveer 20.000 euro van mijn bankrekeningen

3.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 december 2020 van de politie eenheid Den Haag met nr. PL1500-2020368436-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 227 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op 6 december 2020 heb ik gesproken met [slachtoffer 2] . Ik hoorde hem het volgende verklaren: Ik ben de afgelopen dagen via de homo-datingsite Romeo in gesprek geweest met een jongen die zich voordeed als ’ [naam 1] ’.

Gisterenavond, 5 december 2020 wilde hij afspreken. Ik wilde ook wel afspreken. Hij gaf mij het adres [b-straat 1] in [plaats] .

Ik ben er heen gegaan met de auto en was om 23.10 uur op de [b-straat] in [plaats] . [naam 1] kwam mij daar ophalen. Kort daarna kwamen er drie of vier mannen tevoorschijn.

Ik werd naar de grond gewerkt en geslagen. Ze riepen ’ga liggen'. Of ik geduwd werd of dat ik zelf ben gaan liggen op aanwijzingen die zij gaven, weet ik niet meer.

Ik werd in de berm of de bosjes getrokken naast het pad. Ik moest mijn mondkapje voor mijn ogen trekken. Toen ik op de grond lag, werd ik op mijn schouder en hoofd gestompt. Ik kreeg ook een trap in mijn zij. Ik kreeg ook een knie in mijn rug. Er werd naar mijn idee een metalen staaf in mijn rug geduwd en gezegd dat het een pistool was.

Mijn spullen werden afgepakt. Er werd door twee of drie gasten in mijn zakken gevoeld en er werden dingen uit gehaald. Veel later hebben ze mijn autosleutel nog uit mijn zak gepakt. Mijn Apple Watch hebben ze ook afgenomen.

Ze hebben meerdere spullen van mij afgepakt. Dat was onder andere mijn portemonnee met een hoop pasjes. Mijn bankrekeningnummer is [rekeningnummer] . Ik moest mijn inlog gegevens van mijn telefoon en de bankierenapplicatie afgeven. Ik moest mijn pincode geven van mijn bankpas. Ik heb dat gedaan doordat ik bang was dat mij iets zou overkomen. Ze hebben verder mijn telefoon, mijn autosleutels, mijn Apple Watch en mijn huissleutels afgepakt.

Ik heb daar een tijdje in de bosjes gelegen.

Ze wilden mijn geld. Ik moest mijn duim op mijn telefoon doen om de telefoon zelf te ontgrendelen. Toen moest ik mijn code zeggen. Toen hebben ze hem daar mee ontlocked. Ik moest mijn bankieren code zeggen. Ik moest zelf dat geld naar mijn betaalrekening overmaken vanaf mijn spaarrekeningen. Dat waren zes verschillende spaardoelen. Ik heb een keer 10.000 euro, een keer 5.000 een keer 3.800 euro en nog wat kleinere bedragen over moeten maken van mijn spaarrekeningen naar mijn betaalrekening. Ik heb dit telkens met mijn duim moeten bevestigen.

Twee gasten gingen naar mijn idee weg. Die wilden mijn pincode van mijn pas en naar mijn idee gingen ze pinnen met mijn pinpas. Twee van de mannen moesten mij bewaken.

Later werd ik nog verder weg van het pad meegenomen. Ik moest weer op de grond gaan liggen. Er waren twee mannen bij me.

Ik heb op de plek waar ik lag een tijdje gelegen. Ik heb daar een tijd op een boomstam gezeten. Toen ik die boomstronk zat kreeg ik een tie-wrap om.

Ik was bang dat ze mij wat aan zouden doen.

Ze riepen dat ik moest meewerken en dat ze mijn geld gingen afpakken.

Er kwamen af en toe wat mannen terug en gingen dan weer weg. Het was mij niet helemaal duidelijk met hoeveel de mannen telkens waren, maar ik denk dat er in totaal vijf mannen zijn geweest. Ik ben verplaatst naar mijn auto. Ik moest half in de achterbak en half op de achterbank van mijn auto gaan liggen. Die hadden ze plat gedaan. In de auto kreeg ik weer een nieuwe tie-wrap om.

Op een gegeven moment hebben ze mij achterop een scooter gezet.

Ik ben een bovenwoning in gesleept.

Ik werd in een kamer neergezet. Ik moest op de grond gaan zitten.

De mannen wilden weer meer geld gaan pinnen en ik moest ook de code van mijn simkaart geven.

Toen kwamen er bedreigingen. Het laatste kwam er op neer dat ze me uiteindelijk dood zouden maken, als ik niks zou zeggen. Toen wilden ze volgens mij mijn inloggegevens van de ING website om mijn pin limiet te verhogen. Toen werd er gebeld met een aantal mannen die ergens aan het pinnen zouden gaan. Uiteindelijk hoorde ik dat mannen iets gepind hadden.

Toen hadden ze nog 12.000 euro op mijn rekening staan. Er moest iemand gevonden worden waar het naar toe overgemaakt kon worden.

Volgens mij was dat overmaken uiteindelijk gelukt.

Ik werd vervolgens naar beneden begeleid.

Ik ben daarna naar de parkeerplaats gelopen, waar ik de auto gisteren had neergezet. Toen ik daar aan kwam, was de auto daar niet. Ze hadden ook niet mijn andere spullen teruggegeven.

4.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 december 2020 van de politie eenheid Den Haag met nr. PL1500-2020368436-8. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 234 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op zondag 6 december 2020 sprak ik, [verbalisant] , [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] verklaarde mij het volgende:

Ik had via een datingapp een afgesproken met een jongen. De afspraak was gisteravond, zaterdag 5 december 2020 om 23.00 uur. Het was aan [locatie] in [plaats] . Toen ik daar was werd ik besproken (het hof begrijpt: aangesproken) door vier jongens. Zij mishandelde mij en namen mijn spullen mee. Ze hebben al mijn spullen afgenomen, waaronder mijn telefoon, autosleutels, huissleutels, identiteitskaart en bankpasjes. Ze hielden mij in het park vast, ik moest een lange tijd op de grond blijven liggen. Het was donker en koud.

Ze hebben mij toen vervolgens in de achterbak van mijn auto gestopt, waarna ze een stuk zijn gaan rijden.

Op een gegeven moment stopte ze en mocht ik uit de auto, ik werd toen een woning in genomen. Dit moest dan in de nachtelijke uren zijn geweest.

Ik heb uren in de woning gezeten, ik mocht niet weg van hun en ze mishandelden mij.

Ze bedreigde mij en zeiden dat ze wisten waar ik woonde, ze hadden al mij gegevens. Omdat ze al mijn pasjes en zo hadden.

Ik heb nog een oude telefoon waardoor ik op applicaties van mijn auto kan inloggen, mijn auto is voorzien van een global position system, zo kan ik de locatie van mijn auto achterhalen. Hij staat momenteel op [c-straat 1] in [plaats] .

Ik, verbalisant, zag dat [slachtoffer 2] mij zijn mobiele telefoon toonde. Hierop was een landkaartje van een applicatie te zien met een icoontje van een auto die de locatie [c-straat 1] , [plaats] aangaf.

Ze hebben ook allerlei bedragen van mijn rekeningnummer afgeschreven en gepind met mijn pas. Ik moest namelijk mijn pincode afgeven. Ze hebben ongeveer twintigduizend euro van mij rekening af gehaald. Via mijn bank applicatie op mijn telefoon kan ik de transacties inzien. Er zijn pintransacties geweest op zondag 6 december 2020 om 07.10 uur, aan de geldautomaat op de [d-straat 1] , [plaats] . Ook zijn er meerdere transacties geweest diezelfde ochtend om 8.22, 8.24, 8.25 uur en nogmaals om 8.25 uur. Hierbij staat vermeld ABN AMRO [plaats] .

Ik zag ook dat er een overboeking was gedaan op zondag 6 december 2020 om 09.31 uur, van twaalfduizend euro.

5.

Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] d.d. 11 maart 2021 van de politie eenheid Den Haag met nr. 2020368436-131. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 481 e.v.):

als de op 11 maart 2021 afgelegde verklaring van [medeverdachte] :

Zeg maar waar je bij betrokken geweest en wat je gedaan hebt.

A: Ik heb te maken met [bijnaam] en [slachtoffer 2] .

Bij [slachtoffer 2] ben ik degene die hem heeft vastgehouden.

[slachtoffer 1] (incident 1 december 2020)

A: [slachtoffer 1] contact mij via die planet Romeo, die site. Ik spreek met hem af. Hij kwam daar. Hij wordt aangesproken. Begin opeens hoezo doe je dit. Hij valt in het water.

V: Jij was daar niet alleen. Je haalt vrienden er bij. Het was alsof je iemand in de val laat lopen.

A: Ja, het was in de val laten lopen.

V: Hoe kan het dat jouw vrienden daar ook op dat moment waren?

A: We chillen allemaal, maar dan gebeurt dit opeens.

V: Je zegt dit gebeurt opeens, maar dit is afgesproken. Je spreekt af op een bepaald tijdstip en dan zijn jouw vrienden er ook opeens. Dat is niet opeens.

A: Ja.

V: Wat was het account op romeo?

A: [accountnaam] .

V: [verdachte] zegt tegen jou "we gaan ze kanker hard bossen, ik moet stress kwijt". Wat bedoelt hij?

A: Misschien rammen

V: Waar was [slachtoffer 1] toen jij weg ging?

A: Hij was in het water gebleven, hij wilde er niet uit

V: Je zegt het zelf al, het was veel te koud, waarom zou hij in het water willen blijven?

A: Misschien was hij bang dat we iets veel ergers aan zouden doen.

[slachtoffer 2] (incident 5 december 2020)

A: Met [slachtoffer 2] werd ook afgesproken. Hem heb ik gepakt. Ik heb hem daar vast gehouden. Toen heb ik hem vastgehouden. Op een gegeven moment geprobeerd met zijn pinpas te pinnen.

V: Heb jij gepind?

A: Nee, ik was degene die hem vast hield.

V: Hoe is de afspraak gemaakt?

A: Precies hetzelfde als met die ander.

V: Ook door jou?

A: Ja. Precies hetzelfde. Hij stuurt mij een berichtje.

V: Via Planet Romeo?

A: Ja.

V: Jij hebt met hem gechat?

a: JA.

V: Moest jij die afspraak maken?

A: Nee, hij stuurde mij een berichtje. Ik ging daarop in en daar stond hij

V: Waar werd afgesproken?

A: Precies dezelfde plek als [slachtoffer 1] .

Hij wordt gepakt. Vastgehouden. Geprobeerd te pinnen met zijn pinpas. Dat lukt niet. Gewacht tot de volgende ochtend. Gelijk weer vrij gelaten.

Hij werd vastgehouden, gepind, vrijgelaten.

V: Wie heeft [slachtoffer 2] als eerst ontmoet?

A: Ik.

V: Waar was dat?

A: Zelfde plek als [slachtoffer 1] .

V: Waar zijn jullie toen heen gegaan?

A: Gewoon dieper het bos in.

V: welk bos?

A: [natuurgebied] .

V: En toen?

A: Vastgehouden.

Ik heb hem naar zijn auto gebracht.

V: Waar stond zijn auto?

A: Aan de zijkant van [natuurgebied] . Het was fucking vroeg. Om zes uur.

V: Kan je je nog herinneren hoe laat je had afgesproken?

A: Hoe laat gaan de pinautomaten dicht? Van zeven tot elf. Dus we hebben rond elf uur afgesproken.

V: Je zegt hij was vastgebonden. Hoe was hij vastgebonden?

A: Tie-wraps.

V: Wie had dat gedaan?

A: Ik. Ik was degene die hem vast hield.

V: Jij liep eerst met [slachtoffer 2] . Hoeveel zijn er toen bijgekomen?

A: Met drie of vier waren we toen.

V: Jij bleef bij [slachtoffer 2] . Met hoeveel bleef jij bij [slachtoffer 2] ?

A: Met iemand anders.

Er zijn een of twee weg gegaan.

V: Wat gingen zij doen?

A: Een was op pad om proberen te pinnen. Zoals ik al zei, ze waren dicht. Daarom hebben we hem tot in de ochtend vastgehouden.

V: Hoe kwamen jullie aan zijn pinpas?

A: Die had hij bij zich.

V: Heeft [slachtoffer 2] vrijwillig toestemming gegeven om geld op te nemen van zijn rekening.

A: Niemand geeft daar toch vrijwillig toestemming voor.

V: Hoe komt dat dat hij zijn pinpas gaf?

A: Blijkbaar was hij bang. Als jij wordt gegijzeld en midden in het bos wordt neergedropt en je pinpas wordt gevraagd.

V: Hoe kwamen jullie aan zijn pincode?

V: Wat werd hem gezegd als hij hem niet gaf?

A: We zeiden geef je pinpas, hij gaf alles in een keer. De pinautomaten waren dicht, dus daarom hebben we hem tot in de ochtend vastgehouden.

V: Jullie gingen naar zijn auto. Hoe lang hebben jullie daar gezeten?

A: Twee uurtjes. Ik ben met hem in zijn auto blijven zitten.

V: Alleen jullie twee of iemand er bij?

A: Nog iemand er bij.

V: Je staat op [natuurgebied] , ze gaan pinnen.

V: Hoe had jullie contact met die jongens die gingen pinnen?

A: Zij zouden pinnen, terug komen en we zouden hem laten gaan.

V: Na twee uur in de auto, wat is er toen gebeurd?

A: Toen is hij meegenomen naar het huis.

De zon ging bijna op.

V: Met hoeveel ben jij naar dat huis gegaan?

A: Twee drie man.

V: Hoe zijn jullie gelopen?

A: Via het kanaal. Over de [b-straat] . Over die nieuwe brug en dan kom je bij [e-straat] uit en dan ben je er al. Die nieuwe brug is waar ook de trein over heen rijdt.

V: Met hoeveel waren jullie in dat huis?

A: Drie of vier, dat groepje zoals ik al zei.

V: Wat gebeurde er met [slachtoffer 2] eenmaal binnen.

A: Hij werd vastgebonden. Toen het pinnen was gelukt, hebben we hem vrij gelaten.

V: Aan tie-wraps?

V: Heef hij jullie nog gezien?

A: Nee, hij had een mondkapje voor zijn ogen.

V: Waarom ?

V: Wat nou als hij weg wilde?

A: Dat spreekt toch voor zich. Ik ga hem toch niet vrij laten. Hij moest wachten tot er was gepind. Ik zit de hele nacht met hen te wachten. Dan ga ik hem toch niet vrij laten.

V: Je zegt dat je moest wachten op het pinnen. Hoeveel pinpassen zijn er afgenomen?

A: Eentje, hij had er maar een.

V: Hij heeft gezegd dat hij bedreigd is.

[slachtoffer 2] zei dat jullie hadden gezegd dat jullie hem zouden exposen? Hij heeft het er over dat het gesprek was opgenomen.

A: Dat gebruikten we als een bedreiging zodat hij mee werkte.

6.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 februari 2021 van de politie eenheid Den Haag met nr. 2020368436-95. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 93 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

In een onderzoek werd onder de [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2003 onder andere een iPhone 7 in beslag genomen.

Ik heb de data afkomstig van deze telefoon onderzocht en daarbij het volgende bevonden:

Device info

Apple ID [e-mailadres 1]

Apple ID [e-mailadres 2]

Owner Name Iphone

[IMEI nummer 1]

Last user [telefoonnummer 1]

Uit bovenstaande blijkt dus dat het de telefoon op het moment van de inbeslagname gebruik maakte van het [telefoonnummer 1] .

WA chatgesprek met 'Mama'

Op de telefoon trof ik een WhatsApp chatgesprek aan met het contact ‘Mama’, met het [telefoonnummer 2] . Ik heb in verband met een eerdere aanhouding van [verdachte] telefonisch contact gehad met [moeder verdachte] , de moeder van [verdachte] . Ik heb met haar telefonisch contact gehad via het genoemde telefoonnummer. Tijdens het WhatsApp chatgesprek noemt de gebruiker van de telefoon het contact 'Mama', 'mama' of 'mam'. Tevens blijkt uit het chatgesprek dat het contact 'Mama' de moeder is van [verdachte] . De gesprekken met 'Mama' kruisen de gesprekken met het contact [voornaam medeverdachte] , welke betrekking hebben op de diefstallen met geweld en vrijheidsbenemingen binnen onderzoek Groen in de periode van 1 december tot en met 4 december 2020. Hieruit blijkt dus dat [verdachte] de gebruiker van de telefoon was tijdens de gesprekken met [voornaam medeverdachte] .

Ook na 4 december 2020 blijft [verdachte] via dit WhatsApp chatgesprek contact te houden met zijn moeder en was hij dus ook de gebruiker van deze telefoon op en rond het moment van de diefstallen met geweld en vrijheidsbenemingen op 5 en 8 december 2020. Zo vraagt zijn moeder op 5 december 2020 om 23:43 uur of hij naar huis komt, omdat het al laat is.

WA chatgesprek met [voornaam medeverdachte]

Op de telefoon trof ik een WhatsApp chatgesprek aan met het contact [voornaam medeverdachte] , met het [telefoonnummer 3] . Dit telefoonnummer staat op naam van […] [achternaam] , woonachtig op de [f-straat 1] in [plaats] . Op dit adres staan twee personen ingeschreven met de voorletter […] .

[medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 of zijn vader, [vader medeverdachte] . [medeverdachte] is regelmatig gecontroleerd samen met [verdachte] .

Op 1 december 2020 om 12:08 uur stuurt [verdachte] :

"Jo,,

"Neef begin"

"Weer paar pedos"

"Te cc"

"Dan ga ik dat ook weer doen"

Hierop zegt [voornaam medeverdachte] dat hij die app gaat downloaden. Hij vraagt om een telefoonnummer, want zijn nummer is "geband". Vervolgens stuurt [voornaam medeverdachte] een overzicht van een aantal chatgesprekken en een bericht van Planet Romeo met de tekst 'Hallo [accountnaam] . Bedankt voor het aanmelden!

[verdachte] vraagt vervolgens of dit het oude of nieuwe account is. Hij zegt dat ze "ze voll gaan bosse". [voornaam medeverdachte] zegt het nieuwe account en dat ze ze 'kk' hard gaan aanpakken. Hij heeft nu al 20 mensen, 10 oude mannen. Hierop stuurt [voornaam medeverdachte] een screenshot van een foto van een man met ontbloot bovenlijf. [verdachte] zegt dat [voornaam medeverdachte] zich moet voordoen als 15, 16 of 17 jaar en dan slaan ze ze helemaal de "kk'".

[voornaam medeverdachte] zegt dat iemand vraagt of ze om 21 uur kunnen.

[verdachte] zegt hierop "Gaan we jij ik [naam 2] poeperd", "We gaan hem kkr hard bossen". [voornaam medeverdachte] stuurt hierop een screenshot van een foto met de naam ' [naam 3] ' en de plaatsnaam ' [plaats] '. Vervolgens stuurt [voornaam medeverdachte] dat deze vanavond wilt komen.

Ik heb de rijbewijsfoto van [slachtoffer 1] bekeken en zag dat dit dezelfde man was als de man op de foto die [voornaam medeverdachte] verstuurde naar [verdachte] .

[verdachte] zegt dat hij rond vier uur, half vijf naar school moet in [plaats] . Dit blijkt ook uit het chatgesprek met zijn moeder. Hierin komt namelijk ter sprake dat [verdachte] om 16:15 uur in [plaats] moet zijn voor een gesprek met zijn docent.

[verdachte] zegt dat "ze vanavond kkr hard gaan bossen", want hij moet stress kwijt. [verdachte] zegt dat [voornaam medeverdachte] tegen die man moet zeggen dat hij 15 jaar is en een heel groot poepgat heeft. [voornaam medeverdachte] zegt dat ze er vanavond, morgen en zaterdag eentje hebben.

[verdachte] vraagt of [voornaam medeverdachte] met hem bij [natuurgebied] heeft afgesproken. [voornaam medeverdachte] zegt dat hij bij de flat van de eerste pedo heeft afgesproken. [verdachte] vraagt [naam 4] , waarop [voornaam medeverdachte] dit bevestigt.

[verdachte] zegt om 18:33 uur dat hij poeperd gaat ophalen. [verdachte] en [voornaam medeverdachte] spreken vervolgens bij ‘ [naam 5] ’ af.

Op 2 december 2020 om 14:06 uur zegt [verdachte]

"Ik liet die man zwemmen gister jonge".

[voornaam medeverdachte] zegt hierop:

"Ja kk hond"

"Ik moest t water in"

"Hij was bijna dood"

Op 4 december 2020 om 12:23 uur vraagt [verdachte] "Vnv komt er een pedotje tag". Hierop zegt [voornaam medeverdachte] "Denkt wel". [verdachte] zegt dat [voornaam medeverdachte] er een moet fixen. Om 16:07 uur vraagt [verdachte] weer of [voornaam medeverdachte] wat geregeld heeft. [voornaam medeverdachte] denkt van wel. Vervolgens zegt [voornaam medeverdachte] dat hij hem naar morgen verzet. Dit zou dan zijn 5 december 2020. [verdachte] dringt er op aan dat [voornaam medeverdachte] moet zeggen dat hij nu komt. Hier reageert [voornaam medeverdachte] niet meer.

Locatiegegevens 5/6 december 2020

Voorafgaand aan de diefstal met geweld/vrijheidsbeneming op 1 december 2020 werden de volgende locatiegegevens opgeslagen:

5 december 2020 18:52 uur: [g-straat] [plaats]

5 december 2020 19:54 uur: [h-straat]

5 december 2020 20:04 uur: [g-straat] [plaats]

5 december 2020 21:23 uur: [i-straat]

Op 5 december om 22:26 en 23:28 uur was de telefoon op of rond de [j-straat] in [plaats] . Dit is in de directe omgeving van de [b-straat] , de locatie waar [slachtoffer 2] ' [naam 1] ' heeft ontmoet. [slachtoffer 2] verklaarde dat hij in eerste instantie vlakbij deze locatie werd vastgehouden. Gedurende deze periode gingen er af en jongens weg, vermoedelijk om te pinnen.

Op 6 december 2020 00:33 uur was de telefoon op of rond [k-straat] [plaats] . Om 00:52 en 01:12 uur was de telefoon vervolgens weer terug op of rond de [j-straat] .

Op 6 december 2020 om 01:34 uur was de telefoon op of rond de [a-straat] in [plaats] . Dit is direct naast park [natuurgebied] . De aangever [slachtoffer 2] verklaarde dat hij in eerste instantie in de directe omgeving van de [b-straat] werd vastgehouden, maar later verder [natuurgebied] in werd meegenomen en daar werd vastgehouden door de daders. [slachtoffer 2] verklaarde dat er ook gedurende deze periode er af en toe jongens weg gingen, mogelijk om te pinnen.

Op 6 december 2020 om 02:56 uur was de telefoon op of rond de [l-straat] in [plaats] . Om 03.46 uur was de telefoon weer op of rond de [a-straat] , waarna de telefoon om 04:09 uur weer op of rond de [l-straat] is. Deze laatstgenoemde locatie bevindt zich in de directe omgeving van de woning van de verdachte [medeverdachte] .

Op 6 december 2020 om 04.33 uur bevindt de telefoon zich op of rond de [m-straat] in [plaats] . Hier bevindt zich de woning van [verdachte] .

Op 6 december 2020 om 12:59 uur bevindt de telefoon zich op of rond de [f-straat] in [plaats] . Hier bevindt zich de woning van de verdachte [medeverdachte] .

7.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende:

U houdt mij een WhatsApp bericht voor dat met mijn telefoon aan mijn moeder is gestuurd op 1 december 2020 om 14:01 en een Whatsappbericht dat aan [voornaam medeverdachte] om 14:02 is gestuurd en stelt dat uit beide naar voren komt dat ik rond 16:00 uur in [plaats] moet zijn.

Ik zat in die periode in [plaats] op school.

8.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2021 van de politie eenheid Den Haag met nr. 2020368436-94. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 208 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Het [telefoonnummer 1] staat op naam van [moeder verdachte] adres [m-straat 1] , [postcode 1] in [plaats] . [moeder verdachte] is de moeder van [verdachte] . Dat het [telefoonnummer 1] door [verdachte] werd gebruikt blijkt het feit dat op 28 januari 2021 de telefoon van [verdachte] in beslag was genomen waarin een SIM kaart zat met het [telefoonnummer 1] .

Op 1 december 2020 waren er om 18:35, 20:05 en 21:50 uur uitgaande contacten geregistreerd tussen het [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte] ). Tussen 21:37 en 22:06 uur maakte het [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) tijden geregistreerde contacten gebruik van de zendmast met CelllD […] van T-Mobile. Deze zendmast staat aan de [n-straat 1] , [postcode 2] in [plaats] . De richting van deze zendmast is 240° ten opzichte van het noorden en staat onder andere in de richting van [natuurgebied] en de flats aan de [a-straat] in [plaats] .

[verdachte] staat ingeschreven op het adres [m-straat 2] , [postcode 1] in [plaats] .

9.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2021 van de politie eenheid Den Haag met nr. 2020368436-149. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 939 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

In PV 95 wordt gerelateerd over het onderzoek van de iPhone 7 welke bij [verdachte] in beslag is genomen. Bij het exporteren van een aantal gegevens vanuit de telefoon, is abusievelijk geen rekening gehouden met de tijdzone. De weergegeven tijd (UTC+0), is namelijk een uur vroeger dan de daadwerkelijke tijd (UTC+1). Deze rectificatie heeft met name betrekking op het chatgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte] en de locatiegegevens, weergegeven in PV95.

Chatgesprek [verdachte] en [medeverdachte]

De benoemde tijdstippen in PV95 moeten een uur later zijn.

Locatiegegevens telefoon [verdachte]

De benoemde tijdstippen in PV95 moeten een uur later zijn.

10.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 maart 2021 van de politie eenheid Den Haag met nr. 2020368436-125. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 653 e.v.):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar

In het onderzoek dat heeft plaatsgevonden naar de inhoud van de telefoon van [verdachte] werd de een chat met mede verdachte [medeverdachte] aangetroffen. Deze chat werd gedaan middels de applicatie WhatsApp.

Te zien is dus dat [voornaam medeverdachte] met [telefoonnummer 3] in het blauw communiceert met owner (eigenaar) met [telefoonnummer 1] , die in het groen communiceert. Het betreft de chat van 1 december 2020 t/m 4 december 2020 over het regelen en "bossen" van pedo’s.

In de telefoon van [verdachte] werd tevens een WhatsApp chat aangetroffen tussen hem (owner met [telefoonnummer 1] ) en wederom in het groen gekleurd met zijn moeder, aangegeven met Mama met nummer [telefoonnummer 2] en in het blauw gekleurd.

Dit betreft de data 1 december 2020 t/m/ 4 december 2020.

Te zien valt dat de chats tussen hem en [medeverdachte] en de chat tussen hem en zijn moeder elkaar steeds kruisen op datum en tijdstippen.

In de opgevraagde historische mastgegevens is tevens te zien dat het [telefoonnummer 1] de gehele opgevraagde periode (01-11-2020 – 02-01-2021) in het zelfde telefoontoestel, voorzien van [IMEI nummer 2] , heeft gezeten.

11.

Een geschrift, zijnde een WhatsAppgesprek tussen [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 3] , als weergegeven op pagina 176.

From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net (owner)

To: [telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [voornaam medeverdachte]

Ik liet die man zwemmen gister jonge

Participant Delivered Read Played

[telefoonnummer 3] @ 2-12-2020

s.whatsapp.net 14:06:29 (UTC+

[voornaam medeverdachte] 0)

Status: Sent

Platform: mobile

2-12-2020 14:06:29 (UTC+0)

12.

Een geschrift, zijnde een WhatsAppgesprek tussen [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] , als weergegeven op pagina 112.

From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net (owner)

To: [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net Mama

Mam ik ben nu klaar kan je de docent niet vragen of we uurtje eerder kennen komen

Participant Delivered Read Played

[telefoonnummer 2] @s.what 1-12-2020

sapp.net Mama 14:01:46 (UTC+0)

Status: Sent

Platform: Mobile

1-12-2020 14:01:45 (UTC+0)

[telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net Mama

We vertrekken 16:15u over eennuur

Platform: Mobile

1-12-2020 14:17:52 (UTC+0)

13.

Een geschrift, zijnde een WhatsAppgesprek tussen [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 3] , als weergegeven op pagina 155.

From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net (owner)

To: [telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [voornaam medeverdachte]

Maar ik ga half 5 4 uur […]

Participant Delivered Read Played

[telefoonnummer 3] 1-12-2020

@s.whatsapp. 14:02:17 (UTC

net [voornaam medeverdachte] +0)

Status: Sent

Platform: Mobile

1-12-2020 14:02:16 (UTC+0)

[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [voornaam medeverdachte]

Waarheen

Platform: Mobile

1-12-2020 14:02:23 (UTC+0)

From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net (owner)

To: [telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [voornaam medeverdachte]

School maat ze me anders van werk afschoppen

Participant Delivered Read Played

[telefoonnummer 3] @ 1-12-2020

s.whatsapp.net 14:02:39 (UTC+

[voornaam medeverdachte] 0)

Status: Sent

Platform: Mobile

1-12-2020 14:02:38 (UTC+0)

[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [voornaam medeverdachte]

Waar heb je scorro dan

Platform: Mobile

1-12-2020 14:02:59 (UTC+0)

From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net (owner)

To: [telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [voornaam medeverdachte]

Vnv gaan we kkr hard bossen walla ik moet stress kwijt

Participant Delivered Read Played

[telefoonnummer 3] @s. 1-12-2020

whatsapp.net 14:03:03 (UTC+0)

[voornaam medeverdachte]

Status: Sent

Platform: Mobile

1-12-2020 14:03:02 (UTC+0)

From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net (owner)

To: [telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net [voornaam medeverdachte]

[plaats]

Participant Delivered Read Played

[telefoonnummer 3] 1-12-2020

@s.whatsapp. 14:03:06 (UTC

net [voornaam medeverdachte] +0)

Status: Sent

Platform: Mobile

1-12-2020 14:03:05 (UTC+0)”

Blijkens de toelichting valt het middel in drie deelklachten uiteen. In de eerste plaats klaagt de steller van het middel dat (i) “het hof ten onrechte, althans op onjuiste, onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden” het medeplegen bewezen heeft verklaard. Hiertoe wordt aangevoerd dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving dan wel diefstal met geweld van [slachtoffer 2] . Dat de telefoon van verdachte nabij de plaats van het delict is geweest, is daartoe onvoldoende. Datzelfde geldt voor de in die telefoon aangetroffen chatberichten. Bovendien hadden die berichten betrekking op [slachtoffer 1] en werd daar niet gesproken over wederrechtelijke bevoordeling of vrijheidsberoving. Nergens uit blijkt dat verdachte daadwerkelijk aanwezig is geweest, laat staan dat kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking. Verder (ii) “heeft het hof niet gemotiveerd dat en waarom” bij verdachte dubbel opzet heeft bestaan en ontbreekt volgens de steller van het middel (iii) “een dragende redengeving voor opzet op het gebruik van geweld dat de kwalificatie van art. 312 Sr rechtvaardigt”. De deelklachten lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

Voor de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Medeplegen vergt in ieder geval dat de verdachte een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht aan het delict heeft geleverd. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen – bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" – een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving. Als sprake is van een gezamenlijke uitvoering van het delict, dan is de kwalificatie medeplegen vrijwel altijd gerechtvaardigd.

Het is niet altijd geheel duidelijk welke rol een verdachte precies heeft gehad bij een strafbaar feit. Dit staat een veroordeling voor medeplegen echter niet zonder meer in de weg. Zo wees ik er in een eerdere conclusie al op dat ingeval de verdachte onder omstandigheden wordt aangetroffen die zeer indicatief zijn voor het scenario waarin de verdachte schuldig is aan het medeplegen, maar tegelijkertijd op basis van deze omstandigheden alternatieve scenario’s waarin de verdachte onschuldig is of hem slechts een minder ernstig of een ander verwijt kan worden gemaakt niet kunnen worden uitgesloten, van de verdachte mag worden gevergd dat hij een aannemelijke verklaring aflegt over de – in het licht van het tenlastegelegde – relevante belastende omstandigheden. De verdachte is immers degene die in zo’n geval uitsluitsel kan geven over hetgeen heeft plaatsgevonden. Doet hij dat niet, dan kan een veroordeling voor medeplegen volgen. Als de omstandigheden waaronder de verdachte wordt aangetroffen echter op zichzelf vooral in de richting van medeplichtigheid of onschuld van de verdachte wijzen, dan kan het uitblijven van een verklaring van de verdachte voor de belastende omstandigheden waaronder hij is aangetroffen niet alsnog worden veroordeeld voor medeplegen.

Verder geldt voor medeplegen het zogenaamde dubbel opzetvereiste: opzet op de samenwerking en opzet op de verwezenlijking van het grondfeit. Dat betekent niet dat bij de deelnemers exact hetzelfde grondfeit voor ogen moeten hebben gestaan. Een wat andere afloop en invulling van het grondfeit dan de deelnemer had beoogd, zit vaak in de rol van deelnemer en dus in zijn opzet ingebakken, al was het maar omdat men de gang van zaken niet in de hand heeft zoals de pleger dat wel heeft. Evenmin is vereist dat de verdachte op de hoogte is van de precieze gedragingen van zijn mededaders. Zo kunnen verschillen worden weggewerkt via het voorwaardelijk opzet en kan de medepleger strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de handeling van de feitelijk pleger voor zover deze binnen het gezamenlijk opzet kan worden gebracht. Dat ligt evenwel anders wanneer het opzet onderling teveel of wezenlijk uiteenloopt en de feitelijk pleger substantieel verder gaat dan waarop het opzet van de medepleger is gericht. In dat geval kan de medepleger daarvoor niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld en moet de medepleger naar zijn eigen opzet worden beoordeeld en gekwalificeerd.

Terug naar de onderhavige zaak. Het hof heeft allereerst – en niet onbegrijpelijk – vastgesteld dat de telefoon die onder de verdachte in beslag is genomen bij de verdachte in gebruik was. Dit heeft het hof afgeleid uit de Whatsappberichten die zijn verstuurd naar het telefoonnummer van de moeder van de verdachte waarbij de gebruiker van de telefoon het contactpersoon ‘mama’ of ‘mam’ noemt (bewijsmiddelen 6, 8 en 12). Het hof stelt verder vast dat de gesprekken met [medeverdachte] en de gesprekken met het contact ‘mama’ elkaar afwisselen/kruisen, in die zin dat sommige berichten zeer kort na elkaar worden verzonden (bewijsmiddelen 10, 12 en 13). Daarnaast blijkt uit die berichten onder meer dat de verdachte in [plaats] op school zat, hetgeen de verdachte ook ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard (bewijsmiddelen 7 en 13). Vervolgens komt het hof tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die de chatgesprekken met [medeverdachte] heeft gevoerd, zodat de verklaring van de verdachte dat hij zijn telefoon tegen betaling zou hebben uitgeleend en de berichten door een ander zouden zijn verstuurd, als onaannemelijk terzijde wordt geschoven. Uit deze chatberichten volgt onder meer dat op 1 december 2020 tussen de verdachte en [medeverdachte] wordt gesproken over het afspreken met “pedos”, dat de verdachte stuurt “vnv gaan we kkr hard bossen walla ik moet stress kwijt” en dat [medeverdachte] stuurt dat ze er “vanavond, morgen en zaterdag eentje hebben” (bewijsmiddelen 6 en 13). Verder blijkt uit deze chatberichten dat op 4 december 2020 de verdachte aan [medeverdachte] stuurt “Vnv komt er een pedotje tag" waarop [medeverdachte] uiteindelijk stuurt dat hij hem naar morgen verzet (bewijsmiddel 6). Het bewezenverklaarde ten aanzien van [slachtoffer 2] vond die volgende avond, te weten de avond van 5 op 6 december 2020, plaats (bewijsmiddelen 2, 3 en 4). Het hof heeft de betrokkenheid van de verdachte blijkens diens bewijsvoering niet enkel afgeleid uit deze chatberichten. Ook de locatiegegevens van de telefoon van verdachte komen overeen met het door [slachtoffer 2] geschetste (tijds)verloop (bewijsmiddelen 3, 6 en 9).

Gelet op het vorenstaande acht ik ’s hofs oordeel dat sprake is van medeplegen geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en verder niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij neem ik in aanmerking dat het hof bij zijn waardering van het bewijs heeft betrokken – en ook heeft kunnen betrekken – dat een aannemelijke, het tenlastegelegde ontzenuwende verklaring, van de zijde van de verdachte is uitgebleven. Anders dan de steller van het middel betoogt, heeft het hof de bewezenverklaring (aldus) niet enkel en alleen gebaseerd op de in de telefoon van de verdachte aangetroffen chatberichten en de locatiegegevens van deze telefoon. Daarnaast kan nog worden opgemerkt dat uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat de verdachte vier dagen eerder bij soortgelijke feiten betrokken was, namelijk ten aanzien van [slachtoffer 1] . Een afspraak met [slachtoffer 1] kwam op dezelfde wijze tot stand als met [slachtoffer 2] . Een en ander brengt mee dat de eerste deelklacht faalt. De tweede en derde deelklacht is hetzelfde lot beschoren. Het bestaan van dubbel opzet met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde volgt voldoende uit de bewijsvoering van het hof. Tot een nadere motivering was het hof dan ook niet gehouden. Ook met betrekking tot het onder 4 bewezenverklaarde blijkt het opzet op geweld voldoende uit de bewijsvoering van het hof. In de chatberichten tussen de verdachte en [medeverdachte] wordt immers herhaaldelijk gesproken over “bosse(n)”, hetgeen volgens [medeverdachte] “rammen” betekent. Deze berichten hebben niet alleen betrekking op [slachtoffer 1] . Uit deze berichten volgt namelijk ook dat ze er “vanavond, morgen en zaterdag eentje hebben”. Die zaterdag is het 5 december 2020, de bewezenverklaarde pleegdatum ten aanzien van [slachtoffer 2] .

Het eerste middel faalt.

3. Het tweede middel

Het tweede middel bevat de klacht dat sprake is van een schending van art. 6 EVRM, nu de inzendtermijn in cassatie is overschreden.

Op 26 juli 2024 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 28 juli 2025 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Daarmee is de inzendtermijn met ruim zes maanden overschreden. Het middel is terecht voorgesteld.

Verder merk ik ambtshalve op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen meer dan zestien maanden nadat cassatie is ingesteld, zodat – naast de overschrijding van de inzendtermijn – eveneens sprake is van overschrijding van de behandeltermijn. Dat betekent dat ook in dit opzicht inbreuk is gemaakt op het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht.

Het voorgaande dient te leiden tot strafvermindering.

4. Slotsom

Het eerste middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering. Het tweede middel slaagt.

Naast hetgeen ik hiervoor onder 3.3 heb opgemerkt, heb ik ambtshalve geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde jeugddetentie, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?