ECLI:NL:PHR:2026:47

ECLI:NL:PHR:2026:47, Parket bij de Hoge Raad, 13-01-2026, 24/00521

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 13-01-2026
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer 24/00521
Rechtsgebied Strafrecht

Samenvatting

Conclusie AG. Werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd, art. 249.2 (oud) Sr. Verdachte, masseur, heeft tijdens een massage een klant betast. Het middel, dat klaagt over het oordeel dat de verdachte werkzaam was in de maatschappelijke zorg a.b.i. art. 249.2 (oud) Sr, faalt volgens de AG. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/00521

Zitting 13 januari 2026

CONCLUSIE

V.M.A. Sinnige

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 8 februari 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-001499-23) wegens “werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als cliënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd”, veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.250,- en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals bepaald in het arrest.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte “werkzaam was in de maatschappelijke zorg” als bedoeld in art. 249 (oud) Sr onjuist, dan wel ontoereikend gemotiveerd is.

3. De bewijsvoering door het hof

Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

“hij op 13 juli 2021 te [plaats] , terwijl hij werkzaam was in de maatschappelijke zorg, te weten als masseur, ontucht heeft gepleegd met [benadeelde] , die zich als cliënt aan verdachtes zorg had toevertrouwd, door tijdens een massagebehandeling

- die [benadeelde] te betasten bij en/of te drukken op de anus, de vagina en de borsten, en

- zijn, verdachtes, penis een of meerdere malen tegen de handen en tegen het hoofd van die [benadeelde] aan te drukken.”

De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 24 april 2023 verklaard – zakelijk weergegeven –:

Het klopt dat [benadeelde] op die dag een full body massage heeft geboekt en dat ik die heb gegeven. Ik heb haar gemasseerd terwijl zij op haar buik en op haar rug lag. Ik heb ook haar billen gemasseerd toen ze op haar buik lag.

2.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 25 januari 2024 verklaard – zakelijk weergegeven –:

De aangeefster voelde zich in het begin van de massage ongemakkelijk. Ik draaide de aangeefster om omdat ik voelde aan haar glutes (het hof begrijpt: bilspieren) en kuiten dat ze ongemakkelijk reageerde. U vraagt of ik het idee had dat de aangeefster zich ongemakkelijk voelde. Ja, dat voelde ik. Ik heb een opleiding gevolgd van [betrokkene 1] gericht op massages waarbij de cliënt op de buik en de rug ligt.

U vraagt of ik een maand of 4 bij [betrokkene 1] werkte. Korter zelfs.

3.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 december 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2112061100.V. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 18 e.v.):

als de op 6 december 2021 afgelegde verklaring van de verdachte:

Ik heb bijbaantjes gezocht en in april dit jaar vertelde een vriend van mij, [betrokkene 1] , dat hij altijd mensen zoekt. Hij heeft een eigen massage salon, aan de [a-straat] . Het heet [A] . Hij heeft mij opgeleid en na drie weken mocht ik sportmassages geven aan klanten, een paar weken later een zwangerschapsmassage, daarna een duo massage en uiteindelijk ook ontspanningsmassage. Zodoende ben ik aanraking gekomen met werk als masseur.

Op 13 juli 2021 kwam de klant aan, zij was de laatste klant. Ik vroeg haar of ze voor een ontspanningsmassage kwam van 60 minuten. Dat klopte. Ik liet haar omdraaien. Ik heb dit drie keer gedaan bij het been en toen pakte ze mijn hand vast. Ze zei: “ik voel me hier niet prettig bij, ik wil dat je stopt”. Ze ging ook gelijk rechtop zitten. Ze zei: “ik ben niet tevreden met deze behandeling”.

4.

Het proces-verbaal van aangifte van politie Eenheid Rotterdam, met nr. PL1700-2021218915-3. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (p. 4 e.v.):

als de op 29 juli 2021 afgelegde verklaring van [benadeelde] :

Ik wil aangifte doen van aanranding tegen [verdachte] . Het laatste jaar was een zwaar jaar. Ik ben twee keer verhuisd en ik voelde mij best wel gestrest. Ik had spanning in mijn nek en rug. Fysieke spanning.

Toen besloot ik om een massage te nemen. Ik kwam uit op [A] te [plaats] . Ik wilde een massage voor die dag, 13 juli, na mijn werk. [verdachte] was beschikbaar. Ik heb een afspraak gemaakt. Ik kwam daar om 21.00 uur. Het was een full-body massage. Ik ben op mijn buik op de tafel gaan liggen. Nadat hij mijn rug, armen en handen had gedaan ging hij naar mijn onderlichaam. Hij begon mijn billen te masseren. Daar begon het afwijkend te zijn. Hij deed zijn duim heel dicht bij mijn anus. En die andere vier vingers gebruikte hij om mijn billen te masseren. Ik vond dit heel raar. Elke keer als hij mijn dijen masseerde raakte hij mijn vagina aan. Zijn duim lag op mijn anus. Toen ben ik omgedraaid. Ik lag nu op mijn rug. En ook nu, iedere keer als hij bij mijn dijen kwam raakte hij mijn vagina. Op een bepaald moment had hij zijn linkerhand op mijn buik en zijn rechterhand lag echt op mijn vagina. Het klopt dat jullie zien dat ik met mijn hand op mijn clitoris zit. Ik denk dat dit zo’n twee a vier minuten duurde voordat ik hem onderbrak. Op een gegeven moment was hij letterlijk op mijn vagina. Echt stimuleren. Ik zei: “Dit is niet wat ik wil”. Ik lag nog steeds op mijn rug en hij stond ‘achter’ mijn hoofd. Hij masseerde mijn schouders, maar begon ook mijn borsten aan te raken. Alsof wij een seksuele relatie hadden. Ik had geen BH aan. Hij kwam vanaf mijn schouders en als zijn handen onder mijn bersten zijn dan greep hij ze. Hij pakte ze op alle manieren, kneep erin en speelde er mee. Hij duwde ze naar elkaar en van elkaar af. Hij was er echt mee aan het spelen zoals je tijdens de seks doet. Ik stopte hem weer en zei nogmaals dat hij zich op mij rug, handen en voeten moest richten. Ik voelde dat hij zijn penis tegen mijn hoofd drukte. Ik voelde echt een druk tegen mijn hoofd, alsof ik naar beneden werd geduwd. Boven op mijn achterhoofd. Want ik lag natuurlijk op mijn rug en hij stond achter mij. Ik lag op die tafel en mijn hoofd lag ter hoogte van zijn penis. Dat mijn hoofd tegen het kruis van hem aan lag. Ik ben op mijn buik gaan liggen. Toen startte hij de massage van mijn linkerhand. Hij bracht mijn hand iedere keer naar een plek waardoor ik zijn penis raakte. En dit deed hij ook met mijn rechterhand. De volgende dag belde ik naar [A] . Een vrouw nam op. Ik vroeg haar of er een type massage was waar ik een ‘happy ending’ kon krijgen. De vrouw zei: Nee, als je zoiets dergelijks wilt, moet je naar een andere toe”. Toen zei ik tegen haar dat ik gisteravond seksueel misbruikt was door [verdachte] . Ze verbond mij door met de eigenaar, [betrokkene 1] . [betrokkene 1] vroeg mij wat er was gebeurd. Ik heb het hem uitgelegd. Ook hij was verbaasd en geschrokken. Hij vroeg mij een moment geduld te hebben want hij wilde [verdachte] bellen om ook zijn kant van het verhaal te horen. Zo’n dertig tot veertig minuten later belde [betrokkene 1] mij weer. [betrokkene 1] vertelde dat hij gesproken had met [verdachte] . Hij gaf aan dat [verdachte] een aantal dingen die ik had verteld had toegegeven. [verdachte] gaf toe aan de eigenaar dat de plekken die hij had aangeraakt klopte. [betrokkene 1] besloot om het partnerschap met [verdachte] te beëindigen.

5.

Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 oktober 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2110291430.G. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (p. 12):

als de op 27 oktober 2020 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :

Ik ben gebeld door de telefoniste. Ze heeft de dame naar mij doorverbonden. Ze vertelde dat ze een massage had gehad en dat ze het gevoel had dat ze onbehoorlijk aangeraakt was. Ze vertelde dat ze een uur geboekt had bij [verdachte] en dat ze op haar buik lag en dat ze gemasseerd werd. Rug en schouders gingen goed en toen begin hij aan haar benen en ze had het idee dat hij veel te hoog in haar liezen ging. Ze vertelde ook dat haar billen worden gemasseerd. Ze zei dat ze zich moest omdraaien. Toen ging bij mij de rode vlag af, niemand draait zich om. En toen vertelde ze dat hij haar borsten ging masseren. Ze zei dat hij haar hoofd en nek had gemasseerd en daarna haar borst. Ik heb [verdachte] opgeleid voor de achterkant van het lichaam tot 60 minuten. Ik heb hem niet voorkant geleerd en zeker geen borsten. Ze zei dat het een borstmassage was op de manier waarop een geliefde masseert. Hij ging echt over haar borsten heen. Dat klopt niet. Ze zei dat ze de massage had gestopt. Ze had gezegd dat ze zich er niet prettig bij voelde en is gestopt. Ook vertelde ze nog dat toen ze op haar buik lag hij haar hand zodanig heeft geplaatst dat zij zijn geslachtsdeel voelde. Ik heb gelijk [verdachte] gebeld en heb gevraagd wat er aan de hand was. Hij zei dat het helemaal mis ging met de massage. Hij zei dat ze gestopt was. Ze zei dat ze het niet prettig vond. Hij zei dat hij haar gemasseerd had. Hij zei dat ze op een gegeven moment omgedraaid was en toen vroeg ik: “waarom draai je haar om?”. Ik heb haar hoofd, nek en borst gemasseerd. Ik vroeg wat heb je gemasseerd, haar borst of haar borsten. Daar gaf hij niet echt antwoord op, meer van ja gewoon haar borst. Ik zei hierna: “Maar er is nog iets gebeurd of niet?” Toen zei hij: “ja o dat, o dat”. Ik zei dat ik van haar gehoord had dat zij jouw ‘bana’ heeft gevoeld. Hij ontkende dit dus niet, o ja ja dat zei hij. Ik vroeg hem om dit uit te leggen. Hij zei: “ja bro ik legde haar hand op een bepaalde manier om haar arm te masseren en toen is dat gebeurd”. Toen werd ik boos. Ik heb hem toen gelijk ontslagen.

6.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Rotterdam van 26 augustus 2022. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven –:

als de op 26 augustus 2022 tegenover deze rechter-commissaris afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :

[verdachte] kwam bij mij werken en hij moest het vak nog leren. De masseurs leid ik zelf op. Ik heb daarbij een vast protocol. Pas bij een behandeling van 90 minuten draait de te masseren persoon zich om. Ik heb [verdachte] heel kort in opleiding gehad. Ik heb hem dus niet geleerd om te masseren terwijl de klant op zijn of haar rug ligt. Ik heb hem dus ook niet geleerd om de klant om te draaien. Daarvoor geldt een speciaal protocol. Ik heb hem niet geleerd om de borsten te masseren. Er wordt bij mij ook geen borstmassage gegeven. U vraagt mij of ik [verdachte] heb aangeleerd hoe een bilmassage gaat. Ja. Je volgt de contouren van de bilspier. De bil wordt altijd netjes afgedekt en je ontbloot het gedeelte wat gemasseerd wordt. Je komt niet bij de bilspleet.”

Het hof heeft het volgende overwogen:

“Anders dan de rechtbank, acht het hof met de advocaat-generaal bewezen dat de verdachte de ontuchtige handelingen met aangeefster heeft verricht, terwijl hij werkzaam was in de maatschappelijke zorg als bedoeld in artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht. Daartoe overweegt het hof het volgende.

Aangeefster had een massage geboekt bij een massagesalon die ontspanningsmassages aanbiedt. Ontspanningsmassages vormen een gangbare manier voor mensen om – met de hulp van een professional – mentaal en fysiek tot rust te komen. Dat was ook wat aangeefster wilde; ze voelde stress en had spanning in haar nek en rug, waarop zij besloot een massage te boeken. Naar het oordeel van het hof kan een dergelijke ontspanningsmassage dan ook worden geschaard onder maatschappelijke zorg, zoals daaronder pleegt te worden verstaan in het maatschappelijke verkeer. Voorts overweegt het hof, anders dan de rechtbank, dat daaraan niet afdoet dat het een eenmalige, commerciële overeenkomst betreft.

De verdachte was ten tijde van het tenlastegelegde vier maanden, althans al enige tijd, werkzaam als professioneel masseur bij de desbetreffende massagesalon, waar hij klanten tegen betaling masseerde in een kamer voorzien van een daarvoor bestemde massagetafel. De verdachte heeft daartoe een opleiding genoten, verschaft door de eigenaar van de massagesalon. De verdachte had als masseur een zeker psychisch overwicht, nu aangeefster zich in een kwetsbare en afhankelijke positie bevond ten opzichte van de verdachte. Zij heeft zich immers, terwijl zij grotendeels ontbloot op de massagebank lag, overgegeven aan de zorg van de verdachte en mocht daarbij op zijn professionaliteit vertrouwen.

Het hof is onder deze omstandigheden van oordeel dat de verdachte de tenlastegelegde gedraging heeft begaan terwijl hij werkzaam was in de maatschappelijke zorg en dat de verweten gedraging zodoende heeft plaatsgevonden in een zorgverlenend kader.”

4. De bespreking van het middel

Uit de hiervoor weergegeven bewijsvoering van het hof kan het volgende worden afgeleid. De verdachte was een aantal maanden als masseur werkzaam bij een massagesalon, waar hij een opleiding heeft genoten om massages te geven van maximaal 60 minuten waarbij de klant op de buik ligt. De aangeefster had een massage geboekt van 60 minuten bij de verdachte, omdat zij stress ervaarde en last had van spanning in haar nek en rug. Tijdens de massage heeft de verdachte bij het masseren van de billen en de dijen van de aangeefster haar anus en vagina aangeraakt. Daarnaast heeft hij haar – tegen de gegeven massage-instructies in – op enig moment laten omdraaien op haar rug en haar borsten gemasseerd. Voorts heeft hij tijdens de massage zijn penis tegen het hoofd en de handen van de aangeefster geduwd.

Art. 249 lid 2, onder 3, (oud) Sr stelt strafbaar het plegen van ontucht door iemand die werkzaam is in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd. De vraag die hier centraal staat is of de verdachte, in zijn hoedanigheid als masseur, werkzaam was in de maatschappelijke zorg.

Het hof heeft geoordeeld dat een ontspanningsmassage kan worden geschaard onder maatschappelijke zorg en heeft daartoe overwogen dat ontspanningsmassages een gangbare manier voor mensen vormen om – met de hulp van een professional – mentaal en fysiek tot rust te komen, zoals voor de aangeefster in de voorliggende zaak, die een massage had geboekt omdat zij stress voelde en spanning in haar nek en rug had. Het hof heeft voorts in aanmerking genomen dat de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde vier maanden, althans al enige tijd, werkzaam was als professioneel masseur bij een massagesalon, dat hij een opleiding heeft genoten van de eigenaar van deze massagesalon en dat hij in deze salon klanten tegen betaling masseerde in een kamer met een daarvoor bestemde massagetafel. Het hof acht verder van belang dat de verdachte als masseur een zeker psychisch overwicht had, nu de aangeefster zich in een kwetsbare en afhankelijke positie bevond ten opzichte van de verdachte, doordat zij zich – terwijl zij grotendeels ontbloot op de massagebank lag – heeft overgegeven aan zijn zorg. De aangeefster mocht in deze omstandigheden op de professionaliteit van de verdachte vertrouwen, aldus het hof. Op grond van het voorgaande is het hof tot de gevolgtrekking gekomen dat de verdachte de tenlastegelegde gedraging heeft begaan terwijl hij werkzaam was in de maatschappelijke zorg en dat de verweten gedraging zodoende heeft plaatsgevonden in een zorgverlenend kader.

Het middel behelst de klacht dat dit oordeel onjuist dan wel ontoereikend gemotiveerd is, nu de verdachte:

- slechts als ontspanningsmasseur heeft opgetreden;

- de aangeefster maar gedurende één kortdurende massagesessie heeft behandeld;

- een zeer beperkte interne en informele cursus heeft gehad en korter dan vier maanden als masseur heeft gewerkt, en

- zich niet heeft gepresenteerd als een “mental coach” en geen psychische hulp of behandeling heeft aangeboden.

In aanvulling daarop voeren de stellers van het middel aan dat uit de bewijsmiddelen geen enkele andere vorm van afhankelijkheid, psychisch overwicht of een (bijzondere) behandelrelatie kan worden afgeleid en dat de enkele omstandigheid dat de aangeefster zich grotendeels ontbloot op de massagebank bevond daarvoor niet voldoende is.

Het middel klaagt daarover mijns inziens tevergeefs. Ik refereer in dat kader met instemming aan de conclusie van A-G Aben van 2 december 2025 in een zaak waarin een eigenaar van een massagesalon werd verdacht van ontucht tijdens een (enkele) massagesessie. Aben vat in zijn conclusie de relevante wetsgeschiedenis en jurisprudentie aangaande art. 249 lid 2, onder 3, (oud) Sr samen. Zo is niet vereist dat sprake is van een zakelijke overeenkomst of een behandelovereenkomst, en evenmin dat sprake is van een erkende hulpverlener. Aben verwijst verder naar een conclusie van A-G Vellinga, die onder meer inhoudt:

“Kern van het werkzaam zijn in de maatschappelijke zorg zal moeten zijn dat het gaat om personen die hulp verlenen aan een ander, en wel in een relatie – de wet spreekt van patiënt of cliënt – die een zeker professioneel karakter heeft. Uit het feit dat het gaat om verlenen van hulp vloeit als vanzelf voort dat de relatie tussen hulpzoekende en hulpbiedende wordt gekenmerkt door een zekere mate van afhankelijkheid van de hulpzoekende van de hulpbiedende. De hulpzoekende vraagt immers om hulp, vertrouwt zich toe aan diens zorg en maakt zich zo tot op zekere hoogte afhankelijk van degene aan wie hij hulp vraagt, zeker wanneer het niet gaat om een incidenteel maar herhaaldelijk contact van de hulpzoekende met de hulpbiedende. Die afhankelijkheid wordt nog versterkt wanneer de hulpbiedende zich daarbij opstelt als professioneel hulpverlener en voor het verlenen van hulp wordt betaald. De hulpbiedende geeft daarmee immers aan dat hij naar een zekere professionele standaard hulp kan bieden, daarmee het vertrouwen wekkend bij de hulpzoekende dat hij deskundig is in het bieden van de gevraagde hulp.

(…)

Onder maatschappelijke zorg zou ik willen begrijpen al die zorg die erop is gericht mensen in de maatschappij staande te houden.”

Aben concludeert dat het hof zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting heeft kunnen oordelen dat de verdachte werkzaam was in de ‘maatschappelijke zorg’, nu de werkzaamheden van de verdachte een professioneel karakter hadden en sprake was van een zorgrelatie tussen een hulpzoekende en een hulpverlener, in die zin dat de aangeefster voor een massage bij de verdachte kwam en dat de verdachte naar aanleiding van die ‘hulpvraag’ zijn werkzaamheden uitvoerde. Aben wijst voorts op de vaststellingen van het hof dat de massagetechnieken die de verdachte gebruikte naar zijn zeggen gericht waren op de gezondheid van de klant en dat de aangeefster zich tijdens de massage in een afhankelijke, kwetsbare positie bevond ten opzichte van de verdachte, waarbij hij, staande naast haar, een fysiek overwicht had.

Tegen deze achtergrond meen ik dat het oordeel van het hof dat de verdachte werkzaam was in de maatschappelijke zorg niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt en toereikend is gemotiveerd. De vaststellingen van het hof daarover houden immers onder meer in dat de massage plaatsvond in een professionele setting en naar aanleiding van een hulpvraag van de aangeefster. Dat de aangeefster slechts eenmaal bij de verdachte is geweest voor een massagesessie en de verdachte kortgeleden als masseur was begonnen en verder geen psychische hulp heeft geboden, maakt dat niet anders. Het hof heeft voorts op grond van de omstandigheden waaronder de massage plaatsvond – waarbij de aangeefster zich in een kwetsbare en afhankelijke positie bevond, doordat zij grotendeels ontbloot op de massagebank lag terwijl de verdachte naast haar stond – kunnen oordelen dat de verdachte een zeker overwicht (psychisch alsook fysiek) had.

Het middel faalt.

5. Slotsom

Het middel faalt en kan worden afgedaan met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.

Ambtshalve merk ik op dat indien de Hoge Raad uitspraak doet na 15 februari 2026, de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM zal worden overschreden. Verder heb ik ambtshalve geen grond voor vernietiging van het arrest aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?