ECLI:NL:PHR:2026:502

ECLI:NL:PHR:2026:502

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 02-06-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer 24/04714
Rechtsgebied Strafrecht

Samenvatting

Conclusie AG. Eendaadse samenloop diefstal met geweld in vereniging en medeplegen poging afpersing. Klachten over schending unus testis nullus testis-regel (art. 342.2 Sv) en denaturering verklaring aangever falen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/04714

Zitting 2 juni 2026

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 24 december 2024 door het gerechtshof Amsterdam wegens “de eendaadse samenloop van onder 1 primair diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en onder 2 primair poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest. Verder heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij en in dit verband aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd.

Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam , één middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

Het middel bevat twee bewijsklachten. In de eerste plaats wordt geklaagd dat het hof ten onrechte het bewijs heeft aangenomen op slechts de verklaring van één getuige, althans dat het hof de verwerping van het daaromtrent gevoerde verweer onvoldoende met redenen heeft omkleed. Ten tweede wordt geklaagd dat het hof de tot het bewijs gebezigde verklaring van de aangever heeft gedenatureerd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“1. primair

hij op 9 februari 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, een telefoon (type Iphone S6), die aan [aangever] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- in een auto aan die [aangever] een taser te tonen en voor het gezicht, van die [aangever] te houden en

- die [aangever] meermaals te taseren in/op de benen,

- die [aangever] dreigend de woorden toe te voegen: ‘We maken je gewoon dood’ en “We maken je dood, we hebben er schijt aan”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

- die [aangever] (met kracht) vast te pakken en in een (wurg)greep te houden en tegen te houden de auto te verlaten;

- meermaals met een mes, althans een scherp puntig voorwerp, in het (boven)been en de rug en armen en in de hand, althans het lichaam, van die [aangever] te steken;

2. primair

hij op 9 februari 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [aangever] te dwingen tot de afgifte van de toegangscode van de telefoon van die [aangever] , die aan een ander toebehoorde en welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

- in een auto aan die [aangever] een taser heeft/hebben getoond en voor het gezicht, van die [aangever] gehouden en

- meermaals in/op de benen van die [aangever] heeft/hebben getaserd,

- die [aangever] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: ‘We maken je gewoon dood’ en “We maken je dood, we hebben er schijt aan”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

- die [aangever] (met kracht) heeft/hebben vast gepakt en in een (wurg)greep gehouden en tegen gehouden de auto te verlaten;

- meermaals met een mes, althans een scherp puntig voorwerp, in het (boven)been en de rug en armen en in de hand, althans het lichaam, van die [aangever] gestoken;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”

Het hof heeft de bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen:

1. Een proces-verbaal van aangifte van 10 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina’s ZD 8 - ZD 14.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [aangever]:

Plaats delict: [plaats] .

Pleegdatum/tijd: 9 februari 2018 tussen 21:15 en 22:52 uur.

Ik ben meerdere keren gestoken met een mes en meerdere malen getaserd. Gistermiddag belde [verdachte] mij op mijn mobiele telefoon. Omstreeks 21:15 uur stond hij voor de deur.

Ik ben samen met [verdachte] in mijn auto gaan zitten. Ik reed. Die jongens wilden gaan blowen. Dat vond ik raar, ik heb daar niet zoveel mee. [verdachte] zei dat ze wilden gaan blowen. [verdachte] stelde voor om eerst naar [A] te rijden om daar wat te blowen. Ik begreep wel dat ze dat ergens achteraf wilden gaan doen. Ik vond het prima, maar ik deed niet mee. Ik heb zelf ergens mijn auto geparkeerd. De mini zetten ze ernaast. Ze stapten eerst uit de auto. Ik ben weer bij hun ingestapt. De wat grotere, dikke jongen zat rechts van mij achterin, [verdachte] zat links van mij, zijn neefje rechtsvoor en de bestuurder zat nog steeds achter het stuur.

Bij de ABN Amro stapte de bestuurder uit. Ik denk dat het rond 21:35 uur was op dat moment. Hij kwam terug en toen sloeg de sfeer om. [verdachte] maakte mij duidelijk dat ik rustig moest blijven. Hij zei: " [aangever] , ik ga je nu wat vertellen en je moet doen wat ik zeg." Degene op de bijrijdersstoel pakte mijn telefoon en ik moest mijn code geven. Dat wilde ik niet. [verdachte] pakte een taser uit zijn rechter jaszak en die deed hij aan.

Ik heb een witte I-phone 6 S.

Ondertussen reden we, ze zeiden meerdere keren dat ik de code moest geven. [verdachte] werd meer boos en zei: “We maken je gewoon dood, we maken je gewoon dood.” Die jongen die rechts van mij zat pakte mij beet bij mijn rechterarm. Hij pakte met beide handen mijn bovenarm vast. Ik probeerde los te komen. [verdachte] hield de taser een paar keer tegen mijn linkerbeen bij mijn kuit. Die taser voelde ik niet, ik zag het blauwe licht er wel vanaf komen.

Er ontstond weer een worsteling. [verdachte] en de dikkere jongen wierpen zich op mij. [verdachte] greep mij van achteren bij mijn keel door zijn arm om mijn nek te leggen. Hij trok mij zo weer terug naar de achterbank. Die andere jongen pakte mijn rechterarm en trok mij ook naar achteren. [verdachte] was min of meer gaan staan op de achterbank waardoor hij mij tegen zich aandrukte en ik geen kant meer op kon. [verdachte] hield mij in een wurggreep. De bijrijder had kennelijk ergens de taser overgepakt en dreigde hiermee door de taser vlak bij mijn gezicht te houden. Hij wilde mij daarmee verwonden. Ze zeiden meerdere malen dat ze mij om wilden brengen. Ze riepen meerdere malen: “We maken je dood, we hebben er schijt aan.”

Op een gegeven moment wist ik voor [verdachte] langs de deur aan de linkerzijde openen. Toen die open was en ik eruit wilde, begon die dikkere jongen te steken. Hij haalde dat mes uit zijn zak. Het was een klein voorwerp. Volgens mij was het mes volledig van ijzer. Ik denk dat het lemmet ongeveer 1,5cm breed was. Hij stak mij meerdere keren.

Ik voelde het. Hij hield mijn arm vast terwijl hij op mijn arm in stak. Dat is drie of vier keer gelukt. Hij raakte mij op mijn rechterbovenarm. Daarmee heeft hij mij ook in mijn buik geschampt. Ik denk dat ze zo wilden voorkomen dat ik zou vluchten. Ik probeer over [verdachte] heen te kruipen. [verdachte] houdt dan mijn benen vast. Ik hing half uit de auto. Ik wordt meerdere keren aan mijn benen getaserd.

Op dat moment werd ik ook twee keer in mijn rug en twee keer in mijn rechterbovenbeen gestoken. Ook is de spier in mijn hand tussen mijn duim en wijsvinger geraakt.

In totaal ben ik 8x gestoken. 2x in mijn rechterbovenbeen, 2x in mijn rug, 1x in mijn rechter bovenarm, 1x in mijn rechter onderarm, 1x in mijn hand tussen duim en wijsvinger, 1x een schram op mijn buik.

Ik ben mijn mobiele telefoon kwijt.

2. Een proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina’s ZD 57-58.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de [verbalisant 3] :

Binnen dit onderzoek werden onder andere, conform artikel 126N van het Wetboek van Strafvordering, de historische verkeersgegevens opgevraagd van het mobiele telefoonnummer van de [aangever] , te weten [telefoonnummer 2] en wel over de periode van 9 februari 2019 van 08.00 uur tot 23.59 uur.

Tevens werden de historische verkeersgegevens opgevraagd van het mobiele [telefoonnummer 1] over de periode van 2 februari 2018 tot en met 12 februari 2018, 15.00 uur. Dit mobiele telefoonnummer zou in gebruik zijn bij één van de verdachten genaamd [verdachte] .

Uit de historische verkeersgegevens bleek onder meer dat:

De [aangever] op 9 februari 2018, tussen 20.07 en 21.13 uur, meer dan twintig inkomende oproepen ontving vanaf het mobiele [telefoonnummer 1] . Deze oproepen werden allen doorgeschakeld naar de voicemail. De telefoon van [verdachte] gebruikte tijdens deze oproepen diverse zendmasten op de route van [plaats] via [plaats] en [plaats] naar [plaats] . Op 9 februari 2018, omstreeks 21.10 uur, gebruikte deze telefoon voor het eerst een zendmast in [plaats] . De telefoon van de [aangever] gebruikte op 9 februari 2018, omstreeks 22.20 uur, bij dataverkeer en een inkomend SMS bericht, een zendmast aan de [a-straat] te [plaats] .

De telefoon van [verdachte] gebruikte op 9 februari 2018, tussen 21.55 uur en 22.01 uur, bij dataverkeer, ook de zendmast aan de [a-straat] te [plaats] . Deze zendmast is op korte afstand gelegen van de door [aangever] in zijn aangifte genoemde bioscoop [A] .

De telefoon van [verdachte] gebruikte op 9 februari 2018, omstreeks 22.58 uur, bij dataverkeer, een zendmast aan de [b-straat] te [plaats] -Zuid. Deze zendmast is gelegen vlak na [c-straat] ter hoogte van het knooppunt [plaats] tussen de Rijkswegen […] en […] .

Opvallend is dat de telefoon van [aangever] bij dataverkeer op 9 februari 2018, omstreeks 22.58 uur, eveneens de zendmast gebruikt aan de [b-straat] te [plaats] .

3. Een proces-verbaal van bevindingen van 7 januari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina’s ZD 59-60.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de [verbalisant 3] :

Zoals vermeld ontving [aangever] op 9 februari 2018, tussen 20.07 en 21.13 uur, meer dan twintig inkomende oproepen vanaf het mobiele [telefoonnummer 1] . Bij geen van deze oproepen werd een zendmast weergegeven. Bij dataverkeer binnen hetzelfde tijdsblok werd echter veelvuldig gebruik gemaakt van de zendmast [d-straat 1] te [plaats] . Deze zendmast ligt op korte afstand van de woning van [aangever] en kan dan ook als een zogenaamde thuismast worden beschouwd. Van deze zendmast wordt onder meer gebruik gemaakt bij telecommunicatie vanuit de woning van [aangever] . Bij telecommunicatie op 9 februari 2028, tussen 21.10 uur en 21.21 uur, werd door het [telefoonnummer 1] ook gebruik gemaakt van de zendmast [d-straat 1] te [plaats] .

4. Een proces-verbaal verhoor getuige van 23 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina’s ZD 31-ZD 34.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als afgelegde verklaring van [betrokkene 1], wonende te [plaats] :

V: Wat kan jij vertellen over vrijdag 9 februari 2018?

A: Ik moest die vrijdag naar school en toen werken. Ik zat rond 21:00 uur in de bus en zag een bericht van [aangever] . Hij stuurde mij dat hij had afgesproken met [verdachte] , maar dat hij daar eigenlijk geen zin in had. Dit berichtje had hij mij om 15:35 uur gestuurd.

V: Hoe heb jij daarop gereageerd?

A: Ik had [verdachte] al een tijd niet gezien, dus ik had eigenlijk wel zin om te chillen. Ik zei tegen [aangever] dat hij moest gaan. Ik heb toen [verdachte] ook gebeld. [verdachte] vertelde tegen mij dat hij [aangever] niet kon bereiken. Ik zei toen dat hij op het werk van [aangever] moest kijken, [verdachte] zei dat hij daar geweest was maar dat [aangever] daar niet was. Vervolgens heb ik om 21:56 uur een bericht gestuurd naar [aangever] . Dit was nadat ik [verdachte] had gesproken. Ik stuurde [aangever] een bericht dat [verdachte] in [plaats] was.

V: En toen?

A: Hierna hebben wij elkaar weer gesproken. Ik zat op dat moment nog steeds in de bus. Ik heb toen tegen [verdachte] gezegd dat hij bij het huis van [aangever] moest gaan kijken. Ik heb toen vervolgens het adres van [aangever] aan [verdachte] gegeven.

V: Wat is het telefoonnummer van [verdachte] ?

A: [telefoonnummer 1]

5. Een proces-verbaal verhoor getuige van 10 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina’s ZD 29-ZD 30.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als afgelegde verklaring van [betrokkene 2], wonende te [plaats] :

Op zaterdag 9 februari zat ik thuis, rond 16:30 uur kwam [aangever] thuis. Hij ging even liggen op de bank en viel direct in slaap. Hij werd even wakker en is naar zijn slaapkamer toe gelopen om verder te slapen. Hij is na het eten direct weer naar bed gegaan om verder te slapen. Ik heb rond 19:30 even gekeken op zijn slaapkamer of hij er nog lag, maar hij sliep gewoon. Rond 21:15 uur klopte er iemand op het raam. Mijn vrouw deed de deur open, enkele tellen later zag ik [aangever] , mijn vrouw en een onbekende jongen binnenkomen in de woonkamer. De jongen stelde zich voor als [verdachte] .

Hij zei dat zijn neef in de auto op ze zit te wachten en dat ze snel weer moeten gaan. [aangever] is samen met [verdachte] mee gegaan.

6. Een proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina’s ZD 1-ZD 3.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :

Op vrijdag 9 februari 2018 omstreeks 22:52 uur, waren wij, verbalisanten [verbalisant 2] , hoofdagent van de Politie Noord Holland, en [verbalisant 1] , aspirant van de politie Noord Holland, gekleed in politie- uniform en belast met de noodhulp in [plaats] .

MELDING

Wij, verbalisanten. [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , kregen de melding te gaan naar [e-straat 1] , te [plaats] . Aldaar was een jongen aan komen lopen bij [B] welke zei te zijn neergestoken.

TER PLAATSE

Op vrijdag 9 februari 2018 omstreeks 22:53 uur, kwamen wij, verbalisanten ter plaatse op [e-straat 1] , te [plaats] . Aldaar werden wij opgewacht door de melder en zijn collega's, welke zich later identificeerden als:

*** [getuige 1] ***

[geboortedatum] -1963, te [geboorteplaats]

*** [getuige 2] ***

[geboortedatum] -1957, te [geboorteplaats] ,

Wij, verbalisanten zijn naar binnen gegaan bij [e-straat 1] te [plaats] . Aldaar troffen wij, een jongen aan welke zich later identificeerde als:

*** [aangever] ***

[geboortedatum] -1999, te [plaats]

Wij, verbalisanten, zagen bloed op de kleren van [aangever] . Ik, [verbalisant 2] tilde het shirt van [aangever] op. Wij, verbalisanten, zagen in de rug van [aangever] twee steekwonden. Wij, zagen, een grotere steekwond in de rechterarm van [aangever] .

Wij, verbalisanten, hoorde [aangever] zeggen: “Ik ben eerder vandaag gebeld door [verdachte] . Ik ken hem van vroeger. Wij zaten bij elkaar in het voetbalteam. Hij belde me om vanavond te chillen. Wij zijn met de auto naar het parkeerterrein van voetbalclub [C] gegaan (hof: te [plaats] ). Wij hebben hier de auto bij de bosjes geparkeerd. [verdachte] vroeg ineens om mijn telefoon te geven. Dit wilde ik niet. Toen ik dit aangaf begon hij boos te worden. Ik voelde ineens dat ik meerdere keren werd gestoken met een mes en zag dat ik getaserd werd door de personen met wie ik in de auto zag. Ik heb kunnen wegkomen op één of andere manier.

Onderweg ben ik mijn telefoon en mijn autosleutels verloren. Ik ben naar [B] gevlucht voor hulp”.

Inmiddels was de ambulance ter plaatse. Zij namen de zorg over van [aangever] . Later hebben zij [aangever] meegenomen naar het […] ziekenhuis te [plaats] .

7. Een geschrift van 10 februari 2018, betreffende een medische verklaring van het […] Ziekenhuis, ZD 24-28

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Verzender: […] Ziekenhuis [a-straat 1] [plaats]

Contact: [betrokkene 3] , Chirurgie

Betreft patiënt:

[aangever]

GebDatum: [geboortedatum] .1999 (M)

Rechts midclaviculairlijn ter plaatse cota 10-11 een 5mm wond, diepte niet goed te beoordelen.

Paravertebraal ter plaatse TWK 4-5 links 1cm wond, ondiep.

Subscapulair links wond 1cm, ondiep.

Wond rechts midclaviculairlijn ter plaatse cota 10-11 een 5mm

Wond bovenarm lateraal rechts. 3cm lang, 1cm diep.

Wond onderarm rechts, dorsaal. 1cm, 5mm diep.

Dig 1 neurovasculair intact, beperkte, pijnlijke adductie.

Wond webspace 1 -2 rechts. 3cm lang, bij exploratie 2cm diep en evident ingesneden adductor pollicis.

Wond mediale dijbeen 1cm lang, 5mm diep.

Wond laterale dijbeen. 2,5cm lang, 5mm diep.

Bloedgas: pH 7.30, pC02 37, base excess -8.0. pO 105, satO2 98%.

Conclusie: mishandeling met taser en mes.

Afwijkend bloedgas, meest waarschijnlijk bij status na taseren.”

Het hof heeft met betrekking tot het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde de volgende bewijsoverweging in het arrest opgenomen:

“De raadsman heeft vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Hiertoe heeft hij – kortgezegd – aangevoerd dat de kern van hetgeen is tenlastegelegd, namelijk wat er in de auto zou zijn gebeurd, enkel uit de aangifte volgt en dat deze geen steun vindt in de rest van het dossier. Er valt niet vast te stellen dat de verdachte in de auto heeft gezeten en dat de telefoon van het slachtoffer is weggenomen. Daarnaast is er geen steunbewijs aanwezig met betrekking tot het geweld of de bedreiging met geweld. Met betrekking tot het medeplegen heeft de verdediging aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de (onbekende) medeverdachten, dan wel van een substantiële of significante intellectuele bijdrage van de verdachte aan het delict. De enkele mogelijke aanwezigheid van de verdachte in de auto is hiervoor onvoldoende.

Het hof volgt de verdediging hierin niet en overweegt daartoe het volgende.

Het slachtoffer heeft verklaard dat hij op 9 februari 2018 omstreeks 21:15 uur thuis in [plaats] werd opgehaald door de verdachte. De ouders van het slachtoffer hebben bevestigd dat hun zoon op die dag en dat tijdstip door een jongen werd opgehaald die zich voorstelde als [verdachte] . Ook getuige [betrokkene 1] heeft verklaard dat het slachtoffer een afspraak had met de verdachte, en dat hij het adres van het slachtoffer aan de verdachte heeft gegeven. Daarnaast blijkt uit de analyse van de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte en het slachtoffer dat het slachtoffer tussen 20:07 uur en 21:13 uur meer dan twintig inkomende oproepen ontving van de verdachte en dat er uiteindelijk een gesprek tussen beiden plaatsvond. Daarnaast blijkt uit deze gegevens dat de telefoon van de verdachte omstreeks 21:10 uur een zendmast, de thuismast van het slachtoffer, in [plaats] heeft gebruikt. Daarna hebben de telefoons van de verdachte en het slachtoffer dezelfde zendmast in [plaats] gebruikt, op korte afstand gelegen van de bioscoop [A] . Op basis van het voorgaande stelt het hof vast dat de verdachte het slachtoffer thuis heeft opgehaald, en dat de verdachte tegelijkertijd met het slachtoffer in de auto heeft gezeten.

Voorts volgt uit de aangifte dat het slachtoffer niet alleen bij de verdachte maar ook met drie anderen in de auto heeft gezeten. De auto reed in [plaats] uiteindelijk richting voetbalvereniging [C] in [plaats] en onderweg daar naartoe en bij die vereniging zelf aangekomen droeg de verdachte het slachtoffer op te doen wat hij zei, waarop de bijrijder zijn telefoon pakte en tegen het slachtoffer zei dat hij zijn toegangscode moest geven. Daarbij heeft de verdachte dreigende teksten geuit. Toen het slachtoffer hier aanhoudend geen gehoor aan gaf, is er een worsteling ontstaan waarbij hij meermaals is gestoken met een mes en is getaserd terwijl hij de auto uit wilde en door de verdachte werd vastgehouden. Het slachtoffer is uiteindelijk de auto uit weten te komen en beschikte toen niet meer over zijn telefoon. Daarover heeft hij verklaard dat hij deze op enig moment in de auto is kwijtgeraakt. Om 22:52 uur werd er een melding van het incident gedaan bij de politie.

Uit de mastgegevens blijkt dat de telefoon van het slachtoffer en van de verdachte om 22:58 uur, kort na melding van het incident, dezelfde zendmast in [plaats] hebben gebruikt, terwijl uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt dat de politie het slachtoffer om 22.53 uur bloedend in [plaats] heeft aangetroffen en dat het slachtoffer vervolgens met de ambulance werd vervoerd naar het ziekenhuis in [plaats] . De verdachte en het slachtoffer waren om 22:58 uur dus niet op dezelfde plek, terwijl hun telefoons dat wel waren. Hieruit leidt het hof af dat de telefoon van het slachtoffer bij de verdachte en/of zijn mededaders is achtergebleven. Deze omstandigheid biedt steun aan de verklaring van het slachtoffer dat zijn telefoon in de auto van hem is afgenomen. Hieraan doet niet af dat uit de verklaring van het slachtoffer niet duidelijk wordt hoe de telefoon uiteindelijk precies uit zijn macht is geraakt nu het hof geen reden heeft om eraan te twijfelen dat het de verdachte en de anderen te doen was om de telefoon en de pincode en dat zij die telefoon dus hebben afgenomen en later ook opzettelijk bij zich hebben gehouden. Het hof betrekt hierbij dat de verdachte geen enkele uitleg heeft gegeven voor de omstandigheid dat de telefoon van het slachtoffer bij hem, de verdachte, is achtergebleven.

Met betrekking tot het gepleegde geweld overweegt het hof dat de verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door de bevindingen omtrent het letsel dat in het ziekenhuis bij het slachtoffer is vastgesteld. Bij het slachtoffer zijn (steek)verwondingen geconstateerd. Voorts is afwijkend bloedgas vastgesteld, waarover in een medische verklaring wordt opgemerkt dat dit het meest waarschijnlijk is bij een status na taseren.

Met betrekking tot het medeplegen overweegt het hof dat uit de verklaring van het slachtoffer blijkt dat meerdere mensen in de auto geweldshandelingen hebben verricht. De handelingen van de verdachte bestonden onder andere uit het – na tegen het slachtoffer gezegd te hebben dat hij rustig moest blijven en moest doen wat hij zei en na gedreigd te hebben dat zij het slachtoffer dood zouden maken – taseren en het vastpakken van de benen van het slachtoffer, terwijl het slachtoffer werd gestoken met een mes. Uit de gang van zaken zoals door het slachtoffer verklaard, ondersteund door de letselverklaring, blijkt naar oordeel van het hof voldoende dat er uit een gezamenlijk plan is gehandeld en dat er door de verdachte een bijdrage van significant gewicht is geleverd. Het hof betrekt bij zijn oordeel dat de verdachte nimmer een verklaring heeft afgelegd waaruit zou kunnen blijken dat de gang van zaken anders is geweest dan door het slachtoffer verklaard en nooit enige uitleg heeft geven over de voor de verdachte zeer belastende feiten en omstandigheden.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat door de verdachte en de onbekend gebleven medeverdachten gepoogd is de toegangscode van het slachtoffer te verkrijgen, en dat de telefoon is weggenomen, telkens gepaard gaande met (bedreiging met) geweld.

Het hof verwerpt de verweren van de raadsman en komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde.”

Ten aanzien van de in art. 342 lid 2 Sv geformuleerde bewijsminimumregel (de zogenoemde ‘unus testis nullus testis’-regel) heeft de Hoge Raad ook recent nog het volgende overwogen:

“Volgens artikel 342 lid 2 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342 lid 2 Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan daarom geen algemene regels geven over de toepassing van artikel 342 lid 2 Sv, maar daarover slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid geven door het beslissen van concrete gevallen. Opmerking verdient nog dat het bij de beoordeling in cassatie of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd.”

De klacht inzake schending van art. 342 lid 2 Sv faalt evident. Het hof heeft het bewezenverklaarde, naast de verklaring van de aangever, immers gestoeld op:

- de getuigenverklaring van [betrokkene 1] waaruit kan worden afgeleid dat de aangever op 9 februari 2018 een afspraak had met de verdachte en dat hij het adres van de aangever aan de verdachte heeft gegeven;

- de getuigenverklaring van [betrokkene 2] waaruit volgt dat de aangever op de avond waarop het delict is gepleegd met een voor de getuige onbekende man die zich voorstelde als [verdachte] (de naam van de verdachte) is meegegaan vanuit huis;

- de historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van de verdachte en de aangever waaruit onder meer blijkt dat er net voordat de aangever volgens zijn verklaring omstreeks 21:15 uur is opgehaald door de verdachte twintig oproepen vanaf het telefoonnummer van de verdachte naar het telefoonnummer van de aangever zijn geregistreerd en dat ook een gesprek heeft plaatsgevonden, dat rond datzelfde tijdstip de telefoon van de verdachte, bij dataverkeer en een inkomend SMS-bericht, de thuismast van de aangever heeft gebruikt en dat de telefoons van de verdachte en de aangever bij dataverkeer even later een zendmast gebruikten in de buurt van de plek die de aangever in zijn aangifte noemt als de plaats waarnaar ze zijn toegereden ( [A] ), alsmede dat zowel de telefoon van de verdachte als die van de aangever omstreeks 22:58 uur – dus ná de melding van het incident aan de politie – bij dataverkeer een zendmast aan de [b-straat] te [plaats] gebruikten;

- de letselverklaringen waaruit volgt dat bij de aangever meerdere (steek)verwondingen zijn geconstateerd.

Het middel klaagt – mede gelet op de toelichting – verder dat het hof “het te dier zake gevoerde verweer” onvoldoende met redenen heeft omkleed – naar ik begrijp – omdat het hof niet heeft gerespondeerd op het verweer waarin is aangevoerd dat en waarom de door de aangever afgelegde verklaring onvoldoende betrouwbaar is. Volgens de stellers van het middel zou ter terechtzitting in hoger beroep zijn aangevoerd dat de aangever heeft verklaard geen drugs te hebben gebruikt, terwijl uit medisch onderzoek volgt dat de aangever wel degelijk drugs heeft gebruikt. Daarnaast zou zijn aangevoerd dat de aangever ook beweert niet bij een container te zijn geweest, terwijl twee getuigen hebben verklaard dat de aangever verward was en iets bij de container heeft weggegooid.

Uit een in de schriftuur weergegeven onderdeel van de ter terechtzitting in hoger beroep voorgedragen pleitnota blijkt dat de verdediging bij haar weergave van de feiten het volgende naar voren heeft gebracht:

“10. Cliënt zou bij aangever zijn ingestapt en wilde een joint roken, maar aangever wilde daar niets van weten, zo stelt hij zelf. Op p. ZD27 het rapport van het […] Ziekenhuis, is vermeld "10-02-2018 02:39 cannabis (pos)". Dit bevreemdt de verdediging, nu aangever heeft gesteld geen verdovende middelen te hebben gebruikt.

[…]

14. Aangever heeft het op een lopen gezet en kwam aan bij getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Zij zagen dat aangever raar reageerde en wegliep in de lichting van vuilcontainers op het moment dat zij zeiden dat zij de politie zouden bellen. Aangever gedroeg zich verward en verdween achter een container, waarbij getuige [getuige 1] dacht dat aangever iets weggooide.

15. Getuige [getuige 1] :

Ik zag dat hij langs de vuilniscontainers liep en achter de container op een grasveldje een beetje verward deed. Dit was op een afstand van 20 meter vanaf het punt waar ik stond. Ik zag dat hij een beetje rondliep, ik had dacht dat hij iets wilde weggooien of iets weggooide.

16. Getuige [getuige 2] :

Ik hoorde mijn collega tegen hem zeggen: "We gaan de politie bellen voor je". Toen mijn collega dit tegen hem zei zag ik dat de jongen heel raar reageerde en richting de vuilniscontainers liep. Ik zag dat hij hier langs de container en achter de container liep. Ik wist niet wat hij deed of wat zijn bedoeling was.

17. Het bevreemdt de verdediging dat aangever nadrukkelijk heeft verklaard dat hij niet bij een container is geweest.”

Het hof heeft het voorgaande kennelijk – en niet onbegrijpelijk – niet aangemerkt als (onderdelen van) een responsieplichtig verweer. Daarmee faalt de klacht.

Het middel klaagt tot slot dat het hof aan de verklaring van de aangever een andere betekenis heeft gegeven dan dat de aangever kennelijk heeft bedoeld te geven. De stellers van het middel merken in dat verband op dat uit de verklaring zou blijken dat de telefoon van de aangever is gepakt door degene die op de bijrijdersstoel zat, maar ook dat de aangever zelf heeft verklaard dat zijn telefoon bij zijn vertrek uit de auto (kennelijk) door hem is verloren, hetgeen in strijd is met de vaststelling van het hof dat de aangever zou hebben verklaard dat de telefoon van hem is afgenomen.

Deze klacht faalt eveneens. Zoals de stellers van het middel zelf al benoemen, heeft de aangever verklaard dat degene op de bijrijdersstoel zijn telefoon heeft gepakt. Het hof heeft gezien deze verklaring niet onbegrijpelijk overwogen dat de aangever daarmee heeft verklaard dat zijn telefoon van hem is afgenomen. De omstandigheden dat het onduidelijk is gebleven wat zich daarna met de telefoon heeft afgespeeld en dat de aangever heeft verklaard dat hij bij het verlaten van de auto zijn telefoon heeft verloren, doen daaraan niet af. Van denaturering – dat wil zeggen het door de rechter aan de verklaring van de aangever geven van een wezenlijk andere betekenis dan hij daaraan kennelijk heeft bedoeld te geven – is geen sprake.

Het middel faalt in al zijn onderdelen.

3. Slotsom

Het middel faalt. Omdat het middel klaagt over de bewezenverklaring van feiten waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken, ligt afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO niet voor de hand.

Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand