PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 25/01732 P
Zitting 26 mei 2026
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de betrokkene
1. De verdachte is bij arrest van 16 januari 2024 (parketnr. 22-003345-22) door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 24/00651. Dit betreft de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. N. Roos, advocaat in Rotterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep.
4. Het middel is gelijkluidend aan het middel in de samenhangende strafzaak waarin ik vandaag ook concludeer. Bovendien heeft het middel betrekking op dezelfde, door de verdachte opgegeven reden voor het instellen van het hoger beroep en dezelfde motivering van het niet-ontvankelijkheidsoordeel door het hof. In mijn conclusie in deze samenhangende zaak heb ik uiteengezet waarom het middel faalt. In deze zaak volsta ik met een verwijzing naar de inhoud van die conclusie.
5. Het middel faalt om de redenen genoemd in mijn conclusie in de samenhangende zaak en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO ontleende motivering.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden