ECLI:NL:PHR:2026:559

ECLI:NL:PHR:2026:559

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 24/02529
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2026:1029

Samenvatting

Conclusie AG. Jaddoe. Het middel klaagt dat de in de bewezenverklaring besloten liggende categorisering (in de zin van de WWM) van het aangetroffen wapen en de aangetroffen munitie onvoldoende steun vindt in de bewijsvoering. Het middel faalt volgens de AG. Conclusie strekt tot verwerping.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/02529

Zitting 9 juni 2026

CONCLUSIE

V.M.A. Sinnige

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 2 juli 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-003200-23) wegens de eendaadse samenloop van “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III” en “handelen [in] strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 101 dagen, met aftrek overeenkomstig art. 27 Sr. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een wapen en munitie.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, en S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, hebben één middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

Het middel houdt in dat de in de bewezenverklaring besloten liggende categorisering van het aangetroffen wapen en de aangetroffen munitie onvoldoende steun vindt in de bewijsvoering.

Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

“hij op 3 april 2023 te [plaats]

- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Glock, type 26 Gen 5, kaliber 9 mm en

- daarbij behorende munitie van het merk S&B, kaliber 9 mm voorhanden heeft gehad.”

Deze bewezenverklaring steunt onder meer op de volgende bewijsmiddelen (met overneming van opmaak):

1. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 april 2023 van de Districtsrecherche Rotterdam-Zuid met documentnr. 2304031422.AMB. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 31):

als relaas van de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:

Op maandag 3 april 2023 werd een woning aan de [a-straat 1] te [plaats] binnengetreden door het Arrestatie Team, ter aanhouding van [betrokkene 1] .

Om 12.00 uur werd door het Arrestatie Team aangehouden [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 2000.

In de woning bevond zich nog een persoon, zijnde [verdachte] . Wij zagen dat [verdachte] zich op een stoel in de woonkamer bevond. [verdachte] gaf aan dat hij nog een trainingspak op de bank had liggen.

In de woonkamer zagen wij een grote hoekbank, met daarop twee dekens en een hoofdkussen. Dit leek op een zelf gecreëerde slaapplek. Dit is de bank waar ook het trainingspak van [verdachte] op lag. Bij de bank bevond zich ook een salontafel. Op deze salontafel lag een kogelpatroon.

Vanuit de toegangsdeur naar de woonkamer gezien, bevond zich links om de hoek de eettafel. Op de eettafel onder twee petjes lag een vuurwapen. Het vuurwapen werd op DNA veiliggesteld door

de hondenman. Het vuurwapen werd inbeslaggenomen onder nummer: 6554436. Het vuurwapen bevatte een gevulde patroonhouder met scherpe munitie.

(…)

2. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming, van de Politie Eenheid Rotterdam met registratienr. PL1700-2023103677-14.

Deze kennisgeving houdt onder meer in (blz. 46) :

Inbeslagneming

Plaats : [a-straat 1] , [plaats]

Datum en tijd : 3 april 2023 te 12:30 uur

Reden : Bezit vuurwapens

Grondslag : 94 lid 1 Wetboek van Strafvordering - De waarheid aan de dag brengen

Omstandigheden : Aangetroffen op de eettafel, onder twee petjes

Beslagene

Geen beslagene

Volgnummer 1

Goednummer : PL1700-2023103677-6554436

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Vuurwapen

Kleur : Zwart

Land : Nederland

Bijzonderheden : Aangetroffen op de eettafel in de woonkamer

Eigenaar : Geen eigenaar bekend

(…)

5. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 april 2023 van de Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2023103677-30. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (blz. 51 tot en met 53) :

als relaas van de opsporingsambtenaar, tevens forensisch onderzoeker, [verbalisant 3] :

In verband met een onderzoek naar het bezit van vuurwapens te [plaats] werd op verzoek van de Eenheid Rotterdam tussen donderdag 6 april 2023 om 14:04 uur en donderdag 6 april 2023 om 14:30 uur door mij een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendragers:

Sporendragers:

Goednummer : PL1700-2023103677-6554436

SIN : AAPW4166NL

Object : Vuurwapen (Pistool)

Merk /type : Glock 26 Gen 5

Kleur : Zwart

Land : Nederland

Kaliber : 9 mm

Bij zonderheden : Met patroonmagazijn

Goednummer : PL1700-2023103677-6554710

SIN : AAPW4165NL

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Aantal/eenheid : 5 stuks

Merk/type : S&B 9mm

Land : Nederland

Kaliber : 9 mm

Bijzonderheden : In patroonmagazijn

(…)”

Ten aanzien van het aangetroffen wapen en de aangetroffen munitie kan volgens de stellers van het middel uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat dit wapens en munitie in de zin van de Wet wapens en munitie (hierna WWM) betreffen, en tot welke categorie zij behoren. Zonder nadere motivering is niet begrijpelijk dat het hof het proces-verbaal van opsporingsambtenaar Contant, die onderzoek heeft verricht naar biologische sporen, als deskundigenverslag voor het bewijs heeft gebruikt wat betreft de identificatie en de categorisering van het wapen en de munitie, omdat uit de bewijsvoering niet blijkt op basis van welk onderzoek de gegevens van het wapen en de munitie in dat proces-verbaal zijn vermeld, terwijl uit dat proces-verbaal evenmin blijkt tot welke categorie het wapen en de munitie behoren.

De relevante bepalingen van de WWM luiden als volgt:

- Art. 2 lid 1, aanhef en onder Categorie II en onder Categorie III, WWM:

“1. Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.

(…)

Categorie II

1°. vuurwapens die niet onder een van de andere categorieën vallen;

2°. vuurwapens, geschikt om automatisch te vuren;

3°. vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is dan wel dat de aanvalskracht wordt verhoogd;

4°. vuurwapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen;

[…]

6°. voorwerpen, bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van medische hulpmiddelen en van vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen, bestemd voor het afschieten van munitie met weerloosmakende of traanverwekkende stof;

(…)

Categorie III

1° vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen voor zover zij niet vallen onder categorie II sub 2°, 3° of 6°;

(…)

2. Munitie in de zin van deze wet is, onderverdeeld in de volgende categorieën:

Categorie I

Vervallen.

Categorie II

1° munitie die uitsluitend geschikt voor vuurwapens van categorie II is;

2° munitie die een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof verspreidt, met uitzondering van munitie met weerloosmakende of traanverwekkende stof, bestemd voor vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen;

3° munitie voorzien van een projectiel waarmee een pantserplaat kan worden doorboord, munitie voorzien van een projectiel met brandsas of met een explosieve lading, alsmede de voor deze munitie bestemde projectielen;

4° munitie voor geweren, revolvers en pistolen voorzien van expanderende projectielen, alsmede de voor deze munitie bestemde projectielen, behalve wanneer het voor de jacht of de schietsport bestemde munitie of projectielen betreft.

Categorie III

Alle overige munitie.

- Art. 26 lid 1 WWM:

“Het is verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III voorhanden te hebben.”

- Art. 55 lid 1 en 3 WWM:

“1. Met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die handelt in strijd met de artikelen 9, eerste lid, 13, eerste lid, 20a, tweede lid, voor zover het betreft een geluiddemper, 22, eerste lid, 26, eerste lid, of 31, eerste lid.

(…)

3. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:

a. hij die handelt in strijd met de artikelen 9, eerste lid, 14, eerste lid, 26, eerste lid, of 31, eerste lid, en het feit begaat met betrekking tot een wapen van categorie II, met uitzondering van onderdeel 2° of onderdeel 7°, of een vuurwapen van categorie III.

(…)”

Bij de beoordeling van het middel moet voorop worden gesteld dat de rechter die over de feiten oordeelt, beslist wat hij van het beschikbare bewijsmateriaal betrouwbaar en bruikbaar vindt en aan welk bewijsmateriaal hij geen waarde toekent. De feitenrechter hoeft deze beslissingen over de selectie en waardering van het bewijsmateriaal niet te motiveren. Dat is anders in een aantal specifieke gevallen, onder meer wanneer door of namens de verdachte een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is ingenomen ten aanzien van het gebruikte bewijsmateriaal.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat voor een bewezenverklaring van strafbaar gestelde gedragingen met nader omschreven wapens en munitie geen deskundigenrapportage of wapenrapport noodzakelijk is. Het hof heeft – zo begrijp ik – het proces-verbaal van opsporingsambtenaar [verbalisant 3] betrouwbaar geacht en op basis daarvan vastgesteld dat in de woning een Glock 26 Gen 5, kaliber 9 mm, zijnde een vuurwapen (pistool), is aangetroffen met in het patroonmagazijn 5 stuks munitie van het merk S&B, 9 mm. Wat de categorisering betreft is van belang dat de opsporingsambtenaar spreekt van een “Vuurwapen (Pistool)”. In aanmerking genomen dat niet is gebleken of aangevoerd dat sprake is van een vuurwapen van categorie II sub 2°, 3° of 6°, heeft het hof uit dat bewijsmiddel kunnen afleiden dat sprake is van een vuurwapen van categorie III (sub 1°). Uit de omstandigheid dat de munitie in het patroonmagazijn van het pistool is aangetroffen heeft het hof kennelijk afgeleid dat deze bij het pistool behorend is en, zo begrijp ik, ook tot categorie III behoort. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden. Daarbij neem ik in aanmerking dat de verdediging in hoger beroep de betrouwbaarheid van het proces-verbaal niet ter discussie heeft gesteld en geen opmerkingen heeft gemaakt over de tenlastegelegde categorisering.

Het middel faalt.

3. Slotsom

Het middel faalt. Omdat het middel gaat over een feit waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken, ligt afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO niet voor de hand.

Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand