ECLI:NL:PHR:2026:57

ECLI:NL:PHR:2026:57, Parket bij de Hoge Raad, 13-01-2026, 24/03817

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 13-01-2026
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer 24/03817
Rechtsgebied Strafrecht

Samenvatting

Conclusie AG. Overtreding gedragsaanwijzing ex art. 509hh Sv en wegmaken van een camera (art. 184a.1 en 350.1 Sr).Falende klachten m.b.t. betekening van gedragsaanwijzing en de vraag of verdachte wist van bestaan en inhoud gedragsaanwijzing. Slagende klacht dat uit bewijsvoering niet kan volgen dat verdachte de camera heeft 'weggemaakt'. De conclusie strekt tot partiële vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/03817

Zitting 13 januari 2026

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 2 oktober 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1 “opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering" en 2 “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegmaken”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 25 dagen met aftrek van voorarrest. Het hof heeft tevens beslist op het beslag en op de vordering van de benadeelde partij en heeft in verband daarmee de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Namens de verdachte heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, één middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel

Het middel valt uiteen in drie deelklachten. De eerste twee deelklachten richten zich tegen het onder 1 bewezenverklaarde en de derde deelklacht richt zich tegen het onder 2 bewezenverklaarde.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“1.

hij op 26 november 2023 te [plaats] opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 24 september 2023, gegeven door de officier van justitie te Zeeland West-Brabant door in de tuin, althans rondom het huis, van [benadeelde] ( [geboortedatum] 1992) te komen;

2.

hij op 26 november 2023 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een camera, die aan een ander, te weten aan [benadeelde] , toebehoorde, heeft weggemaakt.”

De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. Het geschrift, inhoudende een mededeling gewijzigde gedragsaanwijzing d.d. 24 september 2023 (pagina's 2 en 3 van het als los in het procesdossier opgenomen stuk), voor zover inhoudende:

Arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant

Mededeling wijziging gedragsaanwijzing

Zaakgegevens

Parketnummer: 02-241121-23

Personalia

Naam: [verdachte]

Voornamen: [naam 1]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1982

Gedragsaanwijzing

Datum beslissing: 24 september 2023

Opdrachtgever: officier van justitie

Startdatum toezicht: 24 september 2023

Einddatum toezicht: 22 december 2023

Maatregel(en)

Soort maatregel: Gebiedsverbod

Omschrijving: zich niet te begeven/op te houden in het gebied dat wordt begrensd door de navolgende straten in de gemeente [...], te weten: [a-straat] , [b-straat] , [c-straat] , [d-straat] .

Soort maatregel: Contactverbod

Omschrijving: zich te onthouden van contact met de volgende persoon:

[benadeelde] ( [geboortedatum] 1992):

bepaalt dat zulks met zich brengt dat verdachte noch direct (zelf), noch indirect (middels anderen) op enigerlei wijze contact (niet middels telefoon, niet middels internet, niet via enig ander communicatiemiddel, noch middels direct persoonlijk contact, noch middels schriftelijke middelen) zal hebben met genoemde persoon.

2. Het geschrift, inhoudende een gewijzigde gedragsaanwijzing d.d. 12 oktober 2023 (pagina’s 4 tot en met 6 van het als los in het procesdossier opgenomen stuk), voor zover inhoudende:

Parketnummer: 02-241121-23

De gewijzigde gedragsaanwijzing vervangt met ingang van de dag van uitreiking de eerder opgelegde bevelen. De gedragsaanwijzing blijft lopen tot 22 december 2023.

Het niet voldoen aan één van de voorwaarden genoemd in dit bevel is een misdrijf strafbaar gesteld in artikel 184a Wetboek van Strafrecht.

Deze gedragsaanwijzing is blijkens bijgevoegde akte uitgereikt aan verdachte.

3. Het geschrift, inhoudende een akte van uitreiking in persoon d.d. 13 oktober 2023 (pagina 1 van het als los in het procesdossier opgenomen stuk), voor zover inhoudende:

Briefsoort: Gedragsaanwijzing

Parketnummer: 02-241121-23

Naam: [verdachte]

Voornamen: [naam 1]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1982

Bezorger, u kunt de brief uitreiken. Kruis aan hoe de uitreiking verloopt.

Aan de geadresseerde. Ja.

Invuldatum: 13 oktober 2023.

Voorletters en naam ontvanger: [verdachte]

Handtekening ontvanger: (opmerking hof: hier is de handtekening van de ontvanger geplaatst)

4. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 november 2023 (pagina’s 10 tot en met 14 van het politiedossier), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde] :

Proces-verbaalnummer: PL2000-2023301561-2

Omschrijving aangifte

Plaats delict: [plaats]

[verdachte] zijn echte naam is [naam 1], maar ik noemde hem altijd [naam 2].

Vandaag 26 november 2023 te 19.59 uur kreeg ik een melding dat er een persoon gedetecteerd was op mijn buitencamera. Er zou iemand in mijn tuin staan. De camera had beweging gedetecteerd. Ik herkende de persoon op mijn camera direct. Dit was [naam 2], mijn ex-partner (het hof begrijpt hier en wanneer hierna over ‘[naam 2]’ wordt gesproken steeds: de verdachte) die een gebieds-, locatie- en contactverbod heeft met mij. Toen ik [naam 2] herkende drukte ik direct de SOS-knop in. Deze knop stond gekoppeld aan de meldkamer, welke mijn melding doorzette naar de politiemeldkamer. 10 minuten nadat ik de melding had gemaakt zag ik dat de politie ter plaatse was gekomen.

5. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2023 (pagina’s 15 en 16 van het politiedossier), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1]:

Op 26 november 2023 nam ik een aangifte op van [benadeelde] met volgnummer 2023301561-2. In de aangifte staat abusievelijk vermeld dat het voorval had plaatsgevonden op 26 november 2023 om 19.59 uur. De tijdsbepaling betreft een tikfout aangezien dit voorval plaatsvond op 26 november 2023 om 17.59 uur.

6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 december 2023 (pagina’s 21 tot en met 23 van het politiedossier), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:

Op 26 november 2023 was ik doende met een melding van een vrouw die een alarmknop ingedrukt had vanwege het feit dat haar ex-partner, die een contact- en locatieverbod heeft, in de tuin had gelopen en haar camera had vernield.

Samen met andere eenheden maakte ik een zoekslag in de omgeving waar het slachtoffer woont. Ik dacht wat te zien bewegen in de brandgang tussen [f-straat] en [g-straat], Ik zag dat er een compleet in het zwart geklede persoon liep. Ik zag dat deze persoon vanaf de achterzijde gezien deels voldeed aan het signalement dat ik had doorgekregen van de melder. Dit signalement is verkregen aan de hand van camerabeelden die door het slachtoffer zijn gedeeld.

Ik zag op dat moment ook dat hij een zwart regenpak aanhad met een capuchon die hij over zijn hoofd had. Ik zag dat er aan de regenjas, ter hoogte van de capuchon, oranje koordjes zaten. Ik zat dat deze kleding overeenkwam met de kleding die de verdachte op de camerabeelden aan had. De persoon overhandigde mij een paspoort, waarin ik zag dat het [verdachte] betrof.

Om 18.17 uur hield ik [verdachte] aan.

Verdachte

Achternaam: [...]

Voornamen: [naam 1]

Geboren: [geboortedatum] 1982.”

Het arrest van het hof bevat verder onder meer de volgende bewijsoverwegingen.

Standpunt verdediging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging vrijspraak bepleit ten aanzien van zowel het onder 1 als het onder 2 tenlastegelegde. Daartoe is in de kern het volgende aangevoerd.

Met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde heeft de verdediging naar voren gebracht dat de afdrukken van de beelden die de camera van aangeefster heeft gemaakt van de persoon die zich op 26 november 2023 omstreeks 17.59 uur in de tuin van de woning van aangeefster bevond zowel wat betreft het signalement als wat betreft de hierop zichtbare jas, niet onderscheidend genoeg zijn om met zekerheid vast te kunnen stellen dat de verdachte de persoon is geweest die zich in de tuin van de woning van aangeefster heeft bevonden. De verdediging is van mening dat het procesdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen.

Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde heeft de verdediging in het verlengde van het voorgaande primair betwist dat de verdachte de persoon is geweest die in de tuin van de woning van aangeefster is geweest. Subsidiair heeft de verdediging het standpunt ingenomen dat op basis van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte een wegnemings- of vernielingshandeling heeft verricht.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Feiten en omstandigheden

Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen – kort samengevat – de navolgende feiten en omstandigheden vast. Op 13 oktober 2023 is aan de verdachte een (gewijzigde) gedragsaanwijzing uitgereikt, die vanaf dat moment tot 22 december 2023 gold en meebracht dat het de verdachte in de periode tot 22 december 2023 verboden was om zich in de buurt van de woning van aangeefster te begeven en met haar contact te hebben. Op 26 november 2023 omstreeks 17.59 uur kreeg aangeefster via haar op dat moment werkende camera een melding dat er beweging was gedetecteerd in haar tuin. Aangeefster heeft direct de beelden bekeken en zag daarop een persoon die zij direct herkende als de verdachte. Hierop heeft aangeefster de politie gealarmeerd, die na 10 minuten ter plaatse was. Aangeefster heeft toen de beelden van de persoon op haar camera met de politie gedeeld en politie heeft binnen 20 minuten na de melding in de buurt van de woning van aangeefster de verdachte aangehouden. De verdachte droeg op dat moment een zwart regenpak met een capuchon met oranje koordjes, welke kleding overeen kwam met de kleding van de persoon op de camerabeelden. Aangeefster heeft later ontdekt dat de camera van zijn plaats was getrokken.

Overwegingen hof

Het hof overweegt als volgt. Aangeefster heeft de persoon die zich op 26 november 2023 in haar tuin bevond, direct herkend als zijnde de verdachte. De verdachte is kort hierna in de buurt van de woning van aangeefster aangetroffen en droeg op dat moment kleding, die op een zeer specifiek kenmerk, te weten de oranje koordjes die aan de capuchon van de zwarte jas zaten, overeenkomt met de kleding die de persoon droeg die kort daarvoor in de tuin van aangeefster is geweest. De verdachte heeft verklaard dat hij die avond met de bus van [plaats] naar [plaats] was gereisd en de Jumbo aan de [e-straat] in [plaats] heeft bezocht. De politie heeft vastgesteld dat deze winkel sinds enkele weken gesloten was. Het voorgaande tezamen beschouwd, is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte de persoon is geweest die in de tuin van de woning van aangeefster is geweest en daar op de camerabeelden is vastgelegd.

Het hof stelt vast dat de camera van aangeefster werkte op het moment dat de verdachte de tuin van haar woning betrad, nu de verdachte daarop nog is vastgelegd, en de camera kort hierna, namelijk binnen 10 minuten na de melding van aangeefster en vervolgens de aankomst van de politie ter plekke, van zijn plaats is getrokken. Gelet op de hiertussen verstreken tijd en de omstandigheid dat het procesdossier geen enkele aanwijzing bevat dat er zich in de avond van 26 november 2023 nog iemand zonder toestemming in de tuin van aangeefster heeft bevonden, dan wel op verzoek van aangeefster de camera van zijn plek heeft verwijderd, kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat de verdachte de persoon is die daarvoor verantwoordelijk is. Het hof kwalificeert het handelen van de verdachte als ‘wegmaken’, omdat de verdachte de camera van zijn plek heeft getrokken en daarmee de camera aan zijn bestemming, te weten het vastleggen van bewegingen in de tuin van de woning van aangeefster, heeft onttrokken (HR 12 januari 1982, ECLI:NL:HR:1982:AC2304).

Het hof acht het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen op de wijze zoals hiervoor bewezenverklaard en verwerpt het verweer van de verdediging in al haar onderdelen.”

De bewijsklachten met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde

Zoals al aangegeven, keren de eerste twee deelklachten zich tegen het onder 1 bewezenverklaarde. De eerste deelklacht houdt in dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte op de hoogte was van het bestaan en de inhoud van de gedragsaanwijzing van 24 september 2023 en dat ten aanzien van de gedragsaanwijzing van 12 oktober 2023 niet kan volgen wanneer deze aan de verdachte is betekend. De tweede deelklacht houdt in dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte zich heeft begeven in het in de gedragsaanwijzing aangeduide gebied.

Uit bewijsmiddel 1 volgt dat in de zaak met parketnummer 02-241121-23 met als slachtoffer [benadeelde] een ‘mededeling wijziging gedragsaanwijzing d.d. 24 september 2023’ houdende een gebieds- en contactverbod naar de verdachte is uitgegaan. Bewijsmiddel 2 heeft betrekking op de gewijzigde gedragsaanwijzing d.d. 12 oktober 2023 in de zaak met hetzelfde parketnummer. Uit bewijsmiddel 3 volgt dat op 13 oktober 2023 in de zaak met voormeld parketnummer een brief betreffende de gedragsaanwijzing, aan de verdachte in persoon is uitgereikt. Uit de datum van uitreiking, gelezen in combinatie met de inhoud van bewijsmiddel 2, kan worden afgeleid dat de uitreiking op 13 oktober 2023, in ieder geval de op 12 oktober 2023 gewijzigde gedragsaanwijzing betreft. Daarmee faalt wat mij betreft de klacht dat ten aanzien van de gedragsaanwijzing van 12 oktober 2023 niet kan volgen wanneer deze aan de verdachte is betekend. Daarbij betrek ik dat namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep niet is aangevoerd dat de gewijzigde gedragsaanwijzing van 12 oktober 2023 niet aan de verdachte zou zijn betekend.

Ook de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte op de hoogte was van het bestaan van de inhoud en het bestaan van de gedragsaanwijzing van 24 september 2023 kan niet slagen. Hoewel de bewezenverklaring betrekking heeft op ‘de gedragsaanwijzing d.d. 24 september 2023’, meen ik dat de tenlastelegging zo moet worden gelezen dat het kernverwijt is dat de verdachte het gebiedsverbod heeft overtreden dat hem is opgelegd bij de gedragsaanwijzing d.d. 24 september 2023 en dat dit verbod na de wijziging van de gedragsaanwijzing per 12 oktober 2023 is blijven gelden en daarmee nog gold op de tenlastegelegde datum. Daarbij betrek ik dat ter terechtzitting in hoger beroep geen verweer is gevoerd dat betrekking heeft op het vorenstaande en de verdachte kennelijk wist waartegen hij zich diende te verdedigen.

Gelet op het voorgaande faalt de eerste deelklacht.

Met betrekking tot de tweede deelklacht merk ik het volgende op. Onder 1 heeft het hof bewezenverklaard dat de verdachte een aan hem opgelegd locatieverbod heeft overtreden, door in de tuin althans rondom het huis van [benadeelde] , te komen. Dat de verdachte in de tuin van [benadeelde] is geweest, volgt genoegzaam uit de bewijsmiddelen. De steller van het middel klaagt als ik het goed begrijp, dat uit de bewijsvoering niet volgt dat de tuin van [benadeelde] zich in het in de gedragsaanwijzing aangeduide gebied bevindt. Ik zie dit anders. Uit de bewijsvoering volgt weliswaar niet wat het adres van [benadeelde] is, maar wel dat in het kader van een eerdere strafzaak waarin zij als slachtoffer is aangemerkt, tegen de verdachte een gebiedsverbod en een contactverbod is uitgevaardigd ten aanzien van [benadeelde] en dat het op 24 september 2023 omschreven gebiedsverbod nadien kennelijk niet is gewijzigd en gold tot 22 december 2023. Daaruit heeft het hof vervolgens kunnen afleiden dat het de verdachte onder het locatieverbod verboden was om zich op 26 november 2023 in de buurt van de woning van aangeefster ([benadeelde]) te begeven. Daarbij betrek ik dat het contact- en locatieverbod ten aanzien van [benadeelde] onmiskenbaar samenhangen en dat door de verdediging niet is betwist dat het locatieverbod ook gold ten aanzien van de tuin en (rondom) de woning van aangeefster. Ook de tweede deelklacht faalt daarmee.

De bewijsklacht met betrekking tot het onder 2 bewezenverklaarde

De derde deelklacht houdt in dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte de camera van [benadeelde] opzettelijk heeft weggemaakt, zoals onder 2 is bewezenverklaard.

De tenlastelegging van feit 2 is gebaseerd op art. 350 lid 1 Sr, dat luidt:

“Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.”

Het hof heeft in zijn bewijsoverwegingen, zoals weergegeven onder randnummer 2.4 van deze conclusie, vastgesteld dat de camera van aangeefster werkte op het moment dat de verdachte de tuin van haar woning betrad en de camera kort hierna, namelijk binnen 10 minuten na de melding van aangeefster en het arriveren van de politie, van zijn plaats is getrokken. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat – gelet op de verstreken tijd tussen het waarnemen van de verdachte op de camera en het van zijn plaats trekken daarvan alsmede gelet op de omstandigheid dat het procesdossier geen enkele aanwijzing bevat dat er zich in de avond van 26 november 2023 nog iemand zonder toestemming van aangeefster in de tuin heeft bevonden dan wel de camera van zijn plek heeft verwijderd – het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is die verantwoordelijk is voor het ‘wegmaken’ van de camera.

Uit de bewijsmiddelen waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd, blijkt dat in het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] wordt gerelateerd dat de melding van de aangeefster is gedaan in verband met de aanwezigheid van de verdachte in de tuin van aangeefster en de vernieling van haar camera. Uit de bewijsvoering blijkt daarmee niet – zoals de steller van het middel terecht opmerkt – dat de verdachte de camera van zijn plaats heeft getrokken en daarmee heeft weggemaakt. De derde deelklacht is aldus terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Het middel slaagt ten dele. De klachten over het onder 1 bewezenverklaarde kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.

Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?