ECLI:NL:PHR:2026:756

ECLI:NL:PHR:2026:756

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 03-08-2026
Zaaknummer 25/01005
Rechtsgebied Strafrecht

Samenvatting

Conclusie AG. Diverse zedendelicten in combinatie met bedreiging, afdreiging en belaging. Middelen bevatten klachten over verschillende aspecten van de bewijsvoering van verkrachting, bezit kinderpornografisch materiaal, bedreiging en afdreiging. Verder klaagt middel 5 over toewijzing vordering tot vergoeding immateriële schade en middel 8 klaagt over bevel opheffing schorsing vh. Alle middel falen. Conclusie strekt tot strafvermindering i.v.m. overschrijding RT in cassatie en tot verwerping van het beroep voor het overige.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 25/01005

Zitting 18 augustus 2026

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1. Inleiding

De verdachte is bij arrest van 18 maart 2025 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens

- onder 1 “met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd”;

- onder 2 “verkrachting, meermalen gepleegd”;

- onder 3 “een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt”;

- onder 4 “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd”;

- onder 5 “afdreiging, meermalen gepleegd”;

- onder 6 “belaging”,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als bedoeld in art. 38v Sr, inhoudende een locatie- en contactverbod, zoals nader omschreven in het arrest, aan de verdachte opgelegd. Verder heeft het hof beslist over inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen. Ook heeft het beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en in dat verband aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, zoals nader omschreven in het arrest. Tot slot heeft het hof de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.

Namens de verdachte heeft B. Kizilocak, advocaat in Rotterdam, acht middelen van cassatie voorgesteld. Namens benadeelde partij [benadeelde] heeft M. Rotgans, advocaat in Utrecht , een verweerschrift ingediend.

2. Het eerste, tweede, zesde en zevende middel

Het eerste, tweede, zesde en zevende middel klagen over verschillende aspecten van de bewijsvoering van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde. Voor een beter begrip van het arrest van het hof geef ik hierna ook het onder 1 bewezenverklaarde weer, omdat het hof de feiten 1, 2 en 3 tezamen behandelt.

Ten laste van de verdachte is onder 1, 2 en 3 bewezenverklaard dat:

1.

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 31 december 2018 te [plaats] , gemeente [...] en [plaats] , gemeente [...] en [plaats] en [plaats] en [plaats] meermalen met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte, meermalen, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en op en neer bewogen en gehouden;

2.

hij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 24 februari 2021, te [plaats] , gemeente [...] en [plaats] en [plaats] en [plaats] door een andere feitelijkheid te weten het meermalen (al dan niet heimelijk) maken van (naakt)foto’s van die [slachtoffer] en verspreiden van die (naakt)foto’s, althans het dreigen met verspreiden van die (naakt)foto’s, en in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie en een afhankelijke positie brengen van die [slachtoffer] en het die [slachtoffer] in die positie houden en misbruik maken van zijn positie en psychische overmacht op die [slachtoffer] , [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte, meermalen zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en op en neer bewogen en gehouden;

3. hij in de periode van 11 mei 2018 tot en met 31 maart 2022 te [plaats] , gemeente [...] en [plaats] , gemeente [...] en [plaats] en [plaats] en [plaats] afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, te weten foto’s en video's, van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2003 heeft vervaardigd in bezit gehad en zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - (telkens) bestonden uit:

het met de penis oraal en vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past althans het (al dan niet heimelijk) (doen) tonen van het (al dan niet gehele) naakte lichaam van die minderjarige(n), (waarbij) de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt”.

De bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde steunt op de volgende (zakelijk weergegeven) bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen betreffende de feiten 1, 2 en 3 (met weglating van voetnoten):

“Feit 1, feit 2 en feit 3

Bewijsmiddelen

De aangifte van [slachtoffer]

Ik doe aangifte tegen verdachte [verdachte] . Hij woont in [plaats] . Als ik geen contact met verdachte heb, dan gaat hij me uitschelden en dan bedreigt hij mij, b.v. ook om foto’s op social media te zetten. Als de foto's waar ik op sta openbaar worden, dan moet ik het huis uit en is de relatie met mijn man afgelopen. Dat zijn gewone foto's van hem en mij en foto’s dat ik korte kleding draag. Er zijn ook naaktfoto's van mij. Ik sta daar ook met mijn gezicht op.

Sommige naaktfoto's heeft hij samen met mij gemaakt en hij heeft mij ook gevraagd om naaktfoto's van mezelf te maken. Ik wilde dat niet en kreeg toen een conflict met hem en moest dat doen. Het is macht. Als ik iets niet doe, dan word ik bedreigd. Ik woon nu in [plaats] en soms in [plaats] . In [plaats] wonen mijn ouders. In [plaats] woont degene met wie ik een relatie heb. Zijn naam is [betrokkene 1] .

In oktober 2014 is er voor het eerst iets op seksueel gebied gebeurd tussen [verdachte] en mij. Dit was in Jordanië. De laatste keer dat er iets seksueels is gebeurd tussen mij en [verdachte] is 24 februari 2021. Ik ken [verdachte] via zijn neefje. Die had een relatie met mijn zus. Toen had ik geen vader omdat die al in Nederland was. En ik kreeg aandacht van [verdachte] . Op 24 oktober 2014 ging mijn moeder boodschappen doen. Maar hij draaide mij toen op mijn buik, en heeft mijn broek naar beneden gedaan tot ongeveer mijn knieën. Op dat moment draaide hij mij om, in die draai deed hij zijn hand op mijn mond en gelijk sprong hij op mij. Toen was hij klaargekomen, ik wist toen niet wat dat was. Maar ik zag wit op mij.

Ik was in februari 2015 in Nederland gekomen. In april 2015 kwam [verdachte] naar Nederland. En in juli 2015, was ik 12 jaar, en toen ging het seksueel contact met [verdachte] hier verder in Nederland. In Nederland is het 40-50 keer gebeurd. Soms wilde ik de seks wel. Maar toen was het anders, toen had ik andere gevoelens voor hem. Ik dacht het is serieus, maar later dacht ik nee. Ik ben gewoon een speeltje. En met mijn toestemming was ik 14 tot en met 16 jaar. Toen was [verdachte] ongeveer 34 jaar. Toen ik 16 jaar was, besefte ik dat de relatie met [verdachte] niet kon.

In juni 2015 gebeurde het hier in Nederland. Ik was in [plaats] in het AZC. Hij nam contact met mij op per telefoon en gaf mij aan dat hij in Nederland was zonder familie. Ik vond het zielig voor hem. Ik gaf het adres aan [verdachte] . En daar was [verdachte] naartoe gekomen. Midden in de bosjes zei hij trek je broek uit en buig voorover. Ik zei dat ik dat niet wilde. Toen zei hij: Buig maar even en doe je broek uit. Waarop ik zei, dat ik dat niet wilde. Ik heb mijn broek uitgedaan tot aan de knieën. En toen moest ik buigen en ging ik voorover. Toen ging hij het met mij doen. Toen heeft hij gelijk zijn penis eruit gehaald en in mijn vagina gedaan. Hij stond toen achter mij. Hij ging toen heen en weer en hij heeft hem er gelijk uitgehaald voordat hij was klaargekomen.

[verdachte] heeft een nieuwe winkel in [plaats] . Hij zei toen dat hij seks wilde met mij in de wc. Hetzelfde als de vorige keer, dat ik voorover moest buigen. En toen zei ik: ik wil dat niet. Doe maar niet alsjeblieft. Waarop hij vroeg: 'Hoe is het met je zus?'. En ik wist meteen wat hij daarmee bedoelde. Hij bedoelde te zeggen van als je nu niks doet, dan gebeurt er iets met je zus [benadeelde] . De keer daarvoor toen ik zei dat ik het niet wilde, zei hij die krijg je terug. En toen heeft hij foto's van [benadeelde] op Facebook gezet. Toen ben ik in de wc gegaan, moest ik buigen en deed de helft van mijn broek tot mijn knieën gedaan. Toen moest ik naar voren buigen en deed hij zijn penis in mijn vagina Dit gebeurde in januari 2021. Ik was toen net 18 jaar.

In februari 2021 was de laatste keer. Dit was in [plaats] . Het was geen huis, maar een hotel. Toen hebben we weer seks gehad.

V: Van de keren dat hij tegen mijn wil in seks had met [verdachte] kan ik mij nog het beste die keer herinneren dat hij mij heeft meegenomen heeft naar zijn huis.

Volgens mij 2016. Toen was ik 13 jaar. Ik ging met [verdachte] mee naar [plaats] , daar was zijn eerste huis. En toen woonde hij in een hele lange flat. Hij woonde op de vijfde verdieping.

Toen op een gegeven moment kwam hij naast mij zitten, op een grote zwarte stoel die ook kon draaien. Toen ging hij naast mij zitten en deed hij mijn broek uit en mijn onderbroek uit. Toen zei ik: 'nee, doe nou maar niet alsjeblieft.’ Hij ging met zijn piemel in mijn vagina heen en weer.

De aangifte van [slachtoffer] over bedreigingen

[verdachte] heeft mij zolang als ik mij kan heugen angst aangejaagd. Deze angst komt mede voort uit de bedreigingen die ik sinds mijn 16e jaar ontving van [verdachte] .

Gespreksopname van telefonische bedreigingen door [verdachte] , naar mijn telefoonnummer 1 oktober 2019 gespreksopname komend vanaf [telefoonnummer 1] :

W: 'Ik heb het niet alleen over jouw foto's plaatsen, nee, nog wat anders.'

Ik: 'Wat dan, wat wil je doen?'

W: 'Ik ben [verdachte] , ik ben [verdachte] , ik ben [verdachte] .'

Ik: 'Klaar, ik ga aangifte doen. Ik ben een minderjarig meisje.'

W: 'Als politie mij pakt, is er iemand anders.'

Ik: 'Bedreig je me nou??'

W: 'Ja, ik bedreig je en ik snijd jou wel.

Jij moet niet via de wet proberen wat te doen.'

'Ik maak jou dood en dan mijzelf, en dan is alles afgelopen.’

De verklaring van de zus van [slachtoffer] , [benadeelde]

over de relatie tussen [slachtoffer] en [verdachte] :

Desgevraagd geeft [benadeelde] aan dat [verdachte] al vanaf Jordanië buitengewone belangstelling had voor haar zus [slachtoffer] . [verdachte] won haar vertrouwen, kocht kleding en kreeg de rol van een familielid. Op verschillende momenten gedurende de afgelopen jaren, bij het AZC in [plaats] en bij [benadeelde] thuis, zegt zij dat [verdachte] en [slachtoffer] seks met elkaar gehad hebben. [benadeelde] werd dan door [verdachte] voor een boodschap weg gestuurd, of moest in de woonkamer op de mobiele telefoon van [verdachte] een spelletje gaan spelen, terwijl [slachtoffer] met [verdachte] naar de slaapkamer gingen.

De aangetroffen afbeeldingen op de mobiele telefoons van verdachte

Op 16-03-2021 is [verdachte] aangehouden op verdenking van mishandeling van [benadeelde] . Er is toen een telefoon van [verdachte] in beslag genomen, een Alcatel Pixi 4.

2021 Alcatel Pixi 4

De volgende gmail-accounts staan geregistreerd in de telefoon:

• [e-mailadres 1]

• [e-mailadres 2]

• [e-mailadres 3]

• [e-mailadres 4]

Aangezien deze useraccountnamen de naam van de verdachte in zich hebben en de telefoon bij hem in beslag is genomen, is het aannemelijk dat de telefoon in gebruik is geweest bij de verdachte [verdachte] .

Video's

Op de telefoon worden vijf video's aangetroffen in MP4 formaat. Opvallend is dat bij drie van de filmpjes de bestandsnaam de naam " [slachtoffer] " bevat en alle filmpjes de naam van de verdachte in zich hebben ( [...] of [...] ). In de vijf video's zie ik dat steeds dezelfde man en vrouw seks hebben. De man neemt het initiatief. In ieder filmpje wordt de camera door de man gepositioneerd en soms herschikt. Soms wordt door de man gelopen met de camera. De man in de video's herken ik als de verdachte [verdachte] op basis van de foto op zijn ID-staat. De vrouw op de filmpjes herken ik als [slachtoffer] . In de eerste drie filmpjes is steeds een wit (schuin) plafond te zien met hartjes en bloemen. Op basis hiervan zijn de eerste drie video's vermoedelijk op de slaapkamer van [slachtoffer] gemaakt. Op de laatste twee video's zijn [verdachte] en [slachtoffer] vermoedelijk in het huis van de man van [slachtoffer] , [betrokkene 1] , op de [a-straat] in [plaats] . Op de filmpjes staat rechts onderin de tekst TrackView. Trackview is een bewakings- en beveiligingsapplicatie op de telefoon waarmee een camera op een andere telefoon kan worden uitgekeken (bron:http://trackview.net/).

Algemene gegevens van de video's:

naam creatie starttijd eindtijd vermoedelijke locatie

[...] 19-07-2020 14:09 14:36 Slaapkamer [slachtoffer]

[...] 19-07-2020 17:04 17:39 Slaapkamer [slachtoffer]

[...] 25-07-2020 17:47 18:22 Zolderkamer [betrokkene 2] en

slaapkamer [slachtoffer]

[...] 10-03-2021 11:25 11:43 Huis/slaapkamer [betrokkene 1]

[...] 12-03-2021 09:43 10:10 Huis/slaapkamer [betrokkene 1]

2021 Samsung S 10e

Op de telefoon zijn de volgende useraccounts aanwezig:

• [e-mailadres 5]

• [e-mailadres 6]

• [e-mailadres 2]

• [e-mailadres 7]

• [e-mailadres 1]

• [e-mailadres 1]

Gezien het feit dat dezelfde e-mailadressen op de Alcatel Pixi 4 staan is het aannemelijk dat de Samsung S10e in gebruik is geweest van verdachte [verdachte] .

De App Trackview lijkt op het toestel te zijn geregistreerd met permissies voor personal info (camera), audio en netwerk. Het toestel lijkt alleen gebruik te hebben gemaakt van WiFi. Vanaf 02-03-2021 tot en met 16-03-2021 wordt zeer regelmatig contact gemaakt met onbekende WiFi-netwerken, in totaal 264 keer. Mogelijk is de telefoon gebruikt als camera voor de applicatie Trackview.

2022 Samsung J3 ( [...] )

Het IMEI nummer van de telefoon is [0001] . Op basis van historische verkeersgegevens was in juni 2019 de telefoon in gebruik in combinatie met telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij [verdachte] . Een van de gmail-adressen die wordt aangetroffen op de telefoon is [e-mailadres 1] . Ook wordt zijn adres in [plaats] ge-sms't en worden tientallen selfies van [verdachte] aangetroffen.

Foto's

Er staan naast een groot aantal selfies van [verdachte] alleen, een groot aantal foto's van [verdachte] samen met (naar alle waarschijnlijkheid) [slachtoffer] op de telefoon. De eerste gezamenlijke foto van [verdachte] en [slachtoffer] is genomen met de Samsung J3 op 29-04-2018. Op dat moment is [slachtoffer] 15 jaar oud (geboortedatum [slachtoffer] [geboortedatum] 2003). De laatste foto's dateren van bijna een jaar later: 28-04-2019.

11-05-2018. Te zien is dat [slachtoffer] op deze foto poseert, schaars gekleed in een rode beha met rode slip

29-06-2018 09:22:25. Op de foto met de benen zijn dezelfde bloemen op de wand te zien die ook in de seksfilmpjes op de Alcatel Pixi 4 te zien zijn. Op het origineel van de foto is het naakte kruis te zien.

01-07-2018. Te zien is dat [slachtoffer] op deze foto poseert, qua bovenlichaam schaars gekleed in een rode beha.

08-09-2018 10:56:28. [slachtoffer] en [verdachte] poseren, allebei schaars gekleed.

08-09-2018 11:34:16. [slachtoffer] en [verdachte] poseren, waarbij [slachtoffer] qua bovenlichaam erotisch schaars gekleed is.

19-9-2018 21:40:15. Te zien is dat [slachtoffer] op deze foto poseert, schaars gekleed in een rode beha met rode slip.

11-10-2018 09:55:38. In deze foto is [verdachte] volledig naakt en heeft [slachtoffer] haar hand om zijn penis.

1-11-2018 19:35:06. [slachtoffer] en [verdachte] poseren, allebei schaars gekleed. [slachtoffer] schaars gekleed in bh met slip en [verdachte] met alleen een slip aan.

6-2-2019 21:06 [slachtoffer] en [verdachte] poseren, allebei schaars gekleed. [slachtoffer] schaars gekleed in bh met slip en [verdachte] met alleen een slip aan.

28-4-2019 22:35:38 [slachtoffer] en [verdachte] poseren, allebei schaars gekleed. [slachtoffer] schaars gekleed in bh met slip en [verdachte] met alleen een slip aan.

Het tonen van de foto's aan [slachtoffer]

Wij hebben aangever [slachtoffer] enkele afbeeldingen getoond.

Hierop antwoordde zij op foto 1: "Dat ben ik samen met [verdachte] . De foto is gemaakt bij de bosjes achter het huis in [plaats] .

Foto 2: "Dat ben ik ook samen met [verdachte] . De foto is gemaakt bij de bosjes en een speeltuin in [plaats] .

Foto 3: "Dat ben ik. De foto is gemaakt op de zolderkamer bij mijn ouders thuis. Het adres van mijn ouders is [b-straat 1] in [plaats] . Op deze zolderkamer heb ik

geslachtsgemeenschap met [verdachte] gehad."

Foto 4: "Dat ben ik. De foto is gemaakt in de woonkamer van mijn ouders, het is hetzelfde

adres als hierboven. Ik was toen 15 of 16 jaar oud.

Foto 5: "Dat ben ik en dat was op de zolderkamer bij mijn ouders thuis. Het jurkje heb ik nog in de kast dus die kan ik jullie laten zien."

Aangever [slachtoffer] werd zichtbaar emotioneel bij de foto's 3 en 5.

Aangever [slachtoffer] gaf aan dat ze niet wist dat deze beelden er waren, dit omdat deze beelden zonder haar weten zijn gemaakt.

Ze gaf aan het logo van de TrackView te herkennen, deze app zou op haar telefoon geïnstalleerd zijn zodat [verdachte] altijd met haar mee kon kijken en luisteren. Ze gaf aan dat ze van [verdachte] meerdere telefoons heeft gekregen die al waren geïnstalleerd.

Het proces-verbaal van bevindingen

Op dinsdag 16 maart 2021, omstreeks 15.45 uur, waren wij, [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , belast met de incidentafhandeling voor de gemeente [...] . Op dinsdag 16 maart 2021, omstreeks 16.00 uur, kregen wij de opdracht van de centralist van het Operationeel Centrum om te gaan naar de [b-straat 1] te [plaats] in verband met een bedreiging. In de woning sprak ik, [verbalisant 2] , met [benadeelde] . Zij wilde aangifte doen tegen [verdachte] .

Ik, [verbalisant 1] , hoorde van [betrokkene 2] dat [verdachte] de belastende foto's en filmpjes op een mobiele telefoon had staan die in zijn auto zou liggen. Op basis van artikel 96 Wetboek van Strafvordering doorzocht ik het voertuig van verdachte. Tijdens het doorzoeken van de auto hoorde ik via een apparaat meerdere stemmen. Tot mijn verbazing hoorde ik ook [verbalisant 2] praten.

Ik wist dat zij op dat moment in de woning was. Ik zag uiteindelijk onder de bijrijdersstoel een mobiele telefoon. Toen ik die mobiele telefoon pakte, zag ik onderin in het rood in beeld staan: "Rec 45.58 sec." Ik nam hierop de telefoon (het hof begrijpt: de Alcatal Pixi 4) in beslag voor verder onderzoek

De verklaring van verdachte ter terechtzitting bij de rechtbank

Ik ben in april 2015 naar Nederland gekomen. Daarvoor woonde ik in Jordanië. Ik woonde in Nederland eerst in een AZC en daarna in een flatwoning in [plaats] . In 2021 had ik een supermarkt in [plaats] . Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 1] . De onder mij inbeslaggenomen telefoon, de Samsung Galaxy J3, is van mij.

De verklaring van verdachte bij de politie

Ik ken haar [ [benadeelde] ] familie heel lang geleden. Ik heb de familie in Jordanië leren kennen.

Haar moeder was onze buurvrouw. We waren buren. In 2016 had ik in [plaats] een appartement op de 5e verdieping.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Het hof vult deze door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen aan met de verklaring van aangeefster [slachtoffer] van 11 maart 2024, afgelegd bij de raadsheer-commissaris in dit hof, inhoudende dat zij bij de politie naar waarheid heeft verklaard. De mishandeling van haar zusje (hof: [benadeelde] ) door verdachte vormde de druppel: toen heeft zij aangifte gedaan. Door het handelen van verdachte heeft zij PTSS opgelopen, niet door wat er tijdens haar jeugd in Syrië is gebeurd.

Bewijsoverweging feit 1 en feit 2

In zedenzaken gaat het in de kern vaak om het woord van de aangever tegen dat van de verdachte. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat in dergelijke gevallen niet is vereist dat de handelingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van de aangever op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Tussen de verklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.

Het hof is met de rechtbank (…) van oordeel dat de verklaringen van aangeefster, bij gebrek aan aannemelijk geworden aanwijzingen voor het tegendeel, voldoende betrouwbaar zijn om te kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Die verklaringen zijn gedetailleerd. Zo verklaart zij over het hebben van seks in de woning van verdachte. Haar beschrijving van de woning klopt, terwijl verdachte heeft verklaard dat zij niet bij hem thuis is geweest. Haar verklaringen vinden bovendien steun in andere bewijsmiddelen, namelijk in de verklaring van de zus van aangeefster en in de foto's/filmpjes die op de Samsung J3 mobiele telefoon van verdachte zijn aangetroffen.

Tegenover dit alles staat (ook) in hoger beroep de ontkennende verklaring van de verdachte. Die verklaring acht het hof net als de rechtbank, gelet op wat hiervoor is overwogen, ongeloofwaardig.

Het hof acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 juni 2015 tot en met 31 december 2018 ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] door meermalen seks met haar te hebben tussen haar twaalfde en zestiende levensjaar (feit 1).

Naar het oordeel van het hof, aansluitend bij dat van de rechtbank, was er, zoals blijkt uit de bewijsmiddelen, niet alleen sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil, maar was er gelet op de verschillende levensfases waarin verdachte en [slachtoffer] zich destijds bevonden, ook op dat vlak sprake van een ongelijkwaardige relatie tussen hen.

Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat de bewezenverklaarde handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm en dat deze handelingen ontuchtig zijn. De vraag of [slachtoffer] al dan niet heeft ingestemd met de seksuele handelingen is in dit kader niet relevant.

Het hof acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] in de periode van 1 januari 2019 tot en met 24 februari 2021 meermalen heeft verkracht (feit 2).

Het hof is van oordeel dat verdachte aangeefster in die periode door middel van andere feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, die mede bestonden uit het binnendringen van haar lichaam.

Daarover overweegt het hof het volgende.

Van door een 'feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam' van een slachtoffer als bedoeld in art. 242 Sr kan slechts sprake zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan.

Van ‘door een feitelijkheid dwingen’ als hiervoor bedoeld kan sprake zijn indien de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. De vraag of die dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Feiten en omstandigheden die voorafgaand aan de ten laste gelegde periode hebben plaatsgevonden kunnen mede redengevend zijn voor het bewijs van de uitgeoefende dwang (vgl. ECLI:NL:HR:2013:494).

Op basis van het dossier zijn de volgende feiten en omstandigheden komen vast te staan.

Verdachte kreeg in Jordanië een seksuele relatie met [slachtoffer] toen zij elf jaar was. [slachtoffer] kwam in februari 2015 naar Nederland. Verdachte kwam daarna ook naar Nederland. De seksuele relatie tussen [slachtoffer] en verdachte ging verder in Nederland. Verdachte palmde [slachtoffer] in door haar cadeautjes te geven en leuke dingen met haar te doen. [slachtoffer] was in de veronderstelling dat verdachte met haar zou trouwen en van haar hield. Toen zij erachter kwam dat verdachte getrouwd was, zag zij in dat de relatie nergens op uit zou lopen. Vanaf dat moment heeft [slachtoffer] geprobeerd de relatie te beëindigen. Verdachte zette haar echter onder druk om alsnog seks met hem te hebben.

Aangeefster bevond zich in de ten laste gelegde periode in een zodanige positie ten opzichte van verdachte, dat er uit de feitelijke verhoudingen een overwicht voortvloeide. Daarbij betrekt het hof net als de rechtbank niet alleen het grote verschil in leeftijd, maar ook de kwetsbare omstandigheden waarin verdachte aangeefster heeft ontmoet: zij was de oorlog in Syrië ontvlucht en verbleef eerst in Jordanië (grotendeels zonder haar vader) en daarna in een AZC waarbij het gezin van aangeefster weinig middelen had, hun eigen sociaal netwerk was weggevallen en aangeefster zelf ook geen vrienden of vriendinnen meer had van haar eigen leeftijd. Aangeefster was dus jong, ontheemd en eenzaam. In die omstandigheden heeft verdachte zich opgeworpen als een (familie)vriend, haar verwend met aandacht en cadeautjes en haar een mooie toekomst beloofd.

Verdachte heeft op deze manier gebruik gemaakt van de kwetsbaarheid van aangeefster en haar in een afhankelijkheidssituatie gebracht waardoor zij een zodanige psychische druk voelde dat zij zich naar redelijkheid niet kon verzetten tegen de seks. Verdachte chanteerde haar daarbij ook nog eens met de (naakt)foto's die hij van haar en haar zusje had en hij dreigde om deze openbaar te maken. Zij heeft verklaard dat zij zich hierdoor gedwongen voelde om seks met verdachte te hebben. Het hof acht dit net als de rechtbank ook aannemelijk.

Haar angst is immers verwezenlijkt bij de feiten 4 en 5, die het hof ook bewezen acht. Het hof betrekt bij zijn oordeel verder dat aangeefster bij een relatie met verdachte als getrouwde man met kinderen niets te winnen had. Zij liep hierdoor, gelet op de cultuur waarin zij zich bevond, juist gevaar.

Aangeefster zou, indien binnen haar familie bekend zou worden dat zij een seksuele relatie met verdachte had, ernstig in de problemen komen. Zij vreesde te zullen worden mishandeld en verstoten door haar familie, en mogelijk zelfs slachtoffer te worden van eerwraak. Verdachte wist dat niet alleen, hij heeft juist die culturele omstandigheden als machtsmiddel ingezet. Hij heeft ingespeeld op de emoties en culturele achtergrond van [slachtoffer] . Ook valt niet in te zien dat verdachte bij een normale affectieve relatie aangeefster via haar telefoon zou moeten bespioneren. Verdachte heeft, ook niet in hoger beroep, geen alternatieve verklaring gegeven voor de door hem uitgeoefende dwang, die uit de bewijsmiddelen volgt.

Concluderend komt het hof, evenals de rechtbank, tot het oordeel dat verdachte door middel van de hierboven besproken feitelijkheden, die in onderling verband en samenhang worden beschouwd, een dusdanige dwang op aangeefster heeft uitgeoefend dat zij daardoor tegen haar wil werd gedwongen tot seks. Verdachte heeft hiertoe ook opzet gehad. Zodoende acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster in de ten laste gelegde periode meermalen heeft verkracht.

Bewijsoverweging feit 3

Het hof acht, net als de rechtbank, op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 11 mei 2018 tot en met 31 maart 2022 naaktfoto's en -video's van [slachtoffer] heeft vervaardigd en in zijn bezit had. [slachtoffer] was op dat moment minderjarig. Verdachte heeft deze afbeeldingen onder meer vervaardigd door gebruik te maken van de app TrackView die hij buiten haar medeweten op de telefoon van [slachtoffer] had geïnstalleerd. Gelet op de lange periode waarin verdachte beeldmateriaal van [slachtoffer] maakte en bewaarde, heeft hij hier een gewoonte van gemaakt.

Onduidelijk is gebleven om welke zeventig tenlastegelegde afbeeldingen het gaat. Het hof zal verdachte daarom alleen veroordelen voor de afbeeldingen die beschreven zijn in het dossier, te weten Vijf video's waarop verdachte en [slachtoffer] seks hebben en foto's waarop zij alleen of met verdachte in ondergoed te zien is en welke afbeeldingen mede gelet op de culturele achtergrond van verdachte en [slachtoffer] een seksuele lading hebben.”

Het eerste middel

Het eerste middel bevat de klacht dat de onder 2 bewezenverklaarde verkrachting van [slachtoffer] niet toereikend is gemotiveerd. Het hof heeft voor de bewezenverklaring redengevend geacht dat de aangeefster vanwege de cultuur waarin zij zich bevond gevaar liep door de relatie met de verdachte, omdat ingeval de relatie bekend zou worden zij zou moeten vrezen voor mishandeling, verstoting of zelfs eerwraak, terwijl deze omstandigheden niet uit de bewijsmiddelen blijken.

Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte de aangeefster door middel van een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Deze feitelijkheden hielden blijkens de bewijsvoering in i) het vanaf een zeer jonge leeftijd inpalmen van de aangeefster, die ontheemd en eenzaam was na ontvluchting van de oorlog in Syrië, met cadeautjes, ii) de afhankelijke positie van de aangeefster, die eruit bestond dat zij de oorlog in Syrië was ontvlucht, er tijden waren waarin zij zonder vader door het leven moest, het gebrek aan middelen van haar familie, het wegvallen van het sociale netwerk en het ontbreken van vrienden van dezelfde leeftijd in het leven van de aangeefster en iii) het, nadat de aangeefster in verzet kwam tegen verdachtes handelen, dreigen met het openbaar maken van naaktfoto’s van de aangeefster en haar zus [benadeelde] als de aangeefster geen seks meer met de verdachte zou hebben. Op die manier heeft de verdachte gebruik gemaakt van de kwetsbaarheid van de aangeefster en haar in een afhankelijkheidssituatie gebracht waardoor zij een zodanige psychische druk voelde dat zij zich in redelijkheid niet kon verzetten tegen de dwang van de verdachte.

Verder heeft het hof bij zijn oordeel betrokken dat de aangeefster bij een relatie met verdachte als getrouwd man niets te winnen had, maar hierdoor juist gevaar liep, gezien haar cultuur. De verdachte heeft volgens het hof die culturele omstandigheid als machtsmiddel ingezet. Dit zou volgens de steller van het middel niet uit de bewijsmiddelen blijken. Ik zie dit anders. Blijkens de tot het bewijs gebezigde verklaring van de aangeefster ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde feit blijkt dat zij al rond haar vijftiende levensjaar foto’s moest maken voor de verdachte en dat de verdachte, als zij hieraan geen gehoor zou geven, de kennelijk reeds in zijn bezit zijnde foto’s aan de vader van de aangeefster zou sturen. De aangeefster heeft hierover verklaard: “Ik was bang voor de eer van mijn familie en bang voor mijn vader dus deed ik alles voor [verdachte] [DP: de verdachte] als hij maar mijn familie met rust liet”. Hoewel deze verklaring betrekking heeft op een periode voor de bewezenverklaarde verkrachting blijkt hieruit zonder meer dat de aangeefster begaan was met de eer van haar familie en dat dit een rol van betekenis speelde bij het overwicht dat de verdachte op haar had. Ik wijs er verder op dat ook uit de namens de aangeefster (in haar hoedanigheid als benadeelde partij) opgestelde onderbouwing van de schade het culturele aspect van de dwang die de verdachte op haar uitoefende naar voren wordt gebracht. Ik citeer:

De gevolgen van het verspreiden van dergelijke foto’s binnen de Syrische cultuur zijn dan ook vele malen groter en omvangrijker. Daar komt bij dat de familie door de strafrechtelijke gedragingen is ontwricht. [slachtoffer] wordt met de nek aan gekeken door andere familieleden en kennissen. Ze heeft alleen contact met haar ouders. Ook die relatie staat erg onder druk. Door de foto’s heeft zij ook geweld moeten verduren van haar eigen vader. Een jong meisje wordt niet geloofd. Een volwassen man wel. Wederom een grote inbreuk op het veiligheidsgevoel van [slachtoffer].”

Ten overvloede merk ik nog op dat de overige omstandigheden die het hof ten grondslag heeft gelegd aan zijn oordeel dat de verdachte door middel van andere feitelijkheden de aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen dit oordeel reeds kunnen dragen, zodat ook zonder het betrekken van de cultuur gerelateerde component van de dwang de bewezenverklaring voldoende uit de bewijsmiddelen blijkt. De verdachte heeft derhalve hoe dan ook geen belang bij cassatie.

Het middel faalt.

Het tweede middel

Het tweede middel bevat de klacht dat het hof het onder 3 tenlastegelegde bewezen heeft verklaard, terwijl aangeefster [slachtoffer] ten tijde van het vervaardigen van twee van de video’s voor het bezit waarvan de verdachte is veroordeeld reeds achttien jaar was, zodat het bewezenverklaarde niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

Uit de bewijsvoering van het hof (hierboven onder randnummer 2.3 weergegeven) blijkt dat de vierde en vijfde video die zijn aangetroffen op de telefoon die in gebruik was bij de verdachte zijn opgenomen op respectievelijk 10 en 12 maart 2021. De aangeefster is uitgaande van haar geboortedatum ( [geboortedatum] 2003) op [...] 2021 achttien jaar geworden. Hoewel de werkelijke leeftijd niet hoeft te worden bewezen voor een veroordeling voor art. 240b (oud) Sr, lijkt me dat in een geval als het onderhavige, waarin vaststaat dat degene die op het beeldmateriaal te zien is de leeftijd van achttien jaren reeds heeft bereikt en verder nergens uit blijkt dat deze persoon naar haar uiterlijke kenmerken kennelijk jonger dan achttien jaar oogt, dit in zoverre aan een bewezenverklaring in de weg staat. Dit leidt echter gezien de andere drie in de bewijsvoering genoemde video’s en elf afbeeldingen, die zijn vervaardigd toen de aangeefster de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en ten aanzien waarvan derhalve voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt’ als bedoeld in art. 240b lid 1 (oud) Sr uit de bewijsmiddelen niet hoeft te blijken dat aangeefster op de video jonger oogt dan achttien jaar niet tot cassatie. De aard en ernst van de bewezenverklaring wordt namelijk niet aangetast door het weglaten van de twee video’s uit de bewijsvoering, terwijl ook de kwalificatie ongewijzigd blijft. Daarmee faalt het middel.

Het zesde middel

Het zesde middel bevat de klacht dat het hof is afgeweken van het door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] en [benadeelde] zonder daartoe genoegzaam de redenen op te geven, althans dat de verwerping van dit verweer niet begrijpelijk is gemotiveerd. Daarnaast zou de bewezenverklaring steunen op deels tegenstrijdige bewijsmiddelen.

De pleitnota die ter terechtzitting in hoger beroep is overgelegd, houdt het volgende in (voor zover relevant voor de beoordeling van het middel):

Betrouwbaarheid

Voorts geldt in de gehele zaak dat de verklaringen van alle betrokkenen en met name die van aangeefster [slachtoffer] , aangeefster [benadeelde] en aangeefster [aangeefster] onvoldoende betrouwbaar zijn om voor het bewijs of als steunbewijs te kunnen gebruiken.

Vooral de getuigenverklaringen die in hoger beroep zijn afgelegd hebben duidelijk gemaakt dat de verklaringen van aangeefsters onvoldoende betrouwbaar zijn om tot bewezenverklaringen te kunnen komen.

Aangeefster [slachtoffer] heeft bij de RHC verklaard dat er in Jordanië al sprake zou zijn geweest van misbruik, verkrachtingen en chantage van de zijde van cliënt. Dit komt evenwel niet overeen met de verklaringen van aangeefster bij het informatief gesprek en de aangifte van aangeefster [slachtoffer] en het overige dossier, waarin dat niet valt te constateren.

Aangeefster heeft verder verklaard bij de RHC dat haar familie eigenlijk nergens vanaf wist wat er met cliënt zou spelen.

Echter, de moeder van aangeefster heeft bij de RHC zelf verklaard dat zij wist dat cliënt in de woning kwam en wist van contact tussen aangeefster [slachtoffer] en cliënt. Ook blijkt uit de verklaringen van [aangeefster] in het dossier en bij de RHC dat [aangeefster] gesprekken zou hebben gehad met de vrouw van cliënt omtrent de relatie tussen aangeefster [slachtoffer] en cliënt omtrent dat er seksueel contact zou zijn tussen aangeefster [slachtoffer] en cliënt. Bij in ieder geval één gesprek zouden aangeefster en haar zus ook geweest zijn.

[benadeelde] heeft bovendien uitdrukkelijk bij de RHC verklaard dat cliënt vaker logeerde bij hun thuis en dan op de kamer bij [slachtoffer] lag terwijl iedereen thuis was. Ook heeft [benadeelde] bij de RHC kenbaar gemaakt dat het inderdaad vaker is voorgekomen dat de vrouw van cliënt boos opbelde met verwijten dat tussen [slachtoffer] en cliënt seksueel getint contact zou zijn. Daarbij komt dat de broer van aangeefster wist dat aangeefster en cliënt met elkaar op de slaapkamer waren met elkaar, aangezien daar filmpjes van in het dossier zitten die dat bevestigen.

Verder kan kleding en een cadeau gekregen telefoon toch niet verborgen blijven voor ouders en gezin, zodat ook dat erop wijs dat iedereen op de hoogte was van de relatie tussen beiden. Aangeefster [slachtoffer] heeft bij de RHC verklaard dat zij cliënt zomaar ineens zou zijn tegengekomen bij het AZC waar zij zat. Echter, uit de verklaring van aangeefster [benadeelde] bij de RHC blijkt dat het contact tussen aangeefster [slachtoffer] en cliënt nooit verbroken is geweest.

Dat er dus bij de familie van aangeefster niets bekend zou zijn omtrent de relatie is dan ook niet aannemelijk en niet juist. De verklaringen van [slachtoffer] , [aangeefster] en de zus [benadeelde] zijn op dit punt volstrekt tegenstrijdig, hetgeen erop wijst dat niet de waarheid wordt gesproken door hen.

Bij de RHC heeft de verdediging ook geprobeerd om vragen te stellen over het voorval op 16 maart 2021. Daar is geen enkele opheldering gekomen en worden de kaken door iedereen op elkaar gehouden omtrent wat er is gebeurd. Cliënt moest namelijk naar het ziekenhuis en had letsel, waarvoor hij behandeld moest worden en moest overnachten. Echter, niemand van de familie weet zogezegd hoe het letsel van cliënt is gekomen, noch willen daaromtrent helder verklaren en van de zijde van aangeefster wordt gesteld dat er niets zou zijn gebeurd waardoor cliënt letsel zou hebben opgelopen. Ook hieruit blijkt dat selectief met de waarheid wordt omgesprongen.

Een ander punt is dat er in een hotel iets zou zijn gebeurd, hetgeen door de recherche is gecontroleerd en blijkt niet juist te zijn, aangezien er in het geheel geen reserveringen waren voor die betreffende dag in dat hotel.

Verder blijkt dat de afspraken en contacten, zoals afspraken toen aangeefster [slachtoffer] in het AZC zat, via de telefoon verliepen en dat gewoon contact werd onderhouden en kennelijk nummers/contactgegevens werden uitgewisseld. Ook aan het vermeende incident in de winkel in [plaats] zou een normaal telefooncontact aan te grondslag hebben gelegen, hoewel dat eerder niet zo door aangeefster is verklaard. Wel is zeer opvallend dat [benadeelde] bij de RHC verklaart dat het contact tussen [slachtoffer] en cliënt rechtstreeks tussen hen verliep, terwijl [slachtoffer] bij de RHC heeft verklaard dat het contact met cliënt via de telefoon van [benadeelde] verliep. Ook dit is dan ook wederom erg tegenstrijdig.

Ook de verklaring van [benadeelde] is op veel punten strijdig met de verklaringen van de overige getuigen en bovendien komt de getuige ineens met geheel nieuwe informatie welke nooit eerder in het dossier naar voren is gekomenen niet eerder door haar is verklaard, hetgeen meer dan onbegrijpelijk en ook geen enkele steun in het dossier heeft.

Zo stelt [benadeelde] bij de RHC dat cliënt geprobeerd zou hebben seks met haar te hebben, terwijl zij dit in haar verklaringen bij de politie nooit eerder heeft verklaard. Ook zou cliënt haar hebben geprobeerd te verkrachten en dat dit niet door was gegaan, omdat haar zus eraan kwam. Ook dit heeft zij bij de politie nooit eerder verklaard, noch heeft [slachtoffer] daar ook maar ooit iets over verklaard. [benadeelde] stelt bij de RHC dat zij bij de politie dit heeft verklaard, meermaals zelfs, en dat de politie dit opgeschreven zou hebben, hetgeen overduidelijk niet het geval is. Indien zij dergelijke verklaringen zou hebben gedaan bij de politie, dan zou de politie dat zeker hebben genoteerd en geverifieerd. De verklaring komt dan ook geheel uit de lucht vallen en is in het geheel niet aannemelijk (geworden).

Zeer opvallend is ook dat de getuige [benadeelde] geen antwoord wilde geven op vragen omtrent het incident dat op 16 maart 2021 had plaatsgevonden en waarbij cliënt letsel had opgelopen. De getuige ontkende te weten hoe er bij cliënt letsel was ontstaan en hieromtrent niets te weten, noch van de overige familieleden te hebben vernomen hoe dit zit. Op de vraag hoe het kan dat onafhankelijke getuigen hebben gezien dat er personen met stokken achter cliënt aan rende stelde de getuige hieromtrent niets te weten of te hebben vernomen. Dit kan uiteraard niet en hieruit blijkt dat niet de waarheid wordt gesproken.

Opvallend is dat [aangeefster] verklaart dat aangeefster [slachtoffer] op enig moment, na de gestelde situatie in [plaats] alles zou hebben opgebiecht wat er zou zijn gebeurd tussen aangeefster en cliënt. Echter, aangeefster [slachtoffer] heeft niets bij de politie of RHC verklaard over een dergelijke coming out.

Opvallend is ook dat [aangeefster] bij de RHC stelt niet vaker gesprekken te hebben gehad met de vrouw van cliënt, terwijl in het dossier daaromtrent anders is te lezen. Er zou namelijk ook een telefoongesprek zijn geweest met de vrouw van cliënt en [aangeefster] waarbij aangeefster en [benadeelde] aanwezig waren. Verder is opvallend dat [aangeefster] beschrijft dat aangeefster zou hebben verklaard over het betreffende gesprek dat het om gestolen spullen zou zijn gegaan, terwijl niemand daarover in het dossier iets over verklaart.

Op de vraag wanneer cliënt kenbaar zou hebben gemaakt dat hij een relatie met aangeefster wilde, kan [aangeefster] bij de RHC ineens in het geheel geen tijdsaanduiding geven. Wel verklaart zij dat zij wist dat cliënt bij hen thuis kwam. Zij verklaart ook dat zij wist als hij was geweest, vanwege zijn parfum die zij dan rook.

De [aangeefster] wil verder, net als de andere gehoorde familieleden, niet uitleggen bij de RHC hoe cliënt aan zijn letsel van 16 maart 2021 was gekomen.

De echtgenoot van aangeefster verklaart bij de RHC onduidelijk over of hij cliënt daar zou hebben gezien, hoe cliënt aan zijn letsel is gekomenen hoe het kon dat deze getuige de gestelde telefoon van cliënt bij zich zou hebben gehad wordt niet opgehelderd.

Verder is naar voren gekomen uit de verklaring van [benadeelde] bij de RHC dat [slachtoffer] en [benadeelde] meerdere keren bij cliënt en zijn vrouw zijn langsgekomen om af te spreken en dat dit was vlak nadat cliënt in Nederland was aangekomen. [slachtoffer] heeft hieromtrent niets verklaard en verklaart dat zij zou zijn geschrokken toen zij cliënt ineens voor het eerst in Nederland zou hebben gezien. Dit strookt totaal niet met elkaar. Ook blijkt uit de verklaring van [benadeelde] bij de RHC dat er gewoon contact was tussen cliënt en [benadeelde] en [slachtoffer] in de periode dat zij naar Nederland kwamen en dat contact nooit verbroken is geweest.

Opmerkelijk is ook dat [benadeelde] ineens bij de RHC, zonder dat [benadeelde] daar ook maar ooit iets bij de politie over heeft verklaard, verklaart gehoord te hebben dat [slachtoffer] nee, nee zou hebben geroepen. Ook dit komt compleet uit de lucht vallen en wordt ineens verteld. [benadeelde] zegt dan dat zij later van [slachtoffer] zou hebben gehoord wat cliënt wilde. Echter, [slachtoffer] heeft niet verklaard dit ooit met haar zus te hebben besproken. Ook dit is dan ook volstrekt tegenstrijdig met elkaar.

Het meest opvallend is nog wel dat [benadeelde] heeft verklaard bij de RHC dat cliënt gewoon bij hen thuis kwam, ook als iedereen er was, inclusief vader en moeder en dat cliënt ook gewoon bleef logeren, nota bene op de kamer van [slachtoffer] . Dit is volstrekt tegenstrijdig aan de verklaringen van [slachtoffer] en de moeder, die verklaren dat als het ware cliënt altijd stiekem zou zijn langs geweest en daar eigenlijk niet kwam en ook niet mocht komen, hetgeen pertinent niet juist blijkt.

Gezien al deze voornoemde tegenstrijdigheden en inconsistenties kan niet van betrouwbare verklaringen door [slachtoffer] , [benadeelde] , [aangeefster] en de echtgenoot van [slachtoffer] worden gesproken. Deze verklaringen kunnen dan ook geen (steun)bewijs opleveren gezien de vele tegenstrijdigheden en inconsistenties op essentiële punten.

Ook om die reden verzoekt de verdediging cliënt vrij te spreken.”

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de feitenrechter bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van bewijsmateriaal een grote mate van vrijheid geniet. In beginsel hoeft hij de selectie en waardering daarvan niet te motiveren. Enkel als door of namens de verdachte een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt wordt ingenomen omtrent de betrouwbaarheid van een bepaald bewijsstuk, zal de rechter, indien hij van dit standpunt afwijkt, daarop moeten responderen.

Indien in cassatie, zoals in de onderhavige zaak het geval is, wordt geklaagd dat het hof heeft verzuimd, te responderen op een door of namens de verdachte ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, moet om te beginnen worden beoordeeld of hetgeen door of namens de verdachte ten overstaan van de feitenrechter naar voren is gebracht, kan worden aangemerkt als een duidelijk standpunt, door argumenten geschaard en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie. Voor betrouwbaarheidsverweren is hierbij van belang dat een zware stelplicht geldt.

Als hetgeen door de verdediging is aangevoerd bezwaarlijk anders kan worden aangemerkt dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het de feitenrechter naar voren is gebracht, moet vervolgens worden beoordeeld of de feitenrechter in afdoende mate heeft gerespondeerd op het standpunt. De inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten bepalen hoe ver de motiveringsplicht van de rechter strekt. Niet op ieder detail hoeft namelijk te worden ingegaan en het is zelfs denkbaar dat de nadere motivering besloten ligt in de door de feitenrechter gebezigde bewijsmiddelen. In dit verband verdient opmerking dat de Hoge Raad geen al te hoge eisen lijkt te stellen aan de verwerping van betrouwbaarheidsverweren. Enkel het geheel niet responderen op een dergelijk verweer of het volstaan met de formuleachtige overweging dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, terwijl ook uit de gebezigde bewijsmiddelen niet blijkt waarom het verweer niet opgaat, kan tot cassatie leiden.

Wat betekent dit voor de onderhavige zaak? Ik ben het met de steller van het middel eens dat hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van [benadeelde] en [slachtoffer] niet anders kan worden opgevat dan als een standpunt dat door argumenten is geschaard en is voorzien van een ondubbelzinnige conclusie en dat ten overstaan van de feitenrechter naar voren is gebracht. De vraag is dus of het hof op afdoende wijze heeft gerespondeerd op dit verweer. Ik meen van wel. Ten aanzien van de verklaringen van [slachtoffer] heeft het hof aangegeven waarom deze betrouwbaar zijn. In dat verband heeft het hof betrokken dat de verklaringen gedetailleerd zijn en aangeefsters beschrijving van de woning van de verdachte klopt, terwijl de verdachte heeft verklaard dat de aangeefster niet in zijn woning is geweest. Daarnaast heeft het hof overwogen dat de verklaring van de aangeefster ook steun vindt in overig bewijsmateriaal, onder meer in de foto’s en filmpjes die op de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Dit oordeel vind ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Op basis van het arrest kan namelijk als vaststaand feit worden aangenomen dat de verdachte pornografisch materiaal bezat van de aangeefster en dat hij ook heeft gedreigd dit beeldmateriaal openbaar te maken.

Ten aanzien van de verklaring van [benadeelde] heeft het hof geen aparte overwegingen in het arrest opgenomen. Hiertoe was het hof mijns inziens ook niet gehouden. Het hof heeft namelijk overwogen dat de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar zijn en steun vinden in fysiek bewijsmateriaal en ook in de verklaring van [benadeelde] . Hierin ligt besloten dat ook de verklaring van [benadeelde] in zoverre betrouwbaar is. Ik wijs er in dit verband op dat ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde de verklaring van [benadeelde] enkel is gebruikt voor zover deze ziet op de belangstelling die de verdachte reeds in Jordanië toonde voor haar zus en dat haar zus en de verdachte seks hebben gehad, hetgeen steun vindt in het aangetroffen beeldmateriaal op de telefoon van de verdachte. Verder is het verweer van de verdediging ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaring van [benadeelde] vooral gericht op ondergeschikte details van de verklaring van [benadeelde] . Wanneer de familie van de aangeefster precies op de hoogte is gekomen van de seksuele relatie tussen de aangeefster en de verdachte lijkt mij, anders dan de verdediging en de steller van het middel, minder relevant. Het gaat erom dat de verdachte heeft gedreigd beeldmateriaal te verspreiden van de aangeefster en haar familie daarmee in diskrediet te brengen. Het is op basis van het steunbewijs ook evident dat de aangeefster geen seksueel contact meer wilde met de verdachte in de bewezenverklaarde periode van de verkrachting. Het hof was gezien het voorgaande mijns inziens niet gehouden om op de details van het verweer in te gaan.

Het middel faalt.

Het zevende middel

Het zevende middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde feit niet begrijpelijk is gemotiveerd voor wat betreft het dwingen tot het ondergaan van seksuele handelingen van de aangeefster door een andere feitelijkheid, aangezien is aangevoerd dat de verdachte en de aangeefster een affectieve relatie hadden, zodat het opzet van de verdachte niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

Over dit middel kan ik kort zijn. Het faalt evident. De verdachte heeft – toen de aangeefster, die ongeveer 18 jaar jonger was dan hij en met wie hij sinds haar twaalfde seksueel contact onderhield, eenmaal weigerde seks met hem te hebben – foto’s van haar zus online gezet en in verdekte bewoordingen gedreigd dit opnieuw te doen als de aangeefster weigerde seks met hem te hebben. Daarnaast heeft de verdachte de aangeefster ook fysiek bedreigd door haar te zeggen dat hij haar zou snijden. Ook is gebleken dat hij heimelijk opnames maakte in de woning van de ouders van de aangeefster, in welke woning de verdachte seks met de aangeefster heeft gehad. Hieruit blijkt zonder meer dwang met een andere feitelijkheid, in dit geval het opzettelijk uitoefenen van een zodanige psychische druk op de aangeefster dat zij zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten. Dat het hof heeft geoordeeld dat geen sprake was van een affectieve relatie is tegen deze achtergrond in het geheel niet onbegrijpelijk.

3. Het derde middel

Het derde middel bevat de klacht dat ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde feit de bedreiging van [aangeefster] niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, omdat niet blijkt dat zij kennis heeft genomen van de bedreiging. Daarnaast steunt de bewezenverklaring slechts op één verklaring, namelijk die van [aangeefster] .

Ten laste van de verdachte is onder 4 bewezenverklaard dat:

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 31 maart 2022, te [plaats] , gemeente [...] en [plaats] en [plaats] en [plaats] telkens [slachtoffer] en [benadeelde] en [aangeefster] en andere familieleden heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die personen, althans persoon, onder meer per WhatsApp-berichten dreigend de woorden toe te voegen (zie in het dossier pagina's 91 tot en met 131):

- "Je krijgt pas pijn als ik iets wil doen", en/of

- "Jij koos ervoor om mijn vijand te zijn. En klaar. Jij koos ervoor om met mij te spelen. (…) Het spelt begint? Wat denk je? Bij jou of bij hem beginnen wij. Jij mag kiezen. Beslis en laat het me weten wat het wordt", en/of

- "Oké wij maken nu een einde aan. Vanaf nu. Oké, probeer maar niet goed te maken tussen ons. Ik weet wat ik ga doen", en/of

- "Blijf samen met jouw liefde. Misschien zijn dat jouw laatste dagen samen met hem(...) Ik laat je vandaag afscheid te nemen van jou minnaar", en/of

- "Zal eindigen. Alles wat je doet en gaat doen heeft een prijs (..) Het gaat je veel kosten dit (...) Wij zullen het zien. Wie houdt het het meest vol ik of jouw leugens met jouw minnaar. De eerste week zit er al op. Wij kijken tot wanneer blijf je je verstoppen (...) Alles wordt straks duidelijk we zien tot wanneer wil je het fotograferen uitstellen. Zoals de leugen van de telefoon en meer had uitgesteld. Alles zal onthult worden. Zoals de zwangerschap. Dit kan je lieve schat niet verbergen", en/of

- "Slaap maar en verstop je je tussen zijn armen (...) Ik ga voor jullie beiden een oplossing vinden (...) Zal er ook einde aan komen. Al jouw gedragingen van nu heeft een prijs", en/of

per WhatsApp-audioberichten dreigend de woorden toe te voegen (zie in het dossier pagina's 133 tot en met 147):

- "Nee lieverd. Het gaat je je hele leven kosten!", en/of

- "Ik laat je niet verder gaan met de persoon voor wie je mij hebt verlaten. Ik laat je er niet samen met hem zijn of samen met hem verder gaan. Kost het wat het kost", en/of

- "Maar jij bent ook nog aan de beurt ... niet alleen zij (...) Jij speelde met het vuur dat het nu jou zal verbranden", en/of

- "Wil je de relatie beëindigen is goed (...) Wij praten niet meer met elkaar en wat ik verder doe, is aan mij! Wat er komt zal jou verbazen", en/of

per WhatsApp-berichten dreigend de woorden toe te voegen (zie in het dossier pagina's 148 tot en met 150):

- "Luister [slachtoffer] . Denk je dat je ervan af bent, ik zal blijven achter je aan zitten en je veel spijt laten voelen, ik ga jou en je familie en je moeder en je zus laten huilen, ik ga je hele familie kapot maken", en/of

- "Je bent voor onthoofding bestemd", en/of

- "Ik ga dingen doen waarvan jij spijt gaat krijgen en ik geef niet om de politie noch de wet, je hebt met vuur gespeeld en ik ga het vuur jou laten branden, jij en de hele politie van Nederland mag de pot op", en/of

- "Ik ga bij god jullie leven kapot maken ook als ik daarvoor dood zal gaan en ik ga het leven van je zus kapot maken en haar gezin vernietigen", en/of

- "Nee, je bent bestemd voor onthoofding, jij en je zus en je moeder, ik ga bij goed en mijn eer jullie bloed laten huilen en je weet wie [verdachte] is", en/of

per WhatsApp-audiobericht dreigend de woorden toe te voegen (zie in het dossier pagina 286)

"Dit gaat je je hele leven kosten", en/of

per Facebook messenger-bericht dreigend de woorden toe te voegen (zie in het dossier pagina 172)

"Wat ik wil, ik wil het hoofd van je zoon verbouwen. Wij willen je zoon onthoofden, niks kan dit oplossen",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, in ieder geval, heeft hij, verdachte, die personen meermalen letterlijk met de dood (al dan niet die van een ander) bedreigd”.

De bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde steunt op de volgende (zakelijk weergegeven) bewijsmiddelen (met weglating van voetnoten):

“Feit 4

Bewijsmiddelen

De aangifte van [slachtoffer] , woonachtig in [plaats] en/of [plaats]

De aangifte is gericht tegen [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1983. Bij mij bestaat de overtuiging, dat [verdachte] zijn bedreigingen werkelijk ten uitvoer zou brengen. Ik voel me bedreigd en ben doodsbang. [verdachte] bedreigde mij regelmatig van ongeveer 2018 tot 2022.

De laatste bedreiging ontving ik op 24 februari 2022. Deze angst komt mede voort uit de bedreigingen die ik sinds mijn 16e jaar ontving van [verdachte] . De bedreigingen uitte [verdachte] persoonlijk, per telefoon en via Whatsapp-berichten. De bedreigingen waren in de Arabische taal. In het Arabisch worden deze bedreigend bedoeld in de zin van: `ik maak je dood'.

De WhatsApp chatberichten

Door aangeefster [slachtoffer] zijn, ten behoeve van het onderzoek, meerdere screenshots van Whatsappberichten tussen haar en [verdachte] aan de politie verstrekt. Omdat de tekst van de chatgesprekken in de Arabische taal was, zijn de chatgesprekken vertaald door [naam 1] , beëdigd tolk/vertaler. [slachtoffer] heeft tegenover mij, verbalisant, verklaard dat de tekst welke in de chats in het 'groen' staat door haar is geschreven en in het 'grijs' door [verdachte] .

Uit de bijlagen

[verdachte] : Je krijgt pas pijn als ik iets wil doen (p. 97).

[verdachte] : Jij koos ervoor mijn vijand te zijn. En klaar. Jij koos ervoor om met mij te spelen. Het spel begint? Wat denk je? Bij jou of bij hem beginnen wij. Jij mag kiezen. Beslis en laat het me weten wat het wordt (p. 104).

[verdachte] : Oke wij maken nu een einde aan. Vanaf nu. Oke probeer maar neit goed te maken tussen ons. Ik weet wat ik ga doen (p. 108).

[verdachte] : Blijf samen met jouw liefde. Misschien zijn dat jouw laatste dagen samen met hem. Ik laat je vandaag afscheid te nemen van jou minnaar (p. 110).

[verdachte] : Zal eindigen. Alles wat je doet en gaat doen heeft een prijs. Het gaat je veel kosten dit. Wij zullen het zien. Wie houdt het het meest vol ik of jouw leugens met jouw minnaar. De eerste week zit er al op. Wij kijken tot wanneer blijf je je verstoppen. Alles wordt straks duidelijk we zien tot wanneer wil je het fotograferen uitstellen. Zoals de leugen van de telefoon en meer had uitgesteld. Alles zal onthult worden. Zoals de zwangerschap. Dit kan je lieve schat niet verbergen (p. 113).

[verdachte] op 7 mei 2021: Slaap maar en verstop je je tussen zijn arme. Ik ga voor jullie beiden een oplossing vinden. Zal er ook einde aan komen. Al jouw gedragingen van nu heeft een prijs (p. 113 en 114).

De WhatsApp audioberichten

Door aangeefster [slachtoffer] zijn, ten behoeve van het onderzoek, meerdere Whatsapp geluidsopnames tussen haar en [verdachte] aan de politie verstrekt. Omdat de gesproken tekst in de Arabische taal was, zijn de opnames vertaald door [naam 1] , beëdigd tolk/vertaler.

Uit de bijlagen

Mannelijke stem: Nee lieverd. Het gaat je je hele leven kosten! (p. 133)

Mannelijke stem: Ik laat je niet verder gaan met de persoon voor wie je mij hebt verlaten. Ik laat je er niet samen met hem zijn of samen met hem verder gaan. Kost het wat het kost (p. 137 en 138)

Mannelijke stem: Maar jij bent ook nog aan de beurt... niet alleen zij. Jij speelde met het vuur dat het nu jou zal verbranden (p. 141)

Mannelijke stem: Wil je de relatie beëindigen is goed. Wij praten niet meer met elkaar en wat ik verder doe, is aan mij! Wat er komt zal jou verbazen (p. 146)

Onderzoek telefoon verdachte uit eerder onderzoek mishandeling/belaging [...]

Op 16 maart 2021 is verdachte [verdachte] op heterdaad aangehouden op verdenking van mishandeling en belaging. De aangeefster [benadeelde] ( [benadeelde] de zus van [slachtoffer] ) verklaarde dat zij al langere tijd wordt belaagd door [verdachte] . Tijdens het onderzoek werd onder verdachte [verdachte] een mobiele telefoon in beslag genomen. Tijdens het onderzoek naar de mishandeling werden de gegevens van de telefoon (het hof begrijpt: de Alcatal Pixi 4) veilig gesteld en onderzocht. In de telefoon staan berichten opgeslagen tussen de telefoon van de verdachte en het slachtoffer ( [slachtoffer] ).

Met de telefoon van de verdachte werden de volgende berichten verstuurd:

Luister [slachtoffer] . Denk je dat je ervan af bent, ik zal blijven achter je aan zitten en je veel spijt laten voelen, ik ga jou en je familie en je moeder en je zus laten huilen, ik ga je hele familie kapot maken

Je bent voor onthoofding bestemd

Ik ga dingen doen waarvan jij spijt gaat krijgen en ik geef niet om de politie noch de wet, je hebt met vuur gespeeld en ik ga het vuur jou laten branden, jij en de hele politie van Nederland mag de pot op

Ik ga bij god jullie leven kapot maken ook als ik daarvoor dood zal gaan en ik ga het leven van je zus kapot maken en haar gezin vernietigen

Nee, je bent bestemd voor onthoofding, jij en je zus en je moeder, ik ga bij god en mijn eer jullie bloed laten huilen en je weet wie [verdachte] is

De aangifte van [aangeefster] , (hof: de moeder van [benadeelde] en [slachtoffer] ) woonachtig in [plaats]

Omstreeks medio februari 2022 ontving mijn man via Messenger een bericht afkomstig van [verdachte] . Het betreffende Facebook-account was een Arabische tekst, wat iets betekent als:

'Vanaf hier beginnen wij'. In het bericht zag ik een foto van mij met daaronder de tekst: "Jij gaat naar je werk en jouw vrouw gaat met mannen seks doen in jouw huis, zij en jouw dochters ook." Daaronder zag ik verschillende foto's van mijn dochters [slachtoffer] en [benadeelde] . Op de foto's zijn zij dansend te zien, in lingerie en kussend met een man. Mijn man stuurde een bericht terug met de tekst: 'Wie ben je, wat wil je?' Ik las dat [verdachte] schreef: "Wat ik wil, ik wil het hoofd van je zoon verbouwen. Wij willen je zoon onthoofden. Niks kan dit oplossen."

De aangifte van [benadeelde] , woonachtig in [plaats]

Op dinsdag 15 maart 2022 heeft aangever [benadeelde] aangifte gedaan ter zake stalking, smaad en laster tegen [verdachte] . Hierbij overhandigde zij een usb stick met gegevens.

Het onderzoek aan de USB-stick

De gegevens van de USB-stick zijn door de politie overgezet op twee cd's welke door de digitale recherche zijn vastgelegd en ter beschikking gesteld aan het onderzoeksteam.

Er staan negen WhatsApp Audio berichten zichtbaar op CD l. [benadeelde] geeft aan dat deze fragmenten uit één gesprek komen tussen haar en [verdachte] . [benadeelde] maakt in dit gesprek gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en ze weet niet meer van welk telefoonnummer [verdachte] gebruik maakte. Het gesprek is eind december 2019 of begin januari 2020 geweest.

Vertaling van WhatsApp berichten en geluidsopnames van het Arabisch naar het Nederlands door tolk GEH 1026 d.d. 04-0S-2022, o.a.:

WhatsApp Audio 2022-02-2019 at 11.14.26

Man: Dit gaat je je hele leven kosten.”

Voor een bewezenverklaring van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, is vereist dat de bedreigde werkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreigingen, dat bij de bedreigde redelijke vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen en dat verdachtes opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, daarop was gericht. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat [aangeefster] (moeder van [slachtoffer] en [benadeelde] ) is bedreigd door het bericht van de verdachte aan [slachtoffer] , inhoudende “Nee, je bent bestemd voor onthoofding, jij en je zus en je moeder, ik ga bij god en mijn eer jullie bloed laten huilen en je weet wie [verdachte] is” is dit oordeel ontoereikend gemotiveerd, omdat niet blijkt dat dit bericht terecht is gekomen bij [aangeefster] en dus ook niet dat bij haar in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen.

Voor zover het oordeel van het hof zo moet worden gelezen dat [aangeefster] is bedreigd door het bericht verzonden aan haar man inhoudende dat de verdachte de zoon van [aangeefster] wil onthoofden, het volgende. Er zou kunnen worden betoogd dat het hof kennelijk heeft geoordeeld dat het in de lijn der verwachtingen lag dat het bericht aan de man van [aangeefster] uiteindelijk ook bij haar terecht zou komen, zoals ook is gebeurd. Verdachte zou dan willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat deze bedreiging ter ore van de aangeefster zou komen en dat bij haar vrees voor het leven van haar zoon zou ontstaan. Deze lezing acht ik aannemelijk, zeker nu in het bericht aan de man van de aangeefster de laatstgenoemde wordt beticht van het hebben van seks met mannen achter de rug van haar man om, zodat de bij deze lezing in het oordeel van het hof besloten liggende aanname dat de kans dat de aangeefster met dit bericht door haar man zou worden geconfronteerd aanmerkelijk is en dat de verdachte deze kans op de koop toe heeft genomen niet onbegrijpelijk is.

De klacht dat de bewezenverklaring van de bedreiging van [aangeefster] enkel steunt op haar verklaring is op zich terecht, maar tot cassatie leidt het in ieder geval niet. Bewezen is verklaard dat [slachtoffer] , [benadeelde] , [aangeefster] en een of meer andere familieleden zijn bedreigd. Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat de verdachte zowel de aangeefsters [slachtoffer] en [benadeelde] als hun vader heeft bedreigd met misdrijven tegen het leven gericht en dat zij alle drie op de hoogte zijn geraakt van deze bedreigingen en dat het opzet van de verdachte daarop ook was gericht. Weglating van de bedreiging tegen [aangeefster] uit de bewezenverklaring doet, gezien het voorgaande, niet af aan de aard en ernst daarvan en laat ook de kwalificatie ongewijzigd.

Het middel faalt.

4. Het vierde middel

Het vierde middel bevat de klacht dat ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde uit de bewijsmiddelen niet kan blijken dat de verdachte [benadeelde] heeft gedwongen tot afgifte van geldbedragen en het ter beschikking stellen van naaktfoto’s dan wel intieme foto’s.

Ten laste van de verdachte is onder 5 bewezenverklaard dat:

hij in de periode van 23 oktober 2021 tot en met 31 maart 2022 te [plaats] , gemeente [...] en [plaats] en [plaats] en [plaats] , in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en openbaring van een geheim, te weten een of meer foto's van een al dan niet geheel naakt lichaam en intieme foto's, althans geslachtsdelen van een lichaam, [slachtoffer] en/of [benadeelde] en/of een of meer anderen heeft gedwongen tot afgifte van enig goed, te weten geldbedragen, die aan die [slachtoffer] en/of [benadeelde] en/of [aangeefster] toebehoorden, en tot het ter beschikking stellen van een of meer goederen, te weten naaktfoto’s en intieme foto's van die [slachtoffer] en [benadeelde] door te dreigen dat hij, verdachte, naaktfoto's en intieme foto's naar de vader van die [slachtoffer] en [benadeelde] zou sturen en naaktfoto’s en filmpjes en intieme foto's van die [slachtoffer] en [benadeelde] op social media (waaronder TikTok en Facebook), althans het internet, zou plaatsen, althans door te dreigen dat hij, verdachte, die naaktfoto's en intieme foto's van die [slachtoffer] en [benadeelde] zou verspreiden”.

Het onder 5 bewezenverklaarde steunt op de volgende (zakelijk weergegeven) bewijsmiddelen (met weglating van voetnoten):

“Feit 5

Bewijsmiddelen

De aangifte van [slachtoffer] , woonachtig in [plaats] en/of [plaats]

[verdachte] wist een geheim van mijn familie, ik kan u daar niet alles over vertellen, maar [verdachte] had mij daarmee in zijn macht en ik was bang voor hem. Ik was ongeveer 15 jaar oud toen [verdachte] mij dwong om naaktfoto's van mij zelf te maken en deze moest ik dan doorsturen naar hem. Als ik dit niet zou doen dan zou hij de foto's die al eerder waren gemaakt naar mijn vader sturen. Ik was bang voor de eer van mijn familie en bang voor mijn vader dus deed ik alles voor [verdachte] als hij maar mijn familie met rust liet.

De eerste naaktfoto van mijzelf ontving ik op 23 oktober 2021 van [verdachte] met telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

Op vrijdag 4 februari 2022 omstreeks 15.27 uur kreeg ik een whatsapp bericht van [verdachte] met telefoonnummer [telefoonnummer 3] (prepaid nummer, zie p. 170). Ik zag in het bericht naaktfoto's van mij. Ik herkende mijzelf direct op de foto's, ik was toen ongeveer 15 jaar oud.

Op woensdag 16 februari 2022 was er een naaktfoto van mij geplaatst op TikTok. Ik heb deze naaktfoto ook zelf gezien op TikTok en ik herkende mijzelf direct. De naaktfoto werd direct verwijderd, later zijn er nog meer naaktfoto's van mij geplaatst op Tiktok, deze werden na een paar uur verwijderd.

Op vrijdag 18 februari 2022 omstreeks 14.38 uur kreeg ik via Whatsapp weer dezelfde naaktfoto waarop ik mij zelf herkende. Ik las in de het bericht: ik heb nog een heel filmpje, tot nu toe is het nog niks maar ze komen nog helemaal. Ik wist zeker dat dit bericht van [verdachte] kwam omdat er niemand anders iets wist van deze foto's.

Op zaterdag 19 februari 2022 kreeg ik weer een naaktfoto. Op deze foto zag je niet mijn gezicht maar ik herkende mijzelf aan mijn haren. Ik kreeg dit bericht van hetzelfde telefoonnummer als eerder, [telefoonnummer 4] .

Op 20 februari 2022 had ik een bericht teruggestuurd naar telefoonnummer [telefoonnummer 4] waarin ik vertelde dat de persoon de naaktfoto's en filmpjes maar moest verspreiden, beter van mij dan van een familielid. Ik kreeg als antwoord dat hij nog meer naaktfoto's en filmpjes van mij had en dat hij deze zou plaatsten op Social media om mij een lesje te leren. Ik kreeg direct meerdere naaktfoto's toegestuurd waarop ik mij zelf herkende.

Op dinsdag 22 februari 2022 omstreeks 09.55 uur kreeg ik een Whatsapp bericht van een voor mij onbekend telefoonnummer [telefoonnummer 5] . Toen ik het bericht opende zag ik een filmpje dat was gemaakt van foto's van mij. Op dit filmpje zag ik naaktfoto's van mij zelf en ook was er een foto met mijn gezicht erop.

Op woensdag 23 februari 2022 omstreeks 21.38 uur kreeg ik een Whatsapp bericht van telefoonnummer [telefoonnummer 6] , dit was voor mij een onbekend telefoonnummer. In het bericht zag ik weer naaktfoto's van mijzelf.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van de rechtbank

Het nummer [telefoonnummer 1] is mijn telefoonnummer. Ik woon in [plaats] .

Het tonen van de foto's aan [slachtoffer]

Wij hebben aangever [slachtoffer] enkele afbeeldingen getoond.

Hierop antwoorde zij op foto 1: "Dat ben ik samen met [verdachte] . De foto is gemaakt bij de bosjes achter het huis in [plaats] .

Foto 2: "Dat ben ik ook samen met [verdachte] . De foto is gemaakt bij de bosjes en een speeltuin in [plaats] .

Foto 3: "Dat ben ik. De foto is gemaakt op de zolderkamer bij mijn ouders thuis. Het adres van mijn ouders is [b-straat 1] in [plaats] . Op deze zolderkamer heb ik geslachtsgemeenschap met [verdachte] gehad."

Foto 4: "Dat ben ik. De foto is gemaakt in de woonkamer van mijn ouders, het is hetzelfde adres als hierboven. Ik was toen 15 of 16 jaar oud.

Foto 5: "Dat ben ik en dat was op de zolderkamer bij mijn ouders thuis. Het jurkje heb ik nog in de kast dus die kan ik jullie laten zien."

Aangever [slachtoffer] werd zichtbaar emotioneel bij de foto's 3 en 5.

Aangever [slachtoffer] gaf aan dat ze niet wist dat deze beelden er waren, dit omdat deze beelden zonder haar weten zijn gemaakt.

Contact na aanhouding [verdachte]

Ze gaf aan dat ze op 02 april 2022 om 15.54 uur WhatsApp weer had opgestart. Toen zag ze dat er een bericht binnen kwam van het nummer [telefoonnummer 7] . Dit bericht zou op 24 maart 2022 verstuurd zijn. Ze gaf aan dat deze beelden in april 2021 gemaakt zijn met de telefoon van [verdachte] , dit zonder haar weten. Op de afbeelding staan [slachtoffer] met [verdachte] na geslachtsgemeenschap in de slaapkamer van de woning van [slachtoffer] .

De aangifte van [benadeelde] , woonachtig in [plaats]

Hieronder is beschreven wat ik allemaal meegemaakt heb met [verdachte] . Na onze aankomst in Nederland dreigde hij ons om mijn foto's en privévideo's die op mijn gestolen telefoon staan te publiceren. Hij zou mijn leven zwart maken en hij zou mijn foto's blijven posten en hij heeft veel video's en foto's over mij. [verdachte] begon de foto's en video's te gebruiken die hij van mijn mobiele telefoon en de mobiele telefoon van mijn zus had gestolen om te provoceren en hij begon enkele foto's in het Photoshop-programma te wijzigen met naaktfoto's met mannen die we niet kennen.

De aangifte van [aangeefster] , moeder van [slachtoffer] en [benadeelde] , woonachtig in [plaats]

Op 29 maart 2022, om 08.29 uur, ontving ik op mijn mobiele nummer een bericht van nummer [telefoonnummer 7] : "Ik zeg dit tegen jou. Ik ben nu stil, ik zeg nu niks. Maar wat jullie met mijn broer hebben gedaan, dit krijgen jullie terug over twee dagen. Jullie moeten mij dat geld teruggeven of ik weet waar jouw dochters zijn, op welke school. Jullie hebben twee dagen om geld te geven, anders kom ik bij jouw dochters. En als dit niet lukt, plaats ik die naaktfoto's over heel de wereld."

Onder deze tekst zag ik een foto van voeten. Ik wist meteen dat dit een afbeelding was van mijn dochter [slachtoffer] . Ik las verder onder de afbeelding de volgende tekst: "Dit is jouw getrouwde dochter met die Indiaan, toen ze een hoer was. Ik heb nog heel veel verhalen."

Ik weet dat dit bericht afkomstig is van [verdachte] . Ik weet dit omdat [verdachte] op 23 maart 2022 een seksueel getinte foto van [slachtoffer] naar haar partner [betrokkene 1] had gestuurd, afkomstig van hetzelfde nummer [telefoonnummer 7] .

Omstreeks medio februari 2022 ontving mijn man via Messenger een bericht afkomstig van [verdachte] . Het betreffende Facebook-account was een Arabische tekst, wat iets betekent als: 'Vanaf hier beginnen wij'. In het bericht zag ik een foto van mij met daaronder de tekst: "Jij gaat naar je werk en jouw vrouw gaat met mannen seks doen in jouw huis, zij en jouw dochters ook." Daaronder zag ik verschillende foto's van mijn dochters [slachtoffer] en [benadeelde] . Op de foto's zijn zij dansend te zien, in lingerie en kussend met een man.

De WhatsApp berichten

Op dinsdag 29 maart 2022 heeft aangever [aangeefster] aangifte gedaan. Bij de aangifte zijn als bijlage toegevoegd screenshots van Whatsapp-bericht. De vertaling is als bijlage

toegevoegd.

[telefoonnummer 7]

27 maart 2022

Wil je niet reageren

Gisteren

Wie

Vandaag

Het is niet belangrijk om te weten wie (...) daarom hebben jullie twee dagen om de spullen en de papieren en het geld wat jullie gestolen hebben van hem terug te brengen anders weet ik nu waar je dochters naar school gaan en jouw vuile zoon gaat zijn recht niet verhalen ik stuur hem lopend naar je toe je zal het niet herkennen maar het is rustig als jullie denken nee nee hij niet en ik niet zelfs als niets zegt dan is dit een belofte dat ik jullie spijt zal laten voelen Jullie hebben twee dagen als jullie het geld en de papieren niet terugbrengen dan zal het jouw keuze zijn geweest dat ik bij je dochters zal komen en ook als het gaat dan zullen de foto's gepubliceerd woord voor de hele wereld wees gewaarschuwd

De verklaring van [betrokkene 1] (hof: de huidige partner van [slachtoffer] )

Voordat ze (het hof begrijpt [slachtoffer] ) aangifte had gedaan in mei 2021 dacht ik dat het alleen om foto's ging van haar met bijvoorbeeld onbedekte haren, pas nadat ze aangifte had gedaan kreeg ik van [verdachte] de foto's toegestuurd die in mijn huis genomen zijn.

[slachtoffer] vertelde mij dat die filmpjes gemaakt waren in april 2021. Toen begreep ik ook dat hij ook stiekem gefilmd had en daar foto's van had. Ik zal u Whatsappberichten met foto's op mijn telefoon laten zien, van vier verschillende nummers. Die kunt u fotograferen. Het zijn foto's van een man in mijn slaapkamer. Deze foto's heeft hij gestuurd omdat [slachtoffer] niets meer met hem te maken wilde hebben. Hij had met deze foto [slachtoffer] gedreigd.

Bij de verklaring van [betrokkene 1] gevoegde WhatsApp-gesprekken

Er worden foto's en teksten verstuurd door o.a. het nummer [telefoonnummer 7] op 23 maart 2022.

In hoger beroep is [betrokkene 1] op 11 maart 2024 door de raadsheer-commissaris gehoord. Hij heeft daar in grote lijnen gelijkluidend verklaard als bij de politie.

De klacht van de steller van het middel is terecht. Uit de bewijsmiddelen volgt enkel dat de verdachte tegen [benadeelde] heeft gezegd dat hij haar leven zwart zou maken en foto’s van haar zou blijven posten. Van het dwingen tot afgifte van een geldbedrag of naaktfoto’s blijkt niet, laat staan dat deze dwang daadwerkelijk heeft geleid tot afgifte van naaktfoto’s of een geldbedrag, hetgeen is vereist voor een bewezenverklaring van afdreiging.

Het voorgaande leidt echter niet tot cassatie. Ten aanzien van de overige in de bewezenverklaring genoemde personen die zijn afgedreigd, wordt in de schriftuur geen cassatieklacht geformuleerd. Ondanks dat uit de bewijsvoering ook niet blijkt dat zij zijn bewogen tot afgifte van een geldbedrag of naaktfoto’s, blijft dit deel van de bewezenverklaring derhalve in stand, zodat de aard en ernst van het bewezenverklaarde niet wordt aangetast en de kwalificatie ook ongewijzigd blijft.

Het middel faalt.

5. Het vijfde middel

Het vijfde middel bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat [benadeelde] rechtstreekse (immateriële) schade heeft geleden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten niet begrijpelijk is gemotiveerd, omdat dit oordeel mede is gebaseerd op een tenlastegelegd feit waarvan de verdachte partieel is vrijgesproken.

De vordering benadeelde partij van [benadeelde] houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

In onderhavige zaak wordt door [benadeelde] immateriële schade gevorderd. In totaal betreft dit een bedrag ad € 15.000,- (productie 1). De schade is geleden als rechtstreeks gevolg van de strafbare feiten, waarvoor de verdachte aansprakelijk is en gehouden is de schade te vergoeden. De vordering wordt als volgt toegelicht.

Aan de verdachte worden diverse strafbare feiten ten laste gelegd. Onder feit 3 is kinderporno ten laste gelegd van ongeveer 70 afbeeldingen van onder meer [benadeelde] . Onder feit 4 de bedreiging van [benadeelde] , onder feit 5 de afdreiging van [benadeelde] en feit 6 betreft de belaging van [benadeelde] . Aldus een viertal zeer ernstige strafrechtelijke verwijten.

[benadeelde] verklaart over de verdachte als een man die in Jordanië probeerde zijn goede kant te laten zien, om op die manier [benadeelde] voor zich te winnen. Al op zeer jonge leeftijd probeerde de verdachte in Jordanië seks te hebben met [benadeelde] . De intentie van de verdachte was om een seksuele relatie te beginnen met [benadeelde] . Na aankomst in Nederland verloor [benadeelde] op enig moment haar telefoon. Later bleek dat de verdachte hierachter zat. Er stonden op deze telefoon privé foto’s en video’s. De verdachte dreigde met het verspreiden van deze privé afbeeldingen/video-opnamen. [benadeelde] geeft aan dat de verdachte al meer dan 6 jaar na aankomst in Nederland deze gegevens op social media plaatst. Dit zorgt voor nare geweldsituaties binnen haar eigen familie. De vader van [benadeelde] reageert fysiek op dergelijke berichten. [benadeelde] heeft vanwege het eerdere geweldsincident op 16 maart 2021, ook aangifte gedaan bij de politie. [benadeelde] kreeg daar de indruk niet te worden geloofd. Ze verloor hierdoor de hoop op een serieuze aanpak van haar verhaal dat ze al jaren wordt bedreigd en gestalkt door de verdachte. Een eerder opgelegd contactverbod in de geweldszaak heeft helaas geen effect gehad.

Tijdens de aangifte overhandigt [benadeelde] aan de politie een USB stick met daarop whatsappberichten, afbeeldingen, screenshots van social media, geluidsopnamen. Er worden 47 afbeeldingen weergegeven en 7 video’s. [benadeelde] verklaart dat de belaging is aangevangen vanaf 2015. De continue stroom aan berichten was overweldigend. Stelselmatig werden er dreigementen geuit dat de verdachte het leven van [benadeelde] zuur ging maken.

[benadeelde] verklaart in haar aangifte dat de strafbare feiten ervoor hebben gezorgd dat ze geen contact meer heeft met haar familie. De eer en goede naam van de familie is ten schade gemaakt door de verdachte. Ze heeft geen contact meer met haar opa en oma. De steun van familie is volledig weggevallen. Het verspreiden van de foto’s, afbeeldingen en video-opnamen heeft voor een verwoestend effect gezorgd voor [benadeelde] en haar familie. In de cultuur waarin [benadeelde] is opgegroeid worden dergelijke foto’s niet geaccepteerd. De gemeenschap bestempelt een vrouw daardoor als hoer. Om dit onuitwisbare stempel opgeplakt te hebben gekregen is voor [benadeelde] vernietigend. Daarnaast zorgen de foto’s er ook voor dat haar relatie met haar ouders onder druk staat. Vooral haar vader reageert met fysiek geweld op de getoonde foto's/afbeeldingen.

De gevolgen voor [benadeelde] van de strafbare feiten zijn zeer fors. [benadeelde] is continue bang en angstig. Ze kan niet meer normaal slapen. [benadeelde] durft de deur niet meer uit. Dit heeft ook een negatief effect op het gezin. De kinderen van [benadeelde] gaan hierdoor ook amper naar buiten. Het dochtertje van [benadeelde] , dat drie jaar oud is, kampt bovendien met autisme. Een leven binnenshuis is voor geen enkel kind gezond. [benadeelde] wil wel een ander leven maar wordt volledig beheerst door de angst door het handelen van de verdachte.

Ze kan zich niet meer concentreren. Hierdoor kan ze nu geen studie volgen. Het maken van tentamens is onmogelijk voor [benadeelde] . Ze heeft ook geen werk nu. Het voelt alsof ze er helemaal alleen voor staat. [benadeelde] is getrouwd maar door de strafbare feiten is ook deze relatie nu zeer moeizaam.

[benadeelde] moet veel huilen en heeft pijn. Ze vindt het ook verschrikkelijk dat haar kinderen (dochtertje van drie jaar oud en zoontje van zeven maanden) haar zo vaak zien huilen. Ze kan de tranen niet tegenhouden. Ze voelt zich volledig machteloos. Soms denkt [benadeelde] dat ze beter in de oorlog in Syrie had kunnen blijven dan haar leven nu hier in Nederland.

Het enige doel van de verdachte is om het leven van [benadeelde] kapot te maken. Hij probeert haar neer te zetten als een slechte vrouw. [benadeelde] geeft aan dat er echt iets goed mis is met je als je zegt dat je bloed moet huilen.

De toekomst ziet [benadeelde] somber in. Door het gedrag van verdachte is [benadeelde] in het verleden gedwongen verhuisd. Dit heeft ook geleid tot extra schulden. Helaas is de verdachte ook achter haar nieuwe adres gekomen. Daar komt bij dat het vertrouwen van [benadeelde] in de mensheid zodanig is aangetast dat ze ook geen vertrouwen heeft in instanties en hulpverlening. [benadeelde] krijgt nu helaas geen hulp voor haar klachten. Ze heeft non stop een onveilig gevoel. Er is niemand die ze kan vertrouwen. Haar familie gelooft de (onware) foto en verhalen die door de verdachten openbaar zijn gemaakt. Familieleden denken ‘zie je nou wel ,dat meisje is slecht’. Hierdoor wordt [benadeelde] met de nek aangekeken en uitgespuugd door de familie.

Duidelijk moge zijn dat er sprake is van forse gevolgen waar verdachte volledig verantwoordelijk voor is. Redenen waarom de benadeelde partij uw Rechtbank eerbiedig verzoekt om de vordering toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het bedrag van € 15.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag vanaf het ontstaan der schade tot aan de dag der algehele voldoening, als gevolg van de schade die zij heeft geleden door het tenlastegelegde feit, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij houdt zich uitdrukkelijk het recht voor om in een later stadium de overige schade - thans nog niet bekend of gevorderd - van de verdachte te vorderen middels een civiele procedure.

Ten aanzien van deze vordering geldt dat deze geen onevenredige belasting op de strafzaak legt zodat, indien het tenlastegelegde feit bewezen zal worden verklaard, niets aan de toewijzing van de vordering in de weg staat. Deze vordering is met deze toelichting genoegzaam onderbouwd.

Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [benadeelde] heeft het hof het volgende overwogen:

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 15.000,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft toewijzing gevorderd van de gehele vordering.

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende deugdelijk is onderbouwd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering volledig zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

De steller van het middel heeft een punt dat de verdachte ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde is vrijgesproken van het bezit van kinderpornografisch materiaal voor zover dit ziet op de afbeeldingen van aangeefster [benadeelde] . Het onder 3 bewezenverklaarde betreft enkel het vervaardigen en bezitten van de video’s en foto’s van haar zus [slachtoffer] die op zijn gegevensdragers zijn aangetroffen. Het hof heeft aldus ten onrechte overwogen dat de aangeefster rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde. Dit doet wat mij betreft echter onvoldoende af aan de motivering van de toewijzingsbeslissing omtrent de gevorderde vergoeding van immateriële schade van de benadeelde partij, nu daarin ook is overwogen dat de aangeefster rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het onder 4, 5 en 6 bewezenverklaarde. Ten aanzien van de onder 6 bewezenverklaarde belaging blijkt uit de tot het bewijs gebezigde verklaring van de aangeefster dat de verdachte al “meer dan 6 jaar sinds we Nederland zijn binnengekomen” bijna dagelijks foto’s op sociale netwerksites plaatst. Nu het verhoor waarin zij dit heeft verklaard, is afgenomen in maart 2022 wijst dit erop dat de verdachte al sinds 2016 foto’s van de aangeefster op internet plaatste. De aangeefster is blijkens haar verzoek tot schadevergoeding geboren op 19 oktober 2001, hetgeen betekent dat zij in maart 2016 pas veertien jaar oud was. Ook toen bezat de verdachte kennelijk al naaktfoto’s van haar of in ieder geval foto’s met een seksuele connotatie.

Uit haar vordering als de benadeelde partij blijkt dat [benadeelde] door het handelen van de verdachte:

- foto’s van haar op het internet terecht zijn gekomen met een seksuele lading;

- dit heeft geleid tot spanningen in de familie en zelfs tot geweldspleging van haar vader tegen haar;

- ze uiteindelijk contact is verloren met (delen van) haar familie;

- de gemeenschap waarin zij leeft haar als ‘hoer’ heeft bestempeld en dit een onuitwisbaar stempel is;

- ze continu angstig is, de deur niet meer uit durft, hetgeen een negatief effect heeft op haar dochtertje dat lijdt aan autisme;

- ze niet normaal meer kan slapen, zich niet kan concentreren en haar relatie zeer moeizaam is;

- ze constant moet huilen en het verschrikkelijk vindt dat haar kinderen haar zo moeten zien;

- ze de toekomst somber inziet;

- ze door de gedwongen verhuizing in verband met het gedrag van de verdachte extra schulden heeft gemaakt;

- geen enkel vertrouwen meer heeft in de mensheid en ook niet meer in instanties en hulpverlening, zodat ze ook niet meer wordt behandeld voor haar klachten.

Hieruit blijkt mijns inziens zonder meer dat de aangeefster immateriële schade heeft geleden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten. In de schadevordering blijkt dat het zwaartepunt van de schadeveroorzakende gebeurtenissen ligt bij de bedreiging en belaging van de aangeefster, waar de verdachte ook voor is veroordeeld. Het oordeel is dus wat mij betreft al met al toereikend gemotiveerd.

Dit alles tezamen betekent wat mij betreft dat het middel faalt.

6. Het achtste middel

Het achtste middel bevat de klacht dat de beslissing van het hof de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen, gelet op het (latere) arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 naar aanleiding van een vordering tot cassatie in het belang der wet, niet begrijpelijk is gemotiveerd.

Over een dergelijk in een eindarrest opgenomen bevel kan in cassatie weliswaar worden geklaagd, maar een bespreking van die klacht vergt een rechtens te respecteren belang. In het licht van mijn beoordeling van de overige voorgestelde middelen, ontbreekt dat belang naar mijn oordeel in deze zaak. Immers, als de Hoge Raad de strekking van mijn conclusie volgt en het beroep ten aanzien van de overige voorgestelde middelen verwerpt, zal het arrest en daarmee de opgelegde gevangenisstraf onherroepelijk worden. Daarmee zal geen sprake meer zijn van voorlopige hechtenis.

Het middel dient bij gebrek aan rechtens te respecteren belang buiten bespreking te blijven.

7. Slotsom

De eerste zeven middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering. Het achtste middel dient buiten bespreking te blijven.

Ambtshalve merk ik op dat de behandeltermijn van zestien maanden, die geldt nu de verdachte zich uit hoofde van de onderhavige strafzaak in voorlopige hechtenis bevindt, reeds is verstreken op 19 juli 2026. De overschrijding van de redelijke termijn zal meer dan een maand behelzen, zodat dit dient te leiden tot strafvermindering.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar enkel voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand