ECLI:NL:PHR:2026:786

ECLI:NL:PHR:2026:786

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 16-08-2026
Zaaknummer 25/00350
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2026:1505

Samenvatting

Conclusie AG. Medeplegen van het opzettelijk telen van hennep (art. 3B OW). Klacht over de motivering van de bewezenverklaring faalt, omdat deze berust op een verkeerde lezing van het arrest. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep (art. 81 lid 1 RO). Samenhang met 25/00349 P.

Uitspraak

Nummer 25/00350

Zitting 18 augustus 2026

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

Inleiding

1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 31 januari 2025 (parketnummer 21-004327-23) wegens "medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar, en een taakstraf voor de duur van negentig uur, te vervangen door vijfenveertig dagen hechtenis.

2. Er bestaat samenhang met de ontnemingszaak tegen de verdachte (25/00349 P). In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

4. Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, mede in het licht van hetgeen de verdediging bij wijze van alternatief scenario heeft aangevoerd.

De bewezenverklaring en de bewijsmotivering

5. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:

hij op 6 juli 2017 te [plaats], [gemeente], in de uitoefening van een beroep of bedrijf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan [a-straat 1]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 498 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.”

6. De bewezenverklaring steunt op de volgende in de aanvulling op het arrest opgenomen bewijsmiddelen:

“1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL0600-2017198837-2, afgesloten op 20 mei 2017, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, (p. 17-18 van het politiedossier), voor zover als relaas van verbalisanten inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bij de politie is informatie binnengekomen dat er in het perceel [a-straat 1] in [plaats] ([gemeente]) een hennepkwekerij zou zitten. Hierover is een melding gedaan door de eigenaresse van het pand. De eigenaresse van het pand heeft aangegeven dat ze haar woning aan de [a-straat 1] in [plaats] heeft verhuurd via een makelaar. Deze makelaar heeft na de verhuur contact met de eigenaresse opgenomen, omdat hij geen goed gevoel had bij de verhuur van het pand. Hij droeg hiervoor de volgende redenen aan: het pand wordt niet bewoond door de huurder, de ramen op de bovenverdieping zijn afgeplakt, op onregelmatige tijden komen er voertuigen bij het pand, de bezoekers zijn meestal niet langer dan een uur in het pand en door de kieren van de afgeplakte ramen zou licht te zien zijn als het buiten donker is.

2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL0600-2017198837-15, afgesloten op 6 juli 2017, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1], brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland en [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, (p. 19-26 van het politiedossier), voor zover als relaas van verbalisanten inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 6 juli 2017, omstreeks 02.00 uur verplaatsten wij ons in een onopvallend politievoertuig. Ik, [verbalisant 3], reed voor het genoemde pand in [plaats] langs en zag dat er licht brandde in de woning. Ik, [verbalisant 4], zag dat de auto die op de oprit van het betreffende pand stond een zwarte Mercedes was. Op het moment dat ik op de oprit van perceel [a-straat 2] in [plaats] (dit is de woning tegenover [a-straat 1]) stond, zag ik dat de verlichting in de woning uitging en hoorde ik dat er een deur openging en vervolgens weer werd dichtgeslagen. Meteen hierna hoorde ik dat er een auto werd gestart en zag ik dat de achterlichten van de Mercedes aangingen.

Ik, [verbalisant 1], ben vervolgens om de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] heengelopen en rook rond de woning een sterke hennepgeur. Verder zag ik dat er meerdere ramen in het pand waren afgeplakt en dat er condens zichtbaar was aan de binnenzijde van de ramen van het pand. Ook hoorde ik duidelijk een zoemend geluid dat ik ambtshalve herkende als het geluid soortgelijk aan het geluid van afzuiginstallaties die in hennepkwekerijen worden gebruikt.

Ik, [verbalisant 1], zag in een ruimte tussen de bestuurdersstoel en de bijrijdersstoel van de Mercedes een sleutelbos liggen. Wij, [verbalisant 1] en [verbalisant 4], zagen dat de toegangsdeur van het pand met een van de sleutels kon worden geopend. Hierop zijn wij de woning binnengegaan en troffen in de woning op de bovenverdieping twee ruimtes aan waar een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was. Op de begane grond troffen wij een ruimte aan waarin ook een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was. Ook troffen wij op de begane grond een afgesloten deur aan. Ik, [verbalisant 1], merkte dat er aan de sleutelbos een sleutel zat die paste op het slot van de afgesloten deur. Wij, verbalisanten, zagen dat er achter de geopende deur een grote ruimte zat waarin twee kweektenten stonden. In beide kweektenten was een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig.

3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, proces-verbaalnummer PL0600-2017198837-1, afgesloten op 7 juli 2017, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 4], hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland. (p. 31-40 van het politiedossier), voor zover als relaas van verbalisant inhoudende, zakelijk weergegeven:

In totaal werden 498 hennepplanten inbeslaggenomen.

4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL0600-2017198837-38, afgesloten op 9 juli 2017, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 5], hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, (p. 47-61 van het politiedossier), voor zover als relaas van verbalisant inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb onderzoek ingesteld in de inbeslaggenomen personenauto, zijnde een Mercedez Benz. Ik trof de navolgende zaken/goederen in dit voertuig aan, die hieronder worden omschreven.

1 x plastic zak, met negen doosjes wegwerphandschoentjes, die ook veelvuldig worden gebruikt in hennepkwekerijen.

Foto 6

(…)

Sprak (het hof begrijpt: spray-) vloeistof, wat veel wordt gebruikt in hennepkwekerijen.

Foto 10/foto 11

(...)

(...) & één fles canna (fosfor-kaliummengsel). Wordt veel gebruikt in hennepkwekerijen.

Foto 12

(...)

Achterzijde PK 13/14 Canna groeimengsel (foto 11).

Foto 16

(...)

Plastic zak met werkschoen.

7. Het arrest bevat − zónder voetnootverwijzingen − de volgende overweging met betrekking tot het bewijs, waarin het alternatieve scenario van de verdachte is samengevat en verworpen:

“Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken ten aanzien van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. Verdachte heeft niks met de hennepkwekerij te maken gehad en is ook op 6 juli 2017 niet in de woning aanwezig geweest. Verdachte was toen alleen bij de woning om voetballen te brengen naar [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), die daar woonde. Daarnaast zou verdachte andere voetballen ophalen. Toen bleek dat [betrokkene 1] niet aanwezig was, is verdachte weer weggegaan.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Uit het voorhanden dossier volgt dat de eigenaresse van de woning aan de [a-straat 1] in [plaats], die zij had verhuurd, een melding bij de politie heeft gedaan. Zij had van de makelaar te horen gekregen dat deze het niet vertrouwde omdat het pand niet door de huurder werd bewoond, beneden alles gewoon open was en boven alles was afgeplakt, er op onregelmatige tijden verschillende voertuigen kwamen, dit korte bezoeken waren van niet meer dan een uur en er dan strepen licht door de kieren waren te zien.

Op 6 juli 2017, omstreeks 02.00 uur, zijn politieagenten in een onopvallende auto langs het pand in [plaats] gereden. Zij zagen dat er licht brandde in de woning. Op de oprit van de woning stond een zwarte Mercedes. Op het moment dat verbalisant [verbalisant 4] op de oprit van perceel [a-straat 2] in [plaats] (de woning tegenover nummer 4) stond, zag hij dat de verlichting in de woning uitging en hoorde hij dat er een deur openging en vervolgens weer werd dichtgeslagen. Meteen daarna hoorde hij dat er een auto werd gestart en zag hij de achterlichten van de Mercedes branden.

Verbalisant [verbalisant 1] is vervolgens om de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] heen gelopen. Hij rook rondom de woning een sterke hennepgeur. Verder zag hij meerdere afgeplakte ramen en condens aan de binnenkant van de ramen. Ook hoorde hij een zoemend geluid dat hij ambtshalve herkende als het geluid van afzuiginstallaties die in hennepkwekerijen worden gebruikt.

In een ruimte tussen de bestuurdersstoel en de bijrijdersstoel van de Mercedes lag een sleutelbos. Een van de sleutels paste op het slot van de toegangsdeur van het pand. Hierop zijn verbalisanten de woning binnengegaan. Op de bovenverdieping troffen zij twee ruimtes aan waar een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was. Op de begane grond werd een derde ruimte met een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Van een vierde ruimte was de deur afgesloten. Aan dezelfde sleutelbos zat een sleutel die paste op het slot van die deur. In die vierde ruimte bevonden zich twee kweektenten met een in werking zijnde hennepkwekerij.

In de Mercedes werden spullen gevonden die aan de hennepteelt kunnen worden gerelateerd, zoals sprayvloeistof, verpakkingen met groeimiddelen (fosfor-kaliummengsels waaronder Canna PK 13/14), wegwerphandschoenen en werkschoenen.

Het hof acht de verklaring van verdachte dat hij om 02.00 uur bij de woning aanwezig was om voetballen op te halen en weg te brengen, niet aannemelijk geworden. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat verdachte wisselend heeft verklaard over of hij voetballen kwam halen of brengen, dan wel kwam halen en brengen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte stellig verklaard dat hij spullen (voetballen en pionnen) kwam brengen en halen en vervolgens dat, nadat hem was voorgehouden dat uit het dossier niet blijkt dat in de Mercedes ook voetballen en pionnen zijn aangetroffen, “hij dan niks kwam brengen maar alleen kwam halen’’. Daarbij komt dat [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij de woning voor een ander had gehuurd en dat hij daar zelf helemaal niet heeft gewoond.

Op basis van voorgaande is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte bij de woning aanwezig was in verband met het telen van in de woning aangetroffen hennepplanten .

Het hof acht het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

Een voorvraag van cassatietechnische aard

8. Hierboven heb ik de bewijsvoering van het hof volledig weergegeven. Mij valt op dat uit de inhoud van de aangehaalde bewijsmiddelen niet valt af te leiden wie de bestuurder van de zwarte Mercedes is geweest en zelfs niet hoe de politie op het spoor van de verdachte is gekomen. De verdachte komt in de weergegeven bewijsmiddelen eenvoudigweg niet voor. In de hierboven aangehaalde bewijsoverweging heeft het hof evenmin melding gemaakt van feiten en omstandigheden die een verband leggen met de verdachte. Dat de verdachte wellicht de bestuurder van de Mercedes is geweest, valt uitsluitend op te maken uit de overweging: “Het hof acht de verklaring van verdachte dat hij om 02.00 uur bij de woning aanwezig was om voetballen op te halen en weg te brengen, niet aannemelijk geworden.” Die enkele overweging valt m.i. niet aan te merken als ‘de aanduiding van voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden’, bedoeld in de promis-rechtspraak van de Hoge Raad (waaraan ik nog toevoeg dat ook elke verwijzing naar vindplaatsen ontbreekt).

9. De vervolgvraag is of de steller van het middel de vinger legt op deze zere plek in de bewijsmotivering. De klacht luidt primair (zie randnummer 5.1 van de cassatieschriftuur) kortweg dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte “in de hennepkwekerij die zich in de woning bevond” is geweest en aldaar exploitatiehandelingen heeft verricht. Het punt van het ontbreken van enig bewijs dat de verdachte als chauffeur van de Mercedes toch in elk geval “bij” de woning is geweest, wordt met het middel m.i. niet aan de orde gesteld. Dat hierover in cassatie geen klacht is geformuleerd, ligt ook wel weer voor de hand, omdat deze kwestie ter zitting niet ter discussie stond. De verdachte verklaarde immers zelf ter terechtzitting van het hof van 17 januari 2025: “De voorzitter houdt mij voor dat ik ben aangehouden op het moment dat ik in de auto wegreed en vraagt mij wat ik bij de boerderij deed. Ik kwam daar om ballen weg te brengen en op te halen. (…). Ik heb uiteindelijk geen ballen opgehaald, omdat er niemand thuis was. Ik heb aangeklopt en ben meteen weer weggegaan.”

10. Mijn conclusie luidt dus dat het middel het gat in de bewijsvoering niet aan de orde stelt en dat deze kwestie thans verder onbesproken kan blijven. Overigens voeg ik hieraan toe dat als het middel daarover wél zou hebben geklaagd, ik zou hebben geconcludeerd dat de klacht weliswaar terecht is voorgesteld, maar − bij gebrek aan belang − niet tot cassatie hoeft te leiden omdat de verdachte zijn nachtelijke aanwezigheid als chauffeur van de Mercedes bij de boerderij ter zitting onomwonden heeft bevestigd. Ik vermoed dat de steller van het middel deze uitkomst al had voorzien, om die reden dit manco in de bewijslevering buiten beschouwing heeft willen laten en de klacht heeft willen toespitsen op de vraag waar het werkelijk om gaat.

De bespreking van het middel

11. Volgens de steller van het middel volgt uit de bewijsvoering niet dat de verdachte in, maar – conform zijn eigen verklaring – slechts bij de woning is geweest waarin de hennepkwekerij is aangetroffen. Dat zou blijken uit de onderstreepte zin in de geciteerde bewijsoverweging.

12. Ik meen dat het middel berust op een verkeerde lezing van het arrest. Het hof heeft geoordeeld dat het door de verdediging gepresenteerde alternatieve scenario voor verdachtes aanwezigheid bij de woning, te weten dat hij voetballen kwam ophalen dan wel wegbrengen, niet aannemelijk is geworden. Vervolgens heeft het hof geconcludeerd dat “het niet anders kan dan dat verdachte bij de woning aanwezig was in verband met het telen van in de woning aangetroffen hennepplanten”. Daarmee heeft het hof mijns inziens tot uitdrukking willen brengen dat verdachtes aanwezigheid bij de woonboerderij, waar hij door de politie is aangetroffen, in plaats van door het halen of brengen van voetballen, moet worden verklaard door zijn betrokkenheid bij de hennepteelt in de woning. Dat het hof ermee heeft bedoeld dat de verdachte niet in de woning is geweest, komt mij onjuist voor.

13. In die visie word ik gesterkt door het gebruik voor het bewijs (als bewijsmiddel 2) van het proces-verbaal van bevindingen dat onder meer inhoudt dat de verbalisant(en) zag(en) dat de verlichting in de woning uitging, hoorde(n) dat een deur open- en dichtging en meteen daarna waarnam(en) dat de Mercedes op de oprit werd gestart. Ook is daarin opgenomen dat in de door de verdachte gebruikte Mercedes − behalve diverse goederen die bij hennepkwekerijen plegen te worden gebruikt − sleutels lagen van de toegangsdeur van de woning en van een afgesloten ruimte in de woning waar hennepplanten stonden. Verder merk ik op dat het alternatieve scenario ook aan geloofwaardigheid inboet vanwege het tijdstip waarop de verdachte ballen zou hebben opgehaald dan wel gebracht bij een pand dat volgens bewijsmiddel 1 niet door de huurder wordt bewoond. ‘s Hofs verwerping van het alternatieve scenario is, kortom, alleszins begrijpelijk.

Slotsom

14. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO ontleende motivering.

15. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

16. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand