PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 25/01791 B
Zitting 25 augustus 2026
CONCLUSIE
P.T.C. van Kampen
In de zaak
[klaagster] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
hierna: de belanghebbende
1. Het cassatieberoep
De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 11 oktober 2024 de vordering van de officier van justitie als bedoeld in art. 552f Sv strekkende tot onttrekking aan het verkeer van een op 10 juli 2023 en 25 juli 2023 in beslag genomen partij van 1097 kilo 3-CMC toegewezen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de belanghebbende. De advocaten Y.E.A. Buruma en J.S. Nan hebben één middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel
Het middel klaagt over de toewijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer.
De beschikking van de rechtbank houdt – voor zover van belang – het volgende in:
“Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 10 juli 2023 en 25 juli 2023 onder klager 1097 kilo 3-CMC in beslag is genomen.
[…]
Verzoek
Het verzoek strekt tot onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen 1097 kilo 3 CMC.
Door de officier van justitie is aangevoerd met betrekking tot het inbeslaggenomene dat beslagene wordt verdacht van artikel 175 dan wel artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). 3-CMC was ten tijde van de inbeslagname een nieuwe psychoactieve stof. Volgens de richtlijn van de Europese Commissie hadden EU lidstaten uiterlijk 18 februari 2023 de strafbaarstelling van 3-CMC in hun wetgeving moeten opnemen. Op 12 september 2023 werd het besluit tot strafbaarstelling van 3-CMC in het staatsblad gepubliceerd. 3-CMC is inmiddels dus een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1. De stof is inmmiddels [AG: inmiddels] vernietigd omdat het drugs betreft.
Standpunt van beslagene
De raadsman stelt zich kort gezegd op het standpunt dat het inbeslaggenomen voorwerp juridisch nog niet is onttrokken maar feitelijk wel en verwijst daarnaast naar het klaagschrift over de onterechte inbeslagname dat gelijktijdig wordt behandeld.
Beoordeling
Beslagene is aangemerkt als verdachte van overtreding van de artikelen 174 en 175 Sr. Het beklag dat zich richt tegen de inbeslaname [AG: inbeslagname] van de genoemde hoeveelheid 3-CMC is bij beslissing van heden ongegrond verklaard.
Ten tijde van de inbeslagname stond vast, zoals blijkt uit de Richtlijn 2022/1326 van de Europese Commissie, dat 3-CMC in de Europese Unie geen erkende toepassing heeft, dat deze stof schadelijk is voor de gezondheid en dat Nederland de verplichting had om deze stof strafbaar te stellen. Sinds 12 september 2023 is 3-CMC opgenomen op lijst I van de Opiumwet.
Uit artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht volgt dat vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.
Vaststaat dat 3-MMC [AG: ik begrijp: 3-CMC] sinds 12 september 2023 op lijst I van de Opiumwet Staat en daarmee officieel een verboden drug is. Dit betekent dat productie, handel en bezit ervan, strafbaar is. Met dit gegeven is volgens de rechtbank voldaan aan het hiervoor aangehaalde toetsingskader.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van onderhavige partij goederen in strijd is met de wet of het algemeen belang. De rechter zal de vordering toewijzen.”
De volgende wettelijke bepalingen zijn van belang:
- Art. 36b lid 1 aanhef en onder 4º Sr:
“Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden opgelegd:
[...]
4°. bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van het openbaar ministerie.”
- Art. 36d Sr:
“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.”
Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat met het “feit” in art. 36d Sr een begaan strafbaar feit wordt bedoeld. Ook de rechter die bij afzonderlijke beschikking als bedoeld in art. 36b lid 1 aanhef en onder 4º Sr de onttrekking aan het verkeer beveelt, zal daarom moeten vaststellen dat het inbeslaggenomen voorwerp in verband staat met een begaan strafbaar feit. Voor de vaststelling dat een strafbaar feit is begaan, is niet voldoende dat het redelijk vermoeden bestaat dat zo’n feit is begaan.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de inbeslaggenomen partij 3-CMC op grond van art. 36d Sr vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. In dat verband heeft de rechtbank overwogen dat 3-CMC sinds 12 september 2023 is opgenomen op lijst I van de Opiumwet en dat het ongecontroleerde bezit van de (op 10 en 25 juli 2023) inbeslaggenomen partij 3-CMC in strijd is met de wet of het algemeen belang. De rechtbank heeft bij dit oordeel evenwel niet tot uitdrukking gebracht met welk strafbaar feit de inbeslaggenomen partij 3-CMC in verband staat. Daarbij is van belang dat het voorhanden hebben van 3-CMC ten tijde van de inbeslagname nog niet strafbaar was gesteld, terwijl ook de vaststelling dat de belanghebbende is aangemerkt als verdachte van overtreding van art. 174 en 175 Sr – gelet op het voorgaande – daartoe niet volstaat.
Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Het middel slaagt.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG