PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 25/01662 B
Zitting 1 september 2026
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[klager],
geboren op [geboortedatum] 1970,
hierna: de klager.
1. Inleiding
De rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Lelystad (raadkamernr. RK 24/028473), heeft bij beschikking van 27 januari 2025 het door klager ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave van een op grond van art. 94 Sv inbeslaggenomen vrachtwagen (kenteken [kenteken]), ongegrond verklaard.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en F.J.M. Kobossen, advocaat in Twello, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Uit door mij ingewonnen inlichtingen blijkt dat in de zaak met parketnummer 96-360994-24 bij inmiddels onherroepelijk vonnis van 14 oktober 2025 de teruggave van de inbeslaggenomen vrachtwagen (kenteken [kenteken]) aan de klager is gelast. Dat brengt mee dat het beslag in zoverre is geëindigd (art. 134 lid 2 onder a Sv) en de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep. Aan een bespreking van het middel kom ik dan ook niet toe.
3. Afronding
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG