PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/04803
Zitting 1 september 2026
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1. Inleiding
De verdachte is bij arrest van 17 december 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnummer 22-002648-23) wegens “medeplichtigheid aan witwassen”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van twintig uren, geheel voorwaardelijk met proeftijd van één jaar. Verder heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en heeft het de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest is bepaald.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en O.J. Much, advocaat in Rotterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel
In het middel (en de toelichting daarop) wordt geklaagd over de bewezenverklaring, te weten dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte het voor medeplichtigheid aan witwassen vereiste dubbel opzet heeft gehad.
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
“zij op of omstreeks 6 augustus 2020, te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal, telkens (van) een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en) van in totaal 2744 EURO, althans enig geldbedrag
- de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of
- heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of
- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of
- gebruik heeft gemaakt, terwijl hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meerdere onbekend gebleven personen op of omstreeks 6 augustus 2020, te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) van in totaal 2744 EURO, althans enig geldbedrag
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of
- heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of
- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of
- gebruik heeft gemaakt,
terwijl die onbekend gebleven perso(o)n(en) wist (en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 augustus 2020 te [plaats] en/of [plaats], althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven personen/persoon (telkens) zijn verdachtes, bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer (mee) te geven en/of ter beschikking te stellen.”
Door het hof is het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, met dien verstande dat:
“een of meerdere onbekend gebleven personen op 6 augustus 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen van een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 2744 EURO,
- de herkomst heeft/hebben verhuld en
- heeft/hebben verhuld wie de rechthebbende was en
- heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of
- gebruik heeft/hebben gemaakt,
terwijl die onbekend gebleven perso(o)n(en) wist(en), dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf
tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 6 augustus 2020 in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven personen/persoon haar verdachtes, bankrekeningnummer ter beschikking te stellen.”
De door het hof voor het bewijs gebezigde bewijsmiddelen luiden als volgt:
“1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 1 september 2020 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020284955-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – :
als de op 6 augustus 2020 (door middel van een digitale aangifte) afgelegde verklaring van [aangever]:
Plaats delict: [a-straat 1] , [plaats]
Achternaam: [aangever]
Adres: [b-straat 1]
Postcode plaats [...]
Op 6 augustus (het hof begrijpt: 2020) kreeg ik in de ochtend een appje van mijn dochter (tenminste dat dacht ik) dat ze een nieuw telefoonnummer had. Korte tijd later kwam er een vraag van haar om een rekening voor te schieten, daar zij geen geld kon overmaken in verband met een storing. Pas bij de vierde vraag om geld heb ik gebeld naar mijn schoonzoon en die gaf aan dat ze helemaal geen appjes hadden verstuurd met de vraag om rekeningen voor te schieten. Ik zou mijn dochter helpen, maar ben daar voor € 2.740,00 ingestonken. Ik heb meteen de ING gebeld en die hebben contact gehad met de KNAB, waar het geld heen is gegaan.
06-08-20 10:44 - M Mobiel: Kan je mij ergens mee helpen.
06-08-20 10:45 - [betrokkene 1] : Wat is er Waarmee helpen
06-08-20 10:46 - M Mobiel: Ik ben bezig met een betaling alleen het betalen lukt me niet echt krijg een foutmelding zal vast wel weer een storing zijn zou jij het voor mij kunnen betalen dan krijg je het morgen terug van me het gaat om EUR 985
06-08-20 10:47 – [betrokkene 1] : Ja hoor geef de gegevens door
06-08-20 10:47 - M Mobiel: Oké dankjewel
06-08 20 10:57 - M Mobiel: T.n.v.: [verdachte] [rekeningnummer 1] Omschrijving [001] EL R 984,99
06-08-20 11:14 - M Mobiel: T.n.v [verdachte] [rekeningnummer 1] Omschrijving [002] EUR 519,99
06-08-20 11:56 - M Mobiel: T.n.v [verdachte] [rekeningnummer 1] Omschrijving: [003] EUR 1244,99
Betalingen: Hebt u een betaling gedaan?: Ja.
Betaling: Hoe is de betaling gedaan?: Bankoverschrijding binnen Europa.
Uw bankrekeningnummer: [rekeningnummer 2]
Bankrekeningnummer andere partij: [rekeningnummer 1]
Naam rekeninghouder andere partij: [verdachte]
Wat is het bedrag of de waarde van de betaling: € 2.744,00
Datum betaling: 06-08-2020
2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 oktober 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2020284955-5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 10 en 11):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Ik heb onderzoek gedaan naar de gevorderde historische gegevens van onderstaande bankrekening.
Bankrekening
[rekeningnummer 1]
Rekeninghouder
[verdachte]
[a-straat 1] , [plaats]
Startsaldo bevraging
€ 1,15
Eindsaldo bevraging
€ 1,99
Datum eerste transactie
6 augustus 2020
Datum laatste transactie
1 oktober 2020
Bij- en afschrijvingen
Er zijn in totaal 18 transacties geweest.
Op 6 augustus 2020 de volgende transacties:
Ik zag dat er op 6 augustus 2020 door aangever [aangever] drie bedragen waren overgemaakt naar dit bankrekeningnummer, te weten € 984,99, € 519,99 en € 1.244,99. Ik zag dat er na het bijschrijven van € 984,99 direct € 980,00 was opgenomen middels een pinautomaat van ABN AMRO. Ik zag dat er na het bijschrijven van € 519,99 direct een bedrag was opgenomen bij een pinautomaat van ING. Ik zag dat er na het bijschrijven van € 1.244,99 de volgende bedragen werden opgenomen: € 500,00, € 200,00 en € 670,00 bij een geldautomaat in de Primera winkel op de [c-straat] .
Overige informatie openen bankrekeningnummer
- Bij het openen is gebruik gemaakt van een Nederlands paspoort van de verdachte, voorzien van documentnummer [004] .
- Een foto identificatie. Ik zag dat de bijgevoegde foto van de bank overeenkwam met de verdachte.
- Om een rekening te kunnen openen bij de KNAB bank moet je een bedrag overmaken van € 0,01 van een andere bank, de zogenaamde transactie identificatie. Ik zag dat er een bedrag van € 0,01 was gestort met tegenrekening [rekeningnummer 3] .
Onderzoek tegenrekening [rekeningnummer 3]
Rekeninghouder van dit rekeningnummer betreft de verdachte [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1995.
3. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2024 verklaard – zakelijk weergegeven – :
Ik beschikte inderdaad over de mogelijkheid tot internetbankieren met mijn bankrekening bij ABN AMRO met rekeningnummer [rekeningnummer 3] en daar was ik ook toe in staat.”
Verder bevat het arrest van het hof de volgende bewijsoverwegingen:
“Namens de verdachte is bepleit - op gronden zoals nader vermeld in de pleitaantekeningen van de raadsvrouw - dat de verdachte ook van het subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.
Het hof is het hiermee niet eens. Het overweegt daarover als volgt en stelt het volgende vast aan de hand van de inhoud van wettige bewijsmiddelen.
Op de Knab bankrekeningnummer op naam van de verdachte is drie keer een bedrag gestort door aangever [aangever] . Bij het openen van deze Knab bankrekening is een kopie van het identiteitsbewijs van de verdachte verstrekt, en is vanaf een ABN AMRO bankrekening op naam van de verdachte een bedrag van € 0,01 op de nieuw geopende Knab bankrekening gestort. Verder zijn de door [aangever] overgemaakte geldbedragen direct na storting contant opgenomen bij verschillende geldautomaten.
De inhoud van wettige bewijsmiddelen en het voorgaande leidt naar het oordeel van het hof tot de conclusie dat sprake was van een witwasconstructie, waarbij van misdrijf (Whatsapp-fraude/oplichting) afkomstig geld is verworven, voorhanden gehad en omgezet van giraal naar contant geld.
Relevant is vervolgens de vraag of ook verdachte op enigerlei wijze bij voornoemde constructie betrokken is geweest. De verdachte heeft tijdens haar verhoor bij de politie, ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep ontkend dat zij de betreffende Knab bankrekening heeft geopend. Zij heeft wel verklaard dat zij in staat was tot internetbankieren vanaf haar ABN AMRO rekening. En ook dat zij op enig moment door de Knab bank werd gebeld in verband met de stortingen en de opnames. Dit betekent dat ook haar telefoonnummer moet zijn opgegeven bij het openen van de bankrekening.
Volgens verdachte is het toch een ander geweest die haar rekening bij de Knab bank heeft geopend. Als een mogelijke verklaring heeft zij tijdens het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat zij ooit een tasje is verloren, met daarin haar telefoon waarop een foto van haar identiteitsbewijs stond opgeslagen. Ter terechtzitting in hoger beroep geeft de verdachte als mogelijke verklaring dat er sprake kan zijn geweest van een datalek bij haar beschermingsbewindvoerder.
Los van de omstandigheid dat deze verklaringen pas in een laat stadium zijn afgelegd, zijn deze verklaringen onvoldoende concreet en daardoor op geen enkele wijze te verifiëren, bijvoorbeeld door het overleggen van een aangifte van verlies/diefstal van het tasje, of een verklaring van de (toenmalige) beschermingsbewindvoerder van de verdachte. Bovendien valt niet in te zien hoe het door de verdachte gestelde verlies van haar telefoon met daarop een foto van haar identiteitsbewijs en/of het gestelde datalek er toe kunnen hebben geleid dat - buiten haar om - de Knab bankrekening op haar naam is geopend en vanaf haar ABN AMRO bankrekening op die Knab bankrekening € 0,01 is gestort.
Dit alles leidt naar het oordeel van het hof tot de conclusie dat de verdachte het bedrag van € 0,01 van haar ABN AMRO rekening op de Knab rekening heeft gestort, dat zijzelf door onder meer deze handeling de Knab rekening op haar naam heeft geopend/geactiveerd, en dat zij deze vervolgens aan onbekend gebleven personen ter beschikking heeft gesteld. Door aldus te handelen heeft de verdachte naar het oordeel van het hof bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij behulpzaam zou zijn bij het plegen van witwassen.”
Uit de door het hof voor het bewijs gebezigde aangifte volgt dat het slachtoffer op 6 augustus 2020 middels “Whatsapp-fraude” geldbedragen van in totaal € 2.744,- naar het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van de verdachte heeft overgemaakt (bewijsmiddel 1). Onderzoek naar deze bankrekening wijst uit dat op 6 augustus 2020 de eerste transactie op deze bankrekening plaatsvond en dat op voornoemde datum op deze rekening de drie betalingen van het slachtoffer zijn ontvangen, waarbij na deze overboekingen ongeveer dit gehele geldbedrag bij verschillende geldautomaten werd opgenomen. Verder is van belang dat bij het openen van deze bankrekening gebruik is gemaakt van een Nederlands paspoort van de verdachte, dat de door de bank bijgevoegde foto overeenkomt met de verdachte en dat om de bankrekening te kunnen openen € 0,01 is overgemaakt van een bankrekening van de verdachte bij een andere bank, te weten de ABN AMRO-bank (bewijsmiddel 2). Met betrekking tot deze ABN AMRO-rekening heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij daarmee kon internetbankieren en daartoe ook in staat was (bewijsmiddel 3).
Voor wat betreft de betrokkenheid van de verdachte bij deze witwasconstructie overweegt het hof dat de verdachte telkens het openen van de Knab-bankrekening heeft ontkend, dat zij tot internetbankieren vanaf haar ABN AMRO-rekening in staat was en dat zij op enig moment door de Knab-bank is gebeld in verband met de hier centraal staande stortingen en opnames. Uit dit laatste leidt het hof dan ook af dat het telefoonnummer van de verdachte moet zijn opgegeven bij het openen van de Knab-bankrekening. De verklaring van de verdachte dat het een ander is geweest die de Knab-bankrekening op naam van de verdachte heeft geopend, schuift het hof terzijde omdat de daarvoor gegeven verklaringen dat (i) ooit een tasje van de verdachte met daarin een telefoon is gestolen en (ii) dat mogelijk sprake is geweest van een datalek bij haar beschermingsbewindvoerder, in een laat stadium zijn afgelegd en bovendien onvoldoende concreet en verifieerbaar zijn. Daaraan voegt het hof toe dat bovendien niet valt in te zien hoe het door de verdachte gestelde verlies van haar telefoon met daarop een foto van haar identiteitsbewijs en/of het gestelde datalek ertoe kunnen hebben geleid dat buiten haar om de Knab-bankrekening op haar naam is geopend en vanaf haar ABN AMRO-bankrekening op die Knab-bankrekening € 0,01 is gestort. Als gevolg daarvan is het hof van oordeel dat de verdachte zelf € 0,01 van haar ABN AMRO-rekening naar de Knab-rekening heeft overgeboekt en dat zij (mede daardoor) zelf de Knab-bankrekening op haar naam heeft geopend/geactiveerd, welke rekening zij vervolgens aan onbekend gebleven personen ter beschikking heeft gesteld.
Dat de verdachte daarmee het voor medeplichtigheid aan witwassen vereiste dubbel opzet heeft gehad, meer in het bijzonder het (voorwaardelijk) opzet op het grondfeit, kan mijns inziens niet zonder meer uit de bewijsvoering worden afgeleid. Uit de bewijsvoering volgt in essentie immers enkel dat de verdachte de Knab-bankrekening heeft geopend en vervolgens aan (een) onbekend gebleven derde(n) ter beschikking heeft gesteld. Nadere vaststellingen over het (te verwachten) gebruik van deze rekening en de kennis van de verdachte daaromtrent ontbreken, zodat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan volgen dat de verdachte zich bewust is geweest van de aanmerkelijke kans dat de door haar geopende en ter beschikking gestelde bankrekening gebruikt zou worden voor het bewezenverklaarde witwassen. In het middel wordt daarover terecht geklaagd.
Het middel slaagt.
3. Afronding
Het middel slaagt.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG