ECLI:NL:RBALM:2012:BY1454

ECLI:NL:RBALM:2012:BY1454, Rechtbank Almelo, 17-10-2012, 12/712 AW AQ1 A

Instantie Rechtbank Almelo
Datum uitspraak 17-10-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/712 AW AQ1 A
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Betreft de (toegezegde) hoogte van FLO-vervangende uitkering gedurende twee jaren ingaande 1 september 2012 en eervol ontslag per 1 september 2014.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector bestuursrecht

Registratienummer: 12/712 AW AQ1 A

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in het geschil tussen:

[naam],

wonende te [woonplaats], eiser,

gemachtigde: W.J.M. Wetzels, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch,

en

Het Dagelijks Bestuur van de Regio Twente,

verweerder,

gemachtigde: mr. P.J. Schaap, advocaat te Zwolle.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder d.d. 14 juni 2012.

2. Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2012 heeft verweerder eiser vrijgesteld van werkzaamheden na 31 augustus 2012, hem met ingang van 1 september 2012 een aanspraak toegekend op een FLO-vervangende uitkering ter hoogte van 70% van zijn huidige bezoldiging gedurende twee jaren en hem eervol ontslag verleend met ingang van 1 september 2014.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers bezwaar van 9 februari 2012 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiser op 18 juli 2012 beroep ingesteld. Verweerder heeft op 30 juli 2012 de op het geding betrekking hebbende stukken overgelegd. Op 12 september 2012 heeft eiser aanvullende gronden ingediend.

Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 5 oktober 2012, waar eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd, terwijl verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door H.M. Bolhaar, werkzaam bij verweerder, en zijn gemachtigde. Ter zitting is als getuige gehoord T. Plummen, werkzaam bij het ABP te Heerlen.

3. Overwegingen

In geschil is of verweerder in het bestreden besluit terecht heeft gehandhaafd dat eiser met ingang van 1 september 2012 een FLO-vervangende uitkering zal ontvangen ter hoogte van 70% van zijn bezoldiging. Eiser stelt dat namens verweerder toezeggingen zijn gedaan door de secretaris van de Regio Twente (hierna: secretaris) dat de FLO-vervangende uitkering 85% van zijn bezoldiging zou bedragen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de secretaris een dergelijke toezegging inderdaad heeft gedaan maar dat de secretaris niet de bevoegdheid had om die toezegging te doen. De toezegging van de secretaris is nooit door het bestuur bekrachtigd.

Eiser is op 1 november 2003 in dienst getreden bij de Regio Twente in de functie van directeur Hulpverleningsdienst, tevens Regionaal Gezondheidsfunctionaris. Daaraan voorafgaand was hij werkzaam in dienst van de gemeente Enschede in de functie van commandant van de brandweer. Op 1 oktober 2007 heeft de secretaris verweerder voorgesteld, mede in verband met afspraken over FLO rechten die met eiser zouden zijn gemaakt bij zijn aanstelling, een regeling te treffen die er, onder meer, op neer komt dat hij tussen zijn 60e en zijn 65e jaar een FLO-vervangende uitkering van 85% van zijn laatstverdiende bezoldiging ontvangt. Verweerder heeft in zijn vergadering van 1 oktober 2007 besloten ten aanzien van eiser (en twee anderen) een advies in te winnen van een extern adviseur en daarna een beslissing op het voorstel te nemen.

Op 17 oktober 2007 is dit extern advies uitgebracht. Daarin wordt geconcludeerd dat het voorstel eiser een FLO-vervangende uitkering ter hoogte van 85% toe te kennen juridisch niet juist is. Tot het verder compenseren van eiser dan hem in een gelijke positie te brengen als ware hij nog in dienst van de gemeente Enschede is volgens het advies verweerder niet gehouden. Het advies heeft niet tot verdergaande besluitvorming van verweerder geleid.

Tussen partijen staat vast dat de secretaris, in afwijking van het besluit van het bestuur, met eiser afspraken heeft gemaakt hem een FLO-vervangende uitkering van 85% toe te kennen. Dit blijkt onder meer uit een verklaring van de getuige dat zowel eiser als de adviseur P&O van de Regio Twente in een bijeenkomst op 22 februari 2011, waaraan ook de getuige deelnam, uitgingen van een FLO-vervangende uitkering van 85%. Verweerder betwist niet dat de secretaris toezeggingen heeft gedaan aan eiser. Deze zijn echter, zo stelt verweerder, onbevoegd gedaan en kunnen hem daarom niet binden.

Blijkens het mandaat- en volmachtbesluit van 16 mei 2002, is de secretaris, voor zover hier van belang, gemandateerd tot “Uitvoering Arbeidsvoorwaarden en regelingen Regio Twente (ART) voor zover individueel toepasbaar en er geen sprake is van een bepaling met een algemeen karakter” met enkele uitzonderingen die hier niet van belang zijn. In het mandaat- en volmachtbesluit van 17 december 2007, dat strekt ter vervanging van eerder genoemd mandaat- en volmachtbesluit, is hetzelfde bepaald. De rechtbank is van oordeel dat de toezegging die de secretaris aan eiser heeft gedaan niet past binnen het mandaat van de secretaris: van uitvoering van de ART was immers geen sprake; de toezegging strekt tot meer dan waartoe verweerder blijkens de ART gehouden is. Er is daarom sprake van een onbevoegd gedane toezegging.

Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (bijvoorbeeld de uitspraak van 18 december 2008, LJN BG9703) kan een beroep op het vertrouwensbeginsel slechts slagen indien door een tot beslissen bevoegd orgaan ten aanzien van de betrokkene een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan. Nu van een door het bevoegd orgaan gedane toezegging in dit geval geen sprake is, kan reeds om deze reden een beroep op het vertrouwensbeginsel niet slagen. De rechtbank tekent daarbij nog aan dat het ook voor eiser kenbaar had kunnen zijn dat de secretaris niet bevoegd was omdat de secretaris het voorstel tot het treffen van een FLO-vervangende uitkering tot 85% op 1 oktober 2007 aan verweerder ter besluitvorming heeft voorgelegd en daarna geen verdere besluitvorming heeft plaatsgevonden.

Eiser heeft verder gesteld dat hij uit uitlatingen van de voorzitter van het dagelijks bestuur van de Regio Twente heeft mogen destilleren dat hem een FLO-vervangende uitkering van 85% ten deel zou vallen. Eiser heeft die stelling echter niet met verder bewijs onderbouwd zodat deze grond niet kan leiden tot een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. Evenmin kan uit de brieven van 8 april 2010 en 3 november 2010 worden afgeleid dat verweerder zich heeft gecommitteerd aan een percentage van 85.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit in rechte in stand kan worden gelaten. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslist wordt derhalve als volgt:

4. Beslissing

De Rechtbank Almelo,

Recht doende:

- verklaart het beroep ongegrond.

Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken na verzending hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Aldus gedaan door mr. W.M.B. Elferink, rechter, in tegenwoordigheid van G. Kootstra, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2012.

Afschrift verzonden op

IL

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.M.B. Elferink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?