ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7700

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7700

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 30-09-2011
Datum publicatie 05-04-2013
Zaaknummer AWB 11-2550 ANW
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0004619 BWBR0007795

Samenvatting

Na ontbinding eerste huwelijk kon beroep op strijd met de openbare orde als bedoeld in artikel 6 van de Wet conflictenrecht huwelijk niet meer slagen. Het tweede huwelijk staat er aan in de weg dat eiser na het overlijden van zijn eerste echtgenote aangemerkt kan worden als nabestaande in de zin van de Anw.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/2550 ANW

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. N.H.G. Beltman,

en

de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank,

verweerder,

gemachtigde mr. K. Verbeek.

Procesverloop

Bij primair besluit I van 3 december 2010 heeft verweerder de uitkering van eiser op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) ingetrokken.

Bij primair besluit II van 9 december 2010 heeft verweerder het primaire besluit I ingetrokken, maar de intrekking vanaf 1 februari 2007 van het recht van eiser op een Anw-uitkering gehandhaafd.

Bij het besluit van 12 april 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit II gehandhaafd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 augustus 2011.

Eiser en zijn gemachtigde zijn – zonder kennisgeving – niet ter zitting verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Feiten en omstandigheden

1.1. Eiser was vanaf 29 augustus 1990 tot 9 november 2005 getrouwd met mevrouw [echtgenote 1] ([echtgenote 1]). Uit een op 28 november 2002 te Rabat (Marokko) door de Marokkaanse autoriteiten opgemaakte huwelijksakte blijkt dat eiser op 24 november 2002 in Marokko in het huwelijk is getreden met mevrouw [echtgenote 2] ([echtgenote 2]). [echtgenote 1] is op 14 februari 2007 overleden. Vanaf februari 2007 ontving eiser een Anw-uitkering.

1.2. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat eiser bij zijn aanvraag om een Anw-uitkering in strijd met zijn mededelingsplicht heeft nagelaten verweerder in te lichten dat hij met [echtgenote 2] gehuwd is, op welke grond eiser niet als nabestaande kan worden aangemerkt.

1.3. Eiser heeft het bestreden besluit gemotiveerd bestreden.

2. Wettelijk kader

2.1. In artikel 34, eerste lid, aanhef en onder a, van de Anw, is, voor zover van belang, bepaald dat de Sociale verzekeringsbank een besluit tot toekenning van uitkering herziet of intrekt indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 35, 36, tweede lid, of 37 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering.

2.2. In artikel 35, van de Anw, voor zover van belang, is bepaald dat de nabestaande verplicht is aan de Sociale verzekeringsbank op haar verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering.

3. Beoordeling

3.1. Niet in geding is, en ook voor de rechtbank staat vast, dat eiser niet aan verweerder heeft gemeld dat hij op 24 november 2002 in Marokko met [echtgenote 2] in het huwelijk is getreden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser zijn inlichtingenverplichting uit artikel 35 van de Anw heeft geschonden door hiervan niet uit eigen beweging aan verweerder melding te maken.

3.2. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het in Marokko gesloten huwelijk met [echtgenote 2] in strijd is met de openbare orde. Daardoor kan dit huwelijk in Nederland niet worden erkend, zodat eiser naar Nederlands recht als ongehuwd en dus als nabestaande dient te worden aangemerkt. De rechtbank begrijpt deze beroepsgrond aldus, dat eiser daarmee betoogt dat de schending van de inlichtingenverplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering. Deze beroepsgrond kan niet slagen.

3.3. Artikel 5, eerste lid, van de Wet conflictenrecht huwelijk (Wch) regelt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de Staat waarvan de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. Uit het vierde artikellid volgt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De rechtbank stelt vast dat de in het eerste en het vierde lid van artikel 5 van de Wch genoemde situatie zich hier voordoet.

3.4. In artikel 6 van de Wch is bepaald dat, ongeacht artikel 5, aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning wordt onthouden, indien deze erkenning onverenigbaar zou zijn met de openbare orde. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat van de hier bedoelde strijd met de openbare orde geen sprake (meer) is en overweegt daartoe het volgende.

3.5. Aangenomen moet worden dat erkenning aan een polygaam huwelijk, in beginsel, niet kan worden onthouden, indien dit huwelijk monogaam is geworden door de ontbinding van het eerdere huwelijk. Vanaf het tijdstip van de ontbinding zal een beroep op de openbare orde immers niet meer kunnen slagen, en dient derhalve dit tweede huwelijk als rechtsgeldig te worden beschouwd. Ook uit de tekst van artikel 5, eerste lid, van de Wch, volgt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk kan worden erkend indien het een aanvankelijk polygaam huwelijk betreft dat door ontbinding van een (eerder) huwelijk nadien rechtsgeldig wordt.

3.6. Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank eiser niet in zijn stelling dat zijn huwelijk met [echtgenote 2] in strijd was en is met de Nederlandse openbare orde. De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of het huwelijk van eiser met [echtgenote 2] in de weg staat aan de toekenning van een Anw-uitkering.

3.7. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende. Uit de parlementaire geschiedenis van de Anw volgt dat de rechtsgrond van de Anw niet verschilt van die van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, namelijk het behoeftebeginsel. Door een uitkering te verschaffen aan nabestaanden waarvan niet verwacht kan worden dat zij zelf in hun onderhoud voorzien, zoals een nabestaande met kinderen, wordt voorkomen dat deze nabestaanden in behoeftige omstandigheden komen te verkeren (TK 24169 nr. 3, vergaderjaar 1994-1995). Het behoeftebeginsel komt ook tot uitdrukking in artikel 16, eerst lid, onder b, van de Anw, waarin is bepaald dat het recht op Anw-uitkering eindigt indien de nabestaande hertrouwt.

3.8. De rechtbank verbindt aan het voorgaande, onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 oktober 1994 (AWW 1993/77) de conclusie dat, zo er in het geval van een persoon die na het overlijden van de huwelijkspartner nog gehuwd is al van een nabestaande kan worden gesproken, het systeem van de Anw meebrengt dat in een dergelijke situatie geen recht op een Anw-uitkering kan bestaan.

3.9. De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat verweerder terecht de Anw-uitkering van eiser op grond van artikel 34, eerste lid, van de Anw heeft ingetrokken.

3.10. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Singeling, rechter, in aanwezigheid van mr. R.M.N. van den Hazel, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 september 2011.

de griffier de rechter

de griffier is buiten staat

deze uitspraak mede te ondertekenen

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Singeling

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?