ECLI:NL:RBAMS:2018:3498

ECLI:NL:RBAMS:2018:3498, Rechtbank Amsterdam, 15-05-2018, AWB - 18 _ 228

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-05-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 18 _ 228
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Verzending ter post - nieuwe manier van verzendadministratie - foto's bij postbus verweerder - verklaring onder ede van secretaresse - aannemelijk gemaakt dat aanvraag daadwerkelijk is verzonden - gegrond

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

15 mei 2018 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 18/228 en AMS 18/230

(gemachtigde: mr. J.S. Vlieger),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: drs. H. van Golberdinge).

Procesverloop

Eiseres heeft op 11 juli 2017 een aanvraag ingediend bij verweerder om bijzondere bijstand. Omdat verweerder niet op deze aanvraag besliste, heeft eiseres verweerder op 21 september 2017 in gebreke gesteld.

In een brief van 2 oktober 2017 heeft verweerder eiseres bericht dat zij niet heeft aangetoond dat zij op 11 juli 2017 een aanvraag heeft ingediend, dat verweerder niet in gebreke is en dat geen dwangsom wordt toegekend.

In het primaire besluit van 3 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand afgewezen.

In het besluit op bezwaar van 6 december 2017 (het bestreden besluit I) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de brief van 2 oktober 2017 niet-ontvankelijk verklaard.

In het besluit op bezwaar van 6 december 2017 (het bestreden besluit II) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit over de bijzondere bijstand ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit over de ingebrekestelling geregistreerd onder zaaknummer AMS 18/230. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit over de bijzondere bijstand geregistreerd onder zaaknummer AMS 18/228. De rechtbank behandelt de samenhangende zaken samen in deze uitspraak.

De zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2018. Eiseres en verweerder hebben zich op de zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Ook was op de zitting aanwezig [mevrouw] , werknemer bij de gemachtigde van eiseres. De rechtbank heeft direct na de zitting mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank, in beide zaken:

Overwegingen

Het geschilpunt

1. In geschil tussen partijen is de vraag of eiseres op 11 juli 2017 een aanvraag bij verweerder heeft ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand. Verweerder heeft deze aanvraag niet ontvangen. Partijen zijn het erover eens dat de bewijslast en het bewijsrisico dat de aanvraag met de post is bezorgd, op eiseres rust.

De werkwijze op het kantoor van de gemachtigde van eiseres

2. Eiseres heeft in haar beroepsgronden uitgelegd dat de aanvraag om bijzondere bijstand op 11 juli 2017 persoonlijk door een medewerker van haar gemachtigde, [mevrouw] , in de (destijds nog in gebruik zijnde) brievenbus van de gemeente Amsterdam is gedeponeerd aan de Cruquiusweg 5. In een e-mail van 27 september jl. heeft een juridisch medewerker - werkzaam bij de gemachtigde van eiseres - de gehanteerde wijze van verzending, samengevat, als volgt omschreven. Sinds de sluiting van het e-mailadres van verweerder voor aanvragen om bijzondere bijstand worden brieven met een aanvraag in een envelop in een aparte bak gelegd met daarbij een kopie van de eerste pagina van de brief die in de envelop zit. De brieven in deze bak worden vaak diezelfde, maar soms ook een dag later, door een van de kantoormedewerkers naar de (destijds nog in gebruik zijnde) brievenbus van de gemeente Amsterdam aan de Cruquiusweg 5 gebracht en daar in de brievenbus gedeponeerd. Bij terugkomst op kantoor wordt een formulier ingevuld. Achter dat formulier worden de kopieën van de eerste pagina’s van de bezorgde brieven en een foto van de medewerker met de hoeveelheid brieven bij de brievenbus gevoegd. Eiseres heeft verder verwezen naar uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (Raad).

Er is aannemelijk gemaakt dat de aanvraag op 11 juli 2017 ter post is bezorgd

De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting is [mevrouw] onder ede gehoord. Zij heeft de werkwijze - zoals hierboven omschreven - bevestigd en verklaard dat zij de aanvraag van eiseres op 11 juli 2017 in de betreffende brievenbus van verweerder heeft gedeponeerd. Verweerder heeft op de zitting niet zozeer betwist dat [mevrouw] de aanvraag van eiseres in de desbetreffende brievenbus heeft gedeponeerd. Verweerder stelt alleen dat het risico dat de aanvraag door verweerder niet ontvangen is - gelet op het niet aangetekend verzenden van de brief - bij eiseres ligt.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres met de overgelegde stukken en de verklaring onder ede van [mevrouw] aannemelijk heeft gemaakt dat de aanvraag van eiseres op 11 juli 2017 daadwerkelijk in de betreffende brievenbus van verweerder is gedeponeerd en daarmee ter post is bezorgd.

De werkwijze bij het kantoor van de gemachtigde van eiseres voor het verzenden van aanvragen bij de gemeente is beschreven in een e-mail van het kantoor (weergegeven in rechtsoverweging 2 hierboven). Ter onderbouwing van deze wijze van verzending heeft eiseres een foto met de datum 11 juli 2017 van [mevrouw] bij de brievenbus overgelegd (niet in geschil is dat dit de brievenbus van verweerder is). Daarnaast heeft eiseres de verzendadministratie overgelegd. Dat de betreffende aanvraag van eiseres daadwerkelijk op 11 juli 2017 in de brievenbus van verweerder is gedeponeerd, is aannemelijk gemaakt met de verklaring onder ede op zitting van [mevrouw] . Deze verklaring onder ede maakt dat de rechtbank in deze zaak tot een ander oordeel komt dan in eerdere zaken van het kantoor van de gemachtigde van eiseres over dezelfde kwestie.

Het oordeel in de zaak zaaknummer AMS 18/230 (ingebrekestelling)

6. In de zaak met zaaknummer AMS 18/230 heeft verweerder op de zitting erkend dat de reactie van verweerder van 2 oktober 2017 op de ingebrekestelling van eiseres een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder heeft erkend dat het bezwaar van eiseres tegen dit besluit in het bestreden besluit I ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Gelet hierop is het beroep van eiseres in de zaak met zaaknummer AMS 18/230 gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit I en draagt verweerder op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.

Het oordeel in de zaak zaaknummer AMS 18/228 (aanvraag bijzondere bijstand)

7. Omdat aannemelijk is geworden dat eiseres de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand op 11 juli 2017 heeft verzonden, kan de overweging van verweerder in het bestreden besluit II dat de aanvraag om bijzondere bijstand te laat is ingediend, geen stand houden. Gelet hierop is ook het beroep in de zaak met zaaknummer AMS 18/228 gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit I en draagt verweerder op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.

De proceskosten in beide zaken

Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van 2 x € 46,- (€ 92,-) vergoedt.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.002,- (1 punt voor het indienen van de beroepschriften in de samenhangende zaken, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Teggelaar, griffier, op 15 mei 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.K. Mireku

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?