ECLI:NL:RBAMS:2019:10333

ECLI:NL:RBAMS:2019:10333, Rechtbank Amsterdam, 20-12-2019, AWB - 19 _ 6133

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 20-12-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 19 _ 6133
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Voorzieningenrechter. Intrekking jachtakte op basis van de resultaten van de e-screener. Toewijzing voorlopige voorziening. Schorsing bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

[verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker (hierna: [verzoeker] )

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/6133

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. P.M. Timmer Arends),

en

De Korpschef van het regionaal politiekorps Amsterdam-Amstelland, verweerder (hierna: de korpschef)

(gemachtigde: mr. R.P. Nijssen).

Procesverloop

Met het besluit van 23 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft de korpschef de aan [verzoeker] verleende jachtakte ingetrokken op grond van de Wet natuurbescherming.

[verzoeker] heeft tegen het bestreden besluit administratief beroep ingesteld bij de minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de minister). Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De minister is gevraagd of hij als partij aan het geding wil deelnemen. De minister heeft per brief van 5 december 2019 laten weten niet te willen deelnemen aan het geding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2019. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Aan [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is vanaf ongeveer 1976, laatstelijk op 1 april 2019, een jachtakte verleend. Op de laatste jachtakte staan zes vuurwapens geregistreerd. Deze jachtakte is geldig tot en met 31 maart 2020. [verzoeker] heeft een blanco strafblad en voor zover bekend geen medische problemen.

In een brief van de huisarts van [verzoeker] van 18 oktober 2019 is vermeld dat hij dyslexie heeft en dat dit voor hem betekent dat hij een tekst niet goed in zich kan opnemen, waardoor het begrijpend lezen gestoord is: het maken van een psychologische test via een computerprogramma zal voor hem problemen opleveren.

Op 1 oktober 2019 is de wapenwetgeving gewijzigd. Voortaan moet iedereen die een jachtakte wil aanvragen verplicht meedoen aan een onderzoek naar zijn psychische gesteldheid. Dat onderzoek wordt afgenomen met de zogenoemde e-screener, een digitale vragenlijst ten behoeve van de risicotaxatie met betrekking tot wapenverlofhouders, om te beoordelen of een persoon geschikt is om een wapen in bezit te hebben. Daarnaast worden ook jagers aan wie al een jachtakte verleend is de komende jaren gefaseerd gevraagd om aan dit onderzoek mee te werken. [verzoeker] hoort bij de eerste groep jagers die het onderzoek met de e-screener heeft afgerond.

Bij het bestreden besluit heeft de korpschef de aan [verzoeker] verleende jachtakte ingetrokken. [verzoeker] heeft bij het doorlopen van de digitale test met de e-screener op twee onderdelen ‘rood’ gescoord. [verzoeker] heeft ‘rood’ gescoord op de onderdelen impulsiviteit en sociale wenselijkheid. Nu het resultaat van het onderzoek ‘rood’ is, zijn er derhalve één of meerdere risicofactoren aanwezig. Het aanwezig zijn van één van deze risicofactoren is reeds voldoende om de geringe twijfel aanwezig te achten en de Korpschef dient dus een aanvraag voor een jachtakte te weigeren i.c. een bestaand jachtakte in te trekken. De uitslag van de test vormt de basis voor de aanwezigheid van de twijfel over de psychische gesteldheid dan wel over het al dan niet kunnen toevertrouwen van wapens en of munitie. De korpschef is van mening dat er sprake is van vrees voor misbruik.

Voor [verzoeker] betekent het bestreden besluit dat hij niet meer mag jagen en zijn wapens heeft moeten inleveren. [verzoeker] kan zich hier niet in vinden. Hij heeft een voorlopige voorziening gevraagd met als doel dat hij zijn jachtakte en zijn wapens weer terugkrijgt zodat hij weer mag jagen. Op hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd wordt hieronder, voor zover van belang, nader ingegaan.

In een brief van 29 oktober 2019 heeft de minister aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal onder meer het volgende bericht:

“(…) Bijstelling uitvoeringspraktijk e-screener (…)

Ontwikkelingen

De e-screener was oorspronkelijk bedoeld als vervanging van het WM-32 formulier. (…) De eerste 300 resultaten laten een wisselend beeld zien. Enerzijds is de werking van het instrument in lijn met hetgeen daarover verwacht werd naar aanleiding van de eerdere testen en pilots. Anderzijds blijkt dat aanvragers meer dan vooraf verwacht hoog scoren op een van de schalen en daardoor een negatief advies ontvangen. (…)

Bijstelling uitvoeringspraktijk

Problematiek in de uitvoeringspraktijk heeft mij doen besluiten dat aanpassing nodig is. Het komende jaar blijft de e-screener als verplicht instrument aangewezen voor nieuwe aanvragers van wapenverloven en jachtaktes. (…) De reeds bestaande verloven zullen de komende twee jaar nog beoordeeld worden op basis van een nieuwe (uitgebreidere) versie van het zogenaamde WM-32 formulier. (…) De afweging die de korpschef moet maken bij de verlening van de vergunning blijft voor alle gevallen gelijk. Daarbij benadruk ik dat de e-screener en/of het WM-32 formulier slechts een onderdeel is in het proces, en dat er ook een antecedentenonderzoek en een referentenonderzoek wordt verricht, evenals een huiscontrole. (…) Ik treed met de betrokken partijen in overleg op welke wijze moet worden omgegaan met de huidige wapenverlofhouders die een negatief eindoordeel hebben gekregen op de e-screener. Ik zal dit van geval tot geval bekijken (…)”.

De minister heeft bij brief van 14 november 2019 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal op vragen van de [leden] geantwoord. Daarbij geeft de minister aan hoe invulling wordt gegeven aan het van geval tot geval bekijken van de al afgegeven negatieve adviezen. Hierbij onderscheidt hij drie categorieën. Aanvragers die de einduitslag rood hebben gekregen op basis van een ‘knock-outcategorie’(psychose, psychopathie, suïcidaliteit) krijgen geen wapens terug. Aanvragers die de einduitslag rood hebben door louter sociale wenselijkheid krijgen hun wapens terug. Aanvragers die de einduitslag rood hebben door een combinatie van factoren krijgen een gedifferentieerde beoordeling. Wapens blijven in bewaring totdat het volledige proces (administratief beroep) is doorlopen. Van de 948 mensen die de test hebben afgelegd scoorden 204 negatief. Het is geenszins zo dat een negatief resultaat automatisch tot inbeslagname van wapens en munitie mag leiden. De uitslag van de e-screener weegt zwaar mee in de afweging die de korpschef moet maken (…). Een besluit tot directe inbeslagname is in ieder geval aangewezen indien er aanwijzingen zijn voor psychose, psychopathie en/of zelfdoding zijn. Maar ook indien er andere indicaties zijn die een voornemen tot weigering/intrekking rechtvaardigen kan, om veiligheidsredenen, tot directe inbeslagname besloten worden. In de besluitvorming rond de afgifte moet het verlofverleden van de aanvrager worden meegewogen. Zodra de minister heeft vernomen dat een negatieve score op de e-screener in alle gevallen leidde tot directe inbeslagname, heeft hij de politie laten weten dat dit niet geoorloofd is buiten bovenstaande criteria.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter concludeert dat aan de twee in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde formele vereisten is voldaan, nu [verzoeker] administratief beroep heeft ingesteld tegen het besluit ter zake waarvan de voorlopige voorziening wordt gevraagd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [verzoeker] een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Zijn geldende jachtakte is ingetrokken en niet valt uit te sluiten dat pas op het administratief beroep wordt beslist als het jachtseizoen (bijna) is afgelopen. Het spoedeisend belang is daarmee gegeven. De voorzieningenrechter gaat daarom over tot het geven van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel over het bestreden besluit. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de beslissing op administratief beroep of eventueel in de hoofdzaak.

3. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen in de uitspraak van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:483, over de in artikel 7, tweede lid, van de Wwm neergelegde bevoegdheid, strekt deze bevoegdheid tot het treffen van een maatregel ter bescherming van de veiligheid van de samenleving en niet tot het opleggen van een strafrechtelijke sanctie. Hetzelfde geldt voor de in artikel 5.4, vierde lid, aanhef en onder c van de Wnb neergelegde bevoegdheid. Tegen de achtergrond van dat grote maatschappelijke veiligheidsbelang is reeds in geringe twijfel aan het verantwoord zijn van het beschikken van een jachtakte in te trekken, mits deze twijfel objectief toetsbaar is.

4. De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of de twijfel van de korpschef, aan het verantwoord beschikken over een jachtakte, is gebaseerd op een objectief toetsbare motivering.

5. Uit het bestreden besluit volgt dat de intrekking van de afgegeven jachtakte van [verzoeker] enkel is gebaseerd op de resultaten van de e-screener, waarbij [verzoeker] op twee onderdelen ‘rood’ heeft gescoord. Volgens de korpschef is de uitslag van de e-screener een objectief vastgestelde waarde en is dit voldoende om geringe twijfel aan te nemen.

6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal de intrekking enkel op basis van de resultaten van de e-screener naar verwachting in administratief beroep geen stand kunnen houden. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt. De voorzieningenrechter constateert in dat verband dat de invoering van de e-screener onderdeel is van de wetswijzigingen die in gang zijn gezet in verband met de versterking van het stelsel ter beheersing van het legaal wapenbezit. Gelet op de wetsgeschiedenis dienen bij de beoordeling of een bevoegdheidsdocument moet worden verleend alle omstandigheden betrokken te worden. Een negatieve uitslag van de e-screener leidt niet automatisch tot een afwijzing van de aanvraag voor het bevoegdheidsdocument. De e-screener moet dan ook als een hulpmiddel in combinatie met andere factoren worden toegepast. In dat verband verwijst de voorzieningenrechter naar de memorie van toelichting (Kamerstuk 2015-2016, 34432, nr. 3). “Er wordt niet voorgesteld dat een negatieve indicatie uit de controle bij de officier van justitie van BOPZ-gegevens of een negatieve uitslag van de e-screener onvermijdelijk leidt tot afwijzing van de aanvraag van het bevoegdheidsdocument. Of het bevoegdheidsdocument wordt verleend, blijft afhangen van het oordeel van de korpschef over de geschiktheid van de betrokkene, waarbij alle informatie wordt meegewogen. Ook is het denkbaar dat de aanvrager, in geval van een negatieve e-screener een eigen onderzoek laat verrichten en de conclusie hiervan aan de korpschef overlegt. De korpschef betrekt deze informatie uiteraard bij zijn oordeel over de geschiktheid van betrokkene en als hij toch tot de conclusie komt dat de aanvrager niet een wapen kan worden toevertrouwd, moet hij motiveren dat het geleverde tegenbewijs niet tot een ander oordeel leidt. Overigens is het ook niet zo dat een positieve uitslag van de e-screener automatisch leidt tot toewijzing van het verlof.”.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de korpschef enkel de resultaten van de e-screener ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit. De korpschef heeft in het geheel niet andere feiten en omstandigheden, zoals het feit dat [verzoeker] zonder enig probleem of incident tientallen jaren een jachtakte heeft - en dus mag worden verondersteld dat over [verzoeker] , de nodige informatie beschikbaar is - een blanco strafblad heeft, geen antecedenten heeft en jaarlijks heeft voldaan aan alle vereisten die zijn gekoppeld aan de jachtakte, ten onrechte niet betrokken bij het bestreden besluit. Bovendien wijst de voorzieningenrechter op de hiervoor weergegeven brief van de minister van 29 oktober 2019 waarin hij schrijft dat de escreener voor reeds bestaande verloven voorlopig niet wordt ingezet.

7. Niet in geschil is voorts dat [verzoeker] niet valt in de in zijn brief van 14 november 2019 door de minister kwalificeerde ‘knock-outcategorie’. Weliswaar kunnen ook andere indicaties reden zijn om vanwege veiligheidsredenen over te gaan tot directe inbeslagname, maar de korpschef heeft niet gemotiveerd dat daarvan sprake is. Op de zitting heeft de korpschef desgevraagd bevestigd dat hij niet de door [verzoeker] ingevulde e-screening wil overleggen, maar alleen wijst op de uitkomst. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter wordt [verzoeker] met het enkel op de e-screening gebaseerde besluit geconfronteerd met conclusies en daaraan verbonden rechtsgevolgen waartegen hij zich nagenoeg niet kan verweren, terwijl bij de wijze waarop het besluit tot stand is gekomen, enkel op basis van de e-screening, de nodige, vraagtekens kunnen worden gezet.

Conclusie

8. De voorzieningenrechter wijst op grond van hetgeen hiervoor is overwogen het verzoek om voorlopige voorziening toe. De overige gronden die [verzoeker] heeft aangevoerd behoeven dan ook geen verdere bespreking meer. De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op het administratieve beroep. De eerder aan [verzoeker] verleende jachtakte herleeft daardoor. Dat betekent ook dat [verzoeker] zijn wapens, die hij in bewaring heeft gegeven bij de korpschef, moet terugkrijgen.

9. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat de korpschef aan [verzoeker] het door hem betaalde griffierecht vergoedt. De voorzieningenrechter veroordeelt de korpschef in de door [verzoeker] gemaakte proceskosten.

Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.024,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 512,- en een wegingsfactor 1).

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Reichert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.H.J. van Haarlem, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2019.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?