ECLI:NL:RBAMS:2019:10376

ECLI:NL:RBAMS:2019:10376

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 11-12-2019
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer 13/701347-19
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 44-jarige man is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk omdat hij op 29 september 2018 in Amsterdam een pistool met zeven patronen in bezit had in een publieke ruimte, waar veel mensen aanwezig waren, en bovendien in een uitgaansgebied.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/701347-19

Datum uitspraak: 11 december 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [gebooteplaats] op [geboortedag] 1975,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Op 27 november 2019 heeft het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden. Verdachte is niet verschenen. Hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigd raadsman, mr. N. Claassen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.N. Refos, en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort samengevat – tenlastegelegd dat hij op 29 september 2018 te Amsterdam een pistool en munitie, te weten zeven patronen, voorhanden heeft gehad.

De precieze tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Hij heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij het vuurwapen heeft gevonden op het toilet in het café en dat hij op zoek was naar de eigenaar. Dit scenario is niet aannemelijk en het dossier bevat aanknopingspunten om uit te gaan van de onjuistheid van dit scenario. Het door [naam] (hierna: [naam] ) geschetste scenario, dat verdachte buiten het café tijdens een ruzie een wapen heeft gepakt en dat dit wapen vervolgens door [naam] is afgepakt, is daarentegen wel aannemelijk en wordt ondersteund door de camerabeelden.

Maar zelfs als het door verdachte geschetste scenario wel gevolgd zou worden, heeft verdachte zich, door het wapen in zijn tasje te stoppen en het tasje dicht te ritsen, niet als bonafide vinder gedragen. Verdachte heeft met deze handelingen zichzelf beschikkingsmacht over het pistool verschaft en is ermee naar buiten gegaan. Voorts blijkt uit de camerabeelden niet dat verdachte buiten op zoek is gegaan naar iemand die mogelijk de eigenaar van het vuurwapen zou zijn. Verdachte was dan ook geen bonafide vinder zoals hij zelf heeft verklaard, maar was bezitter te kwader trouw.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken en heeft daartoe – samengevat – het volgende gesteld.

Het enkel onder zich hebben van een wapen levert niet zonder meer het ‘voorhanden hebben’ op. Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij een bonafide vinder was van het vuurwapen. De onderbouwing van het scenario van verdachte wordt ondersteund door het dossier. Op de camerabeelden is te zien dat [naam] het wapen afpakt en dit, zonder te controleren of het wapen is doorgeladen, in zijn broeksband stopt. Hieruit is af te leiden dat [naam] het wapen terug heeft gestopt op de plek waar het vandaan kwam en dat hij de oorspronkelijke eigenaar van het vuurwapen is. Verdachte heeft het wapen slechts kortstondig voorhanden gehad en had nooit de intentie het wapen tot zijn eigendom te maken, maar wilde het wapen teruggeven aan de eigenaar. Op grond van het voorgaande kan niet worden aangenomen dat verdachte de beschikkingsmacht had over het wapen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn opgenomen, blijkt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Zij overweegt daartoe het volgende.

Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk voorhanden hebben van een wapen en munitie is vereist dat verdachte het wapen en de munitie aanwezig heeft gehad, dat hij hier wetenschap van had en dat verdachte ook beschikkingsmacht had over deze voorwerpen. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte als heer en meester over het vuurwapen met daarin de munitie heeft beschikt. Verdachte heeft immers bij de rechter-commissaris verklaard dat hij het vuurwapen in het café op de richel boven het urinoir heeft gevonden en dat hij dat vuurwapen in zijn tas heeft gedaan. Ook heeft verdachte verklaard dat hij met het vuurwapen in zijn tas naar buiten is gegaan, alwaar het vuurwapen in handen is gekomen van [naam] , die verdachte daar aansprak en het vuurwapen heeft afgepakt.

Uit de camerabeelden noch andere stukken in het dossier is gebleken dat verdachte in de tussentijd op zoek is gegaan naar de eigenaar of een medewerker van het café, dan wel iemand van de politie om die op de hoogte te stellen van het vuurwapen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door het vuurwapen in zijn tas te stoppen en met het vuurwapen naar buiten te gaan, een daad van beschikkingsmacht heeft verricht. Daarmee is bewezen dat verdachte het vuurwapen opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Door niet te controleren of het wapen geladen of doorgeladen was, heeft verdachte ook de aanmerkelijke kans op de aanwezigheid van patronen in het magazijn van het vuurwapen aanvaard. Daarmee heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van de tenlastegelegde munitie.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 29 september 2018 te Amsterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk STAR, model A-70, kaliber 9mm x 19, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en bijbehorende munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 7 patronen van het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Motivering van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het door hem bewezen geachte feit te veroordelen tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de strafmaat gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft verzocht om, in geval van een bewezenverklaring, uit te gaan van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en niet van de richtlijnen van het Openbaar Ministerie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en het meewerken aan aanwijzingen van de reclassering. Hierbij zijn de volgende omstandigheden meegewogen.

Verdachte heeft een pistool met zeven patronen voorhanden gehad in een publieke ruimte, waar veel mensen aanwezig waren, en bovendien in een uitgaansgebied. In grote steden, waaronder Amsterdam, is sprake van een zorgwekkende toename van vuurwapenbezit en -geweld. De schade die in de samenleving kan worden aangericht met een dergelijk wapen is enorm.

De Amsterdamse rechtbank hanteert eigen oriëntatiepunten voor vuurwapens. Deze geven voor het voorhanden hebben van een pistool in een publieke ruimte tijdens het uitgaan een gevangenisstraf aan van 15 tot 18 maanden.

De rechtbank weegt mee dat verdachte het vuurwapen slechts korte tijd in zijn bezit heeft gehad. Daarnaast heeft verdachte de wens geuit om afstand te nemen van het criminele circuit en is het aan tijdgebrek te wijten dat er geen reclasseringsrapport is uitgebracht voor de zitting. De rechtbank betrekt bij de strafoplegging ook de e-mail van de Reclassering Nederland te Den Haag van 15 november 2019 betreffende verdachte. Hierin staat dat de adviseur bij een inhoudelijk advies op het advies bijzondere voorwaarden zoals een meldplicht zou uitkomen. Dit omdat zij naar aanleiding van het gesprek met verdachte op wat zorgelijke problemen in het leven van verdachte stuitte, waarvoor hij naar verwachting niet de vaardigheden bezit om die op te lossen. Vanuit een periode van toezicht zou volgens de adviseur gekeken kunnen worden of verdachte ambulante begeleiding aan kan gaan voor de praktische problemen, zoals gebrek aan inkomen, gebrek aan huisvesting, gebrek aan dagbesteding en een negatief sociaal netwerk. De rechtbank ziet daarom ruimte om aan verdachte als bijzondere voorwaarde een meldplicht op te leggen, waarbij verdachte zich zal moeten houden aan aanwijzingen van de reclassering.

De rechtbank ziet op grond van alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.

6. Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

5637418 pistool

5637419 munitie in patroonmagazijn

Nu met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen

14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht

26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde algemene en bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. Veroordeelde maakt zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig aan een strafbaar feit;

2. Veroordeelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

3. Veroordeelde verleent medewerking aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd melden bij Reclassering Nederland aan de Bezuidenhoutseweg 179 te Den Haag, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. Veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd houden aan aanwijzingen die door de reclassering of een door de reclassering aan te wijzen instelling worden gegeven, ook als dat inhoudt meewerken aan ambulante begeleiding ter bevordering van inkomen, schuldhulpverlening, huisvesting, dagbesteding en een positief sociaal netwerk.

De rechtbank geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

5637418 pistool

5637419 munitie in patroonmagazijn

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. E.M.M. Gabel en J.G. Vegter, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. S. Leenstra en J.G.R. Becker griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 december 2019.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.C.M. Hamer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand