RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres,
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/51
en
de korpschef van politie, verweerder
(gemachtigde: mr. E.E. van Herk).
Procesverloop
Eiseres heeft op 4 september 2018 een verzoek gedaan om inzage en verstrekking van alle door politie over eiseres geregistreerde persoonsgegevens.
Bij besluit van 20 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres een overzicht verstrekt van alle registraties van eiseres in het politiesysteem.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft op 26 april 2019 beslist dat beperking van de verstrekking van de op de zaak betrekking hebben de stukken gerechtvaardigd is.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2020. Eiseres is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten.
Overwegingen
Griffierecht
1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Dit verzoek komt niet voor inwilliging in aanmerking omdat eiseres het griffierecht op 31 maart 2019 heeft voldaan.
Verzoek
Eiseres heeft verweerder op 4 september 2018 op grond van artikel 12 en artikel 15 van de AVG verzocht om inzage in en afschriften van alle gegevens en wijzen waarop zij bij verweerder geregistreerd staat en van de communicatie die verweerder met andere organisaties waarmee hij samenwerkt heeft gewisseld. Eiseres wil graag te weten komen:
- om welke gegevens het gaat;
- wat het doel is van het gebruik van de gegevens;
- aan wie verweerder de gegevens eventueel heeft verstrekt;
- welke passende waarborgen voor doorgifte verweerder heeft getroffen als hij deze gegevens heeft doorgegeven aan een ander land of aan een internationale organisatie;
- wat de herkomst is van de gegevens, als deze bekend is;
- hoe lang de gegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen;
- of er sprake is van geautomatiseerde besluitvorming, waaronder profilering.
Naar aanleiding van dit verzoek heeft een medewerker van verweerder per telefoon contact met eiseres opgenomen. Eisers heeft tijdens dit telefoongesprek aangegeven dat zij alle politiegegevens wilt ontvangen.
Eiseres heeft haar verzoek op 30 september 2018 aangevuld per e-mail. Zij verzoekt in deze e-mail om de volgende stukken:
het verslag van het gesprek dat zij had met de wijkagent op 15 augustus 2018;
het verslag van het telefoongesprek dat zij met de wijkagent had op 29 augustus 2018.
Bestreden besluit
3. Verweerder heeft -naar aanleiding van het telefonisch onderhoud- het verzoek van eiseres opgevat als bedoeld als een verzoek in de zin van artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg). Verweerder heeft aan eiseres een overzicht verstrekt van alle registraties van eiseres in het politiesysteem. Hij heeft daarbij aangegeven dat indien eiseres inhoudelijk kennis wil nemen van de registraties, zij een afspraak kan maken met verweerder. Politiegegevens worden volgens verweerder verwerkt in het Bedrijfsprocessensysteem van de politie, de Basisvoorziening Handhaving. Het gaat daarbij niet om geconstateerde feiten of omstandigheden onder ambtseed of ambtsbelofte vastgelegd in een proces-verbaal ten behoeve van bewijsvoering in straf- bestuurs- of civiele zaken. Verweerder stelt zich op het standpunt dat gegevens die ouder zijn dan vijf jaar, gelet op artikel 8, zesde lid van de Wpg zijn verwijderd en voor een zeer beperkt aantal politieambtenaren zijn te raadplegen. Er is volgens verweerder gebleken dat de wijkagent informatie heeft gedeeld met de medewerkers van de GGD op basis van artikel 20 van de Wpg en het convenant Zorg en Overlast. Verweerder heeft passende technische en organisatorische maatregelen getroffen om politiegegevens te beveiligen tegen onbedoelde of onrechtmatige verwerking. Er is volgens verweerder geen sprake van automatische besluitvorming. Eiseres mag kennis nemen van de stukken, maar verweerder mag haar op grond van beleidsafspraken geen afschriften van de dossierstukken verstrekken.
Standpunt eiseres
4. Eiseres voert aan dat zij vermoedt dat de lijst met vrije mutaties die zij heeft gekregen niet volledig is, dan wel dat gegevens die met derden zijn uitgewisseld zijn uitgesloten. Verweerder voert een veel ruimer gestelde taak uit dan opsporing en vervolging. De gegevens die in dit kader worden verkregen, vallen onder de AVG. Eiseres wil graag weten of andere personen van haar verzoek van 4 september 2018 in kennis zijn gesteld. Eiseres voert verder aan dat de AVG voorrang heeft boven de Wpg, in geval er wordt uitgewisseld met derde instanties als de GGD, omdat deze gegevens vergaard zijn in het kader van geestelijke of medische zorgverlening. Eiseres betoogt dat registratie van verwarde personen discriminatie naar medische categorie betreft. Eiseres wenst de inhoud en de verwoording van de mutaties aan te vechten en verzoekt om verwijdering van de gegevens op grond van artikel 25 van de Wpg. Eiseres voert aan dat de omschrijving ‘overlast verward/overspannen persoon” van haar melding een onrechtmatige overheidsdaad is, indien het niet per abuis is gebeurd. Eiseres verzoekt de rechtbank daarom de rechtmatigheid van het bestreden besluit te beoordelen en primair aan de AVG te toetsen en daarbij te onderzoeken in hoeverre de AVG ook normstellend blijft in geval van door de politie verstrekte persoonsgegevens aan derden en ontvangen van derden.
Feiten en omstandigheden van voor en na het bestreden besluit
5. Verweerder heeft bij het nemen van het bestreden besluit alleen rekening kunnen houden met feiten en omstandigheden die tot dan toe hadden voorgedaan. Omdat het bestreden besluit ter toets voorligt in dit geding, zal de rechtbank alleen rekening houden met feiten en omstandigheden tot en met datum van het bestreden besluit. Gebeurtenissen die zich na het bestreden besluit hebben voorgedaan zal de rechtbank buiten beschouwing laten. Daar heeft verweerder immers geen rekening mee kunnen houden bij het nemen van het bestreden besluit.
AVG of Wpg?
6. Eiseres heeft niet bestreden heeft dat zij tijdens het telefonisch onderhoud naar aanleiding van haar verzoek heeft aangegeven dat zij alle politiegegevens wilt ontvangen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder dit verzoek terecht heeft opgevat als een verzoek in de zin van artikel 25 van de Wpg.
Politietaak
7. De politie heeft tot taak te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde (handhavingstaak) en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven (zorgtaak). Dit is neergelegd in artikel 3 van de Politiewet.
Reikwijdte Wpg
Volgens eiseres valt de verwerking van persoonsgegevens door de politie in het kader van hun zorgtaak wel onder de AVG. Alleen de verwerking van persoonsgegevens door de politie in het kader van de handhavingstaak is buiten het bereik van de AVG gebracht.
In april 2016 werd (tegelijk met de AVG) EU-richtlijn 2016/680 aangenomen. Deze richtlijn reguleert persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van politiële en justitiële activiteiten. In Nederland is deze richtlijn 2016/680 geïmplementeerd door aanpassing van (onder andere) de Wpg. In de Memorie van Toelichting (MvT) bij de aanpassing van de Wpg is uiteengezet waarom deze zorgtaak onder de reikwijdte van de Wpg valt. In de MvT staat daarover het volgende:
“De hulpverleningstaak, die thans ook onder de reikwijdte van de Wpg valt, vormt onderdeel van de politietaak. Deze taak moet worden gezien in samenhang met de opdracht aan de politie de rechtsorde te handhaven, en de daaruit voortvloeiende aanwezigheid en bereikbaarheid van de politie en het vertrouwen dat de burgerij in de politie pleegt te stellen (Kamerstukken 1991/92, 22 562, nr. 3, blz. 34). Dit houdt verband met het feit dat de hulpverlening in de praktijk niet goed is te onderscheiden van de andere onderdelen van de politietaak. Zo kan de vermissing van een persoon nauwe raakvlakken hebben met een strafbaar feit en kan juist het onderling met elkaar in verband brengen van gegevens, die de politie in het kader van de verschillende activiteiten ter kennis zijn gekomen, bijdragen een aan goede uitvoering van de politietaak (Kamerstukken II 30 327, nr. 3, blz. 39). Aldus betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de hulpverleningstaak eveneens activiteiten van de politie waarbij vooraf niet bekend is of een voorval al dan niet een strafbaar feit is, en ligt het mede in het licht van de eergenoemde overweging 12 van de richtlijn in de rede om deze taak als onderdeel van de politietaak onder de reikwijdte van de richtlijn te vatten.”.
Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat niet de AVG maar de Wpg de wettelijke grondslag biedt voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de zorgtaak van de politie. Daarmee is de Wpg een lex specialis ten opzichte van de AVG. Dat betekent dat als het om de zorgtaak van de politie gaat, de Wpg derogeert aan de AVG. Voor het stellen van prejudiciële vragen ziet de rechtbank geen aanleiding.
Volledigheid
9. Verweerder heeft een overzicht verstrekt van -volgens verweerder- alle, tot dat moment gedane, registraties en meldingen waarin informatie over eiseres wordt verwerkt. In het aangevoerde van eiseres ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat de lijst met vrije mutaties niet volledig zou zijn. De rechtbank ziet verder geen aanleiding om te twijfelen aan de mededeling van verweerder dat verweerder niemand in kennis heeft gesteld over het inzageverzoek van eiseres.
Discriminatie en rectificatie
10. Voor zover eiseres stelt dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan discriminatie naar medische categorie, volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat dit buiten de omvang van het geding valt. Eiseres heeft een verzoek gedaan om inzage in haar gegevens, welke door verweerder is ingewilligd. Indien eiseres rectificatie wenst van haar gegevens, kan zij hier op grond van artikel 28 van de Wpg een rectificatieverzoek indienen.
11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr. L. el Ouardiji, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op.
griffier
rechter
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bijlage
Juridisch kader
Artikel 2 van de AVG
1. Deze verordening is van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen.
2. Deze verordening is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens:
(…)
d) door de bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid.
Artikel 1 van de richtlijn (EU) 2016/680
1. Bij deze richtlijn worden de regels vastgesteld betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid.
Artikel 3 van de Politiewet
De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.
Artikel 1 van de Wpg
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. politiegegeven: elk persoonsgegeven dat wordt verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak, bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Politiewet 2012, met uitzondering van:
b. persoonsgegeven: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
c. verwerken van politiegegevens: elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot politiegegevens of een geheel van politiegegevens, al dan niet uitgevoerd op geautomatiseerde wijze, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, afschermen of vernietigen van politiegegevens;
d. verstrekken van politiegegevens: het bekend maken of ter beschikking stellen van politiegegevens;
(…)
Artikel 2 van de Wpg
1. Deze wet is van toepassing op de verwerking van politiegegevens door een bevoegde autoriteit die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn daarin te worden opgenomen.
2. Deze wet is niet van toepassing op de verwerking van politiegegevens:
a. ten behoeve van activiteiten met uitsluitend persoonlijke doeleinden;
b. ten behoeve van de interne bedrijfsvoering.
Artikel 25 van de Wpg
1. De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke binnen zes weken uitsluitsel te verkrijgen over de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om die persoonsgegevens in te zien en om informatie te verkrijgen over:
a. de doelen en de rechtsgrond van de verwerking;
b. de betrokken categorieën van politiegegevens;
c. de vraag of de deze persoon betreffende politiegegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
d. de voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e. het recht te verzoeken om rectificatie, vernietiging of afscherming van de verwerking van hem betreffende politiegegevens;
f. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;
g. de herkomst, voor zover beschikbaar, van de verwerking van hem betreffende politiegegevens.
(…)