ECLI:NL:RBAMS:2020:7629

ECLI:NL:RBAMS:2020:7629

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 11-12-2020
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 8737567 EA VERZ 20-638
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Ontbinding arbeidsovereenkomst tussen partijen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

beschikking van de kantonrechter

de publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente Amsterdam

[verweerder]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8737567 EA VERZ 20-638

beschikking van: 11 december 2020

I n z a k e

gevestigd te Amsterdam

verzoekster

nader te noemen: werkgever

gemachtigde: mr. V.U.C.I. Duran (Reinders Folmer)

t e g e n

wonende te [woonplaats]

verweerder

nader te noemen: werknemer

niet verschenen

Werkgever heeft op 1 september 2020 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Partijen zijn bij brieven van 10 september 2020 opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 13 oktober 2020. Werknemer is per gewone post opgeroepen aan het door werkgever opgegeven adres. De aan werknemer gezonden oproeping is retour ontvangen, waarbij op de enveloppe stond geschreven: “Desbetreffende persoon woont niet op dit adres!!! We kunnen niet in contact komen met deze persoon”. De zitting op 13 oktober 2020 is niet doorgegaan.

Vervolgens zijn bij brieven van 1 oktober 2020 partijen opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 5 november 2020. De per aangetekende post aan werknemer gezonden oproeping is gezonden naar het adres waarop hij volgens het GBA woonachtig is. Deze oproeping is retour ontvangen. Het verzoek is ter zitting behandeld op 5 november 2020. Werkgever heeft zich doen vertegenwoordigen door [naam 1] , leidinggevende van werknemer, en [naam 2] , HRM-adviseur, bijgestaan door de gemachtigde. Werknemer is niet verschenen.

Daarna is werknemer opgeroepen voor de zitting van 20 november 2020 op het adres waarop hij volgens het GBA woonachtig is. De zitting is op die datum voortgezet. Werknemer is wederom niet verschenen. De oproep is op 4 december 2020 retour ontvangen. Op de enveloppe staat geschreven: “Persoon is onvindbaar. Gelieve geen post meer te verzenden inzake deze persoon.

Werknemer heeft geen verweerschrift ingediend.

Beschikking is bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende.

Werknemer, geboren op [geboortedatum] , is sedert 1 november 2016 in dienst van werkgever en is laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker Beheer & Onderhoud. De werknaam van deze functie is Medewerker Technisch Onderhoud. Het bruto salaris bedraagt € 2.397,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag.

Werknemer heeft zich op 6 november 2019 ziek gemeld.

Werkgever heeft met ingang van 24 februari 2020 het salaris en de toelagen van werknemer opgeschort.

Werkgever heeft op 8 april 2020 het salaris van werknemer met onmiddellijke ingang stopgezet.

Werkgever heeft op 9 april 2020 het UWV om een deskundigenoordeel verzocht over de vraag of werknemer genoegd doet om weer aan het werk te gaan.

Het UWV heeft op 9 juni 2020 een deskundigenoordeel uitgebracht over de periode van 5 november 2019 tot en met 4 juni 2020 en geconcludeerd dat de re-integratie-inspanningen van werknemer onvoldoende zijn.

Verzoek

2. Werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden primair op grond van de artikelen 7:671b lid 1 sub a en 7:669 lid 3, sub e van het Burgerlijk Wetboek en subsidiair op grond van artikel 7:686 BW en artikel 6 Aw 2017.

3. Werkgever verzoekt bij het bepalen van de ontbindingsdatum op grond van artikel 7:671 lid 8 sub b BW geen rekening te houden met de opzegtermijn van de gemeente Amsterdam en de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden aangezien de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van werknemer en ook te bepalen dat werknemer om die reden op grond van artikel 7:673 lid 7 sub c BW geen aanspraak maakt op de transitievergoeding.

4. Werkgever verzoekt bij het bepalen van de ontbindingsdatum op grond van artikel 7:686 BW geen rekening te houden met de opzegtermijn van de gemeente Amsterdam en de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, en ook te bepalen dat werknemer geen aanspraak maakt op de transitievergoeding.

5. Aan het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst legt werkgever ten grondslag dat sprake is van, kort gezegd, primair verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer, zodanig dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en subsidiair wanprestatie wegens het niet nakomen van de plichten welke de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt.

6. Ter onderbouwing van het verzoek heeft werkgever aangevoerd dat werknemer zich vanaf zijn ziekmelding op 6 november 2019 schuldig heeft gemaakt aan ernstig verwijtbaar gedrag aangezien hij zich met grote regelmaat en voortdurend de re-integratieverplichtingen niet heeft nageleefd. Werknemer is hierop door werkgever vele malen aangesproken en werkgever heeft ook loonsancties opgelegd, maar dit heeft er uiteindelijk niet toe geleid dat werknemer contact met werkgever heeft opgenomen en/of zich aan de re-integratieverplichtingen heeft gehouden. Alleen op 11 februari 2020 heeft er een fysiek gesprek tussen partijen plaats gehad, daarvoor niet en daarna ook niet meer, ondanks de pogingen daartoe door werkgever.

7. Werknemer is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

8. De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een opzegverbod, omdat werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Dit opzegverbod staat gezien artikel 7:671b lid 6 BW echter niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van de werknemer, maar is gebaseerd op het niet naleven van de re-integratieverplichtingen tijdens ziekte.

9. Het verzoek om ontbinding is primair gegrond op artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW, in verband met het zonder deugdelijke grond door werknemer niet nakomen van zijn re-integratieverplichtingen. In geval van een verzoek op die grondslag moet werkgever een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 7:629a BW overleggen. Werkgever heeft dat gedaan.

10. Werknemer heeft de gestelde feiten en omstandigheden, die volgens werkgever moeten leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, onweersproken gelaten. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van de gestelde feiten en omstandigheden. Gezien deze feiten en omstandigheden wordt geoordeeld dat geoordeeld dat sprake is verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer en wel zodanig dat van werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met werknemer te laten voortduren.

11. Hierbij is in aanmerking genomen dat op grond van artikel 669 lid 1 BW herplaatsing in ieder geval niet in de rede ligt indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten als bedoeld in lid 3 onderdeel e. Nu hiervan sprake is wordt vastgesteld dat herplaatsing niet in de rede ligt.

11. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van werkgever zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Omdat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, wordt bij het bepalen van de ontbindingsdatum geen rekening gehouden met de opzegtermijn (artikel 7:671b lid 9 onderdeel b BW).

11. Gelet op artikel 7:673 lid 7 sub c BW is geen transitievergoeding verschuldigd indien het eindigen of niet voortzetten van arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Door werkgever is onweersproken gesteld dat die situatie doet zich hier voordoet, zodat geen transitievergoeding verschuldigd is.

11. Nu op verzoek van werkgever de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden en geen vergoeding wordt toegekend, hoeft geen termijn te worden bepaald waarin werkgever het verzoek kan intrekken.

11. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 11 december 2020;

bepaalt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer en dat geen recht bestaat op een transitievergoeding, of een gedeelte daarvan;

veroordeelt werknemer in de kosten van deze procedure, aan de zijde van werkgever tot op heden begroot op € 124,00 aan verschuldigd griffierecht en € 480,00 voor salaris van de gemachtigde, een en ander voor zover verschuldigd, inclusief BTW;

veroordeelt werknemer tot betaling van een bedrag van € 60,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden en werkgever niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan de beschikking heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing inclusief BTW;

verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gegeven door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op

11 december 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.J. Lourens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand