RECHTBANK AMSTERDAM
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/4542
en
(gemachtigde: mr. I. Pieterse).
Procesverloop
Bij besluit van 12 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om de besluiten van 15 januari respectievelijk 16 januari 2020 te herzien, afgewezen.
Bij besluit van 5 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2021. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank:
Overwegingen
1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar. De rechtbank geeft daar de volgende motivering voor.
2. De beslissingen van 15 januari 2020 en 16 januari 2020 hebben betrekking op de uitkering die de ouders van eiseres ontvingen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De ouders van eiseres zijn [in maart] 2020 en [in april] 2020 overleden. Daarna heeft eiseres verweerder verzocht de beide beslissingen uit januari 2020 te herzien. Verweerder heeft dat verzoek met het primaire besluit afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder zich vervolgens op het standpunt gesteld dat eiseres geen belanghebbende is bij het primaire besluit, omdat de volmacht die eiseres van haar moeder had op het moment van overlijden van haar moeder is geëindigd.
3. De rechtbank is dit niet met verweerder eens. Door met het primaire besluit de AOW-uitkering van haar ouders niet met terugwerkende kracht te herzien, is eiseres als erfgenaam van haar ouders namelijk in haar eigen vermogenspositie geraakt. Het belang van eiseres is daarom rechtstreeks betrokken bij het primaire besluit. Verweerders standpunt dat het geld bij een herziening niet meer ten goede kan komen aan de AOW-gerechtigden zelf, maakt dit niet anders. Het komt vaker voor dat procedures worden gevoerd door erfgenamen vanwege een financieel belang. Eiseres heeft dus een eigen belang en is belanghebbende zoals bedoeld in artikel 1:2 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt en dat verweerder de bezwaren van eiseres inhoudelijk dient te beoordelen. Verweerder zal dan ook een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. De proceskosten die eiseres heeft opgegeven komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Georgiades, rechter, in aanwezigheid van mr. L.N. Linzey, griffier, op 18 februari 2021.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.