ECLI:NL:RBAMS:2021:8387

ECLI:NL:RBAMS:2021:8387

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 05-01-2021
Datum publicatie 02-04-2026
Zaaknummer 8888774 KK EXPL 20-791
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vorderingen afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis van de kantonrechterkort geding

[eiser]

Gemeente Amsterdam

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 8888774 KK EXPL 20-791

vonnis van: 5 januari 2021

I n z a k e

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. J.W.A. Wijsman

t e g e n

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: Gemeente Amsterdam

gemachtigde: R.J.B. Mekenkamp

Bij dagvaarding van 26 november 2020 heeft [eiser] een voorziening gevorderd. Voorafgaand aan de zitting hebben beide partijen producties ingezonden.

Ter terechtzitting van 22 december 2020 is de zaak mondeling behandeld. [eiser] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. Gemeente Amsterdam is verschenen bij [naam] , met de gemachtigde.

Beide partijen hebben mondeling een uitgebreide toelichting verstrekt, deels aan de hand van een pleitnotitie. De kantonrechter heeft vragen gesteld en de zaak met partijen besproken. Er is een schikking beproefd.

Vonnis is daarna bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Als uitgangspunt in deze zaak geldt het volgende:

[eiser] is per 15 juni 2007 bij de Gemeente Amsterdam in dienst getreden. [eiser] is geboren op [geboortedatum] en derhalve 38 jaar oud. Zijn huidige salaris bedraagt € 4.549,39 bruto per maand. De formele aanstelling van [eiser] is niet in de procedure over gelegd. [eiser] was feitelijk werkzaam als Financieel Adviseur WMO/openeinde regelingen. Hij was werkzaam in het Team OJZ/Zorg, waarbij zijn werkzaamheden bestonden uit het opstellen van de jaarrekeningen, begrotingen en andere financiële zaken van het team.

Elke dienst van de Gemeente Amsterdam had een eigen financiële afdeling. In 2015 heeft de Gemeente Amsterdam een reorganisatie voorbereid, waarbij de financiële afdelingen van de verschillende onderdelen/diensten organisatorisch zijn samengevoegd en gecentraliseerd tot één financiële afdeling. Er werden 9 teams ingesteld waarin alle financieel adviseurs zouden worden ondergebracht. Daaronder zijn het team OJZ/Zorg en (bijvoorbeeld) de diverse stadsdelen.

De reorganisatie heeft in de loop van 2015-2018 zijn beslag gekregen. Bij brief van 24 april 2018 is [eiser] meegedeeld dat hij per 1 mei 2018 werd geplaatst bij de afdeling Planning, Control & Advies. De naam van zijn functie werd Medewerker Beleidsrealisatie D (allround adviseur PC&A). De werkzaam-heden van [eiser] bleven daarbij hetzelfde. [eiser] valt sindsdien formeel onder de Directie Financiële Dienstverlening.

De brief van 24 april 2018 vermeldt nog: Overigens geldt conform NRGA artikel 2.2a dat u bent aangesteld in algemene dienst van de gemeente Amsterdam. Ook binnen de rve Financiën streven wij naar bredere inzetbaarheid. Dit betekent dat u ingezet kan worden in andere teams.

[eiser] heeft zich hier niet in kunnen vinden en daartegen (intern) bezwaar gemaakt. Zijn bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het geen appellabel besluit betrof. Daartegen is [eiser] in beroep gegaan bij de Rechtbank Amsterdam, afdeling bestuursrecht. Inzet van die procedure is de vraag of de brief van 24 april 2018 een inhoudelijke wijziging van zijn aanstelling betreft. In de zaak voor de bestuursrechter is een mondelinge behandeling geweest, maar nog geen vonnis bepaald. Indien het beroep van [eiser] gegrond wordt verklaard, wordt de zaak terug verwezen voor de behandeling van zijn bezwaar.

[eiser] heeft zich op 29 oktober 2018 ziek gemeld. In verband met zijn reïntegratie is [eiser] per 10 juli 2019 geplaatst in de functie Medewerker Beleidsrealisatie D voor 32 uur per week bij het team Stadsdelen en ingezet voor het Stadsdeel Oost. De werkzaamheden van [eiser] zijn niet gewijzigd. Hij werkt nog steeds als financieel adviseur en is betrokken bij het opstellen van jaarrekeningen, begeleiden van begroting en overig financieel advies. Zijn werkplek werd wel gewijzigd.

Per 3 november 2020 is [eiser] hersteld gemeld. Hij is door de Gemeente Amsterdam te werk gesteld als financieel adviseur bij het team Stadsdeel Oost.

Na de mondelinge behandeling voor de bestuursrechter heeft de Gemeente Amsterdam bij het team OJZ/Zorg nagevraagd of [eiser] alsnog daar geplaatst kon worden. De teamleider financieel advies heeft dat verzoek afgewezen op de grond dat hij de huidige samenstelling van het team zoveel als redelijkerwijs mogelijk wilde behouden, na een periode van onrust als gevolg van allerlei wisselingen.

Van de ongeveer 200 financieel adviseurs werkzaam bij de Gemeente Amsterdam zijn ongeveer 25% niet in loondienst (verder de externen). Dat zijn uitzend-krachten en zzp-ers. Er werken meerdere externen bij het team OJZ/Zorg.

De aanstelling van [eiser] is per 1 januari 2020 van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

[eiser] heeft op dit moment verlof (opgenomen).

Vorderingen

2. [eiser] vordert - samengevat en verkort weer gegeven - als voorziening: - veroordeling van de Gemeente Amsterdam tot tewerkstelling van [eiser] in zijn eigen functie en de daarbij behorende gebruikelijke werkzaamheden bij OJZ/Zorg Wmo, binnen twee dagen na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 1000,- per dag of gedeelte van een dag, waarbij Gemeente Amsterdam deze veroordeling niet naleeft, zulks met een maximaal van € 100.000,-; - veroordeling van de Gemeente Amsterdam tot betaling van € 544,50 aan buitengerechtelijke kosten; - veroordeling van de Gemeente Amsterdam in de kosten van de procedure, daaronder de nakosten begrepen.

3. [eiser] stelt - verkort weergegeven - met betrekking tot zijn vorderingen dat zijn eigen functie financieel adviseur OJZ/Zorg Wmo openeinde regelingen is en hij dus na hersteld te zijn geworden, op die functie op zijn eigen werkplek weer tewerkgesteld dient te worden. Nu de Gemeente Amsterdam dat weigert, heeft [eiser] belang bij een veroordeling daartoe.

4. Daarbij stelt [eiser] dat er ruimte voor hem is binnen het team OJZ/Zorg, nu daar nog steeds meerdere externen werkzaam zijn.

Verweer

5. De Gemeente Amsterdam voert als verweer aan dat het Team OJZ/Zorg, zoals dat bestond voordat [eiser] ziek werd, nu niet meer bestaat. De sinds 2015 voorbereide reorganisatie is inmiddels doorgevoerd. Kennelijk is [eiser] het niet eens met die reorganisatie, maar de wijzigingen zijn steeds in goed overleg met alle betrokken adviesorganen (waaronder de medezeggenschap) voorbereid en doorgevoerd. [eiser] dient zich daarbij neer te leggen.

6. [eiser] is na zijn ziekte in zijn oude functie herplaatst, alleen niet op dezelfde werkplek. Maar dat betekent niet dat [eiser] in een andere functie te werk is gesteld. De inrichting van de organisatie is immers aan de werkgever, die mag - binnen redelijke grenzen - bepalen waar de werknemer zijn werkzaamheden verricht. De Gemeente Amsterdam heeft aldus gebruik gemaakt van het haar toekomende instructierecht.

7. De functie van [eiser] is dus niet gewijzigd. Anders dan [eiser] bepleit is zijn functie niet “financieel adviseur OJZ/Zorg WMO”, maar financieel adviseur (formeel genaamd Beleidsmedewerker D) en die kunnen allemaal binnen de hele organisatie van de Gemeente Amsterdam worden ingezet. Daarbij is de Gemeente Amsterdam voornemens alle 200 financieel adviseurs eens in de 5 jaar te laten rouleren, om ‘een frisse blik’ te behouden.

8. Na de zitting voor de bestuursrechter heeft de Gemeente Amsterdam nog overleg gevoerd met de teamleider OJZ/Zorg om te bezien of aan de klaarblijkelijke wens van [eiser] om op het terrein van de Wmo werkzaam te zijn tegemoet kon worden gekomen, maar die had voor [eiser] op dit moment geen ruimte. De teamleider van het team Stadsdeel Oost kan herplaatsing in een ander team niet afdwingen.

9. Verdere stellingen van partijen komen (zo nodig) bij de beoordeling aan de orde.

Beoordeling

De vordering sub A - wedertewerkstelling op straffe van een dwangsom
De vordering sub B - buitengerechtelijke kosten
Proceskosten

10. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen, dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

10. Vooropgesteld wordt dat met de inwerkingtreding van de Wnra per 1 januari 2020 op de daarin aangewezen werknemers en overheidsinstellingen het ‘gewone’ arbeidsrecht zoals vast gelegd in boek 7 titel 10 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is geworden. De beoordeling van de vordering van [eiser] dient dus aan de hand van het aldaar geregelde arbeidsrecht te worden beoordeeld.

12. De kantonrechter overweegt dat zij uit de thans ingebrachte stukken niet kan vast stellen wat precies de overeengekomen functie van [eiser] is. Zijn aanstellingsbrief/-besluit is niet ingebracht. Dat [eiser] voor zijn ziekte feitelijk al langere tijd binnen of bij het team OJZ/Zorg werkte en binnen dat team vooral belast was met de uitvoering van de WMO/openeinde regelingen, brengt niet mee dat die specifieke werkzaamheden op zijn voormalige fysieke werkplek ook de overeengekomen functie betreft. Daarvoor is nader onderzoek naar de feiten nodig en daar leent deze procedure zich niet voor.

12. Onbetwist is voorts gebleven dat [eiser] bij het team OJZ/Zorg feitelijk dezelfde werkzaamheden verrichtte als hij nu bij het team Stadsdeel Oost doet, namelijk advisering bij het opstellen van de jaarrekening, de begroting en overig financieel advies. Alleen het onderwerp van de advisering is gewijzigd; dat de inhoud van het werk wezenlijk anders is, is niet gesteld of gebleken.

12. Daarbij komt dat een arbeidsovereenkomst niet een statisch iets is, maar dat een wijzig-ing in de organisatie een wijziging in de werkplek of een deel van de werkzaamheden kan meebrengen. Een wijziging in de werkzaamheden kan de werknemer weigeren indien aanvaarding in redelijkheid niet van hem te vergen is (vgl HR 26 juni 1998, NJ 1998, 767 Van der Lely/Taxi Hofman BV). Welk redelijk belang [eiser] heeft bij terugplaatsing op zijn oude werkplek bij OJZ/Zorg is niet voldoende duidelijk geworden, anders dan dat hij het graag wil om zich verder (alleen) met de WMO bezig te houden.

12. Tot slot weegt mee dat op afzienbare termijn een oordeel zal worden geveld in de procedure voor de bestuursrechter tegen de beslissing op bezwaar van 5 maart 2020, waarbij hetzelfde feitencomplex aan de orde is.

12. Dat alles betekent dat de vordering van [eiser] zal worden afgewezen.

17. [eiser] heeft een bedrag van € 544,50 gevorderd op de grond dat hij gedwongen is geweest juridische hulp in de schakelen om buiten rechte zijn vordering voldaan te krijgen. De Gemeente Amsterdam heeft deze kosten gemotiveerd betwist.

17. Indien [eiser] inderdaad onjuist is herplaatst en daarom een vergoeding van de buitengerechtelijke kosten dient plaats te vinden, kan de kantonrechter in kort geding daarop een voorschot toekennen. Daartoe dient echter wel - op basis van de stukken en de wederzijdse stellingen van partijen - boven iedere (redelijke) twijfel verheven zijn, dat plaatsing van [eiser] op zijn oude werkplek bij team OJZ/Zorg de enige juiste beslissing is. Dat is hier echter niet het geval. Dientengevolge zal ook deze vordering van [eiser] afgewezen worden.

19. Nu de vordering van [eiser] wordt afgewezen en [eiser] in het ongelijk wordt gesteld, dient hij veroordeeld te worden in de proceskosten gevallen aan de zijde van de Gemeente Amsterdam, tot heden bepaald op € 480,00 aan salaris gemachtigde.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding aan de zijde van de Gemeente Amsterdam tot op heden begroot op € 480,00 voor zover verschuldigd inclusief BTW, aan salaris gemachtigde;

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

verklaart de betalingsveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 januari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

Griffier Kantonrechter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?