ECLI:NL:RBAMS:2022:7187

ECLI:NL:RBAMS:2022:7187, Rechtbank Amsterdam, 07-12-2022, 13/083389-21

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 07-12-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/083389-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Onderzoek 13Maracane. Verdachte wordt integraal vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, omdat niet vastgesteld kan worden dat het door het Openbaar Ministerie aan verdachte toegeschreven PGP-account, gedurende de gehele periode, bij verdachte in gebruik is geweest. Om die reden kan niet worden vastgesteld of en welke (belastende) berichten in het dossier door verdachte zijn verstuurd en op welke wijze hij betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Parketnummer: 13.083389.21

[verdachte]

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/083389-21

Onderzoek: 13Maracane

Datum uitspraak: 7 december 2022

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26, 27 en 30 september, 3, 5, 6 en 11 oktober en 7 december 2022.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. E.B. Smit en mr. A. van Veen en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.S. van der Biezen naar voren hebben gebracht.

2. Inleiding

Achtergrond

In de periode van 2012 - 2016 hebben (onder meer) in Nederland meerdere liquidaties en pogingen daartoe plaatsgevonden. Uit diverse strafrechtelijke onderzoeken die naar aanleiding daarvan zijn gestart en uit verschillende processen-verbaal die zijn verstrekt door de Criminele Inlichtingen Eenheid, kan worden opgemaakt dat een en ander samenhing met het feit dat er toen een vete in de onderwereld gaande was tussen twee groepen binnen het criminele milieu. Deze groepen zijn te onderscheiden in de groep van wijlen [naam 1] en de groep van [naam 2] .

Inbeslagname Ennetcom-server

In april 2016 werd in het kader van het onderzoek 26Lemont de server van het bedrijf Ennetcom in beslag genomen. Op deze server bleek een grote hoeveelheid berichten bewaard gebleven welke in de periode van 2012 tot en met april 2016 door gebruikers van encrypted telefoons waren verzonden. Met BlackBerry-telefoons voorzien van specifieke software konden versleutelde tekstberichten en notities worden verzonden van en naar gebruikers van Ennetcom e-mailadressen. Die berichten werden verstuurd via een PGP- (Pretty Good Privacy) protocol. De daaruit afkomstige data is veiliggesteld ten behoeve van verschillende strafrechtelijke onderzoeken. Zo ook voor het onderhavige onderzoek, 13Maracane.

Door het Openbaar Ministerie worden verschillende Ennetcom e-mailadressen (hierna: PGP-accounts) gekoppeld aan verdachten in dit onderzoek. De door de gebruikers van die PGP-accounts verstuurde en/of ontvangen berichten in dit dossier zijn volgens het Openbaar Ministerie te duiden in relatie tot strafbare feiten en in het bijzonder tot de hiervoor beschreven vete in de onderwereld tussen de twee rivaliserende groepen.

Onderzoek 13Maracane

Het dossier 13Maracane is voor een groot deel opgebouwd uit berichten die zijn verzonden via Ennetcom en die zijn opgenomen in de dataset 13Maracane.

Het onderzoek 13Maracane heeft betrekking op negen verdachten die ervan beschuldigd worden, al dan niet in wisselende samenstelling, betrokken te zijn geweest bij één of meer pogingen tot liquidaties, voorbereidingen daartoe dan wel pogingen tot uitlokking van liquidaties. Zeven verdachten worden ervan beschuldigd te hebben deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van liquidaties. Eén verdachte wordt in dit verband verweten 34 automatische vuurwapens (type Kalasjnikov) voorhanden te hebben gehad.

In dit vonnis zijn de overwegingen en beslissingen van de rechtbank opgenomen die in de strafzaak tegen de hierboven genoemde verdachte zijn gegeven. De rechtbank wijst vandaag ook vonnis in de zaken van de acht medeverdachten die gelijktijdig terecht hebben gestaan.

Het onderzoek 13Maracane bestaat uit een groot aantal deelonderzoeken (opgenomen in verschillende zaakdossiers, hierna: ZD), die ook onderling met elkaar verweven zijn, al is het maar door de daarop gebaseerde verdenking van deelname aan de criminele organisatie. Deze verwevenheid maakt dat de rechtbank niet alleen op de verweren van de betreffende verdachte in zal gaan, maar ook, waar nodig, hetgeen is aangevoerd in andere zaken in haar oordeel zal betrekken.

Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank in plaats van de termen verdachte en medeverdachte de namen van de verdachten gebruiken, te weten: [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] .

De verschillende deelonderzoeken:

ZD 1: poging dan wel voorbereiding liquidatie [slachtoffer 1] in 2014 en

voorbereiding liquidatie [slachtoffer 1] in 2015

ZD 2: voorbereiding liquidatie [slachtoffer 2]

ZD 3: poging tot uitlokking dan wel voorbereiding liquidatie [slachtoffer 3]

ZD 4: poging tot uitlokking dan wel voorbereiding liquidatie [slachtoffer 4]

ZD 5: voorbereiding liquidatie [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6]

ZD 6: voorbereiding liquidatie [slachtoffer 7]

ZD 7: voorhanden hebben 34 automatische wapens

ZD 8: voorbereiding liquidatie [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11]

ZD 9: deelname aan een criminele organisatie

[verdachte] wordt verweten strafbare betrokkenheid te hebben gehad in ZD 5 en ZD 9, zoals hierna kort is weergegeven in rubriek 3.

3. Tenlastelegging

[verdachte] wordt er – na de wijziging op de zitting van 11 oktober 2022 – van beschuldigd dat hij zich, kort en zakelijk weergegeven, heeft schuldig gemaakt aan:

1. het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven (moord en doodslag) in de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 april 2016 (ZD 9) en

2. het medeplegen van voorbereiding van medeplegen van moord/doodslag op [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 30 november 2015 (ZD 5).

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

4. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en het Openbaar Ministerie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

5. Standpunten

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft ten aanzien van de beschuldigingen onder 1 en 2 tot een bewezenverklaring gerekwireerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de beschuldigingen vrijspraak bepleit. De daartoe gevoerde verweren komen, voor zover van belang voor de bewijswaardering, aan de orde in de overwegingen van de rechtbank.

6. Identificatie PGP-account

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat [verdachte] de gebruiker is geweest van het door het Openbaar Ministerie aan hem toegeschreven account [account 1] (hierna: [account 1] ).

De raadsman heeft bepleit dat niet bewezen kan worden dat het account [account 1] in gebruik was bij [verdachte] . Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat uit de berichten blijkt dat het account door meer dan één persoon werd gebruikt en dat, als al kan worden bewezen dat ook [verdachte] een gebruiker was van het account, dan nog niet vastgesteld kan worden op welk moment het account door hem is gebruikt.

Identificatie van het PGP-account [account 1]

De rechtbank overweegt dat er in beginsel van uit kan worden gegaan dat de gebruiker van een bepaald PGP-account de vaste gebruiker is van dat account, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel.

Met betrekking tot het door het Openbaar Ministerie aan [verdachte] toegeschreven PGP-account [account 1] stelt de rechtbank, op grond van de wettige bewijsmiddelen, zoals opgenomen in de voetnoten, het volgende vast.

Verblijf in Marokko

Uit de volgende PGP-gesprekken op 17 september 2015 tussen [medeverdachte 7] en de gebruiker van het account [account 1] blijkt dat zij kennelijk, samen met ene “ [bijnaam 1] ” in Marokko verbleven.

[account 1] : “Yo waar jij ik ga nu weg van osso”

[medeverdachte 7] : “Kan je sleutels aan [bijnaam 1] geven rijd net tanger in met me ouders”.

Uit het volgende bericht van 21 september 2015 verstuurd door [medeverdachte 7] aan [account 1] blijkt dat zij kennelijk samen met ene “ [bijnaam 2] ” in Marokko verbleven: “Hhahahha ziek. Heb [bijnaam 2] net in zwembad gegooid”.

Vluchtgegevens van Marokko naar Madrid

De gebruiker van het account [account 1] voerde op 23 september 2015 het volgende gesprek met [medeverdachte 7] :

[account 1] : “Als t leeg is bij jou. Vraag of ik mag komen. Kom ik daar zitten. Die [bijnaam 2] rellen”.

[medeverdachte 7] : “Precies naast me is 1 plek”.

[account 1] : “Kom naast ons dan wollah dan zit ie in het midden”.

Uit onderzoek blijkt dat de “ [bijnaam 2] ” ook wel “ [naam 3] ” wordt genoemd. Het telefoonnummer van [naam 3] , dat hij bij een getuigenverhoor heeft opgegeven als zijn telefoonnummer, werd door [naam 4] opgeslagen onder de bijnamen “ [bijnaam 2] ” en “ [bijnaam 3] ”. [naam 3] is geboren in [geboorteplaats] en is daar woonachtig. Uit bovenstaande berichten in samenhang bezien met de opgevraagde vluchtgegevens van 23 september 2015 blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 7] en [naam 3] op de vlucht zaten van Marokko naar Madrid.

Bijnaam [bijnaam 4]

In een gesprek van 13 augustus 2015 tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5] werd gesproken over een persoon die zij “ [bijnaam 4] ” noemen:

[medeverdachte 7] : “Weet je wie tegenover me zit. [bijnaam 4] . Hij weet niet ik praat met je”,

[medeverdachte 5] : “Hahahahahhahaahhahaahahahhaha pak em bij ze oor vanme zeg em kifas je wou geen verklaring afleggen die ik je vroeg”.

Op 6 september 2015 werd het gesprek over “ [bijnaam 4] ” tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] als volgt hervat:

[medeverdachte 5] : “Hahahahahhaha die [bijnaam 4] moet je bitch slaps geven ouwe wllah ik haat em”. [medeverdachte 7] : “Wrm haat je em bro???”.

[medeverdachte 5] : “Die flikker moest wat zeggen bij RC maar hij wou niet hij zei is goed en bij RC deed ie niet”.

In het dossier is een appelschriftuur van 1 december 2014 gevoegd in de zaak van [medeverdachte 5] (13Valdia) dat is ingediend door advocaat mr. Janssen, waarin hij refereert aan verhoren van [verdachte] bij de rechter-commissaris (van 27 januari en 24 april 2014) waarin [verdachte] volgens [medeverdachte 5] niet volledig heeft willen verklaren. Uit het voorgaande maakt de rechtbank op dat met “ [bijnaam 4] ” [verdachte] wordt bedoeld en dat [verdachte] in het onderzoek 13Valdia kennelijk niet heeft willen verklaren over [medeverdachte 5] .

Overige bijnamen

Het account [account 1] werd door de gebruiker van het account [account 2] opgeslagen onder de naam “ [bijnaam 4] ”. Het account werd in de periode 8 maart 2014 tot en met 18 april 2016 opgeslagen door diverse contacten onder andere onder de bijnamen: [bijnaam 5] (en verbasteringen daarvan), [bijnaam 6] , [bijnaam 4] en [bijnaam 7] . In het onderzoek 13Valdia heeft [naam 5] verklaard dat hij [verdachte] kent onder de bijnaam [bijnaam 8] . [verdachte] was destijds en is heden woonachtig in [woonplaats] .

Conclusie

[verdachte] als gebruiker van het PGP-account [account 1]

De rechtbank stelt, op basis van voorgaande PGP-berichten en onderzoeksbevindingen in onderlinge samenhang bezien, vast dat [verdachte] de bijnamen [bijnaam 4] en [bijnaam 8] had en dat hij op aanwijsbare momenten de gebruiker is geweest van het account [account 1] . De rechtbank gaat er, zoals hiervoor overwogen, in beginsel van uit dat de gebruiker van een bepaald PGP-account de vaste gebruiker is van dat account, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel.

Het account in gebruik bij een ander dan [verdachte]

De rechtbank komt op grond van de navolgende berichten tot het oordeel dat het account in ieder geval vanaf 19 augustus 2015 ook door een ander werd gebruikt, namelijk een persoon met de bijnaam [bijnaam 9] . De volgende berichten acht de rechtbank voor die beoordeling van belang.

Op 19 augustus 2015 stuurde de gebruiker van het account [account 1] de volgende berichten naar [medeverdachte 2]: “Met [bijnaam 9] me bb doet het niet meer heb jullie nog nieuws” […] “Oke bro thnx. Zeg [bijnaam 10] me mail walou. Tijdelijk op deze te bereiken. Laat hem mij mailen”.

Op 19 augustus 2015 stuurde de gebruiker van het account [account 3] (hierna: [account 3] ) naar de [account 1] : “Salam broer alles goed”

[account 1] : “Met [bijnaam 9] mijn tel doet het niet. Moet je mij hebben of [bijnaam 4] ??”

[account 3] : “Jo bro k moest jou hebben je bent tanger toch”.

Op 25 augustus 2015 stuurde de [account 1] het volgend bericht naar [naam 4]: “Jo met [bijnaam 9] me tel doet het niet meer man. Krijg steeds kruisje terug”. Waarop [naam 4] reageert: “Oke ik geef het ff door aan ennet”.

Op 30 augustus 2015 vroeg [medeverdachte 7] aan de gebruiker van het account [account 1] : “Bro geef s nr van [bijnaam 4] ”.

De rechtbank maakt uit deze berichten op dat het account [account 1] vanaf 19 augustus 2015 tijdelijk in gebruik is geweest bij ‘ [bijnaam 9] ’, omdat zijn telefoon het niet meer deed. Op dat moment heeft een duidelijke wissel plaatsgevonden hetgeen kennelijk ook bekend was bij andere PGP-gebruikers: “Moet je mij hebben of [bijnaam 4] ?”, “Ik moest jou hebben”. Het was dus duidelijk dat [bijnaam 9] het account vanaf dat moment in gebruik had.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld op welk moment het account weer door [verdachte] in gebruik werd genomen. Ook op 30 augustus 2015 was het account in ieder geval nog niet terug bij [verdachte] , omdat op dat moment door [medeverdachte 7] aan de [account 1] werd gevraagd naar het nummer van [bijnaam 4] , de bijnaam van [verdachte] . Van de periode die daarop volgt zijn geen berichten in het dossier opgenomen waaruit blijkt dat het account weer in gebruik werd genomen door de oorspronkelijke gebruiker, [verdachte] .

Om die reden kan niet worden vastgesteld of en welke (belastende) berichten in het dossier door [verdachte] zijn verstuurd. Niet bewezen kan worden dat [verdachte] op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de hem ten laste gelegde feiten. Het dossier bevat geen andere bewijsmiddelen, waaruit strafbare betrokkenheid van [verdachte] bij die feiten blijkt. [verdachte] wordt daarom van de beschuldigingen onder 1 en 2 vrijgesproken.

7. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde onder 1 en 2 niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter,

mrs. R.A. Overbosch en E. van den Brink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.R. Baart, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 december 2022.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.E. Hoogendijk

Griffier

  • mr. M.R. Baart

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?